Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

stem

Een gedicht van Abraham van Collem 1885-1933

Er is een stem gekomen...

Er is een stem gekomen uit de stemmen
Veler vogels, zingend in de morgen,
Uit de klankroepers van de hoge dag,
Uit de kleurzaaiers op de witte ruimte,
Uit de verheugden is een lied ontstaan,
En kleine mensen op de aarde horen,
En kleine stappers op de bergen zien,
Zij zien het zwevende alom ontstijgen,
Zij worden zelve zwevenden, die stijgen,
Zij worden zelve zingenden, die zaaien,
Zij horen in het aanstormende koor
De stem des mensen schrijden, stem van God.

Van God en van de natuur (1921)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:52 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

haven

Een gedicht van J.P Heije 1809-1876

In de haven.

Een scheepje in de haven landt
Gevuld met specerijen; 
En menig flinke, jonge kwant
Met buidels, vol tot aan de rand,
En harten, vol verblijên. 

Wel geurig kruid, wel blanke munt,
Wat zult ge nu gaan dwalen; 
't Is, of ge nimmer einden kunt,
Zo komt, van ieder hoek en punt,
Een ieder van u halen. 

Maar... als dan 't schip is leeggehaald,
Vindt Koopman en vindt Reder 
Zijn specerij met goud betaald:
Doch - als uw zilver is verdwaald
Matroos!... waar vindt ge 't weder? 

Een béétje pret, ná leed en last,
Wie zou het u misgunnen? 
Maar - niet de zeilen vòlgebrast...
Toe! leg een reefje, waar het past:
Het zou eens s t o r m e n kunnen!

Al de volksdichten, deel 1 (1865)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:57 Reageer op dit bericht

smaakmaker

Een gedicht van Hilarion Thans 1884-1963

SMAAKMAKER

Nog houdt de omheining, als weleer
– een hoge muur – de hoven dicht.
De middag groent in schemer neer:
een loof-getemperd bovenlicht.

Dezelfde mooi-gebogen dreef
koel, zwijgend, als een kerkenbeuk.
Mijn tuinbank – of ze wachten bleef
verscholen onder rode beuk.

De merel, in de koepelkroon,
fluit bij deze avond als van oud?
Weer schakelt ginder toon in toon
het torenlied zijn keten goud.

Hier woonde ik, uur gewaar noch dag,
verloren in diep droomprieel –
tot ik veel vreemde steden zag,
en nam van ‘t grote leed mijn deel.

Ik weifel bij de tuinbank die ‘t
geheim van diepe stonden weet…
Was dit wellicht mijn laatste lied
van eigen lief en eigen leed?…

Verloren stroom (1920)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:56 Reageer op dit bericht

als

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

 

Als, bij moe-tanend avond-lichten...

Als, bij moe-tanend avond-lichten,
angst daalt in onze aanwezigheid,
zijt gij 't, die voor onze aangezichten
de vreê der avond-lampe breidt.

Wij zitten en ons leden wegen,
zwaar van stil-naedre dage-dood;
gíj hebt zacht woorden die verplegen,
en breekt het vredige avond-brood.

En wij, die uwe gaven eten,
wij rusten in uw blijde haard,
en zien, ons leed bijna vergeten,
uw hand die stil de kruimels gaart;

en slapen in uw tere zorgen,
en raden niet, hoe troost-gewijd,
gij, voor u zelf misschien verborgen,
van lijde' een béetre liefde zijt.

Vader-huis (1903)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:12 Reageer op dit bericht

geduld

Een gedicht vasn Hilation Thans 1884-1963

Geduld.

Gelijk Gij niet gezegd hebt, toen Ge zocht
mijn ziel, verloren schaap, in bitter lijden -
een lijden met U groeiend door de tijden,
en dat zich, slinger-rank van doornen, vlocht

rondom uw huivre leden, tot het mocht
als dolken-kroon u door de slapen snijden:
‘genoeg! ik deed genoeg u te bevrijden!’ -
maar lijdend gaaft uw laatsten ademtocht;

zo schrei ik ook niet, 'schoon mijn klein geloven
wou dat uw hand de taaie rank besnoeit
die enger, hoger, om mijn lenden gloeit:

‘genoeg! ik deed genoeg uw Naam te loven!’ -
maar zwijgend dulden tot volgroeide pijn
zal kroon van doornen, kroon van glorie zijn.

Verloren stroom (1920)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:31 Reageer op dit bericht

vers

Een gedicht van J.W.F. Werumeus van Buning

Een oud vers

Wat ik betreur te hebben niet bezeten
Is het geluk van menig burgerman:
De vrede van het huisgezin, en van
De kinderen, die mee aan tafel eten.

En ik weet wel, dat in mijn arm gelegen
De liefste is bezwijmd van zaligheid,
Dat ik de stem ken van de eeuwigheid,
En van het hart, dat mijn hart is genegen.

Maar dit is alles niets, al deze dingen,
Gezegend, en te min; 't is eens niet meer;
Men hoort de vogels in de bomen zingen,
De jaren gaan, de winter keert steeds weer,
De sterren staan. Ik heb niet goed gekozen.
Wat doet een bedelaar met rode rozen?

schrijver

Geschreven door Dora om 21:54 Reageer op dit bericht

winter

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Winter

Stiller, stiller, stiller zakken
Nacht en dagen om mij heen –
Als de sneeuw de dorre takken
Dekken zij ’t verleên.

Doch hun hout wacht, diep verborgen,
Menig, menig wederkeer,
En mij komt de jonge morgen
Nimmer, nimmer weer!

Wie gebloeid heeft en gedragen,
Houdt herdenking tot genoot –
Hij heeft God niet meer te vragen
Dan de stille dood.

De keerende kudde (1920)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:52 Reageer op dit bericht

geboorte

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Geboorte

[Maria-lied] 

Toen het kleine kindje was geboren,
Bleef er in het hart van zijn verkoren
Moeder slechts een moeheid, en ze leed.
En ze lachte smartlijk, toen zij even
Weer terugdacht aan het eerste beven
Van zijn leven in haar, en ze kreet.
Nu begon voor beiden het gescheiden
Wezen... en zijn zijden kopje vlijde
Ze aan het snelle hijgen van haar borst.
En haar liefde en het angstig kloppen
Van haar hart vervloeide in de droppen
Van de lafenis voor zijne dorst.
En ze wist: nu had ze hem verloren,
En ze hàd geen kind, was maagd gelijk te voren,
Want haar diepe liefde was te klein.
En ze schrok, en zag in zéker weten,
Hem wéér liggen op haar schoot... verreten...
Dan zou zij zijn gróte moeder zijn.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

vlaanderen

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Vlaanderen, o welig huis

Vlaandren, o welig huis waar we zijn als genoden
aan rijke taaflen! - daar nu glooiend zijn de weiên
van zomer-granen, die hunne aêmende ebbe breien
naar malvend Ooste' en statig dagerade-roden,
dewijl de morge' ontwaakt ten hemel en ter Leië -:
wie kan u weten, en in 't harte niet verblijên;
niet danke' om dagen, schoon als jonge zege-goden,
gelijk een beedlaar dankt om warme tarwe-broden?...

o Vlaandren, blijde van uw gevens-rede handen,
zwaar, daar ge delend gaat, in paarse en gele wade,
der krachten die uw schoot als rodend ooft beladen.
- Vlaandren, wie wéet u en de zomer-dageraden,
en voelt geen rilde liefde in zijne leden branden
'lijk deze morgen door de veië Leië-landen?

schrijver

Geschreven door Dora om 21:46 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Argentina

Eenzaam reed ik over de verbrande heide,
Waar de puinen der hoeven nog rookten,
Waar de schimmen der doden nog spookten;
Verschrikt sprong mijn paard soms terzijde.

Eindelijk stieten wij op een pulpero,
Waar men brood en olijven kon kopen
En de lucht uit de keuken deed hopen
Op een avondmaal van puchero.

'k Zat niet eenzaam in de avondstonde:
Met quichua's kan men niet praten,
Maar de samengezogen mate
Was een heet verbond onzer monden.

Boven de cypressen staat de maanschijf,
Sterrenbeelden: Perseus en Canopa.
Door het duister hoor ik: ‘Hopa! Hopa!’
De kreet waaronder men de ossen aandrijft.

Larrios, Dolores en Chiara,
Die voor eeuwig bij mij zouden blijven,
Kom, ik heb behoefte aan uw lijven,
Meer dan aan de Heilige Maagd Maria.

De pampero wakkert wolken aan.
De peones slapen in de tenten.
Ik zit huivrend bij de zerk der maan,
Heb geen warmte dan wat aguardiente.

-------------------------------------------
- mate - Deze kruidenthee is de nationale drank van Argentinië. Het is een  gezelligheidsdrank, die bijna overal gedronken wordt: thuis, op het werk en op feestjes.

- aguardiente - Aguardiente is de Spaanse verzamelnaam voor alcoholische dranken met een percentage van 40 tot 45 procent alcohol. Aguardiente stamt af van het Latijnse aqua ardens, dat brandend water of vurig water betekent. Deze drank brandt dan ook in de keel van de drinker.

Soleares

schrijver

Geschreven door Dora om 22:08 Reageer op dit bericht

erato

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881 

Erato

De purpren avond was in 't west verdwenen
En glanzend zilver droomde op donkere aarde -
Toen is de blonde Muze mij verschenen....
Mijn ziel werd vuur toen haar mijn oog ontwaarde. -

Geknield strekte ik mijn armen naar haar henen, -
'k Omhelsde louter lucht - ik viel aan 't wenen:
Haar blik was eindloos-teer, toen ze op mij staarde, -
'k Gevoelde een kus op 't voorhoofd, - ze openbaarde:

'Een hoge liefde zal uw hart doordringen:
Gij zult beminnen, zalig zijn en scheiden,
Gescheiden zwerven, zwervend liefde zingen,

En peinzend zult gij 't wederzien verbeiden,
En naar een vrouw gedachte en smachten leiden,
En mijmrend leven van herinneringen.' -


aug.-nov. 1879

schrijver

Geschreven door Dora om 21:35 Reageer op dit bericht

ijzerlegende

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

IJZERLEGENDE

Wie zit daar langs de bevrozen straat
in witte mantel en blauw gewaad?
Wat bergen haar mantelvouwen?
Wat houdt ze tegen haar borst gelast?
Wat prangt zij zo warm met haar armen vast?
't Is Onze Lieve Vrouwe...

'Onze lieve Vrouwe van Vlaanderland,
wat zoekt gij op dit verwoeste strand,
van bommen doorwoeld en granaten?
Geen hutje ziet men wijd noch zijd...
Geen boom, geen struik, geen paal, geen mijt,
slechts nu en dan ons, soldaten...

En in 't putje des winters dan nog! Hoe snijdt
als messen de vlijmende wind en splijt
alomme de aardkorst open !
Wat deed u verlaten uw outertroon?
Wat bracht gij naar hier Heer Jezus, uw Zoon,
in wie wij geloven en hopen?

En langzaam hief Naar fijnwitte hand
Onze-Lieve-Vrouwe van Vlaanderland,
en 't was of engelen zongen:
'Wat op mijn borst ik heb gelast,
wie ik in mijn armen zo warm houd vast,
is niet mijn eigen Jongen...

Mijn eigen Jongen, dat goddelijk Bloed,
slaapt in zijn kribbe, onder Jozefs hoed',
waar ik Hem heb gelaten...
Dit oord des doods heb ik opgezocht,
om, waar koude of kogel u vellen mocht,
u te dekken, gij dappre soldaten ...!

Onze-Lieve-Vrouwe van Vlaanderland
trok even met haar fijnwitte hand
Naar mantel open, de warme...
Twee IJzerpiotjes sluimerden daar,
hoofd tegen hoofd, heel dicht bij elkaar,
met bet geweer in de armen.

1917

schrijver

Geschreven door Dora om 18:55 Reageer op dit bericht

memoriam

Een gedicht van J.W.F. Werumeus Buning

In memoriam

Ik ben niet eenzaam sinds gij zijt gegaan.
Zoals het licht gans om de wereld is
zijt gij met mij. Alle herinnering is
vager en verder van mij heengegaan,
overgegaan, als bloemen in hun zaad
onder de aarde. En dit is zo vreemd
dat nu àl inniger de stilte neemt
aard van uw wezen, sinds van u begon
vergetelheid van woord en daad. Van dit gemis
drenkt zich de lucht om mij van u
en ik verlies u, en ben gans in u. -

Lang sinds geleden heb ik droefenis
zeer liefgehad, om de gelijkenis
dat zij mij smart en vrede gaf van u.
Maar zij is heen als gij, en nu
moest ik toch eenzaam zijn, nu niets gebleven is.
Maar eenzaam ben ik niet. Ik wist het niet
ik heb mij gans op dit geheim bezonnen:
Ik weet alleen dat in de stilte bronnen
van licht mij drenken met wat mij verliet.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:57 Reageer op dit bericht

tine

Een gedicht van Fracois Pauwels 1888-1966

Tine

Ik heb uw kussen en hun overmoed
met mijn onnozel herte niet verstaan,
het was mij deugd reeds aan uw zij te gaan,
dweepziek, in velden onder avondgloed.

O, vrouw, o, tederheid, o, droeve waan,
wat was het leven mild, de wereld goed!
Zwijg, drieste stem van het onstuimig bloed,
ik bad een droom, een aardeloosheid aan.

Tine, gij waart al vrouw en ik nog kind,
maar 'k heb uw blonde wezen zó bemind
dat ik mijn jeugd niet zonder u kan denken,

en, ouder in de eindeloze strijd
zie ik uw hand mij naar die zuivre tijd
als naar verloren paradijzen wenken.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:21 Reageer op dit bericht

hoe

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Hoe zoet is 't tussen broederen twee te wandelen

Hoe zoet is 't tussen broederen twee
te wandelen, te wandelen,
bemint men van de twee de een,
de een gelijk de andere;
bemint men ze alle twee, en zij,
beminnen ze ook malkanderen
gebroederlijk; 't is zoet erbij
te wandelen, te wandelen.

29 juni 1860

schrijver

Geschreven door Dora om 21:39 Reageer op dit bericht

knikkerles

Een gedicht van R.H. Arntzenius 1777-1823

KNIKKERLES

Jongens, als ge knikkren wilt.
Zie dan toe, en zorg toch wakker,
Dat uw knikker niet verschilt
Van de knikker van uw makker;
Waar' hij groter, 't spel waar laf,
Kleiner stuitte op groter af.

Altoos zij uw knikker rond,
Zonder putje en zonder builtje.
Anders dwaalt hij langs de grond,
Anders rolt hij nooit in 't kuiltje;
't Scheve en kromme duurt niet lang,
Rond houdt steeds de beste gang.

Word niet om de knikkers boos.
Stuiten ze ook al op een strootje:
De beste knikker uit de doos
Komt niet altijd 't eerste in 't ootje;
't Spel geeft niet altijd zijn gunst
Aan het meesterstuk der kunst.

Dat, bij winst noch bij verlies,
Niemand ooit een knikker smokkel!
Niemand kijke ook bang of vies,
Schoon al krijgt hij op zijn knokkel!
Wie, of hij verliest of wint,
Glimlacht, is mijn beste vrind.

't Zij gij speelt of met een hals,
Of met flinke en knappe mikkers,
Jongens, speel toch nimmer vals.
Speel nooit enkel om de knikkers!
Speel altijd — onthoud dat wel —
Eerlijk, naar het recht van 't spel!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:04 Reageer op dit bericht

lief

Een gedicht van J.H. Leopold  1865-1925

Hoe duizendvoudig lief

HOE duizendvoudig lief en zacht
in zorg en eerbied zou ik wezen
en zeer omzichtig. Wist gij deze
vriendelijkheid u toegedacht!

Gedenk, wat wij misdeden, niet;
niet toen, maar nu was onze tijd,
wel was voor ons nog weggeleid
een hopen na een lang verdriet.

Een hopen als wij lief en zacht
zijn zullen en gerust voortaan
en mijne stem zal om u gaan:

‘zie mij, hoe ik u heb verwacht.’

In gedempten toon (Verzen 1895)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

heden

Een gedicht van J.J.A. Gouverneur 18098-1899

HET HEDEN.

Zo lang mijn hemel helder lacht,
Vergeet ik, dat licht wolken dreigen;
Zo lang geen sneeuw mijn kruin bevracht,
Wil ik mijn bloeiend hoofd niet neigen.

Of denkt de bloem aan haar vergaan,
Wanneer zij uit de knop komt breken?
Of denkt bij ’t intreên van haar baan
De ster, dat zij dra zal verbleken?

schrijver

 

Geschreven door Dora om 17:50 Reageer op dit bericht

lekker

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Lekker geslapen.

Ja! wèl-gelukkig is de man,
Die kalm aan Gistren denken kan,
En kalm de dag van Morgen wacht -
Hij slaapt op rozen; alle nacht!

Al de volksdichten, deel 2 (1865)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:45 Reageer op dit bericht

vergeten

Een gedicht van Renée de Clercq 1877-1932

Ik kan u niet vergeten

Ik kan u niet vergeten,
Mijn simpel landekijn,
Bij mensen die veel weten,
Veel hebben en veel zijn.

Ik heb u nooit verloren
Uit de ogen van mijn ziel,
Mijn dorpke en mijn toren
En vaders zingend wiel.

Dat zingend wiel van vader,
Het bracht, met staag geruis,
De rijke avond nader
En 't bruine brood in huis.

Draait door mijn zang bij tijden
Een harder ronken rond,
Het maakt in lust en lijden
Mijn arme trots gezond.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:31 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten