Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Adèle

Een gedicht van Johan Michiel Dautzenberg 1808-1869

Adèle.

In 't land, waar zilverbeekjens vloeien,
En gras en kruid in weelde bloeien;
Waar 't veld met eeuw'ge lente pronkt,
En liefde uit rozenstruiken lonkt;
Daar dwale, zonder vrees of schrik,
Uw kinderblik.

In 't land waar, in 't gewelf der blâren,
De vogelkens hun stemmen paren,
En gene wind het zanggebed
Van 't vliegend morgenkoor belet;
Daar streel' dit zoete morgenkoor
Uw kinderoor.

In 't lieve land van melk en honing,
Daar zwaai' uw wieg, die smalle woning;
Daar stille aan milde moederborst
Uw nood zijn aangezette dorst;
Die bronne nodigt te aller stond
Uw kindermond.

In 't land der leeljen en violen
Moog' dra uw eerste stapje dolen;
Het gras der weì, de bloem der heì
Zij u tot wieg en wiegensprei,
En streel de bloem, nog zonder kreuk,
Uw kinderreuk.

Maar neen in 't dierbaar land der Belgen,
Moogt gij de melk der moeder zwelgen,
Die zaligheid in u geniet.
Slaap zachtjens, liefling, bij haar lied;
Slaap, myn Adèle, dierbaar kind,
Zo teer bemind!

schrijver

Geschreven door Dora om 20:49 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

vriesdag

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Vriesdag.

Staalblauw de hemel boven 't marmerwit
Der straten, blank van d'eerste vlokkenval.
En zonverguld, in fel-licht luchtkristal,
De starre bomen, hard en zwart als git.

In doodgevrozen rozen heb ik al
Mijn zomerdromen zacht een graf gespit,
Waarbij ik trouw de handen vouw en bid
Voor de arme zieltjes, die God redden zal.

O dromendoder Leven, steen en staal!
In 't koude goudlicht van uw winterzon,
Klinkt trots mijn tred nu, wijs en flink mijn taal.

Maar 't ruisgeluid van boom en lentebron
En de oude sprook van roze en nachtegaal,
'k Zou sterker zijn zo 'k die vergeten kon.

De Gids (1898)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:19 Reageer op dit bericht

schoolprijs

Een gedicht van Prudens van Duyse 1804-1859

De schoolprijs.

‘Waar is moeder, waar is vader,
Dat ik mijne prijs hun toon'?’
Sprak de lieve kleine Willem,
En zijn handje droeg een kroon,

En een boek met zijden lintjes.
Willem danste waar hij stond:
'Daar komt moeder! daar is vader!’
Riep de meid met volle mond.

De overwinnaar vloog zijn moeder
Reeds in de armen, gans verrukt;
Nooit had hij een warmer kusje
Op haar lieve wang gedrukt.

Nu sloot vader ook zijn zoontje
Aan 't vernoegde hart, en dan:
‘Bravo! sprak hij onder 't kussen;
Jongen, daar hebt ge ere van.’

Willem zag om vaders lippen
Een volzoete lach ontstaan,
En in de ogen zijner moeder
Zag het kind een vreugdetraan.

Gedichtjes voor kinderen (1849)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:24 Reageer op dit bericht

dame

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

DE „EERSTE DAME"

Ik ben de bloemtak die het huis versiert.
Van een zeer oude stam ben ik gerukt.
Mijn heer vereert mij als zijn eerst bezit.

Soms uit de kennel van de concubinen
Wringt een hoogzwangere zich en werpt haar dracht
Voor 't hemelrecht van mijn gebonden voeten.

Haar blik kruipt op naar mijn emaillen gelaat
En tracht door 't scherpe split der donkere ogen
Binnen te dringen tot mijn heersershart.

Ik ben de huismacht, gunst van heer en goden
Moet door mij stromen en de bloesems drijven,
Die ik genadig ritslend reegnen laat.

Ik denk: het is vandaag een goede dag.
De wind is stil, de boze geesten slapen.
Mijn bloed is helderrood en warm en rustig.

Ik werp haar rustig een rood mutsje toe.

Ruischende bamboe (1937)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:20 Reageer op dit bericht

tuinen

Een gedicht van Frederik Schmidt-Degener

Tuinen

Tuinen, schemering van weelde,
duister weg, mijn koninkrijk.
Uw gestalten, marmerbeelden,
nemen nachtelijk de wijk.

Heug'nis die op 't verst bedacht zijt,
weet gij nog van 't ijl foreest,
van der voog'len schrille zachtheid -
lente-uchtends teder feest?

Doof dan heug'nis in berusting,
lustverzadigd, droombevolkt:
liefde die te keur, te kust ging,
peinst om schoonheid weggewolkt.

Grauwe tuin in donkre vrede:
't Is vaarwel, zwart paradijs.
Toekomst, zonnedag, verleden
nog eens halfbewust doorschreden,
Heerlijk niets, mijn levensreis.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:15 Reageer op dit bericht

krater

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Mijn ziel was éens gelijk aan de' opgesprongen krater

Mijn ziel was éens gelijk aan de' opgesprongen krater,
Die steden zet in gloed met nooit-vermoede brand,
Dan terugkeert tot de rust, maar voeden blijft voor later,
Diep, het inwendig vuur onder geteisterd land.

Waar éens de vlammenbrand deed daavren 't zwaar gevaarte,
Gapen met brede wond de bergwand in zijn flank
Ligt thans het rustig meer, dat spiegelt in zijn klaarte
De eeuw'ge loop der zon, der wolken vluchtig blank.

Maar ónder blijft het vuur en de aard, na eeuwen zwijgen,
De oude verwoestingsmacht op 't onverwachtste toont -
Zo blijft, naar buite' in rust, in mij, inwendig dreigen
Het nooit bedwongen vuur, dat in mijn diepten woont....

schrijver

Geschreven door Dora om 22:16 Reageer op dit bericht

sluimeren

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

DICHTEN: SLUIMEREN.

Zoals een kind dat zich ontkleedt,
Het glimlacht naar 't vergulde raam,
Het vouwt zijn helder lijfgoed saam
En zoekt zijn sponde, slaap-gereed,

Zo is mijn dichter, ook hij legt
De last of van den langen dag,
Tot hij, getooid slechts met zijn lach,     
Stil luistert naar wat sluimer zegt,

De sluimer, een bewogen boom,
Die tot een schoner waken wekt,
Onder wiens lover, zon-gevlekt,
Dromen wordt zingen, zang een droom.

Herscheppingen (1916)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:16 Reageer op dit bericht

november

Een gedicht van J.J.L. ten Kate 1819-1889

DE ZEVENTIENDE NOVEMBER (1863)

Wijze: Wilhelmus.

„Wilhelmus van Nassouen!"
Zo klinke 't oude Lied,
Want, God van ons betrouwen!
Uw trouw veroudert niet.
Nu half een eeuw herboren
En bloeiende in Uw hand,
Doen wij de Jubel horen:
„Oranje en Nederland!"

Wij lagen diep gezonken,
De voetveeg eens Tirans,
In slavenboei geklonken,
Verneêrd, onteerd, en — Frans!
Maar Hij die 't lijden lenigt,
Verbrak de beulenband:
Gij reest, verjongd, herenigd,
Oranje en Nederland!

En sedert vijftig jaren
Heeft menig storm gewoed:
Wat Volken in gevaren!
Wat tronen omgewroet!
De springgetijden kwamen,
Maar onze rots hield stand:
Onscheidbaar wiest gij samen,
Oranje en Nederland!

Ons bruist de dank door de aadren,
U, bron van heil en troost!
U, God van onze vaadren
En Vader van ons kroost!
Behoed ons, o Almachte!
En juiche 't langs ons strand
In 't duizendste geslachte:
„Oranje en Nederland!"

schrijver

Geschreven door Dora om 19:18 Reageer op dit bericht

kwatrijnen

Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

Kwatrijnen

Die na mij komen, lezen mijn kwatrijnen.
Zij zullen sidderen, als zij verstaan,
Met welk een marteling van hartenpijnen
Ik zingend door het Leven ben gegaan.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:36 Reageer op dit bericht

geknakt

Een gedicht van J.J.L. ten Kate 1819-1889

Werd de Liefde eens geknakt

Werd de Liefde eens geknakt in haar tedere knop,
Tot haar blaren verwelkten en vielen,
Geen genegenheids-zon wekt haar leven weer op,
Want maar eens bloeit de lente der zielen.

Is de Hope misleid, dan ontvlucht zij het hart,
En keert weer door beloften noch giften;
Maar de Erinnring blijft achter en leeft van de smart,
En broedt voort op de puinhoop der driften.

Men verhaalt, dat de zwaluw haar nestje ontwijkt,
Als de stormwind de gevel doet kraken;
Maar de nachtuil keert in tot het huis dat bezwijkt,
Waar ze bouwt in een klove der daken.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:00 Reageer op dit bericht

de kabouters

Een gedicht van Albrecht Rodenbach 1856-1880

DE KABOUTERS.

't Lag 'ne man te slapen,
't hoofd op zijne vracht,
t'midden van een kerkhof
binst 'nen zomernacht;
door de donkere tronken
't lijzig windje zong,
en op de oude kerke
d'heldere mane schong.

Twaalve sloeg de klokke,
't ronkte en 't zong in 't rond,
en . . . . een aardig dingen
sprong van uit de grond.
Licht gelijk een pluimke,
rood van top tot teen,
't wipte als op een vere
't danste op zijn een been.

Nog een, nog een, 't krielt er,
lijk een mierennest,
wippende op de graven,
springende om ter best ;
't oud portaal gaat open,
licht stroomt uit de kerk,
de orgel speelt, ze dansen
houp! van zerk op zerk.

Duizelig wendt de walze,
wervelend woedt de drom,
en de slaper zag ze
dringend winken: kom!
Maar daar kraait een hane:
't dwerlend heir verdwijnt,
en ter Oosterkimme
't morgenrood verschijnt.

Gedichten (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:01 Reageer op dit bericht

dreupel

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Een dreupel poësij

Aan Gustaf Verriest


Hoe blij is de arme vogel toen
hij, lange lang geboeid,
weerom zijn vlerk mag opendoen
en in de hemel roeit!
En hoe is 't arme viske blij,
dat, in mijn net gepakt,
half dood gesperteld, los van mij,
weerom in 't water smakt!
Het gouden vliegsk' hoe blijde ruist
het, werk- en worstelensmoe,
wanneer ik zijn gevang, mijn vuist,
ontluikend opendoe!
Zo blij en is mijn ziele niet,
maar zeven maal zo blij,
wanneer ik, moe en mat, geniet
een dreupel poësij. -
In 't vrij bewind des vogels en
in 't koele ruim daarvan,
en 'k weet niet waar ik nog al ben
wanneer ik dichten kan:
't gedacht springt als de vis, die zeer
in 't waterkrystalijn
blank blinkt en weerom blinkt, aleer
'k hem wel gewaar kan zijn;
bepereld als het vliegske, licht
en schitterend in de zon,
zo vliegt en lacht het los gedicht
met zijne Dichter ton:
neen, blij en is mijn ziel toen niet,
maar is iets meer als blij,
wanneer zij, God zij dank, geniet
een dreupelke poësij!

Gedichten, gezangen en gebeden en Kleengedichtjes (1858-1859)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:43 Reageer op dit bericht

memoriam

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

In Memoriam

Verdoemd!
Allen zijn klein,
Geen is er groot.
Beter weg in de dood
Dan verdoemd met het kleine te zijn.

schrijver

Geschreven door Dora om 13:32 Reageer op dit bericht

angst

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

ANGST

ANGST

IS

de dans van de geworden dingen naar het

Ontworden

VLAMMENDE

LOGOS

angst voor de Vlam

EENHEID

vlam

----------------------------------------------
uit: De feesten VAN ANGST en PIJN (1918-1921)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:22 Reageer op dit bericht

liefde

Een gedicht van Jacobus Bellamy 1757-1786

DE LIEFDE

De teerste hartstocht, die 't genoegen
Der stervelingen 't meest vergroot,
Staat immer voor het nijpend wroegen
Der redeloze kwelling bloot.

Vrees, moeite en achterdocht bespringen,
Met felle woede, 't minnend hart.
Al vaak zijn kleine beuzelingen
De bronnen van de grootste smart.

Soms zwijgt de sprekendste bewustheid,
Wanneer de vrees haar stem verheft,
Daar 't hart, gefoold door ongerustheid,
Zijn eigen toestand niet beseft.

De Liefde, tuk op veinzerijen,
Die zij zich zelf te ontveinzen tracht,
Heeft zich al menigwerf in lijën,
Door schuldeloze list, gebracht.

ô! Mocht ik iets de hemel smeken!
Ik vroeg niet dwaas om rang of schat;
Maar, om een min , die voor het steken
Der kwelling niets te vrezen had.

Gezangen mijner jeugd en nagelaten gedichten (1790)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:50 Reageer op dit bericht

afbeelding

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Op mijne afbeelding

door KUILENBURG geschilderd.

Dus trof mij ’t Kunstpenseel van KUILENBURG naar ’t leven.
   Naar ’t leven ? — Neen, ô neen, mijn leven heeft gedaan.
Dat heeft met Neêrlands bloei de laastste snik gegeven,
   En ’t is geen leven meer, dat thans mijn borst doet slaan.
Vergeefs vraagt ge aan dit oog de kracht van vroeger jaren,
   Dat vuur de Jonglingschap dat eens zo flikkrend glom:
Aan ’t voorhoofd, voor de tijd beschaauwd met grijze haren,
’t Verbeeldingrijk vernuft, beroemd bij ’t Dichtrendom.
De mond vergat sinds lang de kunst van ’t hart te kneden,
   En de overreding week, die van dees lippen vlood:
De matte boezem zonk; en geest en kundigheden
   Verstierven in de klem van d’algemene nood.
Wat zoekt ge, o Kunstvriend, nu, na de uitgeblaakte vonken,
   De fakkel nog in de as, die van haar overschiet?
Ach! heeft haar scheemrend licht u ooit in ’t oog geblonken,
   Waardeer naar ’t dove stof haar oude luister niet!

’s Gravenhage,

      1794.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:27 Reageer op dit bericht

afbeelding

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Bij mijne afbeelding 1790

Mij schonk ’t geboortelot, bij flikkrend Dichtvermogen
Waar ’t oude Griekenland zijn eigen geest in kent;
(Voorvaderlijke vrucht, op d’echte stam geënt,)
Een hart, voor ’t woest gekrijs der menigte onbewogen:
Een ziel, aan tijd, noch lot, noch mensenwaan verkleefd,
Die de Almacht en zich-zelv' alleen tot rechter heeft.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:47 Reageer op dit bericht

zoeker

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931
DE ZOEKER TOT ZIJN ZIEL

Nu ik me in 't reinst van de nacht
Met U vereenzamen mag,
Uit zich mijn twijfel als klacht
Gaf ik genoeg U deez' dag?

Werd mijn geduld en mijn daad,
Al wat ik derfde en dorst,
Sier voor Uw leest en gelaat
Lieflijk juweel op Uw borst?

En het geloof in de droom,
't Schoon waar de zoeker naar zucht,
Kroont het Uw lover, o boom,
Buigt het Uw takken als vrucht?

Weet, want de kostlijkste vreugd
Geldt slechts door 't licht van Uw lach,
Ziel, en het leed wordt tot deugd
Slechts door de troost van Uw ach.

Eens, als mij de ernstige dood
Boodschappend toefluistert: "nu",
Vind ik uit bitterste nood
Vlucht en bevrijding bij U.

Had ik Uw stof niet gevoed,
Nù met het merg van de man,
Nù met de klop van mijn bloed,
Zuster, wat restte mij dàn?

Opvluchten (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:37 Reageer op dit bericht

sterfdag

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Sterfdag.

Een sombre Zondag in november... Klopt
Een bleke vinger op de glazen deur,
Of is het wenend hemelen-getreur,
Dat lijze uit leiegrijze wolken dropt?

In 't haardvuur smeulen turven, murwe geur
Van rottend loof, dat in den slijktuin sopt,
Dringt door de ruitereten, afgetobd
Kreunt zwak de wind, een kind gesteld teleur.

Een herfstdag en een sterfdag... ik herdenk
De dode, die me, in ver verleden, gaf
Dit droeve leven, 't wanend groot geschenk.

Ik wil 't niet vloeke' en werpen van mij af,
Maar 't zingend dragen, tot de dood mij wenk'
Naar blauwe hemellente of donker graf.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:56 Reageer op dit bericht

maaier

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

O, WARE IK MAAR EEN MAAIER.

O, ware ik maar een maaier.
Ik ging waar frisse kruiden staan
'k Zou ze allen vrolijk nederslaan...
Heisa, tjink, tjank, taioh!
Ik droog die rijke bloemenvracht,
Tot haar, die speelt in mijn gedacht
En die misschien mijn wens veracht...
Maar, God, ik ben geen maaier.
Heisa, tjink, tjank, taioh!

O, ware ik maar een jager,
ik trok naar 't geurig groene woud,
Waar 't wild zich vrolijk oponthoudt.
Trarah, pifpaf, haloh!
Ik droeg de tes met venezoen
Tot haar, die, wat ik denk of doen,
Mij nooit zul schenken ene zoen...
Maar, God, ik ben geen jager,
Trarah, pitpaf, haloh!

O, ware ik maar een schipper,
Ik trok dan naar de wijde zee,
En nam het vrolijk meisje mee.
Hiphip, hoezee, hoihoh!
Ik vloog de baren op en af
Met haar, die tot een helse straf
Mij nieuwe liefde in 't herte gaf...
Maar, God, ik ben geen schipper,
Hiphip, hoezee, hoihoh!

'De liefde in het leven' (1870)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:37 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten