Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

daar...

Een stille overdenking in dichtvorm!

Daar…

 

Daar gaan ze

Niet te paard

Maar in de wagen

Ze keken heel gelukkig

Maar het is wel surrogaat

Want men weet toch dat

Twee van hetzelfde geslacht niet gaat!

Daarom is het een domme daad

Er is geen gezond verstand dat mee gaat

Een huwelijk is voor man en vrouw

Niet dat je niet van een vrouw kan houden

Maar op deze wijze is een mens dodelijk verkouden!



bloemen

Geschreven door Dora om 22:35 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

knaapje

Een gedicht van J.J.A. Gouverneur 1809-1898

Het knaapje in het bos

Het knaapje had gelopen
De ganse dag in 't bos;
De slaap heeft hem bekropen
Daar op het groene mos.

Toen daalden uit de bomen
De eekhorens naar beneên;
De hazen zijn gekomen
En dansten om hem heen;

De dartle reetjes speelden
Om hem in struik en riet;
De lieve vogels kweelden
Hun allerzoetste lied.

Maar niemand stoorde 't knaapje
En niemand deed hem leed,
Tot hij, verkwikt door 't slaapje,
Weer de ogen open deed.

Toen zijn ze op eens verdwenen
In 't allerdichtste geboomt;
En 't heeft de knaap geschenen,
Dat hij 't al had gedroomd.

Prettige tijdkorting (1857)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:09 1 reactie Reageer op dit bericht

verval

Een gedicht van Han Messie

VERVAL

Gedwee laat de verbrokkelde muur
met zijn ronde ingevallen toren
zich door harde wingerdranken doorboren.
Dat grijpgrage lover bewaart liefdesvuur!

Over verweerde stenen zing het uur
van drifig minnende vogelkoren.
Kleine holtes doen licht getrippel horen;
krioelend leven heeft groot avontuur.

Nachtwind fluistert om de schimmige bouwval.
Zuchtende takken, droeve uilenkreten
gedenken de tijd die dit oord roem ontstal.

Want nog mag het wijze duister weten
hoe vlammen hier laaiden bij kasteelbal,
waar feestangst steeds "trots der burcht" zou heten.

Geschreven door Dora om 17:58 Reageer op dit bericht

een voorjaar

Een gedicht van Gerrit Kouwenaar

Een voorjaar

Eindelijk voorjaar, juichte de vlier in de bloei
van zijn leven nadat zijn verkankerde stamvader
die winteravond in stilte verast was

omhoog kijkend door zijn meelevende uitwas
zag hij zijn bestaansgrond de hemel de hemel aanraken
met onwennige tuilen, bleek als zijn merg

hij bloeide wat mij ontgroeid was, aan duivelsbrood
had hij geen boodschap, kindersneeuw gaf hem voorsmaak
van engelkruid manna bloedmarmelade

's avonds bij aanlicht omlaaghield zag hij vertederd
hoe achter zijn dunne luizige nakroost de wit
beschimmelde klompvoet zijns vaders, totaal
des geestes, er blijvend geweest was -

-------------------------------------
uit: 'Totaal witte kamer', 2002.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:05 Reageer op dit bericht

veel

Een gedachtengang...

Veel

 

Veel mensen

Mensen met gedachten

Die eens een gedicht bedachten

Het is fijn om te schrijven

Want schrijven doet blijven

Maar het gaat erom wat we schrijven

Behoor je tot de oude wijven

Dan kan je niet als een kind of een

jong mens schrijven

Maar er is zoveel te schrijven

Over stilte, oorlog en leed

Ja, er is nog weinig wat men

van een ander weet

Een gedicht wil iets zeggen

Maar je kunt je niet bij alle neerleggen

Heeft het een boodschap

Dan kun je het wel lezen

Maar anders wordt een mens

naar iets anders of hogers verwezen…

 



1194380-3be787ee308319d3cd822bbb3c8dddf1.JPG

Geschreven door Dora om 11:56 Reageer op dit bericht

ter nagedachtenis

Ter nagedachtenis een een dichter des vaderlands
Gerrit Komrij


De dood

 

Hij is niet meer

Zet niets meer op papier

Het geschrevene wordt bewaard

Alles is in dit leven geklaard

De weg voor mensen met liefde voor gedichten

Die zullen wel voor een bundel zwichten

Het leven trekt uit de mens

Had hij nu ook die ene wens,

om voor eeuwig gelukkig te mogen zijn?

Hij ging voort in de levenstrein

Waar niet alle juistheden in werden verteld

Maar hij heeft toch veel op papier gesteld

Het ware diepzinnige manieren

Om een mens te proeven

Hij was een eenling in zijn gaan

En nu is het met hem gedaan!

De dood daar ontkomen we niet aan

Het vlees verteerd in de groeve

De ziel en geest zijn gescheiden

Het is over met het vleselijke lijden

Ja, elk mens zal om zijn of haar zonde lijden

En wat een feest als er Eén is geweest

Die alle schuld van je heeft overgenomen

Dan is de dood wel een ontkomen

Aan de eeuwige duisternis

 

Geschreven door Dora om 12:28 Reageer op dit bericht

banderheren

Een gedicht van D.V. Coornhert 1522-1590

Banderheren *

Wij banderheren, in getale veel,
Vlieden het vaderland, ons aards priëel,
Meest al om weldoen, buiten enig schuld.
Laat ons de Here bidden om geduld,
En meer ons zonden dan Gods straffe haten;
Des Heren goedheid zal ons niet verlaten.

Om `t lijf te houden men rijkdom begeeft
Met alle daar ons herte zeer aan kleeft.
Om d' edel ziele, daar God zelf in rust,
Mijden wij niet ons herten minste lust,
Maar volgen die plat tegen Gods geboden,
Daardoor wij arme zielen doden.

In `t vlieden van de tyrannië fel
Ontzien wij arbeid, moeite noch gekwel.
Maar om `t ontkomen `s duivels bloedigheid
Verdriet ons `t bidden met ootmoedigheid.
Wat baat de vrijheid van der mensen banden,
Als onze zielen staan in Mammons handen.

Om vijands vijanden dragen wij haat,
Die `t snode vlees temmen tot onzer baat.
Daartegen minnen wij onze vijand,
Dat is de zondelijke middelwand.*
Daardoor wij Godes troost in druk ontberen,
Zolang wij `t hert willig van Gode keren.

Wij vluchten `t land, maar niemand boosheid vliedt.
Mensen betrouwen wij ende God niet.
Meer men na huis dan na de hemel hoopt.
Elk `d ongevangens beren huid verkoopt.
Wij klappen niet dan van ons leed te wreken.
Hoe derren wij God om genade smeken?

Vergeven wij niet mensen, ons gelijk,
Zal God vergeven zijn maaksel van slijk?
Neen Hij, voorwaar! Dus doet Hij u de wraak,
Bid God, dat Hij uw vijand beter maak'
En zeg dan vrij, zonder u te vervaren:
"Vergeef ons, als wij onze schuldenaren".

God die toont ons zijn liefde in zijn roe.
Blijft gij hardnekkig, zo ziet wel toe,
Dat Hij de roede niet verscherpe meer,
Of dat Hij zijn straffe niet van ons keer'
En ons in `t wilde moedwillig laat zwerven
Om in de weelden eeuwig te bederven.

Prinsen, banderheren, tot Gode keert,
Belijd uw zonde, uw herten ook verneert
Onder Gods hand end' Hem gelaten staat.*
Staat na Gods liefd', verlaat des duivels haat.
God zal ons door die van der Maagd geboren werd
Ontfermen en minnen als zijn verkoren hert.

----------------------------------------------
* Banderheren = edelen.
* Middelwand = scheidsmuur der zonde, die van troost scheidt
* Hem gelaten staat = Hem onderworpen

Het Geuzenliedboek (1570)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:50 Reageer op dit bericht

reiger

Inspiratie

 

Ik was op de fiets

En toen zag ik iets

Het was een reiger

Die stond bij een steiger

Hij zocht naar vis

Dan sla je op de steiger

Vast niet de plank mis

Een reiger die een vis kon krijgen

Die staat niet echt te hijgen

Hij neemt een flinke hap

En dat is geen grap

Je ziet de vis door z’n strot

naar beneden glijden

Ach, nu moest er een vis lijden

Omdat die reiger geen honger wou lijden

Zo is het in de dierenwereld

De één vreet de ander op

En zo blijft de natuur in evenwicht

Maar soms is het wel een zielig gezicht!

 

 

Geschreven door Dora om 09:45 Reageer op dit bericht

poeta

Een gedicht van Boudewijn Büch

Casa del poeta tragico

De slaaf ligt in zijn schrik gestold.
Uit marmer lees ik keizers en de rijken.
De lavapaden langs omhoog gestold,
wil ik jouw naam op de hemel vergelijken.

Er zijn slechts dieptes in dit gruis,
fragmenten van verbannen muren,
contouren van een kaartenhuis:
de dood is zichtbaar in kwetsuren.

Je bent er tóch. Bij het forum op de trap,
dicht aan een kratertrap waar zwavel suist
of in de wanden waar een weemoed huist.

Er is een nacht, een landschap
waar geschiedenis werd ongelegen.
Zij liet de droefheid achterwege.


---------------------------------------------
uit: In gedichten, 2004

schrijver

Geschreven door Dora om 11:48 Reageer op dit bericht

spreken

Een gedicht van Paula Hagenaars

Laat stilte spreken

Als woorden te vaak
gezegd zijn
zal zwijgen
de juiste toon raken

laat stilte spreken
tot onze harten weer
dezelfde taal verstaan.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:17 Reageer op dit bericht

zonnebloem

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Zonneblom

Hoogopstrevende zonneblom,
Uw sterke stralenschijven
Wendt gij naar de hemel om,
Weet zon en bloem te blijven.
Zonneblom in zonneschijn,
Zal mijn ziel ooit anders zijn?

De Noodhoorn (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:09 Reageer op dit bericht

grijze

Een gedicht van Reinier van Genderen 1886-1942

Uit grijze hemel

Uit grijze hemel valt de regen,
De vogels dempen nu hun lied,
Maar nimmer weifelt, draalt de zegen,
Die rust op heel dit schoon gebied.

De grond is arm, als menig hart,
En zo gebaat bij malse regen,
En ginder, achter wolken, mart
De goede zon met al haar zegen.

O somber, toch zinrijk verleden,
Dat immer ver en verder wijkt,
Gezegend is het zonnig heden,
Waarover nooit een schaduw strijkt.

De Gids jaargang 1936

schrijver

Geschreven door Dora om 10:59 Reageer op dit bericht

raad

Een gedicht van P.A. de Génestet 1829-1861

Vrome raad

Neem álles aan; dat’s ’t beste deel –
Ook financiëel.

Leekedichtjes

schrijver

Geschreven door Dora om 21:26 Reageer op dit bericht

veldbloem

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Veldbloem en kasbloem

De bloemekes langs de wegen,
Die ken ik meest allen bij naam;
Zij lachen mij vriendelijk tegen,
Zij groeten mij al te zaam.

De bloemen achter de ramen,
Omdat ik haar namen niet weet,
Die schijnen zich mijner te schamen,
En momplen: "Die domme poëet!"

Uw dienaar, preutse prinsessen!
Gij zijt schoon, zijt bevallig, vol vuur;
Maar gij eist nog al vijven en zessen,
En verkoopt uwe gunsten wat duur.

Pronkziek volkje uit Japan en Bengalen!
Dingt om prijzen van zilver en goud.
Ik wil ook u mijn hulde betalen;
Maar mijn hart, o, mijn hart laat gij koud.

Goedendag, Madeliefje! Gouddropje!
Erenprijsje, zo zedig en zacht!
Zeg eens gauw: sliept gij zoet in uw knopje,
En wat weer of gij heden verwacht?

"Goede morgen! Wij sliepen als rozen;
En het weer wordt vandaag vast heel mooi.
'k Heb een plaatsje aan uw knoopsgat gekozen,
Waar ik, stervend, mijn bladertjes strooi."

Madelieven (1869)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:32 Reageer op dit bericht

levenszee

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Ter Levenszee

De jonge zeeman stapt aan boord:
het vaartuig danst in wilde lust;
daar spant de zeewind ieder koord,
wijl ieder zeil in ronding zwelt.
De morgenzonne kust en sust
het kleurig deinend waterveld,
der borst ontgalmt een breed 'hoezee!'
ter schone zee, - ter levenszee!

De kloeke maat, met glanzend oog,
aanschouwt de grootse oneindigheid,
oneindig diep, oneindig hoog,
oneindig ver in 't vlak verschiet.
Maar hij, ten drieste kamp bereid,
- want vrezen, aarzlen kent hij niet -
voert eindeloze geestdrift mee
ter wijde zee, - ter levenszee!

Doch aaklig komt het stormweer op:
een huivring gaat langs d'oceaan...
Hij jubelt op der golven top
en tergend wordt zijn overmoed.
Doch, ras is 't met de knaap gedaan;
daar faalt zijn hand, daar mist zijn voet!
Een golfslag rukt hem redloos mee,
naar 't diep der zee - der levenszee!

Een plank! Hij grijpt ze en roept, ontzet:
'Ter hulpe!' Och verre is 't vaartuig heen!
Waarom die dwaze toch gered?
Wat zocht hij anders dan de dood? -
Nu dobbert hij daar gans alleen;
maar 't bloed is warm, de kracht is groot,
en moedig streeft hij naar de ree,
langs 't vlak der zee - der levenszee...

Zo duurt en duurt het immer voort;
zijn arm wordt zwak en koud zijn hart.
Hij roept: geen echo die hem hoort,
geen lichtbaak in het vergezicht!
En, razend schier van spijt en smart,
nog eens de blik omhoog gericht,
dan, met een laatste zielebeê,
in d'afgrond neer der levenszee!

Maar, zie! Een flikkring toont hem land;
de redding schemert voor zijn blik;
een reuzenstrijd brengt hem aan strand,
maar henen is zijn laatste kracht!
En thans, nog dwaas en stom van schrik,
en d'eedle gloed in 't hart gesmacht,
aanschouwt hij, machtloos, van de ree,
die boze zee, - de levenszee!

De Eerste Verzenbundel

schrijver

Geschreven door Dora om 17:28 Reageer op dit bericht

middel-eeuw

Een gedicht van Jacobus van Looy 1855-1930

MIDDEL-EEUW

Op Mijner Wereld regel-rechte banen
Pronk-volkren trekken op ter Kathedrale
Kaproen, pij, toog; kazuifel, filigrane
Mijter; dorpers-rood, rood van kardinalen.
In val en dreun van canonieke schalen,
Man-basse', in wierook knapen als sopranen;
Naar 't donker dienen boven de missalen
Schreed heer en knecht, met kruis, reliek en vanen
Al boven 't stijve stoeten van de lieden
Zag ik in 't kerk-aanzicht, de Maged, hoog
In 't glas-gebrand, nacht-purper ossen-oog,
Haar smartlijk hart gelijk een bloem aanbieden.
't Ruim rookt', 't goud smeuld', de Maagd het Hart
hield bloot...
En 't storremde ál in ene ren van rood.

Gedichten.(1884-1925)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:07 Reageer op dit bericht

hei

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Morgen op de hei

Ik loop langs hei - die ligt in diep azuur
Van zomerhemel rondom neergespreid -
Kleurwarme hei: een brokje oneindigheid
Van kruid en bloem, zover ik mijmrend tuur.

Wereld en mensen weg... Alleen natuur
Zo pas gegleên uit rijk van rustigheid
Met glimlach ongerept: stille innigheid
Van nijver leven in het morgenuur.

Ik schroom te treden op het purprend bruin;
Ik schroom de voet te zetten op het mos
Zo gul aaneengegroeid.... Het lijkt me een bos
Vol lommerpaadjes, of een feeëntuin
Priëelig groen en koel. - Een mensenvoet
Vertreedt zo licht... en weet niet dat hij 't doet.

Serena (1898)

schrijver

Geschreven door Dora om 15:54 Reageer op dit bericht

liedje

Een gedicht van Jacobus van Looy 1855-1930

EEN LIEDJE VAN ZEBEDEUS

Nu komt ze van de bron
En gaat ze door de zon,
Licht, tip-top, roze en ros,
Haar gloênde harendos.

En waar de boomstam staat,
Gegroefd als'n oud gelaat,
Spitst ze haar kin naar boven,
Waar al de lovers stoven.

'k Wou het liep al zo naakt
Wat recht is, welgemaakt,
En wandelde in de zonne...
En de rest in capuchonnen.

Gedichten.(1884-1925)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:52 Reageer op dit bericht

koekoek

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

KOEKOEK

Als de vroege koekoek roept
En de lijster, onder 't fluiten
Van de rode bessen snoept,
Loop ik ook mijn woning uit en
Fluit in zonnige' ochtend buiten,
Waar ik zoeter luiden zoek
Dan de lijsters kunnen fluiten,
Dan de koekoek roept: Koekóék!

Koekoek vroeg in 't koele bos,
Lijster in de groene struiken,
Roep de blauwe blinden los
Die een venster hóóg beluiken,
Waar de wingerd-ranken sluiken
Bleek van blaren, teer van tros,
Lijster in de groene struiken,
Koekoek roep de blinden los!

Natuur en leven, S.L. van Looy, Amsterdam(1900)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:08 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten