Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

sonnet

Een gedicht van Willem G. Focquenbroch 1640-1670

Sonnet op een pijp, die ik niet aan kon houwen

O gouden zon! wiens licht noch nooit is uit gegaan,
Maar die gedurig brandt bij ons, of d'antipoden;
Gij, die geen zwavelstok noch vuurslag hebt van noden,
Om (of gij wierd gedoofd) u weer in brand te slaan:

Gij van wiens vuur al de planeten en de maan
Haar leven trekken als de mensen van de broden,
Ja, zonder wie ons vuur geen pot zou kunnen zoden,
En niemand schier een bout half gaar zou kunnen braên.

Gij, welkers vrolijk licht de wereld doet herleven,
Met recht wordt u de naam van godlijk toegeschreven,
Nadien ge al meerder deugd op aard doet als de wijn;

Ik zal tot uwer eer een hoog altaar doen bouwen,
Zo gij maakt, dat dees pijp, die schier geen vuur wil houwen,
Mee eveneens als gij altijd ontvonkt mag zijn.

Afrikaense Thalia (1678)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:28 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

val

Een gedicht van Jacobus Revius 1586-1658

VAL

Wat blindheid onbesuisd! Dat Eva die God diende,
In 't zalig paradijs, uit weelde, zonder nood
Der hellen roffiaan het ledig ore bood
En om te worden kloek des Heeren vloek verdiende!
Wat wederhorigheid! Dat Adam, niet ontziende
Noch tijdelijke last, noch eindeloze nood,
Zocht, opgeblazen puist, te worden even groot
Als God die hem bewaard en die hij had te vriende!

Wat duivelser bedrog! Gij moorder, gij de verraêr
Hebt smekende vervoerd de kinders met de vaêr.
Wat voordeel meent gij dies, o vijand, op te steken?
Wij liggen in 't verderf, doch hopen op genâ.
Maar uwe boze raad brengt u de meeste schâ:
Der vrouwe heilig zaad zal u de kop verbreken.

------------------------------------------------
weelde - lust, begeerte
nood - noodzaak, dwang
roffiaan - booswicht, duivel
kloek - verstandig
wederhorigheid - ongehoorzaamheid
ontziende - vrezende
puist - blaas

smekende - vleiende
vervoerd - verleid
dies - daarvan

Over-Ysselsche sangen en dichten (1630 - 1634)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 21:56 Reageer op dit bericht

klaaglijk

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Klaaglijk roepen de alcyonen

KLAAGLIJK roepen de alcyonen,
Schichtig fladdren de alcyonen,
Boven 't woedend brandingklotsen
Tegen Akashiro's rotsen,
Waar wraakgierige demonen,
Boven Akashiro's rotsen,
Tussen gierennesten tronen.

Over Akashiro's rotsen
Zweeft een lieflijk avondrood;
Onder, blind in 't brandingklotsen,
Vindt de schepeling zijn dood.
Klaaglijk schreeuwen de alcyonen,
Laag en schichtig de alcyonen
Scheren over 't brandingklotsen.
Rood zijn Akashiro's rotsen.

Een eerlijk zeemansgraf

schrijver

Geschreven door Dora om 22:14 Reageer op dit bericht

nacht

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Ik hoor de nacht die nader-zijgt

Ik hoor de nacht die nader-zijgt, –
en beider zwijgen...
Ik voel uw hoofd naar mij geneigd,
– zal ’t míjne neigen?

Uw aangezicht is vreemdlijk stil
in ’t schemer-leven...
Ik zie het laatste dag-geril
in de avond-dreven.

– Is dit een einde of een begin?...
Uw handen glanzen;
uw blik is als violen in
verslenste kransen...

– – Ach, is ons lijf voor ééuwig moe,
en onze zinnen?...
Míj faalt de kracht, te zeggen hoe
’k u durf beminnen.

Het Vaderhuis (1896 - 1903)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:33 Reageer op dit bericht

moeder

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Moeder

Moeder naar wier liefde mijn verlangen
Sinds mijn kinderjaren heeft geschreid,
Ach, hoe zult gij mij zo straks ontvangen
Na de lange scheidingstijd?

Zult gij me aanstonds als uw kind begroeten,
Als 'k ontwaken zal uit mijne dood?
Zal ik nederknielen mogen voor uw voeten
Met mijn hoofd op uwe schoot...

Maar wat dan? Wat zult gij tot mij zeggen,
Bij het ver gegons van de engelenschaar,
Als ge uw jonge, blanke hand zult leggen
Op dit oude grijze haar?

schrijver

Geschreven door Dora om 18:58 Reageer op dit bericht

in memoriam

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

In memoriam matris.

Op vleugel-suizelen, in stille nachten,
Komt uw heraut, Herinnering, getogen
Door mijne geest, en spant zijn purpren bogen,
Tot dieper duiding dan de dagen brachten.

Dan zie 'k - o zoet signaal van verre wachten! -
Fata morgana van twee peinzende ogen,
Die uit een krans van lieflijk mededogen
Wijding uitspreiden over mijn gedachten....

Hun licht kwam tot me in vreugde en 't kwam in smart;
Het wenkte mij, waarheen ik wendde of ging,
Een heimlijk heulsap sprenklend in mijn hart.

En 'k weet: zolang die leid-star van mijn leven,
Waar ooit mijn voet mij draagt, mij niet begeve,
Blijft gij mijn ziel tot heil, Herinnering!

schrijver

Geschreven door Dora om 19:30 Reageer op dit bericht

winternacht

Een gedicht van Arnaold Sauwen 1857-1938

Winternacht

Zwijgend en als uitgestorven 
ligt het dal in winternacht.
In haar kleed van blanke vlokken 
sluimert de aard, zo diep, zo zacht. 

Aan de klare sterrenhemel
gaat de maan haar stille gang.
In haar schijn ligt daar de vlakte,
scheemrend, als een maagd zo blank.

Uitgegaan is 't laatste lampken
dat van ver u tegenglom.
Onder witbesneeuwde daken
slaapt het dorpken, stil en stom.

Slechts de toren, trouwe wachter,
't hoofd met eeuwen reeds bevracht,
houdt nog daar, in nacht en stilte,
over hut en hoeve wacht.

En, wen alles rondom sluimert,
van het leven onbewust,
galmt de sombre toon der klokke,
stem des Tijds, die nimmer rust.

Gedichten (1928)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:24 Reageer op dit bericht

lam

Een gedicht van Anton L. de Rop 1837-1895

 

't Verdwaalde lam.

De schapen hadden heel de dag
Gegraasd in 't geurig kruid;
Maar bij het scheiden van de zon
Was 't met dat pretje uit; 
Al vonden zij 't ook buiten mooi,
Nu moesten zij terug naar kooi.

Doch bij de hoeve weergekeerd,
Daar zag de herder, dat 
Eén lammetje aan de troep ontbrak -
Waar 't arme diertje zat? - 
‘Pas’ - zei de herder tot de knecht -
‘Op de andren; 'k breng het gauw terecht.’

En haastig liep hij weer terug,
En riep en floot en keek 
Dan links, dan rechts in veld en wei,
Langs waterplas en beek, 
En toen hij bij het bosje kwam
Vernam hij 't blaten van het lam.

‘Och zit je’ - zei de goede man -
‘Hier in de doornen vast?’ 
En hij verloste 't kleine dier,
En met die lieve last 
In de armen, liep hij meer dan vlug
Weer naar zijn kameraad terug.

En 't schaap, de moeder van het lam,
Kwam blatend naar hem toe; 
En 't was als riep het lammetje
Heel zacht: ‘hier ben ik, moè! 
‘Mijn hartje klopt zo blij, zo blij!
‘'k Zal nooit meer dwalen van uw zij.’

In 't vrije veld (1885)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

heisa

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

Heisa.

Heisa, lustig moet men zijn
bij gezang en koele wijn,
want waarom toch beven?
lach de duivel in 't gezicht,
vrees de schaduw noch het licht
en bemin het leven.

Nu welaan! alleen de vreugd
kent geen list, vereer de deugd
en durf 't goede wagen;
want wie lustig is, is braaf
en blijft nooit gelijk een slaaf,
't juk der smert verdragen.

't Vrolijk leven, 't vrije woord
hebben altoos hen bekoord,
die voor 't ware blaken.
Dwazen zijn 't die anders zijn,
Heisa, bij gezang en wijn,
laat ons vreugde maken!

Gedichten 1861-62

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

eens en nu

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Eens en Nu.

Wel ben ik blijde om 't Leven, maar de extase
Der Jeugd was nu sinds lang niet meer voor mij,
Gegaan ook 't nauw doorworsteld noodgetij,
Waarmee der wereld stormen om ons razen!

En 'k zie het Leven als door koele glazen:
Een blauwe stroom, een zonbeglansde wei,
Waar 't bruine paard en blanke koeien grazen,
En een wit zeil drijft, achter 't groen, voorbij.

Maar, dankbaar om het schoon, dat is gebleven,
Zie ik der jaren staêge wisselingen,
't Najaar in goud, de Lente in bloesem staan,

Niet wetend, of ik leefde of eerst ging leven,
En of de storm'ge dagen, die vergingen
Wel schoner waren, dan dit nieuw bestaan.

Gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 18:59 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

‘k Hore tuitend' hoornen

‘k Hore tuitend' hoornen en
de navond is nabij
voor mij:
kinderen, blij en blonde, kom,
de navond is nabij,
kom bij:
zegene u de Alderhoogste, want
de navond is nabij,
komt bij:
‘k hore tuitend' hoornen en
de navond is nabij,
voor mij!




(8/8/1860)

XXXIII Kleengedichtjes

schrijver

Geschreven door Dora om 19:09 Reageer op dit bericht

anders

Een gedicht van Multatuli 1820-1887

Anders.

Leer dit van mij, o mensen, leef broederlijk onder elkander: 
Partijhaat is 'n afschuwelijk ding... in 'n tegenstander.

Idee 972

schrijver

Geschreven door Dora om 21:32 Reageer op dit bericht

nel

Een gedicht van Constantijn Huygens 1596-1687

Engelsche Nel

Jan malde wat met Nel, en 't was wel met haar wil;
Nochtans en deed ze niet als roepen: Stil, Jan, stil.
Maar Jan kon meer dan Diets en hield haar bij haar pak:
Nel was van Londen, en 't was Engels dat ze sprak.

Gedichten (1671 - 1687)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:41 Reageer op dit bericht

getijde

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Langs het Getijde

Het schemert, en
Waar 'k peinzend langs de golven ga
En peinzend naar hun ruisen hoor,
Ruist al hun vloed mij schuimend na
En wist mijn spoor.

Het schemert, en
Waar 'k wijkend het getij beleef,
Ruist het getijde op mij aan
En wist wat 'k in mijn hart beschreef -
Wat 'k heb gedaan.

Het schemert, en
In 't ruisend wit getijde zie 'k
Een bleke, vreemd geworden geest -
En 'k peins naar wie ik was - naar wie 'k
Eens ben geweest!

Zingende stemmen (1916)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:21 Reageer op dit bericht

rust

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

Rust

Leg uw hoofd zo in mijn arm
dat van uw voorhoofd naar uw mond mijn blik schuive
over de kam van uw neus
Leg uw hoofd zo
ik leg op uw mond mijn hand
                  wees rust

Gedichten (1935)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:31 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Blijde Mijmering

De lucht wordt ijler, de eindeloosheid schijnt
Door 't eindig huis, waarin wij, aardsen, wonen
Uit een ver dorp rijzen de stille tonen
Van de avondklok, hoog in de lucht verreind.

Zie: voor mijn blijde blikken baadt nu heind'
En ver de wereld in de glans van 't schone,
Hier: bomen met de zilv'ren bloesemkronen,
Aan d'einder: 't scheem'rend bos, waar 't licht verdwijnt.

En achter 't groen der wijde tarwelanden
Staan blanke hoeven in de donkre hoven
Omtogen door een zachte schemering;

Maar schoner dan al 't schone op aarde, branden
Hóóg de eerste starren; maar nòg schoner boven
Al 't zichtb're stijgt mijn blijde mijmering.

Gedichten (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 23:15 Reageer op dit bericht

raadgeving

Een gedicht van Hendrik Tollens 1780-1856

Raadgeving

Minnaars, wilt ge uit vrijen gaan,
Trek de stoute schoenen aan,
Schud de kindse blooheid uit,
Maakt ze, die ontvlieden, buit;
Neem het kusje, voor gij 't vraagt:
Nimmer wint hij, die niet waagt.

't Vrouwenhart is koel en wreed
Voor ons zuchten en ons leed;
't Wordt niet week door vrees of hoop;
't Is voor tranen niet te koop;
Hem-alleen, die 't eist en rooft,
Neemt het aan als heer en hoofd.

Overvallen we onverwacht
Dat oproerig schoon geslacht;
't Is manmoedig, zijn wij laf,
't Is bloohartig, zijn wij straf;
Geef uw krachten, zijt ge wijs,
Aan haar zwakheid niet ten prijs.

Op, te wapen! op, ten strijd,
Minnaars, zo gij mannen zijt!
Niet de lafheid - wel de moed
Steek u lauwren op de hoed;
De overheerser - niet de slaaf
Dwingt de vest tot overgaaf.

Gezamenlijke dichtwerken (1856)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:57 Reageer op dit bericht

Idylle

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

Idylle

En is het daarbuiten ook donker en koud
En droevige wintertijd,
Mijn lief, 't is lente om mij heen,
Nu ge in mijne armen zijt.

En schijnt ook geen ster door de grauwe mist
En huilt ook de storm door de nacht -
Ik schuif de armstoel bij het vuur,
De zetel van 't voorgeslacht.

Blond meisje met uw rozenmond,
Kom, zet u op mijn knie,
Vertel mij van al de liefde, zo zoet,
Die ik in uwe ogen zie.

Stil, stil, dat ons de wind niet hoort
En met onze woorden spot,
Gij buigt u over tot mijn gezicht,
En ik beef van stil genot.

Ik voel uw zoete adem gaan
En uw boezem zo warm en zacht,
En langs mijne wangen dartelt stout
Uwe blonde lokkenpracht.

Schoon kind, gij zijt mij als de zon
In de klare, blauwe lucht,
En het is mij of ik de leeuwerik waar
Die juichend tot u ontvlucht.

Ja, ik wil zingen te uwer eer,
O, gouden zon van mijn ziel,
Van vreugde dronken over uw licht,
Dat er in mijn harte viel.

En is het daarbuiten ook donker en koud
En droevige wintertijd,
Mijn lief, 't is lente om mij heen,
Nu ge in mijn armen zijt.

Vroege gedichten

schrijver

 

Geschreven door Dora om 09:32 Reageer op dit bericht

magnolia

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

Magnolia

Dit is de tak met de bloem alleen
de andre bomen gaan al moe
en zwaar van loof naar de aarde toe.

Dit is de tak die ten hemel biedt
In zuivre kelken van albast
de witte wijn uit de donkere bast
zó teerheid die uit droefnis wast.

Hoe zal ik noobler gedenken U
hoog-tere ziel sterk maar sereen
dan bij deze mystieke brank
de tak met de bloem alleen.

Dat is de devote magnolia
voorzichtig in uw handen geleid
van koninklijke tulpenboom
de prinselijke tederheid.

Maart-april (1936)

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

Maria

Een gedicht van J.J.L. ten Kate 1819-1889

Der vroeg en vroom gestorvene Maria

Gij ging dan heen. Helaas! met u vervlogen
De rust, het heil, ’t behoud van menig hart,
Dat door de gloed van uw verheemlende ogen
Ontdooide en gloeide en Gode vruchtbaar werd.

Vaarwel! vaarwel! — Wij schreien, maar wij mogen
Het niet! ... Ach, hoe zelfzuchtig is de smart!
Ga heen ... uw loon, het wacht u in den Hogen;
Uw zegen blijft: geen toekomst is ons zwart ...

Een dauwdrop waart ge, een dauwdrop van Gods hemel,
Die hier een wijl het dorstig groen verfrist,
Gekoesterd, en van ’t stof hebt rein gewist:

Maar die, te rein voor ’t lage bladgewemel,
Door ’t flonkerlicht der zon teruggehaald,
Omhoog opnieuw op ’t eeuwig palmloof praalt.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:46 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten