Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

schepping

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Schepping

Omruist van zangrig bladgefluister,
door 't mystisch spel van licht en duister
  omtinteld met een stalenkrans,
komt ge als een nevelschim gegleden,
nog vormloos ver ... maar diep aanbeden
  in uw aanstaande schoonheidsglans.

'k Voel uw bezielende adem waaien
van verre.  Zie! de bloemen zwaaien
  u 't kleurig, reuzig geurenvat.
't Hosannah dreunt van boog tot bogen
of 't woud, in twijg en stam bewogen,
  met mij u huldigde en aanbad.

Gij zijt gekomen... heel mijn wezen
trilt vreugdedronken... 'k grijp - gerezen
  tot u - naar u, zo trouw verwacht,
ter vuurge omarming... vruchtloos pogen!
Uw vorm is wind... uw schijn is logen...
een hersenschim... een droomgedacht...

O! heerlijk beeld der ijdle dromen!
'k Wil u doen leven, u doorstromen,
  u sterken met mijn levensgloed:
mijn vlees zal smelten, 't harte bloeden,
om u te vormen, u te voeden,
  mijn eigen kind, mijn vlees, mijn bloed!

en 'k juich, daar de adem mijner longen
uw borst doet golven, - opgedrongen
  van al wat mij daarbinnen beeft;
daar u de bloedstraal van mijn harte
dooradert, - u mijn liefde en smarte
  en hoger hoop in de ogen leeft.

Uw blik, waar donkre glanzen zweven,
voert op een stroom van wonder leven
  mijn ziekelijke schoonheidszin.
Kom! laat het waas van stille dromen
zachtlokkend om uw teerheid dromen
  en treê, hooghartig, 't leven in.

Mijn kind! Geen liefde moet ge er winnen:
geen kan u toch, als hij, beminnen,
  wiens hart u sprong tot levensbron;
maar, hem begrijpend in uw wezen,
zal m' in uw sprekende ogen lezen
  al wat hij-zelf niet zeggen kon.

schrijver

Geschreven door Dora om 13:03 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

oktober-rozenknop

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Oktober-rozenknop. 

De rozen bloze' in 't broze oktoberblauw
En aadmen vrolijk hoop- en zomergeuren.
Eén knop alleen voorvoelt het herfstgebeuren
En wil niet bloeie' in najaars tranendauw.

Die bloem voorvoelt, in pronk van bonte kleuren
Vermomd, verborgen, zwarten bomenrouw,
In vleiend zoeltje, zoenend zonnelauw,
Kil-wrede wind, die ruw haar zal verscheuren.

In 't groene pantser, dat haar eng omkleedt,
Houdt zij beloken, als een kleinood veilig,
Haar smartehartje, zwaar van aardeleed.

De wolken dobbren, bootjes zilverzeilig,
Door 't broze blauw... En de éne bloem die weet
Zal valle' in knop, een jonkvrouw wijs en heilig.

De Gids (jrg 68) 1904

schrijver

Geschreven door Dora om 23:24 Reageer op dit bericht

dichtergave

Een gedicht van Nico van Suchtelen

Dichtergave.

Niets dan woorden kon ik geven?
Vluchtige verganklijkheid
Van wat klanken die verzweven
Wijd en zijd?

En toch heb ik u geschonken
't Zuiverst wat mijn ziel bezat:
Konde van een diepst-verzonken
Schoonste schat.

Dichterwoorden zijn als stralen,
Die van smart noch waan besmet
In der harten afgrond dalen
Onverlet.

Dichterwoorden zijn als tranen
Van wie almaar wenen moet
Om een liefde nooit verstaan en
Toch zò zoet.

Dichterwoorden zijn als lachjes
Van een kindje, zilver-klaar,
Spelensluid of mijmerzachtjes,
Innigst-waar.

Dichterwoorden zijn als draden
Van een fijngeweven werk;
Toch zijn ook hun teerste waden
Wondersterk.

Dichterwoorden zijn als golven,
Nauw genaderd, weer gevloôn,
Rustloos rijzend en bedolven;
Eeuwig schoon.

Dichterwoorden zijn als vlindren,
Dwarlend over bloemenwei,
Wijd-verwaaide windekindren
En tòch vrij.

Zuiver, teder en waarachtig,
Sterk in hun gebondenheid,
Schoon in wissling, maatvol-machtig,
Waan-bevrijd,

Zullen dichterwoorden zingen
Uit de afgrond onzer smart,
Van de schat in aller dingen
Heimlijkst hart.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:29 Reageer op dit bericht

zee

Een gedicht van Louis Davids 1883-1939
Zandvoort bij de Zee

Wanneer het lekker weer is
De natuur in blijden lach
Haalt pa zijn strooien hoed
En moe haar bloesje voor den dag.
De meisjes maken stijve papiljotjes in d'r haar,
De jongens kopen 'n zwembroekje dan is het zaakje klaar.
Om vijf uur 's morgens is het hele stel al in de weer,
Ze stappen naar 't station en vader zegt: ‘Ach buurtverkeer!’

Zandvoort bij de Zee!
We gaan naar Zandvoort bij de Zee!
Met vader met moeder met broertje en met zusje
Ome Piet tante Griet en het hele familiehusje
Gaat naar Zandvoort bij de Zee!
Nemen broodjes koffie mee,
Oh het is zo'n zaligheid,
Wanneer je van de duinen glijdt,
In Zandvoort bij de Zee.

Mamma zit in een kuil
Die kleine Kees gegraven had
En vader staat te grinniken
Bij het gemengde bad,
Mama zegt dat haar man een ouwe seisieslijmer is,
En tante roept: ‘Schei uit nu zus de zee is hier zo fris.’
Ze plast en tilt met brede zwier haar baaien rok omhoog,
Maar plots geeft z'een gil en schreeuwt: ‘De zee zit in mijn oog!’

Zandvoort bij de Zee!
We gaan naar Zandvoort bij de Zee!
Met vader met moeder met broertje en met zusje
Ome Piet tante Griet en het hele familiehusje,
Gaat naar Zandvoort bij de zee
Nemen broodjes koffie mee,
O het is zo'n zaligheid,
Wanneer je van de duinen glijdt
In Zandvoort bij de zee.

De snobs uit Amsterdam
In 't helder wit flanellen pak,
De ridders van de koude grond
Met 'n kwartje in d'r zak,
Die prefereren Zandvoort want je vindt er meer natuur,
Oostende is te banaal Monte Carlo is veel te duur.
Dies gaan ze naar Zandvoort zo beweren ze met klem,
En zingen keurig met hun halve zachte foscostem!

Zandvoort près la mer!
We gaan naar Zandvoort prés la Mer!
Met papa met mama met broertje en met zusje
Oncle Pierre tante Claire en enfin 't gehele husje,
Gaat naar Zandvoort près la Mer!
C'est très chique la, ce n'est pas cher,
O het is zo'n zaligheid,
Wanneer je van de duinen glijdt,
In Zandvoort près la mer.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:38 Reageer op dit bericht

de woning

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

DE WONING

Mijn kleine kamer, mijn laag huis,
Eng en vertrouwlijk als een kluis,
Waarover zich van wand tot wand
De grijsheid van de zoldring spant ;

Buiten de drempel het gebloemt,
Dat 't aambeeld en de hamer roemt,
Het goud, waaruit het is gesmeed,
De vinger, die zijn drift bestreed;

Opwaarts, gebeeldhouwd in het groen,
Een eedle boog, een fier festoen,
Zinvol omslingerd, los en slank,
Door 't krullen van een wingerdrank;

En zo, getooid met tuil en tak,
Welft zich 't lazuur van een licht dak,
Dat omgebogen, rein gerond,
De grens trekt van de horizont.

Hier is het, dat zich voedt en gloeit
De vlam, die uit mijn dromen bloeit,
En lofwerk, wand en koepel wijdt
Tot tempel ijl van eindloosheid.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:42 Reageer op dit bericht

herfstbos

Een gedicht van Edward Koster

HERFSTBOS.

Ik ril van schoonheid: vurig-wreed doorflitst
Hel geel de doff're kleuren van het woud,
Een stervensgil, een koortsgloed, felle vlek
Van gloeiziek kwijnen in het late jaar.
Schoon sterft het bos, een ridder zonder blaam,
Gedost in geel en hartverheugend rood,
Met helmpluim, die de veed'ren vliegen laat,
En helle lans met wapperende vaan.
Hij is ten dood gewond, maar nag weerklinkt
Zijn wakk're strijdroep, en op steig'rend ros
Rent hij ten aanval aan; en tot den kamp
Zijn krachten strekkend in een laatste vlaag,
Zijgt hij ter aard en spilt zijn schoon rood bloed.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:44 Reageer op dit bericht

de geslagene

Een gedicht van Johan Danser

DE GESLAGENE

Eens was ik jong: 'k begeerde een heerlijk leven,
Een leven als geen ander ooit bezat,
Een kleurig kleed. Nog heugt mij hoe ik bad,
Hoe blij 'k mijn wondre wijl begon te weven.

De tijd vervlood en 't werd een kostbre schat!
Maareens zag ik vlammen opwaarts beven
En in hun gloed mijn zere weefsel sneven, -
Niets bleef van wat ik zo had liefgehad.

En in mijn droefheid die zo diep verwond
De bange last der smart niet meer kon torsen
Zocht ik de wellust als een lage hond, -

Ik, nijvre man die zaaide en maaide en bond,
Doch toen hij trad de schone oogst te dorsen
In zijn garven slechts loze aren vond.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:35 Reageer op dit bericht

gedachte

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

de gedachte

o Gij, die 'k met de bittre borst der levens-wijzen,
die 'k voor een eeuwigheid met zwijgen heb gevoed:
wat bate? Geen die goud in uwe diept bevroedt,
noch weet op uw gelaat het uur der vreugd te wijzen...

Geen dageraad zal blijde uw blinde ruit berijzen;
geen zonne die, van vrede-wijdende' avond-gloed,
de moede wingerd om uw drempel blij door-bloedt;
en zelfs geen vriend staakt aan uw open deur zijn reize...

- De hele dag is rein waar gíj zijn wentlen doopt.
De perzik viert een vraag, dat gaaf ze, en ongenoten,
door úwe borst gelijk een zomer is gevloten.

Maar, hoe 'k voor u den angst der hoorders hadd' gehoopt:
nooit gaat uw nodend woord, 'lijk, alle deur gesloten,
de kreits des avond-lichts van lamp tot lampe loopt.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:00 Reageer op dit bericht

mensenwoorden

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

Mensenwoorden

De mensen schijnen elkaar zeer te vrezen,
Daar zij zich steeds maar voor elkaar versteken
In woorden-weefsels, die geen hart doorbreken,
En in wier schrift geen mensen-hoofd kan lezen.

Zij liegen, die geen leugnaars willen wezen,
En zelfs, wie moedig wil de waarheid spreken,
Hij voelt de waarheid op zijn lippen breken
Vóór 't spreken zelf, - en is als één van dezen.

0, vloek van 't menslijk woord, dat niet vermag
Der ziele diepst bewegen weer te geven,
Maar steeds een schijnbeeld om die glorie maalt ...

0, vloek, dat mensen-traan en mensen-lach
Diep in ons eigen binnenst blijven beven,
Géén mens, schóón als zijn Zelf, voor ándren straalt.

Verzen (1894)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:42 Reageer op dit bericht

waarheid

Een gedicht van Gentil Antheunis

Waarheid

Bij een hemelreine bronne,
Eer zij 't groene dal bespoelt,
Heb ik dromende eens gezeten,
En mijn hete dorst gekoeld.
'k Heb het dal doorlopen later,
En gezocht de blanke vliet;
'k Vond er menig klare water,
Maar mijn bronne vond ik niet.

In de drang der eerste liefde,
Blozend, aarz'lend en verrukt,
Heb ik, jongeling, de eerste
Reine maagdenzoen geplukt.
Later heb ik, 't hart vol wonden,
Naar de heil'ge kus getracht;
Nergens heb ik hem gevonden,
Niemand heeft mijn leed verzacht.

Waarheid, uit uw zuiv're bronne
Heb ik mij gelaafd als kind;
Waarheid, maagdenblanke waarheid,
'k Heb als jongling u bemind.
'k Min u steeds nog, 'k wil u vinden,
Rusten, slapen aan uw borst;
'k Voel de twijfel mij verslinden;
Kom, en laaf mijn zielendorst.

Uit het hart! (1874)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:12 Reageer op dit bericht

smaak

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

VERWORVEN SMAAK

Rijmloze verzen, in het metrum van de Griek,
Zijn lekker als — tabak. Die maakt gezonden ziek;
Wekt walging; ’t koude zweet breekt uit; het komt tot braken.
Maar ’t went wel en begint van lieverlee te smaken.
Ten laatste vindt men ’t heerlijk, en het heet:
'Zo’n fijn sigaartje is ’t keurigst dat ik weet.'

Gedichten III (1905)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:08 Reageer op dit bericht

waar

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

't Is waar, 't is waar

't Is waar, 't is waar, de zin van 't leven
rijmt nergens op, want is geen rijm,
maar wie een fout begaat in 't rijm
is waardig niet meer voort te leven.


februari 1925

Parlando

schrijver

Geschreven door Dora om 10:44 Reageer op dit bericht

okotbervijver

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Oktobervijver.

Zijn 't waterleeljen door de wind bewogen?
Zijn 't blanke bloemen van magnolia?
Of pluimen wit, de vleugelen ontvlogen
Van vlottende engle' in blauwe hemelwâ?

Zijn 't vlokken sneeuw uit puur-azuren hoogen
Oktoberhemel, kondende ongenâ
Van wufte koning Herfst en wordt nu logen
't Beloofde heil, dat leek mijn hoop zó na?

Op 't weekgeplooide groenfluweelen water
Zwemt zoetjes áan een sneeuwblanke eendengroep
En ploegt een lange zilvervoor. - Eén laat er
Plots vleugelkleppend los de blanke troep
En drijft alleen. - En 'k ril van 't schril gesnater,
De stilt' doortrillende als een weeëroep.

De Gids, jaargang 68 (1904)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:19 Reageer op dit bericht

vogel

Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

Een vogel

Een vogel floot en deze stoorde
Stilte met zijn ongehoorde
Tintelende fluit.
Die vogel floot voor zich alleen
Uit hart en keel ten hemel heen
Zijn hoog geluid.

Een vogel kent geen roem of loon,
IJdelheid niet. Dus fluit hij schoon
Uit eigen lust.
Als vogels zó fluit ik, een dichter,
Maak het duister leven lichter,
Rustloos hart gerust.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:50 Reageer op dit bericht

schroom

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Wees niet de schroom'ge...

Wees niet de schroom'ge, die, in lomer avond-komen,
herdenken zwijgen doet;
ben ík de pleger niet, die met zijn eigen dromen
zijn eigen treurnis voedt?

- Treed nader, zie mij aan, en hoe mijn oog, gelaten,
géen liefde vraagt, o kind;
- ik heb de zeilen van 't verlangen neer-gelaten
bij liggende' avond-wind...

En weder teder in uw deinend over-peinzen
van ons geschéiden wee,
zal ons veréende droom misschien ten einder deinzen
der zélfde vrede-zee.

Want, kwam nog, wijlend in uw kommrend oog gegleden
de schaduw van mijn vróeger lied, -
draag ík dan, rústig, 't lévend leed van ons verleden
niet, niet?...

- - Wees niet de schroom'ge...

Verzen aan de Terug-keerende

schrijver

Geschreven door Dora om 21:05 Reageer op dit bericht

geen tijd

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Geen tijd.

Als 't leven maar zo kòrt niet was,
Dan zou ik deez' en die wel háten;
Maar och! 't ontvliedt mij nu zó ras,
Dat ik geen uur er van kan laten;
En maar mijn best doe alle dag,
Om lief te hebben, wat ik mag!

Ook gij, als ge eens aan 't einde zijt,
Zult, met mij, u gewis beklagen,
Dat zoveel goede, kostbre tijd
Versléet - door noodloos u te plagen
Met háat te koestren in uw ziel...
Waar zóveel lief te hebben viel.

Dus bid ik: zie! hoe 't leven spoedt;
Kweek zóveel Liefde in hart en zinnen,
Dat - klopt de Haat - gij roepen moet:
'Ga weg! er is geen plaats hier binnen!'
En zeg, als van uw Tijd hij vroeg:
'Voor Liefde heb 'k niet eens genoeg!'

schrijver

Geschreven door Dora om 19:37 Reageer op dit bericht

uitvaart

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Uitvaart

Toen hoorde ik, in mijn droom, een koor van klokken,
Die allen plechtig voor een uitvaart luidden.
En statig stapte, in 't wit gewaad der bruiden,
Een stoet van maagden met omkranste lokken.

Een zwerm van vogels vlood naar 't verre Zuiden
En de eerste sneeuw viel zacht, in donzen vlokken.
Mij klopte 't hart beklemd, bij wilde schokken.
- ‘Wat moet’, vroeg ik, ‘dit dodenfeest beduiden?’

En 't koor der klokken bleef eenstemmig klagen,
De maagden weenden met gesluierde ogen
En geen gaf antwoord op mijn bange vragen.

't Werd donker om mij heen, de sneeuw viel dichter,
Ik voelde vlokken die me in 't aanschijn vlogen
En 'k hoorde een stem: - ‘Het land verloor een dichter.’

schrijver

Geschreven door Dora om 19:42 Reageer op dit bericht

bidden

Een gedicht van Isaac da Costa 1798-1860

B I D D E N

Des harten binnenst overleg,
gezegd, gezucht, gedacht!
Het trillen van een stille vlam
die naar de wolken tracht.

Het slaken van een ademtocht,
het vallen van een traan,
de blik naar boven van een oog
door God-alleen verstaan.

De eenvoudigheid, het kunstloos waar
der kinderlijke taal,
maar aan wie plaats gegeven wordt
bij 't Englenlof koraal.

Des Christens kracht, des Christens lust
des Christens levenslucht
zijn levenskracht in 't uur des doods,
bij dood en hel geducht.

Des zondaars eerste stemgeluid,
die Jesus valt te voet
Bij aller heemlen vreugdgejuich
door 't: z i e  h ij  b i d t! begroet.

Tot 's Vaders eer, tot lof des Zoons,
in zin en wil en woord
het door de Heilge Geest gewrocht
volzalig zielakkoord!
Want bidden doet geen hart alleen,
één Geest dringt ze allen door;
en op zijn Priesterlijke troon
gaat Jesus-zelf ze voor.

Gij-zelf, de Waarheid en de Weg!
ziet biddend op ons neer,
hebt biddend onze strijd volstreên,
leer Gij ons bidden, Heer!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:18 Reageer op dit bericht

najaarslied

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Najaarslied

Ik ken geen schoner kleuren
Dan die van 't Hollands bos
In bruine najaarsdos;
Ik ken geen zoeter geuren,
Dan die uit droge mos,
Uit geelrode eikenbladeren
En varenkruid dat bloeit,
Mij op het koeltje naderen,
Dat met mijn lokken stoeit.

Ik ken geen schoner zangen
Dan vink en lijster slaakt,
Bij 't morgenlicht ontwaakt,
Eer hen de strikken vangen,
Door al wat zingt gewraakt;
De wildzang uit de twijgen
Met vochtig rag omstrikt,
Dat, als de dampen stijgen,
Met perels blijft bestikt.

Ik ken geen schoner luchten
Dan waar de herfst mee praalt,
Als 't zonlicht nederdaalt
En dorpen en gehuchten
In goud en kleuren maalt.
Dan rijzen blanke rotsen
En donkre bergen op,
Begroeid met ruige bossen,
Verguld aan rand en top.

Dan spelen alle verven
Dooreen met stille pracht,
Tot dat ze, schoon en zacht,
Versmelten en versterven,
En zeggen: ‘Het wordt nacht!
Weer is een dag vervlogen;
Welhaast een jaargetij:
Een jaar gaat voor uwe ogen,
Gelijk een damp voorbij.’

Gdichten (deel 3) (1905)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

engelen

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Engelen I

Zó gezwind kan nooit een vogel vliegen,
Als hij stort door alle heemlen heen.
Maar hij voelt zijn vallen als een wiegen
En de sferen rimpelen alleen.

En het is in 't weerlichtsnel verschijnen
Van de dingen, of hij stille stond.
Even glanzen zij en zij verdwijnen,
Als de glimlach om zijn zachte mond.

En de werelden, die langs hem rollen,
(Duizendvoude flonkering verschiet)
Zijn hem, of een kind gekleurde bollen
Regenbogend ving en vallen liet.

En der aarde wrevele versmachten
Kwelt hem nooit met schendend ongeduld,
Want hij kán niet wensen en verwachten.
En zijn wezen is van God vervuld.

De overgave (1914 - 1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:10 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten