Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

Dropsteen

Bij 't rossig, zwaaiend schijnsel der flambouw,
Welks walmen tranen teelt bij 't krinklend stijgen,
Zie 'k spichtig kegels stijgen, pegels nijgen,
Wier blijde blankheid werd tot wenend grauw.

Het dropt, het dropt, van spits tot spits; aanschouw,
Hoe langzaam droppen door de droppen zijgen,
En vallend leven geven aan het zwijgen,
En worden tot een zuil bevrozen dauw.

Wat daalt, zoekt wat daar rijst, en welhaast zullen
Zij, samengroeiend tot een eeuw'ge zuil,
Elkaar omhelzen, en met schors omhullen.

Zó gaat het morgen in het gister schuil;
Zó kwam Mathilde mijn gemoed vervullen,
En kreeg mijn ganse ziel daarvoor in ruil.

Uit de bundel: Mathilde, een sonnettenkrans

Geschreven door Dora om 11:08 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

vaderhuis

Een gedicht van Arnold Sauwen

HET VADERHUIS

Ginder in de delling
onder 't blaârgeruis
van die hoge beuken,
ligt mijn vaderhuis.

Lang reeds dood is mijn vader,
moeder wordt zo oud,
en de ganse hoeve is
mijner zorg vertrouwd.

Gij, de bloem der meiden,
knap, van leden struis,
wilt gij met mij wonen
in mijn vaderhuis?

Moeder heet u welkom
aan de stille haard;
gans mijn liefde zijt gij,
hare zegen waard.

Ligt de hoeve verre,
van het dorp zo wijd;
strekken rond de velden
eenzaam, wijd en zijd;

'k Voer u met de huifkar
naar de kerk ter mis,
als de klokken luiden
en het zondag is.

'k Leid, bij stille avond,
u ter loverbank,
als de velden slapen
van de meidauw blank.

Als de hoge beuken
stil, met zacht geruis,
rond de gevel wiegen
van mijn vaderhuis.

Uit de bundel: Gedichten (1890)

Geschreven door Dora om 10:48 Reageer op dit bericht

ingetogenheid

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Ingetoogenheid

Dat we ten minste beminnen, indien we niet mogen genieten!
Andren genieten? - welaan: 'k draag hun gene afgunst, geen nijd. Vruchtloos verteren ze in kwelling, die 't heil van een ander benijden, Venus vergunt het genot, die zij begunstigen wil. Andren verkleven aan 't purper van knijpende, zuigende lipjes; Leppen het tederste zoet uit een bekoorlijke mond:
Scheppen de brandendste kusjes van blozende, gloeiende wangen, tergen het zwoegend albast van een aanbidlijke borst: blijven op 't dons, door de wellust, aan poezele tedere leden samengeschakeld, geklemd, boezem op boezem gedrukt: daar de begeerlijkste weelde, bij 't zuizende lippengemurmel, 't lichaam naar 't kittlen der smart slingert, en buigt, en verwringt:
Zinken in koesterende armen, bij 't plukken der maagdelijke rozen; ploegen de lieflijke beemd, d'akker, aan Cypris gewijd: vellen de drillende thyrs in de bloeienden hof van Kupido: drinken het vuur met het oog, boezem, en lendenen, in: zweten een vruchtbare daauw op Venus wellustige gaarden:
Zwijmen, van oogleên en ziel even vermoeid en vermast:
Deze, en nog andre, nog meer, nog onuitspreekbrer genuchten,
Zijn aan de zulken vergund, wie Cytheréa bemint!
Minder gelukkig dan zij, ô genieten wij 't ijdel genoegen
Van ene onvruchtbare minn', zo ons 't genot is verboôn.

Uit de bundel: Mijn verlustiging

Geschreven door Dora om 10:21 Reageer op dit bericht

zang

Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

Eerste zang

Ik droomde 't Leven als een groot, groen Bos,
De vogels zwegen en het loot hing stil,
De beken vloeiden niet, geen windgerucht
Voer door de takken - en het gras boog niet, -
Eenzaam lag ik daar, tussen zwijgend loof,
Het was een bange droom, - want alle dingen
Die ik toch schoon wist, waren mij zo vreemd,
Spoken van schoonheid in vaal schimmenlicht. -
Toen zag ik dalen, in een aureool
Van cirkels blauw en goud, een witte duif,
En met die brak ook 't zon-goud over 't al,
Kwam wind aanruisen, en het woud werd vol
Vogelenstemmen en zacht beekgezang,
Zodat het eenzaam Schoon dier dode dingen,
Opvonkelend in blij en levend licht,
Leefde te saam in 't allerhoogste Schoon.
Gij, Liefste! zijt het sneeuwwit middenpunt
Van mijne wereld, en in U vereend
Worden de stralen van mijn Lichtbestaan.
Gij, liefste! zijt mijn bloeiend akkerland,
Waarover wijd Gods blauwe hemel straalt.
Hóóg spruit het heerlijk-gouden graan, dat zijn
Uw heerlijk-gouden woorden - en daarin
Zie ik de bloeme-sterren hemelblauw,
De blauwe vonken van Gods heil'ge Liefde. -
Stil ga ik 't smalle pad, zon in mijn hart,
Licht is mijn voet, de korenhoofdjes strelen
Mijn blijde wijde handen en ik fluit, -
Hoe is de zon zo licht! mijn Lief zo goed!

Uit de bundel: Ellen, een lied van de smart

 

Geschreven door Dora om 14:59 Reageer op dit bericht

soul

Een gedicht van Paul van Ostaijen, 1916

Sous les Ponts de Paris

Van alle plaatsen waar Gij uitgestald zijt
over de bezette stad schreit Uw triestigheid

men heeft U aan alle hoeken opgehangen
om in een offerblok senten te vangen

Nog hebt Gij de kommunie met het volk gevonden
het steekt zijn armen in uw warme wonden

Wij steken ons handen in Uw wonden doof
en blind zijn wij in ongeloof

Priesters en papen hebben Uw Kadaver geschonden
geleerd te geloven ons tastende handen Uw wonden

Men heeft U kerken gebouwd
van de wanden zijkt het zilver en goud

Ons geloof is zo klein en zo mat
als voor uw beelden de dansende vlam

Aan elke hoek werd gij uitgestald HARLEKIJN
van goedzakkigheid en begrijpelike pijn

Gij zijt weer onder ons in al Uw beelden Eén
met de bezette stad Uw wenen maakt een put in de steen

Onder Uw beeld ik weet wel het water van de goot
maakt een put in de steen maar dat is ook Uw droefenis

Gij zijt herworden onder ons
gepijnigde Harlekijn Uw Moeder een schreien geschokte
slons

Wij kunnen slechts zien een God gelijk een Harlekijn
onze tijd is zo zat van leed en van pijn

Uw laatste menswording is voor het janhagel alleen
ik heb U zien deserteren het front

Men heeft Uw weggeworpen wapens niet saamgelezen
Heilige Deserteur, dees relikwie kwam niet van pas

Al de kerken zouden moeten tonen op dit uur
Uw weggeworpen wapens en Uw deserteursfiguur

Ik heb U zien schommelen onder de bezetting van stad
tot stad

flets en flauw uitgetobd en afgemat

Ik heb U gezien in mijn bezette stad
in een danszaal de muziek zweeg toen Gij binnentrad

haar trage wals het ritme van Uw gezicht was sterker ZO
in triestigheid dan een gebroken cello

en de gigolo's en de hoeren dansten hun trage WALS licht
enkel op het triestige ritme van Uw GEZICHT

Ik heb U gezien in een stinkende slop
Gij waart met Landsturmman samen

Gij stond onder de opgeëiste werklozen
naar Duitsland gingen lange treinen van havelozen

Boven op de dijk houdt Gij mee de wacht
met kille hoeren in de regenende nacht

Nu zijt Gij moe en afgetobd
de triestigheid in U weer volgepropt

de regen druipt van Uw vuile kletsnatte hennepbaarden
over de stad

Droppelt samen met de regen over
alle drek van de stad Uw schokkend ritme mee

Uit de bundel: Music-hall

 

Geschreven door Dora om 10:47 Reageer op dit bericht

geluid

Een hartenkreet van Peter van der Ven

Hemels geluid

Ze pakt haar gitaar
alsof het haar baby is en
begint met heldere stem te zingen.
Haar hemelse geluid
maakt de donkere deuren
van mijn hart open.

Haar gitaar streelt ze
met grote liefde en
haar liedje maakt
de kamer tot een
stille oase van muziek
vol met al het zoet
van bloemen.

De witte zonnestralen
in de kamer lijken wel
op haar gitaar
bespeeld te worden.
En diep in mijn hart
fluistert een stem van
oh, wat mooi en de stem
vliegt door de kamer
naar het raam
richting horizon.

                                                                                                       Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 10:30 Reageer op dit bericht

ziekte

Een gedicht van Karel van de Woestijne

Ziekte, oude troosteres

- Ziekte, oude Troosteres, wier woorden wégen...

- ‘O Gij, mijn zoon, die duldig leven mag
van 't glooiënd denken aan een verre liefde-lach:
ik zie hoe in uw oog dromen als zwanen zegen.’

- Ja, ik ben goéd. Maar 'k wilde vrédig zijn...

- ‘Mijn leéuwrik! Gij, die door de nachten heen-gedrongen,
de vreugd van de enig-eeuw'ge zonne hebt gezongen,
draagt ge de rúst niet meer van de een'ge zonneschijn?’

- Maar ik ben moé: 'k wou in uw woorden slápen...

- ‘Mijn lome bloem in avond-water; o mijn kind;...
ik zal u sussen; gij zult rusten; gij zúlt slapen,
gij, die de Liefde draagt die niemand heeft bemind.’

Uit de bundel: Verzen eener ziekte (Het Vaderhuis 1903)

Geschreven door Dora om 11:15 Reageer op dit bericht

klokkenklank

Een gedicht van Arnold Sauwen 1920

KLOKKENKLANK

'k Zit zo vaak in 't avondgrauwen
over 't veld naar u te schouwen,
waar ge nog in gouden schijn
ligt te scheemren, dorpje mijn!

Boven uwe rode daken
zie 'k uw hoge toren waken,
die de schaduw van zijn kruis
afwerpt op mijn vaderhuis.

'k Hoor van ver uw klokken galmen,
feestlijk soms als vreugdepsalmen
en soms klagend, naar en droef,
als toen men mijn kind begroef.

Klokken, over weide en akker
luidt ge mijne jonkheid wakker,
luidt ge in klanken, droef van zin,
mij uw stille weemoed in.

Wen uw bronzen stemmen, klokken,
't landvolk naar zijn haardsteê lokken,
is 't als riepen zij mij mee
naar mijn dorp, in de avondvreê.

Moeder wachtte eens op de drempel
daar van 't huis, haar liefdetempel...
Wie heet mij nog wellekom,
vader, in dat heiligdom?

'k Ben als een die, 't land ontweken,
weerkeert ongekend ter streke en
vóór geen vriendenhuis of hut
't stof van zijne voeten schudt.

Liefde, vriendschap... zij verdorden...
Dorp, ik ben u vreemd geworden;
maar uw verre klokkenklank
roert me diep, mijn leven lang.

Uit de bundel: Uren van eenzaamheid, L. Opdebeek, Antwerpen

Geschreven door Dora om 10:38 Reageer op dit bericht

memoriam

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

In memoriam

Er is een schaduwspel van twijgen
en knoppen over 't zonnig grind,
en bloemengeur en licht en wind
verzaligen het grote zwijgen.

Het is zo stil, dat het bewegen
van 't licht wordt of een ver geruis
van vleugelen ging door het huis
en of zich engelen om u negen.

Het is zo stil en wit dit rusten.
Zo slapen enkel Gods gekusten,
zo vredig licht en grondloos diep.
De tijd valt lang voor hen die waken.
Maar God zal samen wakker maken,
die Hij gescheiden tot zich riep.

Uit de bundel: Verzamelde gedichten I (1931)

Geschreven door Dora om 12:36 1 reactie Reageer op dit bericht

man

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936

Van de wilde man

't Was of in visioen ik zag
Een wonder dat ik u nu mag
Vertellen, zodat gij 't zult verstaan.
Mij docht ik was uit spelen gegaan
Met mijn gezellen in een woud,
Toen ik zag komen uit het hout
Een jonkvrouw, zonder honden,
Die bracht gevangen en gebonden
Een wilde Man.
Daar ik haar kende sprak ik haar an
En vroeg wat zij met hem woude.
Ik zei dat ze hem niet houden zoude,
Dat zij bedrogen uit zou komen:
Hij was te wild, wie had ooit vernomen
Dat zulk een zich temmen liet door een vrouw.
Zij lachte zacht, zij zei: ik hou
Van deze juist als ik hem vond;
Ik zocht hem lang; dat ik hem bond
Was zeker wel het grootste wonder.
Wat baat het of gij u verwonder;
Ik houd van deze: wild of tam;
Voor u een leeuw, voor mij een lam.
Zij schreden heen en ik stond stom.
Toen keerde ik peinzend wederom,
Te zien waar mijn gezellen waren,
Als eensklaps door de schuddende blaren
Klonk met een zware en blijde stem -
En ik wist, dat was een lied van hem,
Van de wilde Man die aan haar hand
Meeliep in zijn lichte band:-
'Ik was wild, ik ben gebonden,
Dat heeft mij een meisje gedaan,
Met de band van haar Minne omwonden.
Ik was wild, ik ben gebonden,
Ik vlucht niet ofschoon ik het konde,
Ik wil wie mij won niet ontgaan.
Ik was wild, ik ben gebonden,
Met de band van haar Minne omwonden...'
Toen wachtte ik weer, en dacht: geen koorden
Binden zo stijf als zachte woorden,
Gesproken door een schone mond:
Zij komen het hart uit, snoeren zich rond
Het hart van hem die ze raken:
Zij kunnen leeuwen tot lamm'ren maken.

Uit de bundel: Van mens tot mens (1909)

 

Geschreven door Dora om 22:53 Reageer op dit bericht

adempauze

Een hartenkreet van Christine Wauters

Adempauze

Je geneeest
Je verkwikt
Je beurt op
Je brengt alles in balans
Je lost problemen op
Je geeft liefde kansen
Je brengt vrede
Je geeft me tijd
Je ontplooit me
Je bent mijn ' alles '
Je bent mijn levensadem

Jouw naam?  Rust

 

                                                                                   Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 22:36 Reageer op dit bericht

nog even

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Een gedicht van Els Keldermans

Wedstrijd mettertijd

Goal…….
Ik snap er geen bal van
Een big bang …
Hoorngeschal
Welk net…..
Alle ogen gericht
Die bal verlicht
Oranje
Een wave
Het doel
Voor paal
Één lijn
We gaan allemaal….
Kaatst het
Heen en weer
En we hebben het …..einde
Fantastische tijd
Geen bal verricht
Want die ….
Je kent het vast, het einde
Stom rennen achter de feiten aan
Voor een wedstrijd mettertijd
Komt aan het einde van geen tijd, het doel in zich
Commentaar, gegevens zonder uitzicht
De wedstrijd voorafje,
De belevenis is
Net 123… ietsjes overdreven
Afgetrapt, doortrapt….. mis……
De essentie van dit ingekopt voetbal verhaal is
Gewist………

Ps.
Sorry , de wed…de strijd bergaf
Verrekte nul-nul ,vol flauwekul is de ultieme straf

Voetbal is net zoiets als de politiek het is een groot theater...de goede hebben na afloop een kater!

 

Geschreven door Dora om 12:05 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Een hartenkreet van An Terlouw

Eigen schuld- Dikke bult

De overgang van Gulden naar Euro
zou niets betekenen,
Hoe komt het dan dat alle mensen
zich suf zitten te rekenen?

Het zou niemand windeieren leggen,
maar 'k moet toch eerlijk zeggen
dat de overgang van de gulden naar de euro
mensen zonder geld zitten
op de raarste momenten

dat sinds onze duppies weg zijn,
de pap niet meer is voorzien van krenten
die zijn er al uitgehaald,
door de krentenweger
en de voorraadkast,
wordt allengs leger en leger.

Net als mijn bankrekening die
meer rood nijgt dan groen
En dan zeggen ze dat die overgang
er niks mee heeft van doen?
Nou me zolen, echt wel
Nog niet eerder was ’t
einde van de maand zo snel

Of ik roekeloos ben, nee dat denk ik niet
Maar ik vind dat de Euro zwarte piet
Niet bij de burger mag worden neergelegen
evenmin mag worden doodgezwegen

Dat een Gulden 100 centen was
en een Euro ruim 220.
En dat scheelt een stuk,
dat scheelt een jas,
dat scheelt op zijn minst
een volle voorraadkast.

Maar de overgang van de
Gulden naar de Euro
had en heeft niks te betekenen
En toch zit ik me elke maand,
vierkante ogen te rekenen

Maar: dat komt niet door de Euro,
ben je mal




                                                                                                                Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 11:28 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Een hartenkreet over geld schrijver MitcHell

geld maakt je, maar maakt ook stuk

geld
veel meer
alles willen hebben
niks is genoeg

nooit genoeg hebben
zonder geld ben je nergens
van geld koop je alles
wie arm is staat alleen

leven kost geld
en maakt kapot
geld maakt bedrog
het verandert je

van binnen en van buiten
wie geld heeft, heeft macht,
maar voelt zich ook alleen
verlangen naar normaal leven

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 11:24 Reageer op dit bericht

wedstrijd

Koning voetbal...

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Een hartenkreet geschreven door Els Keldermans

Wedstrijd mettertijd

Goal…….
Ik snap er geen bal van
Een big bang …
Hoorngeschal
Welk net…..
Alle ogen gericht
Die bal verlicht
Oranje
Een wave
Het doel
Voor paal
Één lijn
We gaan allemaal….
Kaatst het
Heen en weer
En we hebben het …..einde
Fantastische tijd
Geen bal verricht
Want die ….
Je kent het vast, het einde
Stom rennen achter de feiten aan
Voor een wedstrijd mettertijd
Komt aan het einde van geen tijd, het doel in zich
Commentaar, gegevens zonder uitzicht
De wedstrijd voorafje,
De belevenis is
Net 123… ietsjes overdreven
Afgetrapt, doortrapt….. mis……
De essentie van dit ingekopt voetbal verhaal is
Gewist………

Ps.
Sorry , de wed…de strijd bergaf
Verrekte nul-nul ,vol flauwekul is de ultieme straf

Geschreven door Dora om 11:53 Reageer op dit bericht

de herberg

Een gedicht van Arnold Sauwen

DE HERBERG

Herbergzaam huis, dat wel een eeuw daar ligt
de landweg langs die leidt naar verre steden,
hoe velen hebt ge, als tot een gastvrij sticht,
uw uitgesleten dorpel op zien treden.

Wie moe zijn stap de avond tegenricht
en loomheid zwaar voelt wegen in zijn schreden,
groet blijder hart van wijd uw lampelicht,
waar zoete nachtrust wacht zijn matte leden.

Wel hem die eens, langs zijne levensbaan,
het huis van zijn verlangen in mag gaan,
waar teedre zorgen zijne komst verbeiden;

waar, als waardin, ten drempel Liefde wacht,
het welkom spreekt bij dis en haard en zacht
haar blanke handen 't warme bedde spreiden.

Uit de bundel: Uren van eenzaamheid, L. Opdebeek, Antwerpen (1920

Geschreven door Dora om 12:08 Reageer op dit bericht

ballade

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Ballade

Villon, Rimbaud, Verlaine, Du Plessys,
Verstooten, rein van roem, alleen behorend
In 't heilloos gilde der Poètes Maudits,
Sinds uitgeroeid, verstrooid, welhaast verloren -
Vergeef dat een, door rampspoed achterhaald,
Om hulp roept, radeloos uw naam doet horen,
Terwijl zijn leven zinkt, zijn zingen faalt,
Tot troost uw groter lijden heeft bezworen.

Villon, clerc, vagebond, in stage vete
Met 't burgerdom, benard door zijn gebod,
Met boeven, lichtekooien saamgerot,
Alleen op 't punt van rijmen vol geweten,
Hij stierf van dorst bij klaatrende fonteinen,
Vond voor liefde ontucht, voor paleis een krot.
Zijn leven kende uitdagende refreinen:
Hij keerde de aard de rug toe van 't schavot.

Verlaine sleepte voort zijn lijdensketen
Van zonde aan straf geschakeld zonder slot,
Heeft den hem toegewezen tijd gesleten
In beurtgezang van lust en zucht naar God.
In de gevangenis, bij 't stomp verkwijnen
In 't dranklokaal, of op een kil terras,
Voelde hij als wroeging vol verwondring schrijnen
Waarom voor hem geen plaats op aarde was.

Rimbaud, op allen, ook zichzelf gebeten
Als op de aartsvijand, strijdend tegen 't lot
Van de met spot gekroonden, smaad gesmeten,
Tussen de mensen wild verdwaalde God,
Liep storm door steppen, steden en woestijnen,
Gevloekt, geschuwd door 't rechtgeaarde ras,
Leerde in verlatenheid en helse pijnen
Dat er voor hem geen plaats op aarde was.

Du Plessys, door zijn oud verbond vergeten,
Verzwegen, onderdrukt door 't plomp complot
Van intriganten, door de hunkring tot
Luidruchtge en lucratieve roem bezeten,
Ontbeerde stoïsch en verteerde in 't reine
Heimwee naar 't onbereikbare Hellas.
Hij wist op hoge ritmen weg te deinen
Vanwaar geen plaats voor hem op aarde was.

Weet, gij die in hun geest nog moet verschijnen,
Voor ramp te zijn geboren. Neem dit lot
Niet op u! Breek de lier! Weet te verdwijnen.
Maak uw bestaan dat nergens hoort, weer vlot,
Stroomafwaarts drijvend met de goede Lethe.
Geen lied meer. Geef gehoor aan haar refrein.
Over uw leven spoelt de vloed. Vergeten
Zult ge eer dan echo's van nachtregens zijn.

Uit de bundel: Saturnus (1925)

 

Geschreven door Dora om 13:13 Reageer op dit bericht

meer

Een gedicht van M. de Wijs-Mouton

Meer niet

Ze was een kleine koningin
En gaf met gracielijke zin
Haar mooiste siertjes en haar pronkjes
Haar liefste lachjes en haar lonkjes
En waar zij liep ging ook gedwee
Een hele stoet van minnaars mee
Maar zij, ze dacht van allen: och
Wat 'n dwazen zijn dat toch
La-la
Ze was een lach, een lied
Meer niet

Ze ging van 'n bar naar een souper
En van een tea naar een diner
Een lichte, lachende kokette
Met wufte weelde van toiletten
Ze wekte haat of sympathie
Hier dweperij, daar jalouzie
Haar eigen hart was nooit van slag
En tikte als iedere dag
La-la
Ze was een lach, een lied
Meer niet

Nu is zij moegedanst en oud
Met 'n rijke zakenman getrouwd
Een opgetuigde miljonaire
Met 'n huis vol boyen plus misere
Twee mooie auto's in haar stal
Veel licht en bloemen overal
Ze mist nu letterlijk geen stuk
Alleen 'n beetje waar geluk
La-la
Ze is een afgezongen lied
Meer niet

Geschreven door Dora om 11:35 Reageer op dit bericht

verboden

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

Verboden toegang

(Tot de Woud-bezitters tussen Hilversum en 's Gravenland.)

Waartoe toch dat verbod? Wat zoude ik stelen?
O alles, alles, wat mijn hart begeert.
Hier vond ik vette kost, waarmee geneert
Mijn nooddruft zich. En 'k zoude ervan uitdelen.

Ik zoude 't maken tot een spel voor velen,
Uw schat, waarvan gij mij zo angstig weert
En maakt mij door gedreigde straf verveerd.
Niets zou mij heilig zijn, zelfs niet het kwelen

Der zangertjes, schietend van tak op tak
Door 't heilig wulfsel van uw weidse lanen.
Of ducht gij wellicht, dat ik iets verklap,
Zo nog wat anders zich in 't bos verstak;
Een mijm'rend oog of badende Diane?
Zo handhaaf uw verbod, zo weer mijn stap.

Uit de bundel: Verzen

Geschreven door Dora om 11:06 Reageer op dit bericht

engelbewaarder

Een gedicht van Prudens van Duyse 1804-1859

De engelbewaarder

's Avonds als ik slapen ga,
Volgt mijn Engel lief mij na,
Die mij aanziet met een lach,
Was ik wijs die hele dag.

Die mijn bedje wel bereidt,
En mijn peluw zachtjes spreidt;
Die mijn slaaprige oogjes sluit,
Steekt hij zijne vinger uit.

Die, wanneer hij met mij speelt
In mijn droom, de wang mij streelt;
Die mij dekt, woelde ik me bloot;
Die mij wekt bij 't morgenrood.

Ik bedank hem op mijn kniên,
Schoon ik hem niet moge zien,
's Morgens vroeg en 's avonds laat,
Als mijn beê tot Gode gaat.

Uit de bundel: Gedichtjes voor kinderen (1849)

Geschreven door Dora om 10:00 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten