Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

zang

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1935

ZANG.

Mijn ziele is in mijn zangen,
Mijn zang is mijne ziel:
Mijn lied is 't zoet verlangen,
Dat in mijn harte viel.

Dat groeit daar stil verholen,
En groeit straks wonderhoog,
En rankt in duizend bloemen
Der wereld uit het oog.

schrijver

Geschreven door Dora om 18:49 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

landminnaar

Een gedicht van Betje Wolff en Aagje Deken 1738-1804

DE LANDMINNAAR

Wel man, wat kan
u de stad behagen,
dat gij mij durft plagen
om mijn keur?
’t Lust mij niet te leven
naar de sleur.
Al wat de stad kan geven
heeft geen smaak of geur.

Hoor mij, wilt gij
onschuldige vermaken
onverhinderd smaken?
Kom op ’t land!
Leer eenvoudig leven;
heb verstand!
Natuur wil heil u geven;
neem het uit haar hand!

Economische liedjes (1781)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:10 Reageer op dit bericht

kusjes

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Kusjes

Duizendvoudig zijn de kusjes,
Die de tere minnelustjes
in 't gevoelig hart ontgloên,
en de brand der liefde voên.
Maar, indien gij wilt beminnen,
schone strookster van mijn zinnen,
hoor, wat kusjes ik verlang,
als ik aan uw boezem hang!

Schenk me, o voedster van mijn lustjes,
druk me zulke vochte kusjes,
dat uw tong de mijne streelt,
en er krullend mede speelt;
even als de geile mussen
in de mei elkander kussen,
of het lieve tortelgoed
in het trekkebekken doet!
Laat uw hart door hete zuchtjes
tuigen van uw zielsgenuchtjes,
dat uw malse boezem zwoegt,
als ge uw lipjes met mij voegt,
en mijn halfverdronken ogen
zich in de uwe blind zien mogen.
Hoor nu, hoe gij in de gloed
't kussend mondje zetten moet,
om het zoetste zoet te kopen.
Niet te dicht, en ook niet open.
Laat één plaatsje (zo is 't wel!)
voor ons beider tongenspel:
dat mijn zachte tandenbeetjes
door die balsemige reetjes
boren mogen zonder pijn:
en uw tongetje het mijn
zacht ontmoeten, lieflijk klemmen,
bevend in uw mondje zwemmen,
tot het, spartlend van vermaak,
aan mijn tong geschakeld raak.
Dan zal ik het zuigen, strelen,
zoeken 't aan uw mond te ontstelen:
'k zal het bijten, en mijn dorst
met de adem uit uw borst,
met het bloed, er uit te leken,
koelen, lessen, meer ontsteken;
zetten borst en ingewand
door die terging in de brand;
dat het overstelpte harte
van genoegelijke smarte
in ons beider binnenst zwelt,
en van fijn gevoel versmelt.
't Geen het op de vochte tippen
onzer natbedauwde lippen,
met een bevend zacht geluid,
door een teder lispen uit:
dat en ziel en adem tevens,
met het overschot des levens,
dat in onze boezem slaat,
in elkander overgaat;
en wij, in amechtig hijgen,
spraak-, gevoelloos, nederzijgen.

schrijver

 

Geschreven door Dora om 22:10 Reageer op dit bericht

donderbui

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

De donderbui

De lucht betrekt, het zand stuift op,
Hoog torent zich de donderkop,
Die blauw als lei, en koperrood,
Dreigt met vernieling en met dood.
De bliksem, kort en lang van lijn,
Gelijk een zenuwachtig sein,
Meldt ademloos: wie vloeke of kniel',
Gedenk uw zonden, red uw ziel!
Een windstoot, water, vlam, een knal,
Alsof de hemel barsten zal.
Wij voelen hoe de wereld kreunt
En onder onze voeten dreunt.
Vlak langs de grond ontvlucht de dag.
Al nader knapt de donderslag,
En roder slingert 't bliksemvier
Het heet verderf naar mens en dier.
't Gesprek stokt; hart en adem staakt,
Als 't weerlicht rakelings ons raakt.
Wij zien elkanders vaal gelaat,
Ontwijken 't raam, en ieder gaat
Verbijsterd uit zijn levenslot
Tot aller leven oorsprong: God!

O eindelijke vredesteê!
Hier is de ziel stil en gedwee,
En ziet, bevrijd van angst en waan,
Het breken van de wereld aan.
Hier is zij zo gerust en stil,
Eenswillens met des Heeren wil,
Dat zij niet bidt voor have en bloed,
Maar zegt: wat God wil, dat is goed!
Verslokt de vloed ons, zengt het vier,
Wij hebben Uwe hemel hier.
Ons hoog hart werd een effen dal,
Waar God intrad en wonen zal. -
Zo ligt ze, een lichte vlakte, waar
God boven welft zijn hemel klaar;
En als ziels helder spiegelbeeld
Wordt aardes hemel plots doorspeeld
Van zonneschijn, de wolk bromt grof,
Het water bobbelt door de hof,
Maar 't grauwe zwerk zwenkt voor de wind
Schoon traag, de donderbui verzwindt.

De regen ruist nu ongestoord,
Eentonig murmurerend, voort.
De koeien grazen weer gedwee,
Het volk komt buiten, één, getwee,
Staan mensen; allen ademen vrij.
Goddank! wij leven! 't is voorbij!
En hier en daar glimlacht men stil:
‘Doe met Uw knechten naar Uw wil!’

De stille tuin(1933)–

schrijver

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

zonne

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

De stille zonne daar ik zit

De stille zonne daar ik zit, voor mijne woning,
in de oude lijste van een groene en rode veil;
van al de bloemen op mijn mond de milde honing,
en in mijn hart van al de dagen 't vrome heil;

een witte roze aan mijne krage, en voor mijne ogen
de weiden en de Leië in lage zonne-brand;
van mijne vrouwe in mij het zorgend mededogen,
en van mijn zoontje op mijne wang de koele hand;

- ik voel een rijpe traan diep uit mijn binnenst rijzen
van verre heimwee en gevréesd geluk, misschien;
'k laat op mijn moede oog de lange wimpers dijzen;
- maar als ik ze open, zult ge er zonnen stralen zien...

De gulden schaduw (1905 - 1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:34 Reageer op dit bericht

droom

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

Een droom

Een droom - als maneschijn - in zilvren wade
En breedgewiekt, heeft mij, toen ik verwezen,
In dons gedompeld, in de rust mij baadde,
Met elpen staf een kindekijn gewezen:

Het lachte, en bij die lach, wiens wedergade
Slechts in de zuivre zonne wordt geprezen,
Wolkte als een nevel weg al 't zwarte en kwade,
Dat in mij mort... 't Is me in een zucht ontrezen.

Toen was ik waardig, aan die blonde slapen
Eerbiedig de eene en de andre hand te drukken,
En in de hemel van dat oog te schouwen...

Ik zag en kuste en kuste... úw kind, geschapen
Naar úw Madonna beeld, en diep verrukken
Doorgolfde mij, o, lieflijkste aller vrouwen! -

schrijver

Geschreven door Dora om 22:46 Reageer op dit bericht

het kasteel

Een gedicht van Frans Bastiaanse  1868-1947

het Kasteel

Voor onze blikken rees nu 't oud Kasteel
Met hoge toren tussen iep en eiken,
Waar duizend bloemen stonden stralend geel
Op 't groene grasveld in de zon te prijken.

Die zware wanden zagen de eeuwen wijken,
Trotserend Tijd en Stormwind en Houweel,
Geslachten sterven, val van koninkrijken,
Als viel slechts hun de onsterflijkheid ten deel.

En, zoals vaak in 't leven 't trotse en tere
Vereend zijn, speelde op 't geel-bebloeide groen
Een kinderschare, in roze en witte kleren,
Luid-juichend om de gouden zomer-noen,
Zó blij, zó blij, als zou nooit leed hen deren,
Geen Dood dit broze schoon verwelken doen.

Verzen (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:53 Reageer op dit bericht

ontmoeting

Een gedicht van Betje Wolff en Aagje Deken

 

De onverwachte ontmoeting.

Nog nooit, nog nooit voelde ik mij dus ontstellen         
nog nooit mij meer ontstellen!     

Ach zijt gij 't, zijt gij 't zelf dan mijn vriendin?
Wat ik voel, kan ik u niet vertellen,
Als alleen dat ik u nog hartlijk min.
Maar zou, maar zou ik wel zo zeer ontstellen,
Zo gij niet waart mijn waardigste vriendin?

Kom laat, kom laat ik u in de armen drukken!
Terwijl ge aan mij uw tederheid betoont!
Mocht mijn wens nu maar gelukken,
Hoe wierdt onze vriendschap dan niet geloond!
Aan 't hart u drukken!

Economische liedjes (1781)

Geschreven door Dora om 22:16 Reageer op dit bericht

aan

Een gedicht van E.J. Potgieter 1808-1875

  Aan de Vrijheid.

Zie neer uit uw heilige tempel daarboven;
O Gij die de hulde der Grieken ontving,
Wie Rome in haar heerlijke kindsheid mocht loven,
Die lang aan de spits harer dapperen ging!
Zie, lieflijke Vrijheid, zie neder op aard,
Mijn volk is de roem van zijn voorgeslacht waard.

Laat zich met uw mantel de snode bedekken,
Die dood en verwoesting haar zusteren heet;
Wij zien, trots de mom, haar afzichtige trekken,
De dolk en de toorts in haar handen gereed.
Zie, lieflijke Vrijheid! zie neder op aard,
Oud-Holland heeft vlekloos uw outer bewaard.

Gij waart met ons erf in der vaderen dagen,
En 't zwaard werd gezwaaid tot het land was bevrijd;
Gij schraagdet hun schoudren om lasten te dragen,
Almachtig en goed, als God wil dat ge zijt!
Zie, lieflijke Vrijheid! zie neder op aard,
Wij staan als weleer om uw outer geschaard!

Die droom' dat uw voet op de kronen zou treden,
Hier hebt gij de vorstlijke zetel gevest
Voor wie wij de heerser der Fransen bestreden,
Ten strijde nu snellen uit ieder gewest.
Zie, lieflijke Vrijheid! zie neder op aard!
Vorst Willem vertrouwt op het Hollandsche zwaard!

Zeg het aan hen die uw zalen betreden,
De schimmen der vaadren vereend in uw rijk,
Vervuld zijn hun wensen - verhoord hun gebeden,
Het kroost is aan de oudren in deugden gelijk.
Het erf dat ze ons lieten, hoe vredig en klein,
Is nog als de parel, zo zuiver en rein!

schrijver

Geschreven door Dora om 22:27 Reageer op dit bericht

nazomer

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Nazomer

Vaag drijft door de open deur
De bleke avondwind
Een bitter kille geur -
Alsof de herfst begint.

Vaag, als een vallend blad,
Daalt door mijn lege geest
Herinnering aan wat
Wel eenmaal is geweest.

't Is of mijn hart verstomt
En of ik stil verga,
't Is of de herfst al komt -
Hij komt weldra - weldra!

Zingende stemmen (1916)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:52 Reageer op dit bericht

maan

Een gedicht van Gerrit ten Bruggencate 1803-1853

Aan de maan

Hoe straalt gij zo, met heldre gloed,
Door 't loof dier appelbomen,
Waar eens uw vriend zo welgemoed,
Zich droomde zoete dromen?
Omsluier uwe zilverglans,
En blik gelijk gij blikkert,
Wanneer gij op de dodenkrans,
Van 't jeugdig meisje flikkert!

Vergeefs ziet gij zo rein en klaar,
In dit priëeltje neder;
Ach! nimmer vindt gij 't blijde paar,
In zijne schaduw weder!
Het noodlot, mij zo wars en stug,
Ontstal mij 's meisjes harte!
Geen zuchten toovren 't mij terug,
Geen teedre traan der smarte!

O! zo zij nog één enkel maal,
Mijn rustplaats mocht betreden,
Verlicht dan dáár met matte straal,
De bloempjes voor haar schreden!
Zij zette wenend zich op 't graf,
Waar roosjes nederhangen,
En plukke er zich een bloempje af,
En drukke 't aan de wangen!

schrijver

 

Geschreven door Dora om 22:00 Reageer op dit bericht

plagen

Plagen
 
De plagen in het leven
Ze worden je vanzelf gegeven
Je zoekt het niet op
Menigeen zit op je kop
Het zijn de mensen
Die voor zichzelf veel wensen
Ze gunnen je het licht in de ogen niet
Er zijn er die zien nimmer jouw verdriet
En dan weet je elke keer
Als er iemand iets schiet
Dat het te midden komt in je verdriet
Je verdriet is wel geheeld
Maar de littekens blijven voelbaar
De mens onrein van hart
Kent niet die innerlijke smart
Die hebben over eigen
zonden niet eens smart
De mens die niet kan begrijpen
Zal nimmer echt rijpen
Die mens heeft alleen een ik gevoel
En hiervan zie je veel plagerig gekrioel
Want ze zetten zomaar je innerlijke boel
Niet echt ondersteboven maar ze raken
je in de knop
En je vindt zo’n mens een flop!
Want elke mens heeft een innerlijke knop
Ook al vindt men dat niet top
Sommigen zetten de knop op uit
Dan zie je hoe men een vrolijk deuntje fluit!
 
Geschreven door Dora om 12:00 Reageer op dit bericht

sukkel

Sukkel
 
Ik ben een sukkel in het veld
Maar soms wordt de sukkel
Bij het haardvuur geveld
Heel sukkelig en stuntelig
Maar soms denk je hier
wordt de sukkel gespeeld
Het is te hopen dat de pijnen
na de val zijn geheeld
Het vogelen is misschien alleen
voor sukkels
Veel mensen kunnen zich
er niet in vinden
Maar menig vogel kan een
vogelaar opwinden!
 


2056918-e804628bcc8fc7e7ce5986d68f87eb1b.JPG

Geschreven door Dora om 21:49 Reageer op dit bericht

zomertijd

Zomertijd
 
Rare tijd die zomertijd
Soms ben je in de dagelijkse gang
de weg een beetje kwijt
Het weer is broeierig
Ineens is er een plensbui
Je wordt eigenlijk van dit alles
een beetje lui
De dagen zijn lang
De mens zoekt overal vertier
Is het niet hier dan is het aan het strand
Of misschien wel in een bos
Maar daar vind je veel groen en ook mos
Misschien wel om op een bankje neer te strijken
En je leest in de krant over de dagelijkse lijken
Die verongelukken of men rijgt ze aan stukken
Nee, dat is niet iets wat moet lukken
Maar de mens is soms een vreemd wezen
De één houdt van het leedwezen
De ander wil zich er in kwijt
Ja, en dan zie je de wereld is wel wijd
Maar de mens raakt soms zichzelf kwijt
Dit verschijnsel is er ook in de wintertijd
Maar in de zomer verliest de mens zomaar tijd
Vanwege de vakantie
De vakantie is voor bezinning
Maar dit wordt niet meer waargenomen
Men wil liever in vertier omkomen
De mens heeft maar één wens
En dat is de moderne slavernij
Men voelt zich daarin geheel vrij
Terwijl je er flink in vast kan lopen
En dan is het te hopen
Dat men de bezinning gaat ervaren
Hoewel de mens komt niet zomaar tot bedaren
Want vaak zijn er geen gevoelige snaren
En dit alles wil nu die drukke zomertijd baren!


2056738-4d88643267f364d3ef45139b56cd15af.JPG
Geschreven door Dora om 23:01 Reageer op dit bericht

Gedenken…
 
Gisteren ging men gedenken
Dat eens de slavernij werd afgeschaft
Maar men heeft vergeten
Dat men te lang van de verkeerde
zaken heeft gegeten
Zodat de slavernij van de zonde
De weg heeft geopend naar een brute samenleving
Het heeft allemaal niets met kleur of ras te maken
De mens had andere zaken aan moeten raken
Maar men leeft liever in venijn
Want ook gisteren kon het niet gedenkwaardig zijn!
Overal gaan we gedenken
Maar de mens kijkt niet naar de wenken
Die elke dag worden geopenbaard
Zo is de mensheid weinig waard
Men holt of holde achter allerlei flauwekul aan
Zo ging men nu reizen in de verkeerde trein
Omdat men altijd in alles meedogenloos wil zijn!
 
 
Geschreven door Dora om 17:46 Reageer op dit bericht

wereld

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

De schone wereld

Iedre morgen na het nachtlijk slapen 
Ligt mijn wereld nieuw door mij geschapen. 

Iedere dag heb ik haar weggegeven, 
Telkens één dag meer van 't eigen leven. 

Telkens een kortstondiger bewoner 
Zie ik haar belanglozer, dus schoner. 

Schoonst zal ze eenmaal zijn als ik ga scheiden 
En de grenslijn wegvalt van ons beiden.

De weg van het licht  (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 23:05 Reageer op dit bericht

al

Een gedicht van Jan Krul 1602-1644

Al zijt Gij vert, Nooit uit het hart.

Lief! al zijt gij vert gescheiden;
Liefde zal mijn hert geleiden:
Liefde (Lief) die drijft mij voort;
Liefde komt u Liefd' aan boord:
Lief is liefde, zoet is minne:
Liefde doet mij dit beginnen:
't Is al Liefde, Liefd' is ‘t al,
Die ik u betonen zal.

Door de Liefde lijd ik vrese:
Liefde zoekt uit vrees te wezen,
Even als de Schipper doet,
Als hem treft een tegenspoed,
Van de woeste storm Winde,
Tracht hij goede ree te vinden:
Veile Haven, anker-strandt,
Daar hij schadeloos belandt:
Even gaat het mij in 't minne,
Ik zoek uwe gonst te winnen.
Die mij van de bitse nijdt,
In mijn Liefdens vrees bevrijd.

Eerlycke tytkorting (1634)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:36 Reageer op dit bericht

vriendschap

Een gedicht van Lucas Pater 1707-1781

DE VRIENDSCHAP

Hoe zoet is 't, waar de Vriendschap woont!
Zij is oprecht van aard.
Zij word met mirt en palm bekroond.
Haar glans is prijzenswaard'.
Zij spoort het al tot blijdschap aan.
Wie kan haar invloed wederstaan?
Geen mens. Geen mens. Geen mens.

De Vriendschap neemt de harten in:
Nooit toont ze een stuurs gelaat.
Zij is de Zuster van de Min.
Zij schuwt de twist en haat.
Ze is altoos vergenoegd van geest.
Men roem' haar op dit vrolijk Feest
Met Zang! Met Zang! Met Zang!

De Vriendschap mint gezelligheid:
Nooit vindt men haar alleen.
Zij-zelf heeft deze dis bereid:
Zij bracht ons hier bijeen.
Elk roep' dan vrij met hart en mond:
'k Verzoek uw vriendschap, in het rond.
Hoezee! Hoezee! Hoezee!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:58 Reageer op dit bericht

trouw

Een gedicht van Jacob Cats 1577-1660

Eerste Trouw

Als van twee gepaarde schelpen
D’ene breekt, of wel verliest,
Niemand zal u kunnen helpen —
Hoe men zoekt, hoe nauw men kiest
Aan een, die met effen randen
Juist op d’ ander passen zou.
D’oudste zijn de beste panden,
Niets en gaat voor d’ eerste trouw;
D’eerste trouw, die leert het minnen,
D’eerste trouw is enkel vreugd,
D’eerste trouw, die bindt de zinnen,
Zij is ’t bloempje van de jeugd.
Naar mijn oordeel: twee-maal trouwen
Dat is veel niet zonder pijn;
Drie-maal kan niet als berouwen,
Want hoe kan der liefde zijn?
Houd uw eerste lief in waarden,
Eertse met een vollen zin;
’t Is een hemel opter aarden,
Zo je paart uit rechte min.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:11 Reageer op dit bericht

schoon

Een gedicht van Jacobus Revius 1586-1658

Schoon is het goud

Schoon is het goud, het schoonste der metalen,
Schoon 't alebast, en 't luchtige kristal,
Schoon is het licht wanneer de zon gaat dalen,
Schoon 't elpenbeen, en 't rozenrood koral,
Schoon is de mei met bloemen zonder tal,
Schoon is de zeeg' met haar bekranste zweerden,
Maar, die de kroon moet dragen bovenal,
Schoon is de vreê, de schoonste op der eerden!

Over-Ysselsche sangen en dichten

schrijver

Geschreven door Dora om 19:53 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten