Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Val nu mijn woorden

Val nu mijn woorden als hele reine
Drupjes van klank in der oren fijne
Luistrende schelpjes; maak melodije
Van mijn gedachten, en zoetjes laat
Ze op rimpling van golvige rhythmen glijen,
Totdat de ontwaakte stilte staat
In zachte glimlach van verblijen.

Serena (1898)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 11:46 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

nacht

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

 

Nacht. - Aan het open raam

Nacht. - Aan het open raam waar mijn begeerte huivert
van pijnigende weelde en blij-doorpriemend wee,
hoor 'k, in het wind-gewuif, van dag-gebroei gezuiverd,
gescheurd en moe de kreet der ongeziene zee.
Ik luister. En 't geschuif der zuiverende vegen
van flodder-wind, die hijgend-blij 't geluchte wast,
voelt zeulen in zijn joel en door zijn woelen wegen
de stem der zee die kreunt en wijkt, die huilt en wast...
- o Vreugde-winden, die mijn pijnlijk-open ogen,
die mijn gedachten manlijk aait en waaiend zoent:
geen schaatren heeft mijn oor voor diepre stem bedrogen,
geen sussen dat mijn ziel met eigen leed verzoent.
In norse toomloosheid, in koppig-taai weerstreven,
voel ik mijn rouw in mij gelijk de zee gebreid:
nóg wilder, waar ze in zich voelt huiveren en leven,
o Zee, het wéten van haar wrede oneindigheid.
Want, hoe ge mijne kreet in eigen grol mocht smachten,
o Zee; hoe 'k eigen drift om eigen trots verbeet:
nog dieper dan mijn rouw bijt, sterkend, de gedachte,
dat gij mij niet en kent en ik uw grenzen weet.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:18 Reageer op dit bericht

rijp

Een gedicht van Jacob Winkler Prins 1817-1908

Rijp

Nu glinstert alles van de witte rijp.
De dunne berkentakjes zijn bedekt
Met wollig dons, dat wonderbaarlijk blinkt.
Het groene koolblad, dat zoo sierlijk krult
Aan lange stengel, vonkt van diamant.
In schaduw van de doornenheg hangt, laag
Er tegen aan, in 't windje wuivend, rag,
Dat door ijspluimpjes dik omsponnen werd.
En lager tegen de aard straalt 't gele gras
Wijd uitgebloeid, hoog opgeschoten, fijn,
Zijn zijden aartjes pluisdun in de lucht,
Zo kostelijk fraai met edelsteen getooid,
Als strooide een zak met parelgruisjes daar
Een engel over 't uitgebloeid struweel.

Gedichten (1910)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:45 Reageer op dit bericht

bomen

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Kom niet onder hoge bomen...

Kom niet onder hoge bomen,
die klein zijt en niet groeien kunt,
wie alleen een haastig dromen
een ontrouw denken is gegund.

Zo wie loopt op losse voeten
heeft lichte last van hart en hoofd.
Taaigewrongen wortlen moeten
hem binden die in kracht gelooft.

Zie, de bomen ruisen, leven,
slaan streng hun zware schoonheid uit.
Blijf daar weg zo gij maar even
wat lispelspeelt met half geluid.

Heilig zijn de sterke stromen,
een hart dat scheurt, een pijn die gilt...
Kom niet onder hoge bomen,
kleintrotse, die niet lijden wilt.

Noordhorn (1916)

Geschreven door Dora om 11:52 Reageer op dit bericht

oog

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

In de stad met het zilverig oogerondkijken

In de stad met het zilverig oogerondkijken,
de tere omhoge volneergeblazen zachtgerande wolklucht, ’t strijkel
van de blauw wittigbespeelde lucht.
Hoe heerlijk. Het stille hoogdroge roodwange door de lucht.
Met moeie voeten, maar warm lepelende lucht;
stil langs de huizen, de lichtglazen, de donkerstenen,
dat donker geloop naast, er over henen,
dof het hoofd, laagdof, slaapdof, maar heerlijk de lucht
in de stad langs, op het water over, van omhoog door de blauwe lucht

De school der poëzie (1897)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:24 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

De bolle winden blazen blauwe kuilen

De bolle winden blazen blauwe kuilen
In 't asgrauw fulp der zware wolkenlagen.
Een brede bundel zilverlicht komt vagen
De rug van 't grijze paard, dat sleept de zuilen
Van 't woud, gevelde stammen, op een wagen,
Door 't blanke heizand. Matte zon bleef schuilen.
De wegen-eiken staan als ijle tuilen,
Maar de einder-berken, schimmenbleek, vervagen.

De lucht vervullen blijder geen geruchten
Dan, uit een verre hofsteê, honden janken
En 't altoos eendre kling der paardenbellen
Versmelt met donker dodeklokken-luiden.
Maar 't somberst dunkt mij van die droeve klanken
De slag der bijlen, die de bomen vellen.

Nieuwe verzen (1920)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:47 Reageer op dit bericht

aan

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1916

AAN JACQUES PERK

De rozenknop in ranke vaas, vuurrood,
Rijst roerloos uit het tere kristallijn,
Stil in verwond’ring van zó schoon te zijn...
Dan legt hij bevend héél zijn binnenste bloot.

En hij geeft weer wat eens natuur hem bood,
Wat eens zijn deel werd van de rijke regen
En wat hij opving van de gouden zegen,
Die naar deez’ aard in gulle golven vloot!

Maar als de dag gedaald is, laat hij neer-
Vallen de welke blaân, zo pas nog bloeiend,
Want hij heeft uitgebloeid zijn bloei-begeer...

O, mocht ik sterven in mijn jonge jeugd,
Als heel mijn zoete zang, uit mijne ziele vloeiend,
Gezongen is van liefde – leed en - vreugd...!

schrijver

Geschreven door Dora om 13:21 Reageer op dit bericht

herinnering

Een gedicht van Maria Metz Koning 1868-1929

Herinnering

O, lief, berg aan uw borst mijn bleke wang
En span uw armen veilig om mij heen:
Hoort ge zó in mijn ziel dat zacht geween
Om dingen die daar stierven al zo lang?

Hoort ge zó zuchten om een leed-verleên
Mijn smarte-spoken?.... Lief, ik ben zo bang
Nu daar blijft schreien, trots mijn vreugd-verlang'
Die wrede erinring altijd door me heen...

Ze maakt zo moe: die dode, dode pijn,
Die àl maar klaagt hierbinnen, nacht en dag;
Die niet wil zwijgen voor uw liefste lach
Die niet wil wijken voor uw bij-me-zijn....
O, rèd me lief, en dood dat spook-van-leed:
Ik kàn niet leven, als ik niet vergeet!

schrijver

Geschreven door Dora om 11:32 Reageer op dit bericht

de kooi

Een gedicht Jan van Nijlen 1884-1965

De kooi

Ik voel de lust te reizen, te verhuizen,
of schepen fluiten die vertrekken gaan,
als in het najaar, in de koffiehuizen,
weer gladiolen op de tafels staan.

Ik weet: nu zijn de velden zonder koren,
van dag tot dag wordt dieper groen de wei
en scheert de zwaluw sneller rond de toren,
de gentiaan bloeit in't moeras der hei.

Wordt dan voor immer mijn geboeid verlangen
gevoed door een seizoen en door zijn kleur,
is dit de kooi waarin ik ben gevangen,
waar is het slot en wie ontsluit de deur?

schrijver

Geschreven door Dora om 14:33 Reageer op dit bericht

schat

Een gedicht van Nico van Suchtelen 1878-1949

Des harten schat

Hoe gaarn wilde ik nu geven
U menig schoon sieraad,
Uw jong en lieflijk leven
Te tooien naar zijn staat.

Uw haren zal ik sieren
Met flonkerende krans
Robijnen en saffieren
Van diepste gloed en glans.

Ik zal uw hals omhangen
Met paarl en edelsteen,
'k Zal gouden snoere' en spangen
Winde' om uw armen heen.

Maar 'k had mijn schat verborgen
Tot verre, veilge tijd:
Toen de onverzade zorgen
Dwongen tot stage strijd.

Waar ligt mijn schat geborgen?
'k Zocht in mijns harten grond
Alnachtlijk tot de morgen
Of ik hem wedervond.

Waar ligt mijn schat verborgen?
'k Heb u zoveel beloofd.
Wee mij, de sluwe zorgen
Hebben mijn schat geroofd!

Zij hebben 't àl genomen,
Leeg zijn mijn hart en hand;
Hoe zal 'k nu tot haar komen
En doen mijn woord gestand?

‘Geen schatten kom ik dragen,
Leeg zijn mijn hand en hart;
Een aalmoes kom ik vragen
En troost voor eigen smart’.

‘Ach, of ge ook al geheven
Tot mij uw handen houdt,
Wat zoude ik kunnen geven?
Ik zelf heb goed noch goud’.

‘Ik vraag om goud noch kransen
Van paarl of edelsteen;
Ik vraag één sprank van 't glanzen
Al uwer lieflijkheên.

Geef mij de gouden waarheid
Die uit uw stemme klinkt,
Geef mij de diepe klaarheid
Die uit uwoogen blinkt;

De vriendschap en 't vertrouwen
Van handdruk, woord en blik,
De blijheid en het rouwen
Van stille lach of snik’.

‘Ach, of 'k zo vluchtge gaven
Al gaarn gegeven had,
Wat baatte 't? Opgegraven
Werd u veel rijker schat.

Vergankelijke spranken
Vergoên geen edelsteen
En broze en tere klanken
Geen gouden kostbaarheên’.

‘Uw vluchtge gaven zullen
Mijns harten wonderschrijn
Weer met de gloed vervullen
Van nieuwer schoonheid schijn;

Die zal mij nooit ontzinken,
Want eeuwig in mijn hart
Blijft al wat schoon is blinken,
Tot vast kleinood verstard.

En zo ik dan vergaarde
Weldra nog schoner schat,
Van hoger pracht en waarde
Dan 'k vroeger ooit bezat;

Ik zal hem niet begraven
In een verloren land,
Maar met uw eigen gaven
Doe ik mijn woord gestand.

En breng als parelkransen
En goud en edelsteen
U 't onverganklijk glanzen
Al uwer minlijkheên.

Dan zal ik 't schoonste u geven
Tot overrijk sieraad,
Uw jong en teder leven
Te tooien naar zijn staat’.

schrijver

 

Geschreven door Dora om 18:36 Reageer op dit bericht

borst

Ee gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Hare borst is zo zacht en rond en teder

Hare borst is zo zacht en rond en teder,
En er om heen speelt een zo teder licht,
Zij is zoals een heuvel in het neder-
Dalen van af de schouders opgericht.

Aan de andre zijde is de schone weder-
Gade even zacht en teder opgericht,
Zij zijn een tweetal in het gouden weder
Oneindig hoog en schoon. Voor mijn gezicht.

Welk een schone schaar van bloeiende kindren
Zal zich voeden aan deze schone borsten,
Ik zie ze spelen in de nevels ginder en

Mijn ogen niet naar hier terugzien dorsten.
Goud zijn hun lichamen, zij zinderen
Door de luchten, en stillen alle dorsten.

Laatste gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 14:20 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Th. van Ameide 1877-1955

Het inwendig leven V

Veel gezworven, veel gelezen,
veel gezien en veel gedacht,
ach, bemind ook en geprezen....
in mijn eigen diepe nacht
enkel kan ik veilig wezen.

Na de gisting, na de woeling
blijft het hart zo zwak en flauw,
angstig zoekt het een bedoeling
in dat al en vindt haar nauw
in zijn eigen bleke voeling.
 
Voor mij is het menigvuldig'
bron van onrust, bron van kwaad,
daarin levend voel ik schuldig
dat ik zwak mij zelf verlaat,
dat ik vreemde heren huldig.
 
Maar toch roof ik naar behoren
uit dier vreemde heren rijk
schat van ogen, schat van oren,
voor ik weer tevreden wijk
naar mijn eigen stalen toren.
 
Daar in 't eigen stille duister
bindt mijn eigen vaste wet
heel de wilde, vreemde luister
in één helder stralennet,
één nadrukkelijk gefluister.

De Beweging jaargang 4 (1905)

schrijver

Geschreven door Dora om 20:38 Reageer op dit bericht

eenzaamheid

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

Gestoorde eenzaamheid

Wij bleven onveranderd trouw aan 't heden;
Zij zijn het, die nu bij ons willen zijn,
Zich redden uit hun donker en 't verleden
In onze zaalge avondschijn.

Weer niet hun dorre handen van de zomen;
Hun ijdel lijf heeft geen gewicht of vat;
Alleen in de' onlust der slaapwandeldromen
Benaadren ze onze tastbre schat

Met halfbewust en machteloos begeren;
Hun oog ziet maar hun eigen blinden waan;
Zij kunnen ons niet schaden en niet deren;
Zij doen zichzelf hun moedwil aan.

En onze deernis en ons medelijden
Strekt tevergeefs de zegenmilde hand
Naar dit hun onbegeerd geduld geleide
En keert in de oprechte stand

Van trouwbevochte nimmermeer te delen
Geluk tot delen altijd weer gereed,
Dat hier voorbijgaat langs de duistre velen
Als onuitspreeklijk godlijk leed.

Bezonnen verzen(1931)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:04 Reageer op dit bericht

pret

Een gedicht van Bernard van Meurs 1835-1915

Nao de pret

Wâ 'n kattrig, leeg gevuul van binnen!
Stram ien de been,' ien 't heufd zo loom.
Brr! gure wiend en regen zwiepen
De dorre blaojer van de boom'.
Was 'k ook 'en boom, 'k begos nou slaopend
De lange, saoje wienterdroom.
 
Gen mins te zien! - Jao toch, 'en bidder
Die weer 'en dooje maokt bekend.
Eergiestren was 't nog volop karmis,
Vol pret ien harberg, kraom en tent...
Nou alles leeg - en 't leegst van alles
Mien portmenei: gen halve cent!

Kriekende Kriekske (1894)

schrijver

Geschreven door Dora om 15:27 Reageer op dit bericht

de arend

Een gedicht van Adriaan de Hoop 1802-1841

De arend.

Een aadlaar streeft steeds naar het licht,
Geen berg is hem te hoog;
Streef, kindren! zo naar eer en plicht,
Houd steeds het oog op God gericht,
En houd Zijn wet in 't oog!

De dierenwereld, in rijmpjes voor jonge kinderen. Leiden 1860

schrijver

Geschreven door Dora om 14:01 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Henriëtte Roland- Holst van der Schalk 1869-1952

Schemering is het doodgaan

Schemering is het doodgaan en vertrekkend
begeven van dingen die zijn gegleden
mee met de dag, en steunden als vertrouwdheden,
en waren als scheidingen, wegen behekkend.

Plekkend beschenen witte heerlijkheden
van dag de morgen, en onbevreesd zich trekkend
was daaraan op, 't hart dat nu is zich rekkend
uit wanhopig naar de vreemde leegheden

van de avond en zijn gemaskerd gezicht, -
maar de dingen die hem zullen behoren
houden hun ogen nog zo vragend gericht;
en de verledenheden hebben verloren
hun glans, en liggen van al hun bekoren
leeggelopen, met een verdrietig gezicht.

schrijver

Geschreven door Dora om 13:30 Reageer op dit bericht

natuur

Een gedicht van Abraham van Collem 1858-1933

VAN DE NATUUR

De donkere verroeste blaren maken
Aarde in november weder vruchtbaar.
Alom gespreid liggen de plassen bloed,
De ritselende bloedstroom ruist,
Wanneer de wind de gele bodem veegt.

De bomen worden zienlijk kaal, alleen
De kruinen van de sparren staan nog vol
Van waaiers; fijn gestoken vorkjes aan
Een tak, pluimieren zij omlaag, of kruiven
Naar de lucht, als pajongs aan een steel.

De hemel is een zacht geademd blauw,
Waarover men wat witte wolkjes blies,
Die drijven aan tot eilandjes in zee,
Tot vlokjes schuim, of brede schotsen ijs,
Waarop de beren van het Noorden rijden.

Ik ga verheugd tussen de wonderen
Van schoonheid om mij heen, een eenzame;
Ik weet mijn tijd genaakt, ik val weldra,
Als een der blad'ren, die de goede aarde dekken
Met bloed, waaruit de nieuwe lente groeit.

Van God en van de natuur

schrijver

Geschreven door Dora om 16:45 Reageer op dit bericht

allerzielen

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Allerzielen

'k Heb zo menigmaal gegaan
waar de wilgen te treuren staan,
buiten stad, naar 't dodenveld ...
'k Heb bij woeste windgeweld
't geel gebladert dwarren zien
en onwetend op de knien
neergezakt en nagedacht
dat de dood met 't mensdom lacht
lijk de wind met 't dorre blad ...
Kranke mensdom, sta hier wat
bij de graven. 't Wormgekriel
knaagt aan 't lichaam; maar de ziel,
waar is zij? En lijdt zij niet
't snoerend vagevuurverdriet,
waar zij naar verlossing smacht
en naar uw gebeden wacht?
Allerzielen! Bededag
die ik niet vergeten mag ...
Allerzielen! Vader weent,
moeder kermt zo vereend ...
Vrouw of man of wie het is
roepen ons om lavenis.


1896

schrijver

Geschreven door Dora om 21:34 Reageer op dit bericht

afscheid

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1916

AFSCHEID VAN GUIELMO

Niets dan leed blijft er beklijven,
Of ik al mijn dagen tel.
Wat zal ik nog langer drijven
Dit onnozel levensspel?

Mei en juni ging verloren
En het witte oogsttij zwond,
Toen de maaier ’t volle koren
Tot de gouden schoven bond.

Vrind, m’n leven is verstreken
En ik vind geen blijheid meer
Om de akker straks te kweken
Voor de nieuwe lentekeer.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:04 Reageer op dit bericht

huusvrouwe

Een gedicht van Lucas de Heere 1535-1584

DE AUTEUR TOT ZIJN HUUSVROUWE

Lief, ons liefde begonst gelijk op ene tijd
Van God gejond, die ons deze gratie dede;
Welke liefde blijft eenvoudig, mits dat gij zijt
Van minnen zinne, en ik ook van de uwe mede.

Dies en heeft twist noch onruste bij ons geen stede,
En wij leven aldus in rechte weelde een paar:
Want waar zodanig akkoord is, pais ende vrede
Gebonden met Gods hand, wat kan gebreken daar?

Naardien ons liefde is zulk ene sterke pilaar
Dat zij ons in de dood zelfs niet zal begeven,
Laat dit op ons graf (als wij sterven) zijn geschreven:
Hier ligt man en wijf, nochtans geen twee lichamen;
Die gelijk en akkoordig waren in hun leven,
Stierven ook gelijk: en leven weder tezamen.

De hof en boomgaerd der poëzien.(Gent 1555)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:01 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten