Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

bui

Een gedicht van Anthony Winkler Prins 1817-1908

Bui

Grimmig snellen rondgerolde wolken,
Eindeloos grote kluwens, aan door 't blauw.
Doodse stilte! Toch, ze naadren gauw,
Scherp weerspiegeld in de molenkolken.

Schelle fonkling van miljoenen dolken;
Dan de donder; en, van regen lauw,
Schudt de wind de hechte molenbouw,
Loeit het rund, dat wegvlucht, ongemolken.

Zuiver, als geslepen edelstenen
In een rand van donker goud gevat,
Spiedt de klaproos door de halmen henen,

Glanst de koornbloem helder na het bad;
En het paard, met glimmend stijve benen,
Scheert de klaver, koel en druipend nat.

Sonnetten (1885)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:31 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

avondgeluiden

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

AVONDGELUIDEN

Er moeten witte hoeven achter de zoom staan
van de blauwe velden langs de maan
's avonds hoort gij aan de verre steenwegen
paardenhoeven
dan hoort gij alles stille waan
van verre maanfonteinen zijpelt plots water
- gij hoort plots het zijpelen
van avondlik water -
de paarden drinken haastig
en hinniken
dan hoort men weer hun draven stalwaarts

schrijver

Geschreven door Dora om 12:15 Reageer op dit bericht

half-maart

Een gedicht van W.L. Penning 1841-1924

Half-maart

Door klonter-sneeuw in bijna duister,
Na somb're dag zwoegt ge eenzaam voort;
In kolk of wolk, niets roert of ruist er;
Maar laag in 't West — zie schemerluister
Als rozetuin door avondpoort!

Daarheen, van 't nest op kille twijgen,
Rolt warm-vertrouwlijk meerlgefluit;
Als bloesem voelt ge een sneeuwvlok zijgen;
En hoor, om ons op streek te krijgen
Zond Lente al feestmuziek vooruit!

Levensavond (1921)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:10 Reageer op dit bericht

plekje

Een gedicht van Cornelis ten Hoet 1796-1832

Aan mijn geboorte-plekje

Heilige geboortegrond,
Plekje, waar mijn wieg eens stond,
Waar ik 's levens teedre jeugd
Heb doorleefd in reine vreugd!

Wonderschoon, bekoorlijk oord,
Dat de zangen hebt gehoord,
Waar, verrukt of weemoedsvol,
Eens mijn jonge borst van zwol!

Berg- en dal- en bronrijk land,
Waar ik, aan der liefde hand,
’t Heil, zo lang door mij gezocht,
Zoet en volop smaken mocht!

O, steeds voel ik mij verrukt,
Als mijn voet uw heuvlen drukt,
Of door uw valleien treedt,
En mijn blik uw omkreits meet.

Maar onrustig jaagt mij ’t hart;
‘k Word beklemd van heimwee-smart,
Van verlangens boezempijn,
Als ik ver van u moet zijn.

Heilige geboortegrond!
Tot mijn laatste levensstond
Hang ik aan u, als een kind,
Dat zijn moeder teer bemint.

Citherklanken (1832)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:21 Reageer op dit bericht

blij zijn

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Zal ik nu blij zijn

Zal ik nu blij zijn, enkel om bloemen,
Enkel om bloemen en lenteblauw?
Zal ik vergeten, nu bijen zoemen,
Zal ik vergeten waarom ik rouw?

Zal ik nu dromen, enkel om rozen,
Enkel om rozen en zonneschijn?
Zal ik vergeten mijn hart bevrozen?
Zal ik vergeten mijn wondepijn?

Zal ik nu zingen, om blauwe seringen,
Enkel om bloemen en anders niet?
Zal ik nu zingen, wijl meerlen zingen,
Zal ik nu zingen een meielied?

De Gids (1907)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:07 Reageer op dit bericht

knotwilg

Een gedicht van Th. van Ameide

De knotwilg

Wie 's levens moker maar getroost laat beuken,
doch in zich 't beeld bewaart, dat eens hem blonk,
die voelt wel eindlijk in zijn oude tronk
een vastheid groeien, die geen lot kan deuken.

Al staat hij krom en armelijk ontwricht
ergens alleen, ver van de blanke vlieten,
door iedre nieuwe lent gedreven schieten
lenige twijgjes naar het heilig licht.

Gans uitgehold en meer dan half gekloofd,
verwint zijn taaie leven alle wonden:
zijn gulden bloesems geuren in het ronde,
een zilvren blarenkrans omstraalt zijn hoofd.

schrijver 

Geschreven door Dora om 21:42 Reageer op dit bericht

Een gedicht van René de Clerq 1877-1932

Ria spreekt:

Liefste, kom uit,
de harde stenen uit.
Voel mee de teerheid van het kruid.
Hoor, is 't de merel, die daar fluit?

Bloemen, bloemen!
Ze blinken blank en rood en geel.
Een zacht viooltje ontluikt de steel.
Laat staan, er zijn er nog niet veel.

Zie, de linde,
levend goud om 't oude brons.
Er is al groen, getjilp, gegons. -
Zie de linde: zij bloeit voor ons.

En de wolken!
Ze varen hoog, ze varen gauw,
een zuiv're sneeuw van zee en dauw.
Wolken en zon in 't frisse blauw.

Liefste, kom uit,
de harde stenen uit.
Elkander tegen door het kruid!
Is de aarde niet als ik: een bruid?

Nagelaten gedichten (1937)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:25 Reageer op dit bericht

duister

Een gedicht van Hendrik Peeters 1825-1893

ZWART IS HET DUISTER

Zwart is het duister
Waarmee 't gewaad
Van 't middernachtuur
Onze aarde omslaat.

Hecht zich de ellende aan onze schreên,
Dan is het donker om ons heen.

Maar 't diepe duister
Van 's hemels trans
Geeft aan de sterren
Meer gloed en glans.

Wanneer de ellend' bij ons zich vest,
Dan kent men onze ziel het best.

Meibloesem (1847)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:07 Reageer op dit bericht

moederziel

Een gedicht van Bernard van Meurs 1835-1915

Moederziel alleen

Moederziel alleen ien 't huuske,
Leest ze bij 'et groote licht
(Kumt al gauw heur achtste kruuske,
Scharp, Goddank! blieft nog 't gezicht)
Leest ze ien 't Evangelieboek
Zonder bril nog even kloek.

Wâ ze leest? Ze leest de naomen
En de daotums, dag en jaor,
Van heur kienders, toen ze kwaomen,
Trouwden, stierven - allegaor;
Ook den daotum, naom en van
Van heur braoven zaolgen man.

Ielke naom deur haor gelezen
Brengt 'en leven veur den geest,
Dâ zoo dierbaor haor veurdezen
As heur leven is geweest;
Ielke daotum wekt ien 't hart
De ouwe moedervreugd en -smart.

En dan wordt ze diep bewogen:
Allen ziet ze veur zich staon,
Allen schouwt ze weer ien de oogen,
Allen sprêkt ze vriendlik aon. -
Starft ook alles um haor heen,
Een moeder-ziel is nooit alleen!

Kriekende Kriekseke (1894)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:55 Reageer op dit bericht

jaarfeest

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Elianes jaarfeest

’t Gedicht
Uit plicht
Gelukt niet licht,
Maar hinkt aan ijzren boeien:
’t Heeft vier,
Noch zwier,
Noch bloei noch tier,
En kruipt in plaats van vloeien.

Maar brandt
De hand,
Die ’t speeltuig spant,
Van ’t innig boezemgloeien;
Geen toon
Zo schoon
Bij mens en Goôn,
Dan die het hart ontvloeien.

Voor mij,
Ik wij’
Mijn Poëzy
Geen dorre plichtbetoning:
Haar lied
Klinkt niet
Op vreemd gebied;
De Dichtluim kent geen Koning.

Doch kon
Een bron,
Die eens begon,
Steeds onuitputbaar springen,
Hoe blij
Zou zij
Op ’t Feestgetij
Van Eliane zingen!

Dan ach!
Ik mag
Die blijde dag
Met geen gezang begroeten:
De smart,
Die ’t hart
Te fel benart,
Maakt Zang- en Speelkunst voeten.

Daar ’t leed
Zo wreed
De borst doorsneed,
En tranen drongen uit de ogen,
Zou daar
’t Bezwaar
De zangrige aâr
Niet tevens op doen drogen?

De gloed
Van ’t bloed
In zilten vloed
Van staâg geween verdronken,
Is al
’t Geschal
Van Feest of Bal
Niet weer in staat te ontvonken.

Neen, zang
Waar dwang
En hartgeprang;
Doch waar voor zuivre wensen
Ons heil
Slechts veil
In ’t hoogste peil,
Dan maakte u dit mijn hart de zaligste aller mensen.

De Dichtwerken XIII (1859)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:26 Reageer op dit bericht

verscheiden

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

VERSCHEIDEN

Een aarzlend reiken
Naar de overzij,
Een angst, een wijken,
Een: neen niet míj,

Nog één gedachte,
Een snelle droom,
Over het zachte
Van bloem en boom,

Een laatst verlangen
Naar akkerland,
Hoe de appels hangen,
Het najaar brandt;

Dan het doorwaden,
Het nieuwe pad,
't In Licht zich baden,
De poort der stad…

Wat hij van de aarde
Als liefste buit
Voor zich bewaarde,
Hier spruit het uit.

De armen vol rozen
En gloeiend fruit,
Over dit blozen
Gesprenkeld kruid,

Bekranst de haren,
En warm de kin
Drukkend in de aren,
Zo treedt hij in.

Het Aardsche paradijs (1927) Sproken

schrijver

Geschreven door Dora om 16:47 Reageer op dit bericht

maart

Een gedicht van J.J.A. Goeverneur 1809-1898

Maart

Nu gaat de felle koude
Al meer en meer voorbij
En komen wij al zachtjes
In ander jaargetij.

De zwarte spreeuwen komen
Terug naar 't oude nest,
En wandlen op de daken
En pruttlen al haar best.

Ook vangt weer 't moedig haantje
Met zijn schel kraaien aan,
Terwijl de lieve hennen
Druk aan het leggen gaan.

En legde er een haar eitje,
Dan is zij recht voldaan
En roept: Kijk, al weer eentje!
Is dat niet knap gedaan?

Maar Maart is ook een wilde gast,
Een windzak en een bulderbast;
Hij kan geweldig razen,
En 't is zijn allerhoogste pret,
Als hij gauw iemand hoed of pet
Zo maar van 't hoofd kan blazen.
Ook waar hij parapluutjes ziet,
Spaart hij die niet,
Maar keert - zo'n guit der guiten! -
Die, flap! het binnenst buiten,
Zodat het heertje daar op straat
Nu ook weer doodverlegen staat.

Daar klautert in zijn glimmend pak
Die zwarte man hoog op het dak,
Omdat geen enkel ziertje roet
Daar in de schoorsteen blijven moet;
En weet ge, wat de tuinman doet?
Hij is aan 't snoeien van de bomen,
Waaraan, is het eens zomertijd,
Dan zeker veel meer vruchten komen.

Het goede schaap heeft op het veld
Haar allereerste jong gekregen,
En de arme moeder staat verlegen,
Want 't sneeuwt en hagel met geweld,
En daar kan 't arme lam niet tegen.
Nu komt het meisje van de boer
En brengt aan de oude drank en voer,
En neemt haar mede naar de stal,
Waar 't lam ook veilig wezen zal.

De twaalf maanden van het jaar (1870)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:46 Reageer op dit bericht

Een gedicht van C.P. Tiele 1830-1902

VROEG IN D' OCHTEND.

Vroeg in d' ochtend wringt de roze
zich uit de enge zwachtels los,
Eenzaam, wijl nog alles sluimert,
tooit zij zich met purpren dos;

En zij zendt haar eerste geuren,
met haar Schepper nog alleen,
Op de wiek der morgenkoelte
dankbaar naar de hemel heen.

't Is te laat, als straks de wandlaar
ze afplukt, door haar schoon bekoord,
Als de vlinder, als het bijtje,
rustloos steeds, haar rust verstoort.

Zó in heilige ochtendstilte,
vrij van elk bespiedend oog,
Rijze, als frisse rozengeuren
ook uw eerste bede omhoog.

Als de nijvre zwerm der mensen
gonzend, straks de cel verlaat,
Of als de engel Gods u wegrukt,
dan, mijn kind, dan is 't laat!

1854.

Gemengde gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 14:10 Reageer op dit bericht

voorjaar

Een gedicht van Jan Campert 1902-1943

Voorjaar

De lente nadert en daarmee de lieve dromen;
het licht blinkt op het koel en vochtig gras.
Ik meen hieraan kan toch geen sterveling ontkomen,
alles wordt weer gelijk het altijd was.

De paarlemoeren lucht, de broze wiegel-twijgen
en na de regen het geuren van de grond,
de luwe voorjaarswind en het verrukte stijgen
der sterren aan het doorzichtig hemelrond.

Men kan zich daaromtrent bezwaarlijk meer vergissen,
want het ontvanklijk hart kent zijn bestemde tijd.
Het heeft een winter lang de warmte moeten missen,
waarnaar het hunkert, en het weet zich thans bereid.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:54 Reageer op dit bericht

repos

Een gedicht van Liewe Schipper 1808-1870

REPOS-AILLEURS

Als de baren u vervaren,
Op de onstuime zee,
Laat de hoop uw geest bedaren,
Op een stille ree;
Schoon de noodstorm u onthutst,
Elders rust.

Pelgrim, door de dorre zanden,
Van dees rampwoestijn!
Laat de dorst uw keel verbranden,
Doet de tocht u pijn,-
Eéns wordt al uw leed gesust,
Elders rust.

Ja, het leven is doorweven,
Met veel smart en rouw;
Maar Gods woord is ons verbleven,
En Gods woord is trouw;
Worde ook 's levenslamp geblust,
Elders rust.

De liereman (1844)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:05 Reageer op dit bericht

gouden

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

De gouden aarde

De gouden Aarde is vol en vast en klaar,
De Hemel welft zich donker en zacht blauw,
Het Heelal is die donkerzachte dauw,
Alleen de Zon en de Aarde zijn zichtbaar.

Van die twee samen, van dat jonge paar,
Is de Zon de algoudene flambouw,
En de Aarde de liggende landouw.
In goud en groen beide volkomen baar.

En in het zachte en volkomen blauw
Is de Zon een Man met een gouden regen
En de Aarde een wijde groene Vrouw,

Genietend 't stille geluk van die zegen.
Zon, Aarde en Heelal zijn één lach
Rondom de Mensheid heen. Dit is haar Dag.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:13 Reageer op dit bericht

op

Een gedicht van Heiman Dullaert 1636-1684

Op Maria Magdalena.

Hoe laat zij in het nat de schone lokken slingeren!
Hoe stilt een regenvlaag nu die gekrolde zee!
Zij is niet meer het spel van spiegel, strik en vingeren.
Haar maakt nu ander vocht als reukrig vocht, gedwee.

Of zou van ieder haar hier wel het zilver glijden,
Waar mede d'ouderdom het sterflijk hoofd bekruipt,
't Geen met dit buigzaam goud eerbiedig niet wil strijden,
Maar vloeiende in kristal uit elke vlecht verdruipt?

-------------------------------------------
slingeren - hangen
stillen - glad maken
gekrolde zee - krullende, golvende haar
hier - op het door Dullaert beschreven schilderij
wel - misschien
zilver - het grijs van de ouderdom
goud - het blonde haar
verdruipt - weg druipt

Les van dit gedicht: de schoonheid van Maria Magdalena blijft als symbool van haar volmaakte berouw over haar zonden.

Gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 14:38 Reageer op dit bericht

zandschippers

Een gedicht van Salomon Bonn 1881-1930

ZANDSCHIPPERS

In 't donkre schipje
wroeten de paren,
de vader en moeder
het kind met kind
de bruine wroeters
die 't zand vervaren
die drijven met water
en wind.

En waar zij komen
werpen hun armen
met klekkende schokken
het zand omhoog:
een vel om wat benen
een maag en wat darmen
een dof, gebroken en
hooploos oog.

In 't ruimpje
als een dodenkot
daar bukken zij samen
als regen giert,
een lampje schijnt er,
de lucht is er rot
en vocht is er veel
en afzichtlijk gediert.

In 't donkre ruimpje
sterven er velen
- die niet in het donkere
water vergaan -
zij eten, slapen,
vechten en telen
hun leven is vroeg
heel vroeg gedaan.

Dan komt het zand
het gele, droge,
en plompt met schokken
over hen henen:
dan is 't voor 't eerst
dat ze rusten mogen
en hongerangsten
niet schrenen.

Znagen van hoop (1919) Beeldende liederen.

schrijver

Geschreven door Dora om 13:48 Reageer op dit bericht

van sterven

Een gedicht van Victor A. dela Montagne 1854-1915

Van sterven

Gestorven zijn is niets. In vrede, 't oog geloken,
stil sluimren onder geurend mos,
van alle leed ontlast, alle aardse zorg ontdoken,
alle aardse kommer los,

en zalig, onbewust zelfs van 't bedrijvig leven
geen klank meer horen, ver of dicht,
van 't eeuwig schaduwfloers, als van een wade, omgeven,
blind voor het aardse schitterlicht,

de lang gewenste rust, de zoete rust erlangen,
waarnaar vergeefs hier werd getracht :
in 't zwijgend hart geen wens, geen onvoldaan verlangen
meer voeden en in 't hoofd geen foltrend weggedacht...

Maar sterven is de zaak. Maar langzaam af te teren
en matter iedere dag op 't blanke kussen 't hoofd
te voelen zinken, en niet kunnen af te weren
de macht die u beknelt en 't bloed uws harten rooft...

Maar traag in uw gebeent een angel voelen boren,
daar aan 's beds voeteneind het grijnzend doodspook zit,
wijl 't vale waslicht blaakt, een doffe stemme horen
die, over u, het „De Profundis" bidt...

Maar rond u heen geknield, zij die u dierbaar waren,
in bijgelovige angst en vrees,
u, door hun tranen heen, zien siddrend aan te staren
alsof in u het beeld des Schrikkens hen verrees,

de druk der ijzren hand gevoelen om uw leden,
die 't bloed verstijft en naar het Niet u medesleurt —
dat is een zware stond: haast wordt der laatre vrede
daarmee te veel, te veel verbeurd !

Gedichten (1913)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:35 Reageer op dit bericht

van Gogh

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Vincent van Gogh

Galgroen, de lucht, de bomen, groen als slangen
Een stormgefolterd graanveld, waar, rouwzwart,
Neerstrijken raven uit een hemel, hard
En dreigend blauw — als vlammen van verlangen,
Vreemdpaarse bomen, in hun vaart verstard,
Zelfs bloesemtuinen lijken droefheidzangen
De kamer grijnst, of lag daar angst gevangen.
Felgeel een bloemtuil gilt een kreet van smart.

Eenzame en goede, van uw tragisch leven,
Zo arm, zo rijk, hoe mild uw schoonheid geven!
Kon géen u lieven? kon u géen verstaan?

O had ik mogen aan uw voeten knielen,
U brengen troost van u verwante zielen,
0 gij, die moest in waanzin ondergaan!

Sorella (1942)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:37 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten