Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

reiger

Inspiratie

 

Ik was op de fiets

En toen zag ik iets

Het was een reiger

Die stond bij een steiger

Hij zocht naar vis

Dan sla je op de steiger

Vast niet de plank mis

Een reiger die een vis kon krijgen

Die staat niet echt te hijgen

Hij neemt een flinke hap

En dat is geen grap

Je ziet de vis door z’n strot

naar beneden glijden

Ach, nu moest er een vis lijden

Omdat die reiger geen honger wou lijden

Zo is het in de dierenwereld

De één vreet de ander op

En zo blijft de natuur in evenwicht

Maar soms is het wel een zielig gezicht!

 

 

Geschreven door Dora om 09:45 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

poeta

Een gedicht van Boudewijn Büch

Casa del poeta tragico

De slaaf ligt in zijn schrik gestold.
Uit marmer lees ik keizers en de rijken.
De lavapaden langs omhoog gestold,
wil ik jouw naam op de hemel vergelijken.

Er zijn slechts dieptes in dit gruis,
fragmenten van verbannen muren,
contouren van een kaartenhuis:
de dood is zichtbaar in kwetsuren.

Je bent er tóch. Bij het forum op de trap,
dicht aan een kratertrap waar zwavel suist
of in de wanden waar een weemoed huist.

Er is een nacht, een landschap
waar geschiedenis werd ongelegen.
Zij liet de droefheid achterwege.


---------------------------------------------
uit: In gedichten, 2004

schrijver

Geschreven door Dora om 11:48 Reageer op dit bericht

spreken

Een gedicht van Paula Hagenaars

Laat stilte spreken

Als woorden te vaak
gezegd zijn
zal zwijgen
de juiste toon raken

laat stilte spreken
tot onze harten weer
dezelfde taal verstaan.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:17 Reageer op dit bericht

zonnebloem

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Zonneblom

Hoogopstrevende zonneblom,
Uw sterke stralenschijven
Wendt gij naar de hemel om,
Weet zon en bloem te blijven.
Zonneblom in zonneschijn,
Zal mijn ziel ooit anders zijn?

De Noodhoorn (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:09 Reageer op dit bericht

grijze

Een gedicht van Reinier van Genderen 1886-1942

Uit grijze hemel

Uit grijze hemel valt de regen,
De vogels dempen nu hun lied,
Maar nimmer weifelt, draalt de zegen,
Die rust op heel dit schoon gebied.

De grond is arm, als menig hart,
En zo gebaat bij malse regen,
En ginder, achter wolken, mart
De goede zon met al haar zegen.

O somber, toch zinrijk verleden,
Dat immer ver en verder wijkt,
Gezegend is het zonnig heden,
Waarover nooit een schaduw strijkt.

De Gids jaargang 1936

schrijver

Geschreven door Dora om 10:59 Reageer op dit bericht

raad

Een gedicht van P.A. de Génestet 1829-1861

Vrome raad

Neem álles aan; dat’s ’t beste deel –
Ook financiëel.

Leekedichtjes

schrijver

Geschreven door Dora om 21:26 Reageer op dit bericht

veldbloem

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Veldbloem en kasbloem

De bloemekes langs de wegen,
Die ken ik meest allen bij naam;
Zij lachen mij vriendelijk tegen,
Zij groeten mij al te zaam.

De bloemen achter de ramen,
Omdat ik haar namen niet weet,
Die schijnen zich mijner te schamen,
En momplen: "Die domme poëet!"

Uw dienaar, preutse prinsessen!
Gij zijt schoon, zijt bevallig, vol vuur;
Maar gij eist nog al vijven en zessen,
En verkoopt uwe gunsten wat duur.

Pronkziek volkje uit Japan en Bengalen!
Dingt om prijzen van zilver en goud.
Ik wil ook u mijn hulde betalen;
Maar mijn hart, o, mijn hart laat gij koud.

Goedendag, Madeliefje! Gouddropje!
Erenprijsje, zo zedig en zacht!
Zeg eens gauw: sliept gij zoet in uw knopje,
En wat weer of gij heden verwacht?

"Goede morgen! Wij sliepen als rozen;
En het weer wordt vandaag vast heel mooi.
'k Heb een plaatsje aan uw knoopsgat gekozen,
Waar ik, stervend, mijn bladertjes strooi."

Madelieven (1869)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:32 Reageer op dit bericht

levenszee

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Ter Levenszee

De jonge zeeman stapt aan boord:
het vaartuig danst in wilde lust;
daar spant de zeewind ieder koord,
wijl ieder zeil in ronding zwelt.
De morgenzonne kust en sust
het kleurig deinend waterveld,
der borst ontgalmt een breed 'hoezee!'
ter schone zee, - ter levenszee!

De kloeke maat, met glanzend oog,
aanschouwt de grootse oneindigheid,
oneindig diep, oneindig hoog,
oneindig ver in 't vlak verschiet.
Maar hij, ten drieste kamp bereid,
- want vrezen, aarzlen kent hij niet -
voert eindeloze geestdrift mee
ter wijde zee, - ter levenszee!

Doch aaklig komt het stormweer op:
een huivring gaat langs d'oceaan...
Hij jubelt op der golven top
en tergend wordt zijn overmoed.
Doch, ras is 't met de knaap gedaan;
daar faalt zijn hand, daar mist zijn voet!
Een golfslag rukt hem redloos mee,
naar 't diep der zee - der levenszee!

Een plank! Hij grijpt ze en roept, ontzet:
'Ter hulpe!' Och verre is 't vaartuig heen!
Waarom die dwaze toch gered?
Wat zocht hij anders dan de dood? -
Nu dobbert hij daar gans alleen;
maar 't bloed is warm, de kracht is groot,
en moedig streeft hij naar de ree,
langs 't vlak der zee - der levenszee...

Zo duurt en duurt het immer voort;
zijn arm wordt zwak en koud zijn hart.
Hij roept: geen echo die hem hoort,
geen lichtbaak in het vergezicht!
En, razend schier van spijt en smart,
nog eens de blik omhoog gericht,
dan, met een laatste zielebeê,
in d'afgrond neer der levenszee!

Maar, zie! Een flikkring toont hem land;
de redding schemert voor zijn blik;
een reuzenstrijd brengt hem aan strand,
maar henen is zijn laatste kracht!
En thans, nog dwaas en stom van schrik,
en d'eedle gloed in 't hart gesmacht,
aanschouwt hij, machtloos, van de ree,
die boze zee, - de levenszee!

De Eerste Verzenbundel

schrijver

Geschreven door Dora om 17:28 Reageer op dit bericht

middel-eeuw

Een gedicht van Jacobus van Looy 1855-1930

MIDDEL-EEUW

Op Mijner Wereld regel-rechte banen
Pronk-volkren trekken op ter Kathedrale
Kaproen, pij, toog; kazuifel, filigrane
Mijter; dorpers-rood, rood van kardinalen.
In val en dreun van canonieke schalen,
Man-basse', in wierook knapen als sopranen;
Naar 't donker dienen boven de missalen
Schreed heer en knecht, met kruis, reliek en vanen
Al boven 't stijve stoeten van de lieden
Zag ik in 't kerk-aanzicht, de Maged, hoog
In 't glas-gebrand, nacht-purper ossen-oog,
Haar smartlijk hart gelijk een bloem aanbieden.
't Ruim rookt', 't goud smeuld', de Maagd het Hart
hield bloot...
En 't storremde ál in ene ren van rood.

Gedichten.(1884-1925)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:07 Reageer op dit bericht

hei

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Morgen op de hei

Ik loop langs hei - die ligt in diep azuur
Van zomerhemel rondom neergespreid -
Kleurwarme hei: een brokje oneindigheid
Van kruid en bloem, zover ik mijmrend tuur.

Wereld en mensen weg... Alleen natuur
Zo pas gegleên uit rijk van rustigheid
Met glimlach ongerept: stille innigheid
Van nijver leven in het morgenuur.

Ik schroom te treden op het purprend bruin;
Ik schroom de voet te zetten op het mos
Zo gul aaneengegroeid.... Het lijkt me een bos
Vol lommerpaadjes, of een feeëntuin
Priëelig groen en koel. - Een mensenvoet
Vertreedt zo licht... en weet niet dat hij 't doet.

Serena (1898)

schrijver

Geschreven door Dora om 15:54 Reageer op dit bericht

liedje

Een gedicht van Jacobus van Looy 1855-1930

EEN LIEDJE VAN ZEBEDEUS

Nu komt ze van de bron
En gaat ze door de zon,
Licht, tip-top, roze en ros,
Haar gloênde harendos.

En waar de boomstam staat,
Gegroefd als'n oud gelaat,
Spitst ze haar kin naar boven,
Waar al de lovers stoven.

'k Wou het liep al zo naakt
Wat recht is, welgemaakt,
En wandelde in de zonne...
En de rest in capuchonnen.

Gedichten.(1884-1925)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:52 Reageer op dit bericht

koekoek

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

KOEKOEK

Als de vroege koekoek roept
En de lijster, onder 't fluiten
Van de rode bessen snoept,
Loop ik ook mijn woning uit en
Fluit in zonnige' ochtend buiten,
Waar ik zoeter luiden zoek
Dan de lijsters kunnen fluiten,
Dan de koekoek roept: Koekóék!

Koekoek vroeg in 't koele bos,
Lijster in de groene struiken,
Roep de blauwe blinden los
Die een venster hóóg beluiken,
Waar de wingerd-ranken sluiken
Bleek van blaren, teer van tros,
Lijster in de groene struiken,
Koekoek roep de blinden los!

Natuur en leven, S.L. van Looy, Amsterdam(1900)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:08 Reageer op dit bericht

de maagd

Een gedicht van Johan Danser 1893-1920

De maagd

Mijn leven streeft, een snel-vlietende stroom,
Naar 't schriklijk eind, de onbekende dood.
Nader, rusteloos nader: en mijn schoot
Droeg nimmer vrucht, mijn zoetste droom bleef droom.

Het baat niet of ik het beseffen schroom,
Het baatte ook niet dat ik de mensen vlood:
Des nachts ga ik van zware smarten groot
En maakt een hete dorst mijn leden loom.

Dan gaat mijn peinzen langs mijn lege jeugd,
Langs de ijdele uren onbewust doorweend
Toen mijn smalle lichaam rijpte tot vrouw,

En wat daarna kwam: langs mijn korte vreugd,
De hoop van eenmaal met een man vereend
Te zijn, langs al wat nooit gebeuren zou.

Gedichten (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:23 Reageer op dit bericht

stilte

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Stilte voor de storm

Wat brengt mijn tijd?
Géén wilde bewogenheid,
Géén hand zich welvend boven de ogen,
Of stem die opgetogen
Om nieuwe morgens schreit;

Maar slechts een dromend turen
Naar heengevloden uren.
Wellicht is hun ontgleden,
Bij ’t traag teruggetreden,
Iets schoons, dat wij ons kozen. –
Wij rapen twijgen, vruchten, rozen.

Herscheppingen -- Bekentenissen

schrijver

Geschreven door Dora om 20:38 Reageer op dit bericht

zonnetje

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

GIJ ZIJT ME ALS 't ZONNETJE

Gij zijt me als 't zonnetje in de mei,
Zo lieflijk, rein en goed,
Dat bloemen strooit in bos en wei,
En vogels zingen doet;
Toch schildren zon en lentedag
U trouwe liefde niet,
Mijn engel met uw zoeten lach,
Mijn leven en mijn lied!

Vaak is een Meidag koud en grijs:
Zoo dikwerf schuilt de zon,
En geeft de tere bloempjes prijs,
Die ze in de morgen won;
Bij u haalt meenge lentedag
In trouwe liefde niet,
Mijn engel met uw zoeten lach,
Mijn leven en mijn lied!

Gij zijt me als 't zonnetje in de mei,
Zo lieflijk, rein en goed:
Dat brengt gebloemte in bos en wei,
Gij vreugde in mijn gemoed;
Hoe licht en zonnig iedre dag,
Wanneer mijn oog u ziet,
Mijn engel met uw zoete lach,
Mijn leven en mijn lied!

De oude huisvriend(1882)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:37 Reageer op dit bericht

vrienden

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Twee vrienden

De maan maakt de nacht tot een sneeuwwit veld.
een man heeft zijn vriend van zijn leven verteld:

er is door dit spreken een wonder gebeurd:
hun harten zijn zozeer eender gekleurd

dat de een als hij soms naar de ander ziet
bij zichzelve zegt: maar ben ìk dat niet?

een vrouw; nog een vrouw; een verterend gemis.
het is alsof alles ten einde is:

want één hart blijft thuis en één hart gaat op reis
maar geen van twee vindt het Paradijs.

verzamelde gedichten (1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:05 1 reactie Reageer op dit bericht

hart

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

EEN HART VAN GOUD

Mijn liefste heeft haar gouden hart
In mijne hand gegeven;
Zó gaan wij, één in vreugde en smart,
Te samen door het leven.

Dat gouden hart, mijn beste goed,
Trouw zal ik het bewaren,
Beschermen met mijn lijf en bloed
In zorgen en gevaren.

Het gouden harte mijner bruid,
Daar gaat geen kleinood boven,
't Maakte al mijn heil, mijn leven uit;
De dood slechts kan 't mij roven.

De Banier, 5(1879)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:18 Reageer op dit bericht

voorzang

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Voorzang

Er onstaat in mijn hart een nieuwe liefde,
Stil en groot,
Die, evenals een bloem verhief de
Stengel en kelk, zo schoot
Door mijn borst, en door mijn ogen kliefde
Zich de weg, en bood
Zich aan mijn ogen bloot: een nieuwe liefde.

En nu zie ik mijn nieuwe liefde,
Die zich ontweefde
Aan het kristal
Van mijn ogen, door het Heelal
Gaan, alsof een Wezen daar zweefde,
En ik roep uit met zachte schal:
‘Wie zijt gij, mijne liefde?’

En zij zegt tot mij
met een stem zo helder als kristal
En goud, recht staande:
‘Ik ben de liefde
Van uit uw borst gekomen,
De Liefde voor 't Heelal.’

En zacht gaat henen mijn klare Geliefde,
Henen naar de Mensheid.
En zij schijnt als waaraan geen grens leit,
Liefde.

En zal ik 't u vertellen? - mijne liefde,
Die is de Alles omvattende Liefde,
Gaat voor mij uit, heen door de grote zaal -
En ik volg haar - van het stralend Heelal.

En toen is 't of zij, als een gordijn, hief de
Lucht, en ik zag daar voor ons als kristal,
Stralend en donker, en donker als de straal
Van licht in sneeuw en regen, Mensen die leefden.

‘Ziet gij die slaven in hun zwarte ellende?’
Zei zij tot mij met een stem klaar van liefde, -
En zij werd één met hen in zachte liefde, -
‘Die was het die uwe liefde niet kende.’
En ik werd één met haar oneindige liefde,
En met haar zelve, liefde zonder einde.

Zij is de Nieuwe Liefde.
Zij is de Zon
Van uit de Bron
Der Menschheid.

Pan (1912)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:03 Reageer op dit bericht

voorjaarskoelte

Een gedicht van J.P.Heije 1809-1876

VOORJAARSKOELTE

Zoele, koele Zuidenwind,
Bode! wie ons hart bemint,
Draagt gij op uw vleuglenpaar
Niet de schoonste tijd van 't jaar?

Bloemengeuren, fris en zoet,
Brengt gij, als der Lente groet;
Vogelfluiten, bladgeruis,
Smelten in uw wiekgesuis.

Goede vriend, zo lang verwacht!
Zeg ons! waait ge dag en nacht?
Kom dan 's nachts ook zonder schroom,
En omzweef ons in de droom!

schrijver

Geschreven door Dora om 16:51 Reageer op dit bericht

hart

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

En hoort uw hart

En hoort uw hart: hoort gij uw hart niet slaan ?
Daar is de maat waarop uw dagen dansten.
Niet wen gij waart met weelden overlaên
of dronken van een overmoed'ge waan,
stond ge in de rei die blijde tijd omkranste.

Brandde in uw brein al 't lijden dat het droeg
leg op uw hart uw hand, en gij zult horen
al de geheimen die, nog ongeboren,
zich voeden als aan een aren-zware voren
gesneden door uw pijn, o klare ploeg.

Niet gij beschikt de zwaarte van de schoven
en buiten u wordt alle zaad gekeurd.
Tracht in u-zelf berustend te geloven,
aldaar ge uw hart, aldaar ge uw bloeme beurt,
indachtig dat geen roos in de ijlte geurt.

God aan zee (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:05 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten