Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

winter

Een gedicht van P.L. van de Kasteele 1748-1810

't Leed van de winter

't Leed van de winter
Maakt ons de lente
Lieflijk en zoet.

't Leed van het strijden
Maakt de overwinning
Heerlijk en groot.

Dor was het aardrijk;
God is gekomen:
Alles herleeft.

't Graf is Gods akker:
Jesus zal komen;
Alles herleeft.

Zangen

schrijver

 

Geschreven door Dora om 13:57 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

woord

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

Ik bind u binnen 't woord

Ik bind u binnen 't Woord, o Jaar, gelijk de boom
u binnen 't harsig barsten bindt der harde schorse;
gelijk, alnaar 't getij ze geeslen zal of schorsen,
u van zijn vloeden spoele' of keetnen komt de stroom;

gelijk de wind u vat in 't wervlen van zijn norse
geweld, of in de duw van 's zomers lauw geloom;
gelijk de zon, die, wáar uw reize kere of koom',
in 't midden van de kreits haar toortse staat te torsen.

Ik bind u binnen 't Woord, de Mate en het Getal,
dat, binnen 't dansen der cadans éen en verscheiden,
dat, binnen 't veren van de ritmen en hun val,

mijn vers, o Jaar, wie 't leest en peinzend smaken zal,
treurt 't eigen kort bestaan om 't vluchten der getijden,
van 't eeuwig schoon, u, Jaar, geleend, zijn ziel verblijde.

schrijver

Geschreven door Dora om 16:18 Reageer op dit bericht

sterven

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1944

 

Sterven I

't Is het Leven dat henengaat,
Stadig, stil,
Als zoveel dat altijd verder gaat
En toch niet heengaan wil;

Als elke tik van de klok, die uur
Nà uur slaat,
En nieuwe voortdringt, en ze één voor één,
Eén voor één sterven laat;

Als elke vonk in de vlammende haard,
Vuur een poos,
Door 't vuur geboren, door 't vuur verjaagd
En geblust voor altoos.

Als elke klop van 't harte, warm
Leven-doortrild,
Dat met elke klop toch een levensdrop,
Een dropke levens spilt....

Serena (1898)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 22:51 Reageer op dit bericht

aarde

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

0 AARDE.

O Aarde, Aarde, die in donkre schoot
Het goud bergt en het licht der edelstenen
En 't erts, zo star, èn... de ogen draagt, die wenen      
En lachen om wit, ach! hun staag ontvlood,

Boven 't dra welkend lip- en wangen-rood;
Die op uw vlak, van zon dóór wolk beschenen,
Als ogen lachen door hun tranen henen,
Wel liefst hun leden luchte dans-plaats bood, --

Waartoe ontdolf aan uw zwart ingewand
De mens het erts en 't fonkelend juweel
En 't goud, dat meer soms lokt dan liefst oog-licht,

En gunt ge 't hem als wapen in zijn hand,
Die wis ook anders won hem rijklijk deel
Van al de weeld', die ge uitstalt voor 't gezicht?

schrijver

Geschreven door Dora om 13:48 Reageer op dit bericht

nachten

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

 

 Heb mijne nachten meer doorbeden dan doorweend

'k Heb mijne nachten meer doorbeden dan doorweend
al wemelt twijfel in de opalen van mijne ogen;
'k heb in mijn leven meer geloochend dan gelogen,
en zie: de bitterheid ligt om mijn mond versteend.

o Gij, die morgen om mijn laatste bed gebogen,
u voor het raadsel van dees ziele hebt vereênd:
uw zucht trilt door een ijlt die gij vol wisheid meent
en mijn gebrek aan smart vervult gij met meedogen.

Of ik genieten wil dan of ik lijden mag:
ik wacht op tranen in de dorheid van een lach
en 'k vrees mijn tand waar hij de lippe Gods zal bijten.

Ik ben de lafaard die, voor eigen vreugd bedeesd,
zich-zelf van alle paradijzen heeft verweesd,
en 'k voel me schoon alleen waar 'k beef voor zelf-verwijten.

God aan zee I. De heete Asch

schrijver

 

 

Geschreven door Dora om 16:15 Reageer op dit bericht

oerwoud

Een gedicht van Augusta Peaux 1859-1944

In het oerwoud

Liefde’s wezen is zo teer
en ons hart is het ruige bos
en wij weten haar daar in de wildernis
alléén en van alles los,
van alles, van wereld en schone schijn
om enkel te zijn wat zij is:
een vlam, een verlangen, een felle pijn,
een kreet in de duisternis.

Wie ’t spoor in de bossen bijster raakt
is daar aan de dood gewijd,
en liefde zwerft argeloos en naakt
door ons donkere hart en de tijd
en wij kunnen niet redden, het leven is wreed
en het lot een verscheurend dier
en angst om zijn liefde is ’s mensen leed
door al zijn dagen hier.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:46 Reageer op dit bericht

hete pootjes

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899
 

HETE POOTJES

Een schalkaard had een bie gevaân
en hield ze bij haar vleren:
"Kom hier! - hij zag een jongske staan! -
kom hier mijn knappe kerel!
Hier heb ik zulk een schoon fatsoen
van beestje, ik wil ‘t u geven:
pas op maar van ‘t niet dood te doen,
en laat het beestje leven.
Kom aan; je hand; doe toe, ‘t vliegt weg;
doe toe want ‘t gaat ontsnappen!"
‘t Kind hield zijn handje toe: "Nie' waar,
hoe schoon dat is, hoe lieflijk!"
Ha! ‘t kindje wierd te laat gewaar
hoe schoon en hoe bedrieglijk.
Het liet het beestje los, en ‘t loech
de traantjes uit zijn oogskes,
en zei ‘t: "Het beestje is schoon genoeg,
maar ‘t heeft zulke hete pootjes.

(december 1860)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:22 Reageer op dit bericht

vrouw

Een gedicht van Dop Bles 1883-1940
O vrouw

O vrouw
in de vlammende brand van Uw haar,
Uw lichaam is zwaar,
Uw lichaam is los,
als een dauwomhangen druiventros,
Uw lichaam is licht
als een bliksemschicht,
Uw lichaam is blank, Uw lichaam is blauw
als de toortsende vlam in een avondschouw;
Uw lichaam is zwoel en zacht en rein
als een donker fluwelen, robijnen wijn.

o vrouw,
Uw ogen zijn vuur in een donker bos
Uw blik laat niet los
en zonder erbarmen!
o vrouw, o Carmen
van lust en verlangen,
Uw armen zijn slangen
en elk gebaar
het sluipend gevaar
van heimlijke drangen,
totdat...
totdat eindelijk zij rusten
als sluimerende lusten
albast blanke banen,
roerloze lianen
waaraan Uw handen dan hangen
als bleke bloemen, geuren zwaar.

De zon....
de zon is een lont,
die steekt in brand
de aarde, het land
de smachtende grond.
0, de zon is Uw mond
en Uw hijgende zucht
is de trillende lucht.
De zon is te heet
't geluk brandt als leed
en bloed gloeit in de wijnen.
O sluit met luiken dicht
met luiken en gordijnen,
alleen Uw ogenlicht
alleen Uw zielebrand
Uw hart, Uw mond, Uw hand,
alleen Uw doorgloeide verschijnen.

O vrouw,
zon in zonnestralen,
Uw lippen zijn bokalen,
bokalen met klank,
die vonken van gloed,
Uw brandende bruisende bloed.
Uw ogen twee zonnen
Uw borsten twee bronnen,
want heel Uw lichaam is drank!

O vrouw,
Gij zijt en zon en sterren en maan,
de open wei, een diepe laan,
Gij zijt een stad in 't middaguur,
Gij zijt vuur. ...
O vrouw
Gij zijt het leven, en 't leven is hijgen,
't leven is stijgen,
't leven is doden,
en wij, wij zijn goden
hoog boven 't land met zijn donker berouw

Parijsche verzen (1923)

Illustratie: 'Lilith' door John Collier (1850-1934)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:06 Reageer op dit bericht

ossewa

Een gedicht van Jan Celliers 1865-1940

DIE OSSEWA

Die osse stap aan deur die stowwe,
geduldig, gedienstig, gedwee;
die jukke, al drukkend hun skowwe -
hul dra dit getroos en tevree.

En stille, al stuiwend en stampend,
kom stadig die wa agterna -
die dowwe rooi stowwe, al dampend,
tersy op die windjie gedra.

Die middagson brand op die koppe,
gebuk in hul beurende krag;
hul swaai heen en weer in die stroppe -
en ver is die tog van die dag.

Dit kraak deur die brekende brokke:
die opdraans is ver en is swaar;
die knars in die knakkende knokke,
maar hul beur, en die vrag bring hul daar.

So, stom tot die stond van hul sterwe,
blyf ieder 'n held van die daad...
Hul bene, na swoeë en swerwe,
lê ver op die velde verlaat.

------------------------------
beur - zich omhoog tillen
opdraans  - steil, moeilijk

Die Vlakte (1908)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:01 Reageer op dit bericht

nachten

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899
 

O, zalige nachten.

O, zalige nachten van huwelijksmin,
Met tranen van weelde bepereld,
Ge zijt het geheime en het enig begin
Der eeuwige liefde op de wereld.
Ge geeft mij iets krachtigs, ge vormt me tot man,
Betoverend maakt ge de gade,
Ik voel me nu meester, ik voel wat ik kan,
Zij voelt zich vol lust en genade.

Wel rein is de zwane, doch reiner is zij
Des nachts in mijne armen gezonken;
Ik ligge zo moedig, zo vast en zo blij
Des nachts aan haar boezem geklonken.
Als dwalende sterren zijn de ogen van haar,
Als sprankels der zonne mijne ogen;
Haar boezem gelijkt aan de rollende baar,
Mijn borst is als 't onweer bewogen.

Nu heb ik de bane des hemels ontdekt,
De bane der zoetste vermaken;
Nu heeft ze de vlamme des levens gewekt,
Die jeugdig en vreugdig zal blaken.
De sluier der kindsheid van ziel en van zin
Is thans in die vlamme verslonden. —
O, zalige nachten van huwelijksmin,
Wie kan uwe weelde verkonden?

schrijver

Geschreven door Dora om 16:52 Reageer op dit bericht

snoepwinkeltje

Een gedicht van M. De Wijs-Mouton 1873-1935

Snoepwinkeltje

In de donkere straat
Waar 't belletje gaat,
Kletst 't deurtje al rinkelend open;
Komen in 't kamertje klein
Bij 't lampengeschijn
De kleutertjes binnen geslopen.

En 'n dappere vent,
In zijn knuistje een cent,
Stapt naar voor en blijft grinnekend zwijgen,
Tot de koopvrouw geleerd
Zijn fortuin inspecteert,
En vertelt, wat hij daarvoor kan krijgen.

't Is een reep zwarte drop,
Koek met suiker er op,
Een kleurbal, een zuurbal, een wafel,
Een zoethouten stok
Of 'n kleurige brok;
't Ligt alles bijeen op de tafel.

Als de kapitalist
Zich wat dikwijls vergist,
De koek en de suiker beduimelt.
Scheldt de juffrouw verwoed,
Dat ie 't kost'lijke goed
Met z'n smerige vingers verkruimelt.

De kleuter, verbaasd,
Dat de juffrouw zo raast,
Smoest stiekum wat met z'n kornuiten;
De keus wordt bepaald,
De kleurbal betaald...
Dan schooien zij slent'rend naar buiten.

In de donkere straat,
Waar het troepje nu gaat,
Wordt hevig gewikt en gewogen;
Dan zuigen z' om beurt,
Tot de bal is verkleurd,
En hun rijkdom-illusie vervlogen.

schrijver

Geschreven door Dora om 17:30 Reageer op dit bericht

duinlied

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

 

 

Duinlied.

Luchtig gesprongen door 't mullige duin;
Lustig gezongen op helling en kruin;
Hoor! in ons lied stemt het lied van de streek,
't Bruisen der zee en het ruisen der beek.

Holland! zoet Holland! hoe zwelt ons het hart
Dáár, waar uw duinwand de zeevloeden tart;
Waar al de schat van uw welige tuin
Grenst aan de dorheid van 't stuivende duin!

Needrig van buiten, maar rijk in uw borst,
Zijt ge, zoet Holland! door duinen omschorst;
Wat u belaag' op de vloed of op 't land,
Zwichte als de golven voor 't schuttende zand.

-------------------------
uit: De Gids (1839)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:10 Reageer op dit bericht

blij

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947
 
 

Mijn lief is blij

Mijn lief is blij, zij lacht en zingt
En schittert in de zonneschijn;
Als zij zó héél mijn leven zingt
Kan nooit mijn leven lijden zijn.

Ja! zang en lachen duren kort
Als bloemen in de zomerdag;
De zomer sterft, de bloem verdort:
Zo sterft der mensen zang en lach.

Maar nu der zonne gouden val
Vloeit langs gelaat en blinkend kleed,
En zij gaat, zingend of zij zal
Zó eeuwig zingen zonder leed,

Nu voel ik - of 'k mij zelve wieg
In dromen die maar kort bestaan
't Is beter zo 'k mij zelf bedrieg
Dan 't leven droom-loos door te gaan -

Nu voel ik zaal'ge vreugde in mij
Bij 't luistren naar haar lach en zang
Want weet, wát blijve of ga voorbij:
Dát hoor ik héél mijn leven lang.

Onze Eeuw jaargang 1 (1901)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:03 Reageer op dit bericht

schrijven

Een gedicht naar aanleiding van diverse meegemaakte ervaringen
De mens krijgt soms met zichzelf een aanvaring!
Goed om even bij stl te staan
Om rustig verder door het leven te gaan!
 
Schrijven
 
Soms moet je iets schrijven
Niet omdat je wil blijven
Maar omdat je hebt ontdekt
Dat men door druk te zijn zichzelf nekt!
Je gaat dingen vergeten
Soms wil je het dan zelf niet weten
Maar je moet het wel bekennen
Dat je leeftijd op zekere hoogte
Je druk gedrag af gaat remmen
Men vindt dat men moet
Maar neem rust en je weet wat je doet!
Herfst glitter plaatjes

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

uitersten

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Uitersten

Soms wil men oud zijn vòòr zijn tijd;
Maar wordt het tijd om oud te wezen,
Die fraaie wil slaat om tot vrezen,
En kreeg men liefst nog wat respijt;
Soms is men àl te goed genezen,
En wil nu jong zijn, ná zijn tijd.

Nog eens winterloof en dennenaalden (1904)

schrijver

Geschreven door Dora om 15:59 Reageer op dit bericht

gebenedijd

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899
 
Gebenedijd zijt gij
 
Gebenedijd zijt gij
en onder al de vrouwen,
't zij wie of waar dat 't zij,
eerbiedig aan te schouwen;

o Moeder Maagd,
die Jesus draagt:
eerbiedig aan te schouwen!

Gebenedijd zijt gij,
voor eeuwen uitverkoren,
gij Moeder, ook van mij,
daar God is uit geboren;

o Moeder Maagd
die Jesus draagt:
daar God is uit geboren.

Gebenedijd zijt gij,
en zalig zal 't u nomen,
dat is, van verre en bij,
uit Adam eens gekomen;

o Moeder Maagd
die Jesus draagt,
uit Adam eens gekomen!

Gebenedijd zijt gij:
naast u en is er gene
van zonde en schulden vrij,
o onbevlekte allene;

o Moeder Maagd,
die Jesus draagt:
o onbevlekte, allene!

Gebenedijd zijt gij
en boven u geprezen
moet God alleen, moet Hij,
de vrucht uws lichaams, wezen,

o Moeder Maagd,
die Jesus draagt:
de vrucht uws lichaams, wezen.

Gebenedijd zijt gij,
o, toevlucht van ons allen,
in zonde en slavernij
en laat ons niet hervallen,

o Moeder Maagd,
die Jesus draagt:
en laat ons niet hervallen!

Gebenedijd zijt gij:
de dood komt aangedreven,
o, Moeder, maak ons blij,
na dit, in 't ander leven!

o Moeder Maagd,
die Jesus draagt:
na dit, in 't ander leven!


1884-85

schrijver

Geschreven door Dora om 20:04 Reageer op dit bericht

vers

Een gedicht van Jan Prins 1876-1941
Een vers
 
Een vers, al zijn de woorden nog zo klein,
wil dagen lang in ons gedragen zijn
met zachtheid en bewaakt in stil beraad,
en als een kind in zorgen opgevoed
aleer 't alleen, op eigen weg, voorgoed
en veilig in de grote wereld gaat.

Tochten (1917)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:36 Reageer op dit bericht

sinterklaas

Een gedicht van Helene Swart 1859-1941

Sinterklaas

"Neen, kind, dit jaar zal Sinterklaas niet rijden."
'k Verbeet mijn leed en kleurde stil mijn print -
En toch, verrassend, zond de milde Sint
Ons elk wat moois, om d'avond hem te wijden.

Maar stug, ondankbaar, bleef ik droef gezind.
Pret zonder voorpret kon me niet verblijden.
'k Gaf ál mijn kracht aan klachtloos heldenlijden.
Wie kon me toovren om tot feestblij kind?

Neen, diepste vreugd was, heimelijk bedenken,
In kindereenvoud, rijmen en geschenken,
Alleen, in schemer, lakken pak na pak.

En 'k voel mij weer dat kind met blozewangen,
Waar voor al geven méér was dan ontvangen,
Wanneer ik ruik aroom van vlammend lak.

Morgenrood,  Amsterdam 1929

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

hoeveel

Een gedicht van Johannes Reddingius 1873-1944
Hoeveel?

Hoeveel meisjes heb je bemind,
wereld-kind,
hoeveel liedjes van verlangen,
mocht je vangen?

Hoeveel meisjes ik beminde,
welgezinde,
vraag dat aan de nachtegaal
in de groene loverzaal.

Hoeveel liedjes ik wel ving,
allerliefste lieveling,
vraag dat aan de regendroppen,
die zacht kloppen.

Licht als lachen, droef als wenen,
zingend door de dagen henen,
baande ik mij een eigen weg,
deed ik goed, o liefke, zeg?

Alle wondren van vertrouwen
wil ik in uw ogen schouwen,
nooit heb ik genoeg bemind,
zwerver, dichter, wereld-kind.

Onze Eeuw jaargang 18 (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:09 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten