Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

HET GEURIGE VELD

Amangkoe Rat heeft meer dan dertig jaren
in 't oude rijk Mataram geregeerd,
en meer dan onder Soeltan Agent waren
in list en lust zijn Machtigen volleerd.

Meer nog dan in zijn vaders wrede tijden
lag zwart gebrek in 't leeggeroofde veld.
Dood en verwoesting, vuur en zwaard verspreidden
zijn trotse naam in daden van geweld.

Totdat hij zat van zinnen, in het slijten
van ledige uren zijn voldoening vond:
Amangkoe Rat, de Keizer, dreef zijn geiten
over de pleinen van de Kraton rond.

Toen, in zijn ouderdom, kwamen de dagen
van tegenspoed, de dagen van gevaar:
zijn Huis verdeeld, zijn oversten verslagen,
van angst en afschuw zijn gedachten zwaar.

't Verraad sloop rond. De Madoerese benden
drongen tot in zijn open hofstad door.
Amangkoe Rat, de Keizer der Ellende,
Werd als het wild, de jagers op zijn spoor.

Hij vluchtte, maar 't vermoeide leven kwijnde
in 't lijf, waarvoor hij zwervend toevlucht zocht.
Toen vroeg de vorst alleen, dat na zijn einde
een geurig veld zijn lijk ontvangen mocht.

Hij stierf en door zijn enkele getrouwen
werd aan de uitgesproken wens voldaan.
Nu brengen op zijn graf bedroefde vrouwen
haar wierook en haar wilde bloemen aan.

Kinderen spelen er, bejaarde wijzen
zoeken de boom, die van de heuvel helt
en schaduw schenkt, en vrome pelgrims reizen
eerbiedig naar het zoet geurende veld.

-------------------------------------------------------
Amangkoe: Javaanse titel van de sultans van Djokjakarta.

Tochten (L.J. C. Boucher, Den Haag.)

Geschreven door Dora om 16:56 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Moederdag

Een gedicht over Moederdag

Moederdag

 

Moederdag is een ingestelde dag

Toch is het een speciale dag

Je moeder is de vrouw waardoor

je het levenslicht zag

Zij keek met liefde naar je pasgeboren gezicht

Tegenwoordig wordt het gezicht al van tevoren belicht

Door een echo kun je je ongeboren kind aanschouwen

Ja, misschien heb ik wel weer wat te mauwen

Aan de ene kant is het bijzonder

Als je het ziet dat kleine wonder

Daar in de moederschoot

Maar anderzijds er blijft niets meer verborgen

Totdat het kind is geboren

Je weet inmiddels wat het wordt

Je kunt het ook zo laten

Maar vaak wint de nieuwsgierigheid

het van in de te wachten tijd

Maar dan eindelijk wordt de moeder verblijdt

En zij kijkt met tederheid

Naar haar boreling

Een moeder heeft ten aanzien van haar

kinderen een teder gevoelen

De meeste moeders weten wat ik hiermee kan bedoelen

Ze moeten niet aan je kroost komen

Want dan zal een moeder altijd voor ze opkomen

Hoewel er zijn ook gevallen

Die net buiten de pul vallen

Dat zijn dan zo uitzonderingen

Maar hoe zit het nu met de kinderen

Die vinden het zo gewoon dat de moeder

haar kinderen verzorgde en heeft opgevoed

Dat het ze soms weinig doet

Het is de gewoonste zaak van de wereld

Maar als je naar de uitzonderingen kijkt

Dan is het toch geweldig als je een moeder hebt

Die er niet alleen was voor toen

Maar ook nu en verder voor altijd

Misschien krijgen sommigen kinderen wel spijt

Dat ze hun moeder tekort hebben gedaan

Dan begin je bij deze Moederdag weer van vooraf aan

Het is nooit te laat om het weer goed te maken

Behalve als zij in het leven al hebben moeten afhaken

Zodat zij neergedaald zijn in het graf

Dan kun je er niets meer aan doen

Dan blijft het zoals toen

Toen de verhoudingen slecht waren

Kwaad zijn is menselijk

Maar kwaad blijven is duivels

Een vader en moeder moet men eren

Ook al kun je er niet mee door één deur

En was er misschien wel veel gezeur

Beter een keer laag afgedaald

Dan later te worden achterhaald

Door die vreselijke gedachten

Dat men het had goed moeten maken

Terwijl ze nog in leven waren

Ja, want eens zijn ze er niet meer

En dat gaat door keer op keer

Cadeautjes zijn overbodig

Maar de juiste relatie die is nodig

Die geeft vreugde in het leven

Want het leven is maar even!

En als dat met liefde is verweven

Dan kan een mens er elke dag weer tegen

Tegen alle omstandigheden van het leven!

Niet is mooier dan een ouder waar je op terug kan vallen!

Ook al zijn ze wel eens tegengevallen

En zo vieren we nu Moederdag tweeduizend elf

Ik had even praats maar niet voor elf!

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 14:41 Reageer op dit bericht

klank

Een gedicht van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk 1869-1952

De klank van mijn oude vleugel

De klank van mijn oude vleugel
wordt zwak en schril:
er is iets versleten
in hem, diep van binnen.
Er valt niets te herstellen,
er valt niets te beginnen:
tegen een doodlijk euvel
kan men niets beginnen.

De arme zwakke klanken
zullen ijler stijgen,
(waar bleef de sterke, volle
klank van hun jeugd?)
tot ten leste komt
het verlossende zwijgen,
voor het kreunen der smart en
de jubel der vreugd.

Tussen tijd en eeuwigheid (1934)

Geschreven door Dora om 17:30 1 reactie Reageer op dit bericht

blauw

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

BLAUW

Als 't zonnetje speelt door het knoppende hout,
Het koeltje zo zacht langs de wetering strijkt,
De merel haar nest in de meidoren bouwt,
En de aard wel een bruidskleed van bloemen gelijkt,
Begeven zich trouwe gelieven naar 't bos
En zoeken er maartse viooltjes in 't mos.
Wie het aanschouw'
Wete, dat blauw
Altoos in Holland de kleur was van trouw!

Dan schikt hij de bloemjes met zorg bij elkaar
En vlecht ze te zaâm tot een geurigen krans;
Die windt hij zijn liefste om het golvende haar,
Als tooi voor de avond bij spel en bij dans.
Wat kleurt bij het blond die violenkrans goed!
Zij hecht hem een tuiltje van blauw aan de hoed.
Wie het aanschouw'
Wete, dat blauw
Altoos in Holland de kleur was van trouw!

En neemt bij de linde het dansen een eind,
Dan schikt hij de krans van violen terecht
In 't maanlicht, dat zacht op de bloemekens schijnt,
En kust er zijn liefste, die fluisterend zegt:
"Mijn beste, bedenk toch, dat moeder mij wacht;
Een laatste goênachtkus, voor 't laatst nu goênacht!"
Wie het aanschouw'
Wete, dat blauw
Altoos in Holland de kleur was van trouw!

De Banier(1870)

Geschreven door Dora om 10:47 1 reactie Reageer op dit bericht

vrouw

Een gedicht van Hendrik Marsman 1889-1940

Slapende vrouw

De onrust en de lichtbewogen
ontvanklijkheid van hare trekken
zijn weggewist en overtogen
door maanlicht, dat in zachte plekken

gestort ligt over kruin en peluw —
en dekens die haar slaap bedekken
welven het maanlicht tot een landschap,
een keten die zijn tere bekkens

van zilverglans doet overstromen —
hoe lieflijk droomt het hoofd daarboven:
de mond, die vlinders niet zou wekken
is vaag geopend en de ogen

die overdag het leven vingen
liggen behoedzaam nu geloken
tussen de ijle zwarte veren
van wimpers en van wenkbrauwbogen.

Porta Nigra (1934)

Geschreven door Dora om 13:21 Reageer op dit bericht

sonnet

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort 1886-1942

Sonnet

En Mozes heeft de top des bergs betreden,
Hij ziet nu liggen het Beloofde Land
Met al zijn akkers, weiden, gaarden, steden,
Waarheen hem voerde 's Heeren milde hand.

De Leider denkt terug aan het verleden,
De veertig jaren, noden allerhand,
Door heel het volk van Israël geleden,
In een te fel gebied van zon en zand.

Doch Mozes sterft, het hoogste was bereikt,
Aldus zal het geschieden met ons allen,
Als over ons de dood zijn schaduw strijkt.

Want hier staan wij slechts op om weer te vallen,
Zijn pas gelukkig als het leven wijkt
En vinden elders hoger welgevallen.

Geschreven door Dora om 10:17 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Felix Timmermans 1886-1947

Kuddenwacht

In de lommerte der bomen,
uitgestrekt in 't hoge gras,
lag een herder bij zijn kudde
schapen, die aan 't grazen was.

D'hete zonne, die heur stralen
deur de dichte takken stak,
blekte grilge gouden rondkens
op zijn oud soldatenfrak.

Nevens hem zwaar asemhijgend
zat zijn zwerte schepershond,
met de oren recht omhoog en
neerstig kijkend om en rond.

De oude herder sloot zijn ogen,
sliep en snorkte lijk een paard
en het zweet in vette lekken
viel in d'haren van zijn baard.

Aan zijn kop van onder de aarde
kroop de snuit uit van een mol,
en de hond die 't merkte sprong er
op met een verwoed gegrol.

In zijn witte tanden hield hij
't beestje, schudde 't ovrentweer,
en langs 't glanzend pelske drupte
't bloed in dunne streepkens neer.


Lier 1906

-------------------------------------------
lommerte: schaduw
blekte, blekken: blinken, duidelijk zichtbaar zijn
neerstig: naarstig
ovrentweer: heen en weer




Geschreven door Dora om 17:16 Reageer op dit bericht

liebknecht

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

KARL LIEBKNECHT

Karl, Uwe trotse, machtige gestalte
Vervult Europa met een stralend licht.
Gij staat boven de massa, als boven 't dicht
Weefsel der zee een zuil, de Noors-basalten.

Gij hebt het rode vaandel opgericht,
Toen het, een vod, lag op de vuile vaalte,
Wapperend stralende voor elk gezicht, -
Gij, Man van edel en zuiver gehalte.

Gij stierf. Waardoor Vermoord door 't kapitaal, Maar ook door de arbeiders die u verlieten.
Maar ook door de arbeiders die u verlieten.
Die u alleen met uw vijanden lieten,
En niet luisterden naar uw hoge taal.
Uw liefde stierf, omdat zij werd verlaten
Door de Duitse arbeiders, die Uw liefde haatten.

Liedjes

Geschreven door Dora om 11:10 Reageer op dit bericht

wandeling

Een gedicht van Abraham van Collem 1858-1933

WANDELING

Een fijne geur ontstijgt de verse gronden;
De luchten worden willig voor geluid;
Er breken kleine blauwe kreetjes uit,
Geritsel als uit duizenderlei monden.

Een malse vleug van lente wordt gezonden;
Zijn adem is bewaaierd van het kruid
Dat uit de omgeworpen voren spruit,
Onmetelijk, en dampend in de ronde.

In eenzaamheid langs hakkelige paden
Die lopen waar de kleine heesters staan,
Als kinderen die de verrassing wachten,

Peinzende stille werker is gegaan
En hoort het kiemen der gestorte zaden...
En in zijn hart het zingen der gedachten.

Uit liederen van huisvlijt

Geschreven door Dora om 21:20 Reageer op dit bericht

laken

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Onder 't helder koele laken

Onder 't helder koele laken,
Waar ik op de sluimer wacht,
Lig ik tussen droom en waken
Voor de drempel van de nacht,

Turend, hoe de beide schalen
Van het duister en het licht
Beurtlings rijzen en weer dalen
In een aarzlend evenwicht.

Als een lelie op het water
Heeft mijn ziel zich uitgespreid
Tot een nú-zijn zonder later,
Bij het stilstaan van de tijd.

Onder 't helder koele laken,
Waar ik op de sluimer wacht,
Lig ik tussen droom en waken
Voor de drempel van de nacht.

Opvluchten (1922)

Geschreven door Dora om 20:51 Reageer op dit bericht

er ruist...

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Er ruist een zachte...

Er ruist een zachte roffel door de blaad'ren
Der populieren aan de zoom der weide;
Zij tromm'len aan hun ranke takken blijde
De zomer te gemoet, die stil komt naad'ren.

In de elzebosjes aan de kant der sloten,
Doorgeurd van honingklavers en kamillen,
Hoor ik de lentewind zijn liedje trillen
Met lang-gerekte, zangerige noten.

Op halmen wieg'len statig korenaren
Hoog boven paarsig-blauwe korenbloemen;
De koekoek zit zijn eigen naam te roemen,
Zich diep verschuilend in de dichte blaáren.

Gedichten (1888)

Illustratie: De koekoek zit zijn eigen naam te roemen...

 

Geschreven door Dora om 12:04 Reageer op dit bericht

verlangen

Het leven van elke dag...wel een geluk dat men het levenslicht nog ziet...maar toch is er vaak een groot ongezien verdriet...en dat is het verlangen...

Verlangen

 

Ik heb een verlangen!

Zo leeft de mens

Elke dag een nieuwe wens

Maar de dagen gaan voort

Zonder dat iemand van die wens hoort

Een wens verborgen in het hart

Geeft de eenzaamheid smart

Men verlangt naar het verlangen

Want de eenzaamheid maakt bange

 

Maar hoe vul je de eenzaamheid?

Om eens goed in jezelf te kijken in de tijd

Die steeds zachtjes elke dag voorbij glijdt

Men leeft in een cirkel elke dag

Morgen, avond en nacht

En dan is het weer dag

Maar er wordt geen wens vervuld

Wel worden de dagen van de leegte gevuld

Met wensen en verlangens

 

En niets geeft de vrucht

Er wordt alleen maar diep gezucht

Alles moet door een mens zelf worden opgelost

Een ander komt het niet voor je doen

Dat is het bij vele mensen

Die willen dat de wensen

Door anderen worden vervuld

Daar zit een grote berg van schuld!

Een schuld die niet omkeerbaar is

 

Die moet men zelf dragen

En zo vergaat het nu al de dagen

De dagen dat men zoekt naar zichzelf

En de weg niet kan vinden

Het doolhof blijft zoals het was

Ook al ga je netjes in de dagelijkse pas

En dan denkt men weer opnieuw

Dat deze dag ook maar voorbij was!

Zo blijft dan steeds de wens van verlangen

 

 

Geschreven door Dora om 11:03 Reageer op dit bericht

nachtschone

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De Nachtschone

De hele wereld heb ik afgereisd
In droom. Wat is mij van die reis gebleven?
Niet veel meer dan 't verlangen om nog even
In een verlaten tuin, waar de avond grijst,
Te zien hoe de nachtschone in het lichtblauwe
Licht even bloeit en dadelijk verkleurt,
Aleer de dood mij nijdig toe zal snauwen:
‘Ga nu maar de ijskast in, het is je beurt.’

 

Geschreven door Dora om 10:46 Reageer op dit bericht

meisjes

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

MEIDAG IN MAART

Ik dacht wel, dat zij komen zou
lang voor het iemand wist,
en hebben we ons niet werkelijk
een maand of wat vergist?
Wij dachten ons de winter nog
ternauwernood voorbij
en vinden de verwachting al
rondom ons in de velden, de
verwachting van de Mei!

De traag ontwaakte hazelaar,
die ’t niet vermoeden kon,
staat nu in al zijn schamelheid
beteuterd in de zon.
Maar ‘k zie de bomen dichter zich
verdringen om ’t gehucht
en als de frisse daken, die
er nu al zomer maken en
die blinken in de lucht.

Nu hebben al de meisjes ook
geen manteltjes meer aan,
maar heldere japonnetjes,
die wel zo aardig staan.
De Zon vond bij zijn binnenkomst
de meisjes kant en klaar:
de meisjes zonder manteltjes, -
en met de blonde kleuren van
die Ridder in het haar.

Eerste tochten (1911)

Geschreven door Dora om 15:02 Reageer op dit bericht

de dood

Een gedicht op stille zaterdag

De dood

 

De dood is een mysterie

De dood brengt ook wel hysterie

De dood brengt duisternis en verdriet

De dood is nog niet overwonnen

Als er geen nieuw leven is begonnen

Het nieuwe lied

Dat wordt gezongen

Als Christus in je hart is geboren

Dan pas is de dood overwonnen

Hij heeft Hem Zelf wel overwonnen

Maar het was niet om Hem Zelf begonnen

Maar om de ander op te wekken tot het leven

Maar de mensen zochten het niet dit nieuwe leven

En dan is de dood een onontkoombaar gebeuren

Dan wordt de dood niet teniet gedaan

Omdat men zich heeft geschaamd

Om met Hem samen te gaan

Geen samenzijn

Dan is er ook geen zonneschijn

Dan kan het op klaar lichte dag zo donker zijn

Dan is men in de spelonk van de dood

 

 

Geschreven door Dora om 18:40 Reageer op dit bericht

Koning

Een lijdenslied, spreekt geheel voor zichzelf. Er is geen beeld bij want als het tot in de ziel spreekt dan is er genoeg beeld!

Gezang 13


1   Is dat, is dat mijn Koning?
  Dat aller vaadren wens?
  Is dat, is dat zijn kroning?
  Zie, zie, aanschouw den mens!
  Moet Hij dat spotkleed dragen,
  dat riet, die doornenkroon?
  Lijdt Hij dien smaad, die slagen?
  Hij, God, uw eigen Zoon!

2   Ja, ik kost Hem die slagen,
  die smarten en dien hoon;
  ik doe dat kleed Hem dragen,
  dat riet, die doornenkroon.
  Ik sloeg Hem al die wonden,
  voor mij moet Hij daar staan,
  ik deed door mijne zonden
  Hem al die jammren aan.

3   O Jezus! Man van smarten,
  Gij aller vaadren wens,
  herinner aller harten
  't aandoenlijk: 'Zie, de mens!'
  Laat mij toch nooit vergeten
  die kroon, dat kleed, dat riet;
  dit trooste mijn geweten:
  't is al voor mij geschied.
   
   
   

Toegevoegd aan de Psalmberijming van 1773

Geschreven door Dora om 10:36 Reageer op dit bericht

meisje

Een gedicht van Salomon Bonn 1881-1930

'T MEISJE

Daar was 'n meisje,
daar was 'n water,
daar was wat zonne
en groenig riet.

Dat water zong
met zilvren klater,
dat meisje zong
'n vrijerslied.

Dat meisje had
zo rode wangen
en brede heupen
dat ze had!

D'r haar dat berste
uit de spangen
en glom of 't vol
van zonne zat.

D'r ogen keken
maar in het water
daar sloeg ze 'n hempje
heen en weer:

dat was in lichtend
zongeschater
daar blonk de zonne
zich in weer.

Daar was 'n meisje
aan het water
daar was wat zonne
en groenig riet.

Het hempje flakkerde
in witte klater
waar 't meisje rode
armen liet.

Ze spoelde en ze
plensde zonne
ze pletste wit
ze plensde licht

en lichte pareltjes
waren begonnen
te rollen langs
haar blond gezicht

Daar vloog 'n mugje
daar vloog 'n vogel
daar vloog 'n bijtje
tussen 't riet

en 't hempje als
'n witte vogel
klapte als 'n witte
wiedewied.

Jonge Mei, Amsterdam.(1924)

 

Geschreven door Dora om 16:20 Reageer op dit bericht

burgerdeugd

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Sonnet van burgerdeugd

De trammen tuimlen door de lange straten;
Al 't leven buiten, en de ramen dicht;
Wat thee voor ons en de avond te verpraten.
De lamp streelt rustig ons voornaam gezicht.

Inbrekers, wurgers, rovers en piraten,
En de eerste Zondvloed en het laatst Gericht -
Elke onrust heeft ons deugdzaam hart verlaten.
O thee! o vriendschap! o kalmerend licht!

Straks 't koesterende donker; morgen lopen
Wij opgefleurd te kopen of verkopen:
Tragedie blijft tragedie, klein of groot.

Genoeg vermoeienis om 's nachts te slapen;
Alle overgangen tussen lach en gapen;
En aan het eind, de Liefderijke Dood.



1928

Geschreven door Dora om 11:01 Reageer op dit bericht

schapen

Een gedicht van Charivarius 1870-1946

’k Zie schapen, witgewold

’k Zie schapen witgewold,
’k Zie rid- en runders draven,
’k Zie vo- en vlegels zich
Aan wa- en bitter laven.
Al is de stad ook vol
Van stu- en decadente'
Die speel- en alcohol
Verkiezen boven lente,
U, boe- en kippen-ren,
U, lust- en korensc-hoven,
U var- en vlinderken,
U stel ik ver daarboven!
In ’t mooie voorjaarsweer,
Gaan bloe- en ramen open.
’k Zie ieder met een bloem,
Zelfs schoo- met anjers lopen.
’k Zie ei- en beuken staan,
En dreu- en andre mussen,
Wijl lij- (geen vrijsters!) slaan,
’k Zie kro- en meisjes kussen.
En mens en kunstenaars
Zij dragen en zij eten
Veel flam- en waterbaars,
Bij ’t hij-, zij-, zwijgend zweten.
Geen pneu- slechts harmonie:
De tweedracht wijkt voor vrede,
De ru- voor poëzie.
Juicht kin- en ouders mede!
Want len- en warmte is daar,
Mijn geest stijgt op, naar boven,
’k Wil nat- en morgenuur
Met vul- en lippen loven!

Charivari, 1913.

Geschreven door Dora om 14:24 Reageer op dit bericht

stadsgezichten

Een gedicht van Dop Bles 1883-1940

Stadsgezichten II

Open de vensters
wijd op de dag,
het leven trilt
het leven gilt
en 't zonlicht lilt
waar schietende schaduw stuk slaat!
De straat
is wild van rumoer en van haat,
haat die als liefde groot is,
zij stroomt en snelt
vol donker geweld,
ieder mens wordt een held
die strijdt om 't doel dat brood is!

Open de vensters en luiken,
ik wil de lucht
de zwoel bezwangerde lucht wil ik ruiken
waarin het leven hijgt
en duizenden stemmen zoemen;
microben zijn bloemen
die bloeien in millioenen
microben zijn de zoenen
van de donkere lichtende wereldstad!

De vensters, de luiken open,
wijd op de straat,
o, dat het leven opslaat
tegen het bloedloos gelaat,
tegen mijn lege ogen!
'k Wil zien de jagende, vluchtende mensen, tussen
de auto's en bussen
die snorrend en dreunend jagen
en levende drommen dragen
in hun glanzende vierkante buiken.

Open de vensters wijd
op het leven!
Het leven is meer dan vizioen
van koortsende droom .... 0 één doen,
één strijd
voor het begeven!

Parijsche verzen (1923)

 

Geschreven door Dora om 15:27 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten