Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

ogen

Een gedicht van Fiore della Neve 1849-1934

Blauwe ogen.

't Was blauw, niet het blauw van vergeet-mij-niet,
Bescheiden, zwijgend en bleek;
Ook niet het blauw van lobelia's,
Aan d' oever der rustige beek.

't Was ook niet het blauw van de zomerlucht,
Schoon dit van de hemel vertelt,
Zelfs niet van de lucht in het meer weerkaatst,
Waar 't zacht in de golven versmelt.

't Was vreemder, meer dat van den Zuidernacht,
Doorschijnend, lichtend en diep,
Waaronder Venetië fluist'rend lacht
En 't gouden Palmyra sliep;

Het blauw van de wijkende horizont,
Waar Lohengrin's boot in verdween....
Het blauw, - waarheen ijdele wensen gaan,
En onverhoorde gebeên.

De Gids, jrg 48 (1884)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:44 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

liedje

Een gedicht van G.H. Priem 1865-1939

Een liedje voor Rosinde.

Blonde Rosinde, ziet ge niet
Hoe de zon haar pijltjes schiet
Door de groene linde?
Geloof me, 't is op jou gemunt....
Zonnetje, zonnetje, och, je kunt
Tòch haar hart niet vinden.

'k Heb er al jaren naar gezocht,
Heel wat uurtjes doorgebrocht
Onder de groene linde.
Als er de maan scheen bleek en koud,
Als er de zon scheen warm en goud,
Droomde ik er van Rosinde.

Kapellekens stoeien om het huis,
't Windje zingt met zacht gesuis
Door de groene linde.
Alles is zon en alles is geur,
Alles is klank en alles is kleur
Om 't nestje van Rosinde.

Haar venstertje is dat kleine daar,
Hoe vrolijk grijpen de takken er naar,
De takken der oude linde;
De bladeren kijken de kamer in 't rond,
O blaadjes, blaadjes, of gij daar vond
Een hartje, dat mij beminde!

De Gids, jrg 55 (1891)


Geschreven door Dora om 21:27 Reageer op dit bericht

woord

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

Hoe zal mijn woord uw stil bewegen strelen

Hoe zal mijn woord uw stil bewegen strelen,
mijn torve mond uw zacht-strelende daên?...

- Op de effen lente-Leie zie 'k, blad-weemlend, gaan
't verduisterd even-beeld van roereloze abelen
om 't matte wit en eêle geel der vele water-leel'en
die, bij 't gewieg van trage avond, kallem staan
en teer-aan neigen in het zilver-stil getaan
van schuine zonne-glanze' in bevend schaaûwe-spelen...

- Hoe zal 'k uw leden strelen, ik die treurig ben
en, vrezend, in mijn leven slechts de liefde ken
voor mijn vreemd eigen-beeld, weerkaatst in moe dood water;

('t beeld der abelen speelt in 't zilver-gele water)

- hoe smaakt mijn torve mond de wrange, arme waan
dat zijne liefde om uw stil wezen kunne gaan?...

schrijver

 

Geschreven door Dora om 16:39 Reageer op dit bericht

vriend

Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1891-1924 

Aan een, die mij ‘vriend’ noemde

Uw vriend? Werd ik uw vriend, die graag een smader,
Een hater van zijn eigen Volk eens was,
Die blij verleid, op zoetste zonden ras,
De zegen schond, van Moeder en van Vader?
Hoe zalig troost mij dat woord: ‘Onze Vriend’
Voor al mijn dwalingen, mijn smaad en smart
En drift, die tergend al tucht heeft getart,
Maar 'k vraag beschaamd: ‘Waarmede is het verdiend?
Met mijn lied, dat niets meer deed, dan herzingen
Wat ons Volk leed, sinds het door overmacht
Zijn macht gebroken vond, zijn Stad verbrand?’
Mijn Lied: overdroef van herinneringen
Vinde uw stem eens blijder volte in de kracht,
Die ons hart drijft naar eigen Stad en Land.

Het joodsche lied. Tweede boek (1921)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:44 Reageer op dit bericht

angst

Een gedicht van Piet Rensen 1902-1936

ANGST

Omdat het schoon was, was het gauw geschonden –
Wie mocht het schenden, o mijn harde Heer!

Omdat het nog maar nauwlijks was gevonden –
Wie mocht het nemen, al zo spoedig weer!

Het oud gemis heeft mij opnieuw gebonden
En trekt mij naar de diepte, als weleer...

In déze liefde was geen zweem van zonde.
Geef mij het heil van deze liefde weer.

Chaos (1928)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:57 Reageer op dit bericht

bouwval

Een gedicht van W.J. Hofdijk 1816-1888

 

De bouwval

De laatste glimp van 't avondrood
Vloeit langs de strakke muur,
En schuchter duikt de maanschijf op
Aan 't bleek en fijn azuur

Wat wekt ge, sombre steenkolos!
Die van uw glans verviel,
En eenzaam op de rotspunt rust,
Wat wekt gij in mijn ziel?

Versteende stem van vroeger tijd!
Wat spreekt gij tot mijn hart,
En wekt er droevig echo's op
Van weedom en van smart?...

't Is van van een vroeger lustpaleis
Z e l f sombre puinhoop thans,
En slechts herinrings avondrood
Ontgloeit het nog met glans.

Verspreide gedichten (1861)



schrijver

Geschreven door Dora om 23:21 Reageer op dit bericht

leven

Een gedicht van Jan Brester 1805-1862

LEVEN

Wij reppen onze schreden,
En scherpen ons gezicht,
En zoeken hier beneden
Wat verre vóór ons ligt; -
Verzuimen en verzaken,
Wat ons omringt, wel niet,
Maar hijgen toch en haken   
Naar vrolijker verschiet.   
Lacht ons een heuvel tegen,
Met welig groen beplant, - 
Wij vinden steile wegen,
En distels in het zand; 
En lokt het dal beneden          
Ook door zijn dicht gewas,- 
Dáár smoren onze treden   
In loos bedekt moeras;  
En als met minzaam vleien 
Der bergen top ons trekt, -                 
Wij vinden woestenijen
Met dichte sneeuw bedekt.
Een dwaalspoor vóór de schreden,
En de eindpaal ongewis, -
Zoo zoeken wij beneden
Wat niet beneden is.
Tot we eindlijk, duizendwerven,
Bedrogen en misleid,
Vermoeid zijn van het zwerven
Om niets dan ijdelheid.
Dan slaan wij 't oog naar boven,
En zien der heemlen pracht,
Vertrouwen en geloven,
Dat dáár het heil ons wacht.
Dan bidden we om genade,
Ons zelven niet genoeg. -
De dwaze doet dit spade;
De wijze doet het vroeg.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:46 Reageer op dit bericht

jan zonderling

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

JAN ZONDERLING.

De zucht naar grootheid, die mij prest,
Doet mij betreden paden vloeken.
Ik kan niet b e t e r doen dan best,
Zo wil ik ’t dan bij a n d e r s zoeken.

Gemengde gedichten, deel 3 (1905)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:43 Reageer op dit bericht

bloei

Een gedicht van E.J. Potgieter 1808-1875

Bloei

De bogaard vloeit over
Van rood en van wit,
Waar plaats was voor lover
Nam bloesem bezit;
En zwaarhoofden duchten,
In weelde zo groot,
't Verstikken der vruchten
Uit wit en uit rood!

De jong'ling omzweven
De vreugd en de min,
Voor d'ernst van het leven
Geen zweemsel van zin;
En boetpreêkers schild'ren
Het blakend geneugt,
Als dreigde verwild'ren
In minne en in vreugd!

Och, wacht maar! - fluks komen
De storm en de smart,
Tot redding dier bomen,
Ter lout'ring van 't hart:
Een blaad'renzee wiegelt
In spijt van de worm,
En zielsadel spiegelt
Uit straffere vorm!

Wat dunkt u verloren?
Wat acht ge verkwist?
De lent' heeft gekoren,
De liefde beslist:
O heerlijk ontbloeien
In vruchten volend,
En heiligend gloeien
Dat opwaart zich wendt!

De Werken II Poëzy (1896)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:31 Reageer op dit bericht

vertrouwen

Een gedicht van Gerrit Bruggencate 1803-1858

Vertrouwen

Zo de storm ons treffen mocht,
Hij toch hield u op uw tocht
Meest voor bui en vlaag geborgen;
Meer, ja meer dan moedermin,
Meer dan vaderlijke zorgen
Had Zijn liefde voor u in.
Wis de traan dan uit het oog
't Biddend harte dan omhoog,
Als ons leed en smart omringen!
Ja, vertrouwen wij ons lot,
Bij des levens wisselingen,
Broeders, steeds geheel aan God!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:36 Reageer op dit bericht

twee

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Twee Filmsirenen

Fatale fletsheid, die met klamme geuren
het witte zeil in iedre stand doorhangt,
maar super-kappers in je netten vangt,
te overvloedig om het te betreuren -

't model van doodshoofd door je vel omprangd
mag men in elke scheurkalender speuren,
en voor een prik, Greet, kan dus wie 't verlangt
zijn slaapsalet er veelmaals mee befleuren.

En jij, Marleen, die met gekruider sauzen
van blikken, stem en benen de eetlust stijft,
je clientèle groeit, want zonder rauzen
werd ieder wijfjesdier door je overwijfd -

Doe voort! Veel roem en rijkdom! En mijn ziel
moog' dieper snurken bij dit sex-appeal.

Parlando (1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:48 Reageer op dit bericht

de vrouw

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

DE VROUW AAN HET VENSTER

Nooit opent zich de poort. 't Raam is zo hoog
Dat zij eerst de aarde ziet in wijde verte:
De stroom omarmt het bos in blauwe boog;
Door 't groen gaan rode vogels, ranke herten.

Niets weet zij van het levensspel daartussen;
Maar het moet schoon zijn, want zij mist het zeer.
Zij wil omhelzen, vindt niets om te kussen
Dan de eigen schouder, rond en koel en teer.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:45 Reageer op dit bericht

zwervers

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De zwerver

Ik ben vermoeid. Toch ben ik nog gestegen
Tot op de heuvel in het late licht.
En vóór mij kronkelen de duistre wegen
van ‘t avonddorp, dat daar verlaten ligt.

Is nu de wereld zoveel eeuwen ouder?
Alles lijkt mij zo vreemd en toch bekend.
Ik mis alleen een vriendelijke schouder,
een lichaam, dat mijn lust voelt en herkent.

Ik ben alleen voor gans mijn verder leven,
Er is niets meer dat me aan deze aarde bindt.
En toch, ik voel mijn hart onstuimig beven:
Dáár staat een boom, dáár speelde ik eens als kind.

Verzamelde gedichten (1948)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:51 Reageer op dit bericht

wierook

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

WIEROOK 

o Wierookgraan,
     geronnen traan
van ceder- en van lorkenstammen,
     gebedenbeeld,
     daar ‘t vier in speelt,
en ‘t vonkelen van ‘s herten vlammen.

     Geen gave van
     fijn goud en kan
mijn hand de Heer, geen myrrha bieden,
     maar wierook zal,
     en overal
en allen dag, Hem dank bedieden.

     o Wierookgraan,
     in ‘t vier gedaan,
en rokende uit mijns herten midden,
     van aards en grauw
     wordt hemels blauw:
gaat, wierookgraan, de Here aanbidden!

15/2/1897

schrijver

Geschreven door Dora om 22:29 Reageer op dit bericht

keukenmoeder

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Keukenmoeder.

Sappig vlees en sappig ooft,
Schat van kruiden vers en fleurig,
Alles wordt nog éens zo keurig,
Als ons Moedertje ze stooft:
'k Wed, ze kon een harde kei
Murrew maken als pastei.

Wilt ge weten, lieve kind,
Waar de kunst in is gelegen?
Als ge letten wilt ter degen,
Ben ik zeker, dat ge 't vindt!
Maar ge wordt door haar verkloekt,
Als ge 't in het Kookboek zoekt.

Of begeert ge, dat ik zèg,
Hoe 't recept wel is geheten?
't Heet - och! wil het niet vergeten:
'Zindlijkheid en overleg;'
En voor Saus (geloof me vrij)
Doe er maar wat Honger bij!

Al de volksdichten (1865)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 22:06 Reageer op dit bericht

stille

Een gedicht van W.L. Penning 1840-1922

Mijn Stille Dicht Nu en Voorheen

Gemoedsgetuig'nis af te leggen
Verbiedt mij 't onverzoend gemoed;
Wat mij zijn dicht-stem vóór komt zeggen,
Verga als ijd'le klank - eer 't and'ren luist'ren doet.

Mijn jeugd zei vaak haar verzen over,
Schreef ze op, maar deed haar schrift te niet;
Teloor gaan deed zij knop en lover
En bloesem uit de tuin van 't onbesnoeide lied.

Tien jaren lang dacht ze aan geen kansen
Op meegevoel, des dichters krans!...
Dicht mijner jeugd - hoe arm aan glansen,
Vast blij-gedurfd en fris-luid zeggen wou 'k u thans!...

Och arm, alsof ik baat zou vinden
Bij stem uit onbezorgd voorheen;
Wàt baat me? o immer meer beminde!
Wier dood me aan al uw leed blijft binden,
Wier nagedacht'nis vraagt - of weldoend lied of geen.

De Beweging jrg.6 (1910)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

bitterheid

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Bitterheid

Het woord, dat mij met kracht omgordde,
     En vrede en vreugd gaf,
Is alsem voor mijn mond geworden,
     En voor mijn ziel een straf.

De naam, die al mijn onrust stilde...
     Het fluisterzachte woord,
Waarop ik eenmaal pleiten wilde,
     Staande aan 's Hemels poort -

Die Grote Naam, zal ik niet noemen,
     Die grendels open schoof,
Vraagt God de grond, waarop ik roeme?
     'Heer, op mijn ongeloof.'

Nieuwe verzen (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:57 Reageer op dit bericht

najaarsvensterke

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

Najaarsvensterke
Tussen 't naakte, rood geraamte
Van een wilde wijngaardrank,
Hing 'n scheefgezakte venster
In de gevel, blauwig blank.

Op de grauw-arduinen rijchel,
Hier en daar vergroend van mos,
Lagen enk'le wingerdblâren,
Dronken van d'oktoberblos.

Onder 't venster, waar het muurke
Door de tijd gebersten was,
Stonden triestig te verdrogen,
Uitgeblomde dahlia's.

Een verneuteld vrouwke schikte
't Wit-en-rood geblokt gordijn;
't Was..., alsof heur rimpels zegden
‘'t Zal 'ne kwaaie Winter zijn’...

Vondelingskens (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:43 Reageer op dit bericht

knaapje

Een gedicht van Jacob van Lennep 1802-1868
AAN EEN VADERLOOS KNAAPJE.
Wis toch die traantjes uit uw oog,
Arm weesje! schrei niet meer:
Uw vader heeft het goed omhoog,
Bij onze lieve Heer.
God-zelf wil u een vader zijn,
Geen vader is zo goed.
En doet Zijn hand u somtijds pijn,
Hij weet wel wat Hij doet.
Want u vergeten kan Hij niet,
Hoe ver ook de afstand zij;
Zijn troost is u in 't bangst verdriet
Het allerdichtst nabij.

De nachtegaal en het lijstertje (1854)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:02 Reageer op dit bericht

Dit geschreven naar aanleiding van de door de regering bekend gemaakte plannen...hulp bij zelfdoding wanneer men het leven voltooid vindt!

Leven

Is uw leven dood of saai
Het gevoel is niet meer als vroeger
Het leven lijkt wel afgedaan
Zo moet een mens op gevorderde leeftijd
Elke morgen weer opstaan
Er komt een lange zucht
Die geeft ook geen lucht
Weer zo’n nare lange dag
Niemand die tegen mij lacht
Ik zit in een volkomen nacht
Maar weet u, u heeft te lang gewacht
Om Hem te zoeken
Want alleen gaan door het leven
Doet u voor de ouderdom in
eenzaamheid beven
Maar gelooft die nieuwe wetten niet
Die zeggen ga maar zacht dood
Dan heb je niet meer dat verdriet
Zij trekken u in een totale doodsheid
Ver weg van Hem die leeft van
eeuwigheid tot eeuwigheid!
Ga niet alleen door het leven
Die last is u veel te zwaar
Ja, dan komt u met maar
Is dat eigenlijk allemaal wel waar
Uw lijden is bij Hem bekend
Maar als U hem geen blik waardig keurt
Dan blijft u innerlijk dood en verscheurd!
Hij is het die u kan troosten
En u kan verlossen van alle aardse pijn
Als u maar wilt geloven
Dat God in Christus dicht bij
elke oud mens zou willen zijn!
Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten