Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

stilte

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Stilte voor de storm

Wat brengt mijn tijd?
Géén wilde bewogenheid,
Géén hand zich welvend boven de ogen,
Of stem die opgetogen
Om nieuwe morgens schreit;

Maar slechts een dromend turen
Naar heengevloden uren.
Wellicht is hun ontgleden,
Bij ’t traag teruggetreden,
Iets schoons, dat wij ons kozen. –
Wij rapen twijgen, vruchten, rozen.

Herscheppingen -- Bekentenissen

schrijver

Geschreven door Dora om 20:38 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

zonnetje

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

GIJ ZIJT ME ALS 't ZONNETJE

Gij zijt me als 't zonnetje in de mei,
Zo lieflijk, rein en goed,
Dat bloemen strooit in bos en wei,
En vogels zingen doet;
Toch schildren zon en lentedag
U trouwe liefde niet,
Mijn engel met uw zoeten lach,
Mijn leven en mijn lied!

Vaak is een Meidag koud en grijs:
Zoo dikwerf schuilt de zon,
En geeft de tere bloempjes prijs,
Die ze in de morgen won;
Bij u haalt meenge lentedag
In trouwe liefde niet,
Mijn engel met uw zoeten lach,
Mijn leven en mijn lied!

Gij zijt me als 't zonnetje in de mei,
Zo lieflijk, rein en goed:
Dat brengt gebloemte in bos en wei,
Gij vreugde in mijn gemoed;
Hoe licht en zonnig iedre dag,
Wanneer mijn oog u ziet,
Mijn engel met uw zoete lach,
Mijn leven en mijn lied!

De oude huisvriend(1882)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:37 Reageer op dit bericht

vrienden

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Twee vrienden

De maan maakt de nacht tot een sneeuwwit veld.
een man heeft zijn vriend van zijn leven verteld:

er is door dit spreken een wonder gebeurd:
hun harten zijn zozeer eender gekleurd

dat de een als hij soms naar de ander ziet
bij zichzelve zegt: maar ben ìk dat niet?

een vrouw; nog een vrouw; een verterend gemis.
het is alsof alles ten einde is:

want één hart blijft thuis en één hart gaat op reis
maar geen van twee vindt het Paradijs.

verzamelde gedichten (1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:05 1 reactie Reageer op dit bericht

hart

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

EEN HART VAN GOUD

Mijn liefste heeft haar gouden hart
In mijne hand gegeven;
Zó gaan wij, één in vreugde en smart,
Te samen door het leven.

Dat gouden hart, mijn beste goed,
Trouw zal ik het bewaren,
Beschermen met mijn lijf en bloed
In zorgen en gevaren.

Het gouden harte mijner bruid,
Daar gaat geen kleinood boven,
't Maakte al mijn heil, mijn leven uit;
De dood slechts kan 't mij roven.

De Banier, 5(1879)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:18 Reageer op dit bericht

voorzang

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Voorzang

Er onstaat in mijn hart een nieuwe liefde,
Stil en groot,
Die, evenals een bloem verhief de
Stengel en kelk, zo schoot
Door mijn borst, en door mijn ogen kliefde
Zich de weg, en bood
Zich aan mijn ogen bloot: een nieuwe liefde.

En nu zie ik mijn nieuwe liefde,
Die zich ontweefde
Aan het kristal
Van mijn ogen, door het Heelal
Gaan, alsof een Wezen daar zweefde,
En ik roep uit met zachte schal:
‘Wie zijt gij, mijne liefde?’

En zij zegt tot mij
met een stem zo helder als kristal
En goud, recht staande:
‘Ik ben de liefde
Van uit uw borst gekomen,
De Liefde voor 't Heelal.’

En zacht gaat henen mijn klare Geliefde,
Henen naar de Mensheid.
En zij schijnt als waaraan geen grens leit,
Liefde.

En zal ik 't u vertellen? - mijne liefde,
Die is de Alles omvattende Liefde,
Gaat voor mij uit, heen door de grote zaal -
En ik volg haar - van het stralend Heelal.

En toen is 't of zij, als een gordijn, hief de
Lucht, en ik zag daar voor ons als kristal,
Stralend en donker, en donker als de straal
Van licht in sneeuw en regen, Mensen die leefden.

‘Ziet gij die slaven in hun zwarte ellende?’
Zei zij tot mij met een stem klaar van liefde, -
En zij werd één met hen in zachte liefde, -
‘Die was het die uwe liefde niet kende.’
En ik werd één met haar oneindige liefde,
En met haar zelve, liefde zonder einde.

Zij is de Nieuwe Liefde.
Zij is de Zon
Van uit de Bron
Der Menschheid.

Pan (1912)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:03 Reageer op dit bericht

voorjaarskoelte

Een gedicht van J.P.Heije 1809-1876

VOORJAARSKOELTE

Zoele, koele Zuidenwind,
Bode! wie ons hart bemint,
Draagt gij op uw vleuglenpaar
Niet de schoonste tijd van 't jaar?

Bloemengeuren, fris en zoet,
Brengt gij, als der Lente groet;
Vogelfluiten, bladgeruis,
Smelten in uw wiekgesuis.

Goede vriend, zo lang verwacht!
Zeg ons! waait ge dag en nacht?
Kom dan 's nachts ook zonder schroom,
En omzweef ons in de droom!

schrijver

Geschreven door Dora om 16:51 Reageer op dit bericht

hart

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

En hoort uw hart

En hoort uw hart: hoort gij uw hart niet slaan ?
Daar is de maat waarop uw dagen dansten.
Niet wen gij waart met weelden overlaên
of dronken van een overmoed'ge waan,
stond ge in de rei die blijde tijd omkranste.

Brandde in uw brein al 't lijden dat het droeg
leg op uw hart uw hand, en gij zult horen
al de geheimen die, nog ongeboren,
zich voeden als aan een aren-zware voren
gesneden door uw pijn, o klare ploeg.

Niet gij beschikt de zwaarte van de schoven
en buiten u wordt alle zaad gekeurd.
Tracht in u-zelf berustend te geloven,
aldaar ge uw hart, aldaar ge uw bloeme beurt,
indachtig dat geen roos in de ijlte geurt.

God aan zee (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:05 Reageer op dit bericht

liefde

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

HEIMELIJKE LIEFDE (Spaansch liedeken)

Toen 'k gister, als de nacht begon,
Zacht klopte aan liefjes deur,
Ontwaakte een bloem in haar balkon
En spreidde zoete geur,
Maar eer de liefde aan scheiden dacht
Bij 't scheemrend morgenlicht,
Sloot stil de priesteres der nacht
Haar purpren bloemkroon dicht.

Wanneer de zoete nacht verdwijnt,
De zon in 't Oosten gloort,
En heel de buurt opnieuw verschijnt
En snapt aan deur en poort,
Dan schenkt mijn liefste op markt en straat
Haar minnaar blik noch groet:
De schalke zegt, dat ze om de praat
Gelijk de nachtbloem doet.

Astrea, 1(1881)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:27 Reageer op dit bericht

de hulst

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

De Hulst

Hij is vol waardigheid de dorpsschoolmeester,
Staat glanzend aan de rand der maatschappij,
Betuttelt alles en hoort nergens bij,
En is van komaf een gewone heester.

Hij heeft zich dan maar prachtig opgewerkt!
Daarom heeft hij zo’n stekelige glimlach.
Hij zag alleen wat in de lijn der klim lag.
En verder is zijn kennis maar beperkt.

Hij neemt de ruimte op zijn geboortegrond,
Waarop ook anderen hun voordeel zoeken.
Zeker, hij gunt hun dat, máár – er is rang!

Hij zegt niet veel, docht heeft een kwade mond,
En die tot oppositie zich verkloeken
Krijgen een grauw, en worden klein en bang.

Spiegelbeelden (1937 - 1938)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:39 Reageer op dit bericht

kindje

Een gedicht van C.S. Adma van Scheltema 1877-1924

Kindje

Kindje! Dat zacht met je vlasblonde popje
Speelt, je rein stemmetje kan nog niet schreien,
't Lacht nu en zingt in moederlijk verblijen
Tederlijk voor popje een liedje, - je kopje

Wiegt als een bloemetje, dat bij het glijen
's Avonds van de avondwind, 't zijige knopje
Deint, en vleiende van de zon nog 'n dropje
Krijgt van haar wijn, om welig te gedijen.

Kindje! Nu wiegt het leven je in zijn
Brede armen, als een popje zo zacht, je
Ogen zijn bloemen, het daglicht dat lacht je
Moederlijk toe - het sterke leven wacht je,

Mocht eenmaal - o! Kindje moge altijd mijn
Liefde als 'n krans muziek om je hoofdje zijn!

Verzamelde gedichten (1934)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:15 Reageer op dit bericht

volksheld

Een gedicht van Rosalie en Virginie Loveling
1834-1875 en 1836-1923

Onze volksheld

Wij voelen het vaderlands harte
Wel fier in de boezem slaan,
Als we aan de voet van zijn standbeeld,
Op zijn geboortegrond staan;
Wie herroept zich niet in 't geheugen
Zijn feiten, zijn heldendaân?

Wij roemen zijn hoge gaven,
Zijn burgerdeugd, zijn moed:
Hij offerde aan 's lands belangen
En rust en goed, zijn bloed.
Wat wonder als 't zicht van zijn beeltnis
Ons harte kloppen doet?

Wij gieten zijn trekken in 't koper,
Wij beitlen ze in marmersteen;
Hij ligt in het graf onverschillig,
Sinds eeuwen in 't graf alleen.
Hij is vóór zijn tijd gestorven:
Wie zond hem zo vroeg daarheen?

In 't leven slecht begrepen,
Veracht, miskend, gehoond,
En na de dood met lauwren
Door 't nageslacht gekroond:
Ziedaar hoe men de daden
Van grote mannen loont.

0 laat ons liever de blikken
Beschaamd ten gronde slaan,
Wanneer wij zitten gebogen
Over onze geschiedenisblaân;
Of aan de voet van zijn standbeeld
Met vriend of vreemdling staan.

Onze volksheld sluimert in de aarde,
Zijn rust zij er niet gestoord,
Want wat wij hem misdeden
Is schandlijk, ongehoord:
Wij hebben hem vals beschuldigd,
Wij hebben hem wreed vermoord.

Gedichten van Rosalie en Virginie Loveling (1877)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:51 Reageer op dit bericht

sterkte

Een gedicht voor mensen die ziek zijn of het moeilijk hebben
Ergens gelezen en nu hier geplaatst

Sterkte ..

Een kaartje om te laten weten
wie ziek is wordt hier niet vergeten
Deze kaart en deze bloemen
doen hun warme werk
ze fleuren je op
ze laten je leven
ze maken je weer gezond en sterk
het is geen pretje om ziek te zijn
maar lachen is toch het beste medicijn

Hierbij een bont boeketje
Van alles door elkaar
En mocht je piekeren, lieve ....
Dan kijk je hier maar naar
Wij hopen dat je heel, heel snel
Weer helemaal hersteld
Want heus, alleen gezondheid
Is wat in 't leven telt

Een warme wens
en een bloemenboeket
om je een beetje op te beuren
wij hopen voor jou een spoedig herstel
zodat je snel weer op zult fleuren

Ook al zit 't even tegen
blijf vertrouwen in jezelf
blijf geloven in de goede dingen
je herstel komt dan vanzelf

Je voelt je vermoeid
je voelt je niet prettig
het ontbreekt je vandaag aan moed
daarom stuur ik je dit lieve kaartje
dan gaat het je morgen
vast wel weer goed                       



bloemen

Geschreven door Dora om 21:30 Reageer op dit bericht

woorden

Zomaar een gedichtje...ergens gelezen


bloemen

Woorden in de stilte

Hier loop ik alleen op straat
de woorden die in mijn hoofd zitten zeggen niks
Niks omdat ze mijn gevoel niet omschrijven
De mysterie ligt diep verborgen
Sluipend als een wezen door mijn ziel
En de minuten op de klok tikken weg
zodat ik weet hoe laat het is

Geschreven door Dora om 22:00 Reageer op dit bericht

de speleman

Een gedicht van Omer Karelde Laey 1876-1909

De speleman

's Avonds op de markt en in de
zoelte, met 'n volle kan
gerstebier, bezijds z'n voeten,
zat 'n vreemde speleman.

En hij vlocht z'n vlugge vingers
door het spannig snarenspel,
dat z'n gulden harpe bromde,
lijk 'n zware kerkebel.

Lustig zong hij, en z'n kele
zwolg en zwol in 't groen gestraal
van de volle mane, lijk de
gorgel van 'n nachtegaal.

Rond hem, op de lippen van de
mensen, speelde 'n blij gelach,
en de jongens klepten hun san-
dalen mee, op mateslag.

't Lied was ten einde, en z'n harpe
trilde stervend uit en zweeg.
Dorstig greep hij naar de kan en,
smekkend trage, dronk ze leeg.

"Het Werk van Omer K. De Laey". Uitgeverij Lannoo, Tielt (1941-1942).

schrijver

Geschreven door Dora om 12:38 1 reactie Reageer op dit bericht

ander

Een gedicht van Wilhelm G. van Focquenbroch

Ander

Hier ligt in 't onderaardse hok,
Het rift van d’arme Mr. F.
Begraven onder deze koorsteen:
Hij was geboren t' Amsterdam,
Zo zwart als een Westfaalse ham,
Doorrookt gelijk zijn besjes schoorsteen.
De rook was ook zijn element,
Waardoor hij menig parkement
Heeft om de damp aan stuk gekorven.
Hij hemeld' op een donderdag;
Had hij gewacht tot zaterdag,
Hij was zo vroeg nog niet gestorven.

-------------------------------------
ander - nl. een ander grafschrift
hok - ruimte
rift - lijk
koorsteen - grafsteen in het koor van de kerk
besje - grootmoeder
ook - dan ook
parkement - tabaksblad

schrijver

Geschreven door Dora om 19:22 Reageer op dit bericht

grafschrift

Een gedicht van Wilhelm G. van Focquenbroch

Grafschrift

Van Mr. F.

Van Mr. F. ligt 't lichaam in dees kas;
Die veel van rook en damptuig heeft geschreven.
Die steeds met rook geleek 's mensen leven,
't Geen als een rook verdwijnt en wordt tot as.
Zijn geest is ook als rook omhoog gedreven,
Gelijk zijn rif hier is tot as gebleven;
Alsof het maar verbrande toebak was.

---------------------------------------------------------
Mr. F. - Focquenbroch was meester in de medicijnen.
kas - kist
rif - lijk
toebak - tabak

schrijver

Geschreven door Dora om 14:58 Reageer op dit bericht

konijntje

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Konijntje

Konijntje kan zijn oortjes stellen,
Konijntje kan zijn oogjes schuinen,
heeft al zeven springgezellen
om te hollen op de duinen.
Langoor, Schuinoog, Huppelbeentje
droomt nu in zijn eentje.

Onze baby's (1920)


schrijver

Geschreven door Dora om 10:54 1 reactie Reageer op dit bericht

twintigste eeuw

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Twintigste eeuw

Wij zijn zo jong niet als wij doen geloven.
Ik ben: hoe oud wel? jij haast twintig jaar.
Achter dit lage voorhoofd, onder 't kroezig haar
dat al je kammen breekt, drijft wèlk bereeknen boven?

Je weet, men moet niet altijd geven na beloven,
't gevaar van geven is dat elk bezit weegt zwaar.
Je hoofdje waakt, waakt sedert lang, nietwaar?
De droeve dwaas, die meent je hart te roven!

De najaarsvliegen laten zich niet vangen
door de belijmde strook die van de lamp afhangt -
en 't leven heeft zo véél niet uit te hangen!

Een kind als jij en ik mag vrijuit spelen,
overal, met de zekerheid dat niets hem vangt,
overal, met de vrees zich elders te vervelen.

----------------------------------
uit: Rose en geel (Parlando 1930)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:34 Reageer op dit bericht

een kind

Een gedicht van Virginie Loveling 1836-1923

Ter nagedachtenis van een kind

Het was een engeltje uit Gods tuin,
Dat hier kwam neergevlogen,
Met zoet gelaat en kroeselhaar,
En hemelglans in de ogen.

En de oudren juichten om dat kind,
Het enig hun gegeven ;
Zijn lach, zijn kus, zijn schaterend spel,
Zijn liefde was hun leven.

Zij drukten 't aan hun kloppend hart,
Zij wilden 't hier behouden.
Zij zeiden, dat zij 't volst genot
Der aard hem schenken zouden.

0 moederliefde, o vadermin,
Wat kon het meer behoeven
Maar... 't hoorde aan hoger sferen toe :
Het mocht hier niet vertoeven.

Het heeft zijn vlerkjes weer ontplooid,
Het is u gaan verbeiden,
En 't heil, dat gij hem geven woudt,
Zal 't ginds u voorbereiden.

Gedichten van Rosalie en Virginie Loveling (1877)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:50 1 reactie Reageer op dit bericht

meidag

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Meidag.

Nu draaide 't windje, met de zon,
Door 't oosten heen naar 't zuiden;
Dat is zo goed als 't wezen kon,
Voor boer en buitenluiden.
Het blaadje rolt zich uit de knop,
Het veld wordt groen, het zaad schiet op,
De nachtvorst zal 't niet plagen;
Wij krijgen warme dagen.

Wij hebben lang genoeg gezucht,
Als werden wij vergeten;
Daar komt opeens de zachte lucht...
Nu willen wij 't niet weten,
Maar menigeen heeft vaak gezegd:
Die kou is naar, dat weer is slecht!
Als moesten wij 't niet loven,
Als kwam het niet van Boven.

Nu staan wij daar beschaamd, niet waar?
Hoe zullen we ons verschonen?
De lucht is warm, de lente is daar,
Het groen komt zich vertonen.
Och, lieve Heer! zie gunstig neer!
Wij klagen nooit ons dagen meer;
Wij willen dankbaar leven;
Och Heer! wil ons vergeven!

Gedichten (2005)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:35 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten