Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

verkenning

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

VERKENNING

Ik hoorde stemmen van een vreemd bestaan,
Rondom in duizend geheimzinnigheden,
Géniën voelde ik zoetjes tot mij treden
En schuw op donzen voetjes henengaan...

Ik weet niet - zeiden zij wat zal vergaan?
Spélden zij wat daar kome na dit heden?
Brachten zij tonen uit een vér verleden?
Ik weet niet - of was alles droom of waan?

't Kan zó niet zijn! - Eér heeft de stilte een taal
Dan aller zomervooglen lied in 't woud
Dat onverstaanbaar van de takken glijdt -

O, ik geloof óns wordt in eenzaamheid
Somwijlen een mysterie toevertrouwd...
Dat wij vergeten moeten - telkenmaal.

-------------------------------------
Geniën - beschermgeesten

Geschreven door Dora om 15:13 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

zonnedood

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Zonnedood.

Ik zing de heerlijkheid der Westerluchten,
Wanneer de zon verbloedend langzaam sneeft,
En slechts een wijl haar dagglans overleeft,
Die oov'ral schuwe duisternis deed vluchten.

Thans rijzen sterren op in scheem'rend duchten,
Stil na elkaar; - de ganse hemel beeft
In hunne flikk'ring, die een glorie weeft
Van vonk'lend zilver in de hoge luchten.

Het zonnebloed vlood henen, drop voor drop,
Heel 't Westen purp'rend met zijn rode pracht,
Plaveiend breed de banen van de nacht.

Schouw thans met eerbied naar de hemel op,
Waar uit der zonne mart'laarsbloed de schaar
Van sterren oprees, groots en wonderbaar.

Uit de bundel: Tonen en tinten

Geschreven door Dora om 13:32 Reageer op dit bericht

wereld

Een hartenkreet onder de categorie wereld van Ton Rijkers

ALS GOD MOCHT KIEZEN


Als God zijn woonplaats kiezen mocht
zou dit geen religieuze woonplaats zijn
Ook geen plaats waar elkeen om vocht
maar aan het einde van iemands Latijn


Als God zijn domicilie bepalen mocht
waar hij kon uitrusten van geleden pijn
Schiep hij de plek waar niemand zocht
om er eventjes gewoon zichzelf te zijn


Als God zijn woonplaats bepalen kon
vestigde hij zich vlot in liefdesgebied
Om zich er te voelen, als toen ’t begon
in een wereld zonder strijd en verdriet


Als God zijn domicilie wensen mocht
dan had hij dit vraagstuk snel ontward
Hij maakte direct zijn eigen kruistocht
om zich te vestigen in het mensenhart

Als God mocht kiezen,

Ik voeg hier aan toe als degene die het leest en plaatst. Dat God onder alle omstandigheden altijd Dezelfde is. Hij is Zichzelf! In wat voor vorm het ook is of was. Hij is Zelf de eeuwige Vrede! Maar met de verkeerde is Hij een worstelaar! Dat is toch wel Zonneklaar!


Geschreven door Dora om 11:41 Reageer op dit bericht

zelfgevoel

Weer een gedicht van Jan Veth

ZELFGEVOEL

Ik vier alleen mijn ziele-sabbathsrust,
Kalm in mijn kamer binnen blinde muren.
In 't gemelijk genot van ledige uren,
Waarin mijn wrevel langzaam wordt gesust.

Zo zit 'k eerst lijdzaam en maar vaag bewust
Een ganse middag voor mij uit te turen,
En proef mijn luiheid, dat zij lang moog duren,
bij korte teugen met verfijnde lust.

Maar als een trots man onder dwaze mensen,
Zo ben ik dan in 't eind met mijn gedachten,
Ik zie hen aan met koele, hoge blik.

En rondom daag ik mijn verdoolde wensen
Voor mijn gezicht, waar zij het vonnis wachten
Van mijn omhooggestreden, richtend ik.

Geschreven door Dora om 11:58 Reageer op dit bericht

landschap

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

LANDSCHAP

Hoe kwijnt in 't ronde 't vogelengerucht,
Nu de avond komt op vleuglen luw en loom -
Daar zinkt de zon in de vergulde zoom
Van 't verre ruim der ongerepte lucht.

Breed vloeit, - zoals dit leven in een droom,-
Het klare beeld van 't vredige gehucht,
In de 'effen spiegel van de stille stroom,
Waarop geen enkel vluchtig golfje vlucht...

Zó valt ál wat daar sluimert, ver in 't rond,
Gelijk een droombeeld in mijn kalm gemoed,
En schijnt dit leven mij een droom te zijn.

Zó klaar, dat, mijmrend, ik in deze stond
Een wondre fluistering wel geloven moet,
Die dromen leven noemt en 't leven schijn.

Geschreven door Dora om 10:55 Reageer op dit bericht

stilte

Een hartenkreet van Paula Hagenaars

Hier hoef je niet veel aan toe te voegen, hoewel in jezelf zoeken is wel buiten zwoegen! Niets komt aangewaaid!

Zoek de stilte.

Zoek de stilte, luister dan
naar je eigen ik.
Geef een zacht klopje op
het deurtje van je hart,
waar je dan naar binnen
mag gaan.

In het innerlijke, waar je
geen rol hoeft te spelen.
Daar in de stilte, mag je
eindelijk zijn, zoals je
graag, daarbuiten ook
zou willen zijn.

Geschreven door Dora om 10:32 Reageer op dit bericht

wekroep

Een gedicht van Emile Verhaeren 1855-1916

De wekroep

De haan klaroent, rechtop, de hoenders pikken
daar waar de mieren klautren kluit op kluit.
Een bij bezoekt de muren om te nippen
aan de eerste bloemen die de tijd nog sluit.
Een raaf roept met een kras geluid 'vaarwel'.
Naar 't Baltisch laagland wiegt hij, vleugelduister.
En 't Vlaandren, brandend, tot het landwerk fel,
zaait weer veelhandig onder de hemelluister.
De klaver, de luzerne, tarwe en gerst
glijden als vonken goud in diepe vore.
De leeuwerik antwoordt jubelend tot in 't verst
op elke zaaier die zijn hoop ziet gloren.
Voor de eerste maal na de verruwde dagen
dalen de dieren naar de waterplekken.
En de stalkalvren die zulk licht niet zagen,
schuren verblind hun kop tegen de hekken.
Vluchten van duiven wiggen in de winden,
wit en wildkirrend, in één zucht hun sporen.
Het leven diep benee en diep in 't blinden
des hemels weeft uit regen en zon weer koren.

Uit de bundel: Toute la Flandre

Geschreven door Dora om 11:24 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Een hartenkreet van Marijke voor mij een onbekende maar haar vergelijking is ook een verrijking...de oorlog en het spel willen beiden winnen, als je het nuchter bekijkt is het dom om er aan te beginnen......Er is er maar Eén die overwint en dat is het Jezus kind dat in mensen wordt of werd geboren deze mensen leidt Hij naar Zijn ochtendgloren! Dan ben je opnieuw geboren en is de mens een beter lot beschoren...dan het tijdelijke spel! Het geeft geen kopstoot maar  wel veel troost!

voetbal versus oorlog

Voetbal is te vergelijken
met oorlog
beide partijen
strijden
om de
overwinning

 

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 10:30 Reageer op dit bericht

adoratie

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

ADORATIE

Ik heb een tempel in mijn hart gewijd
Voor uwe liefde, en eenzame uren lang,
In vroom vereren en devoten drang,
Ben ik daar bij u, wen gij verre zijt.

en als ik biddend daar mijn leed belijd,
Leeft heel mijn ziele, en meen'ge zang
Ruist door de hooggewelfde zuilengang,
In 't statig huis van stille heiligheid.

En 't was me somtijds of van 't licht altaar,
Een Engel rees met troostend handgebaar,
Die mijn bedroefde klachten had beluisterd,

En tot u ging, en u heeft ingefluisterd
In zangen, wat ik voor uw outer bad,
Maar wat ik, arme, slechts gestameld had.

Geschreven door Dora om 10:29 Reageer op dit bericht

venster

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

VOOR HET VENSTER

Als knaap placht ik in 't schemeruur
Aanvang der zomernachten,
Voor 't raam te zitten in getuur
En onbeschrijflijk wachten.

Een voetstap klonk; dat ogenblik
Dook mijn bezinning onder,
Diep in een vloed van zoete schrik
Om 't zich vervullend wonder.

Bij elk omhoog gevlogen woord,
Lachend op straat gesproken,
Vond ik een hartewens verhoord,
Een knop in mij ontloken;

Totdat mijn ziel vol bloemen stond,
En ik, de geur-doorwoelde,
Niets dan het bloeien van mijn grond,
En 't zo bedekt-zijn voelde.

De jaren gingen, doch die vreugd,
Van oogst te zijn èn aarde,
Kwam nimmer weder, naar mij heugt,
Als ik door 't venster staarde.

Tot nu, deez' avond voor mijn raam,
Wijl stem en stap weerklinken,
Ik in dit smachten zonder naam
Opnieuw mij mag verzinken.

Maar ànders dan het blinde kind,
Want zie, ik vouw de handen,
En dank de meester die mij mint,
Zaaier der bloemenlanden.

Uit de bundel: Opvluchten (1922)

 

Geschreven door Dora om 11:34 Reageer op dit bericht

wolken

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

ACHTER DE WOLKEN

't is of de schucht're maan zich wil omgeven
Met breder floers van zwaarder wolkgordijnen,
Nu ik het laatste schijnsel zie verkwijnen
Van 't zwanendonzen licht, dat was gebleven.

Maar zie, daar laat Seléne de ogen even
Weer weiden langs die lange wolkenlijnen,
Doch om weer even haastig te verdwijnen:
Zij mijdt de blik van wie op aarde leven:

Zó, schuw voor 't schijnsel van uw eigen glans,
Omhult ook gij u met een nevelkrans,
Wanneer ik even in uw oog mocht staren...

Ach, of dat wolkenweefsel op wou klaren,
En wilde uw beelt'nis aan een held're trans
Zich aan mijn beidende ogen openbaren!

Geschreven door Dora om 16:53 Reageer op dit bericht

zon

Een hartenkreet van Ria Wassenaar

Zon, zee en strand

Als de zon haar kracht
heeft verloren
maar haar gloed nog even
de rimpeling van de zee
zacht streelt en laat gloren
verdwijnt zij langzaam
achter de horizon
golfjes kabbelen
ongestoord
op het strand
zij wissen alle sporen van de dag
uit het zand
alleen het geluid
van de branding ruist zacht
en de avond gaat
over in nacht

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 10:41 1 reactie Reageer op dit bericht

Rosa

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Rosa Luxemburg

Rosa, grootse, eedle, machtige Vrouw,
Met uw klaar verstand, uwe reine liefde
Voor de arbeidersklasse, uwe Geliefde,
Aan welke alleen gij uw leven trouw.

Gij ging zoals een hoge klare ster
De arbeidersklasse voor, uwe Geliefde,
In de strijd, - en uwe klare liefde
Lichtte voor hen uit, ver, alleen en ver.

Gij stierf. Waardoor? Door 't kapitaal vermoord,
Maar ook door de arbeiders die u verlieten,
Die u alleen met uw vijanden lieten,
En niet luisterden naar uw verre woord.
Uw liefde stierf, omdat gij werd verlaten
Door de Duitse arbeiders, die Uw liefde haatten.

Uit de bundel: Liedjes (1930)

Geschreven door Dora om 13:44 Reageer op dit bericht

herberg

Een gedicht van Arnold Sauwen 1857-1938

DE HERBERG

Herbergzaam huis, dat wel een eeuw daar ligt
de landweg langs die leidt naar verre steden,
hoe velen hebt ge, als tot een gastvrij sticht,
uw uitgesleten dorpel op zien treden.

Wie moe zijn stap de avond tegenricht
en loomheid zwaar voelt wegen in zijn schreden,
groet blijder hart van wijd uw lampelicht,
waar zoete nachtrust wacht zijn matte leden.

Wel hem die eens, langs zijne levensbaan,
het huis van zijn verlangen in mag gaan,
waar teedre zorgen zijne komst verbeiden;

waar, als waardin, ten drempel Liefde wacht,
het welkom spreekt bij dis en haard en zacht
haar blanke handen 't warme bedde spreiden.

Uit de bundel: Uren van eenzaamheid, L. Opdebeek, Antwerpen

 

Geschreven door Dora om 15:59 Reageer op dit bericht

vrouwen

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Voor andere vrouwen

Eens legt mijn ziel haar last van lijden af,
Maar 't zal niet zijn aleer ik slaap in 't graf.
Dan zingt een vogel, die het oog niet ziet,
Dit moede hart een vrede- en vrijheidslied.
En andre vrouwen ('t smart mij dat ik 't weet!)
Zullen dán lijden wat hun zuster leed.
Zie! voor die andren, die nog tripplen thans,
Met dartle voet, in jonkheids jubeldans,
Het rozenaanschijn in het morgenlicht,
Blijft dichten zoet mij, als een moederplicht.
Blaadren zij later in dit boek van mij,
Wie 't kan ontberen, werpt het wel ter zij,
Doch die geknakt is door de storm der smart,
Die dringt mijn lied wel diep in 't bloedend hart.
Dan wijlt ze een pooze en droomt - en zalvend zal
Haar wonde zijn de zachte woordenval,
De sluizen openend van 't gesloten leed.
Dan zal zij wenen, als ik vroeger deed.
O voor die tranen vol verlossingskracht,
Wil ik nog zingen in mijn lijdensnacht,
Tot zacht de dood zegt: - ‘Kom, nu zijt ge moe’
En dekt mij stil met aarde en bloemen toe.

Uit de bundel: Liederen (1892)

Geschreven door Dora om 11:12 Reageer op dit bericht

hitte

Een gedicht van C.S Adama van Scheltema 1877-1924

Hitte

Hoog staat het stralend witte zonjuweel
En slaat zijn hete licht op 't land te gruis,
De zilvren vlammen laaien uit 't hemelhuis,
De barnende aarde blakert grijs en geel.

Elk buigt zijn rug onder het zware kruis
Van vlammen, een last van vuur, - het lijkt of heel
De wereld brandend draait, - de zon ziet scheel
En kookt het gulzig zweet op 't heet fornuis.

Kon ik die zon aan bei mijn borsten drukken
En drinken van haar licht, dat ik in dagen
Van duisternis de mensen zou verrukken!

Wie dorst zijn ziel in 't barre zonlicht dragen,
Om uit zijn hart voor andren de oogst te plukken, -
Wie dorst om zweet - wie dorst om waarheid vragen?

Uit de bundel: Eerste oogst (1918)

Geschreven door Dora om 22:36 Reageer op dit bericht

loflied

Hier volgt het loflied van de schepselen dat de Heilige Franciscus tot lof en eer van God gemaakt heeft, toen hij ziek lag in San Damiano.

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,
u komt de lof toe, de roem, de eer en alle zegen.

U alleen, die de hoogste bent, komen zij toe,
en er is niemand die waardig is, uw naam te noemen.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, met al uw schepselen,
en vooral ook heer Broeder Zon,
die de dag zelf is en door wie u ons verlicht.

En hij is zo prachtig, zoals hij schittert met lichtende stralen,
van u, allerhoogste, draagt hij het heerlijke teken.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Maan en de sterren,
die u aan de hemel hebt gemaakt, als kostbare lichten van verre.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Wind,
door de lucht vol wolken, die ook weer op kan klaren,
door de wisseling van weer, waar uw schepselen wel bij varen.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Zuster Water,
die zo nuttig is, zo nederig, zo kostbaar en kuis.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door Broeder Vuur,
door wie u de nacht verlicht, en hij is zo prachtig en speels, zo stoer en zo krachtig.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster Moeder Aarde,die ons wil voeden en behoeden, die allerlei vruchten voortbrengt en kruiden en bonte bloemen.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door hen die vergeven om uwentwil  en die ziekten en tegenspoed verdragen.

Gelukkig zijn zij die dit dragen in vrede, want u, allerhoogste, zult hen belonen.

Geprezen moet u zijn, mijn Heer, door onze zuster de Lichamelijke Dood, aan wie geen levend wezen kan ontkomen.

Wee degenen die sterven in een toestand van doodzonde;
gelukkig zijn zij die de dood aantreft in overeenstemming met uw heilige wil, want de tweede dood zal hen niet deren.

Laat ieder mijn Heer prijzen en zegenen,
Hem danken en dienen met grote nederigheid

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 22:23 Reageer op dit bericht

café

Een gedicht van Jacobus van Looy 1855-1930

Café

Waar, vlam-rood, rozen in de rooie zalen
Bloeien in kronen en 't goud rommedomt,
In spiegel-wanden duizendvoud weerómt,
Komen we, nachtvolk, op het licht aandwalen.

Dan in geroes van vele vale talen,
In spraak-gewar dat Babylonisch gromt,
We hurken om tafels, naar elkaar gekromd,
Als om een vuur, doende ónze buit-verhalen.

Daar zitten we onder zuilen als in dag,
Stoer lijf bij lijf, elkaar, wijl de uren vliegen,
Vertrouwelijk van 't leven te beliegen.

De vrouw-gerokte kellners brengen ons drinken.
Hóór, door de rooie rook joelt onze lach...
De zaal 'n burcht is... de klare glazen klinken.

Uit de bundel: Gedichten 1884-1925

Geschreven door Dora om 23:42 1 reactie Reageer op dit bericht

zwerven

Een gedicht van Arnold Sauwen, 1920

ZWERVERSLEVEN

Wat norse wrevel legde in uw borst
die wondre drang om, met uw kinderbende,
jaar in jaar uit te zwerven zonder ende,
uw orgel draaiend voor de schrale korst;

Gij die u nooit aan werk of tucht gewende;
met onbezorgdheid uw bestaan omschorst,
en willig op uw sterke schouders torst
de jammerlast der dagen van ellende?

Van d'arbeid wars, trekt gij door dorp en steê
en speelt uw lied en voert uw have mee,
uw dempig peerd en uw gehuifde wagen;

En vraagt der wereld niets dan 't bedelbrood
en 't plekje gronds waar, bij elk avondrood,
voor éne nacht uw tent wordt opgeslagen.

Uit de bundel: Uren van eenzaamheid, L. Opdebeek, Antwerpen.

Geschreven door Dora om 12:05 Reageer op dit bericht

late

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

De late chariten 2

Aan u, die 'k heb bemind om 't water van uwe ogen,
fontein die zindert in de zonne van de smart,
- gij die het martlen kent van 't dorre mededogen
en 't hunkren naar de liefde in hoogmoed uitgetart;

Aan u, die 'k heb bemind om 't vlammen van uw handen,
- o vleien om het vlees dat als een beek vervliedt;
o reiken van 't gebed dat slechts in de ijlt' kan branden;
o wegen in de schoot die 't leven wepel liet; -

Aan u, die 'k heb bemind om de urne van uw lenden
te zuchtend vol, helaas, of al te huilend ijl;
om uwe leên die 't leeg bedrog der reize kenden;
om uwe borst die leed de pijn van voedend heil;

Aan u, aan u vooràl, die buiten zelf-misleiden,
uw star vermogen mat aan de eige' onroerbaarheid:
schoonste, dewijl ge zelfs om schoonheid niet zoudt lijden;
hoogste, dewijl ge zelfs u-zelve onreikbaar zijt;

- Veelvuldige, die 'k, bang voor hopen en verlangen,
wou steunen als een man en troosten als een kind:
aan U, de Vrouw, 't geheim van dees verzwegen zangen,
Gij die 'k beminde; Gij die míj níet hebt bemind.

------------------------------------------------
wepel: ledig

Uit de bundel: Het zatte hart (1926)

Geschreven door Dora om 11:35 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten