Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

napoleon

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Napoleon.

In spijt der lange diens taan 't Helgespuis bewezen,
Mistrouwd, als nog misschien verzoenbaar met Bourbon,
Hoe zal hij de achterdocht van 't Duivlenras genezen!
Wat gruwel zuivert hem, en toont Napoleon? -

De afgrijsselijkste moord met Vorst- en Volkenschending,
De Hel ontzet ervan, en kent hem voor haar zoon:
‘Dit schelmstuk, na zoveel, is 't toppunt van volending;
Wees Keizer (zegt zij), heers!’ en de onmens klimt ten troon.

Hij klimt; beveelt; de grond ziet bloed bij bloedstroom vloeien;
Zijn arm omgrijpt Euroop, zijn oog verslindt heel de aard;
De Vorsten biên de hals gedweezaam aan zijn boeien;
En 't mensdom heinde en ver valt neder voor zijn zwaard.

ô Almacht, ziet Gij 't aan? - Maar ja, Gij zult het wreken;
De Hel verzwelgt het kroost dat ze uit haar schoot ontbond;
Doch ware eens 't licht nabij dat eenmaal aan moet breken,
Dat ze en zich-zelf geheel, en Krijg, en Dood, verslond!

1804.

De dichtwerken van Bilderdijk, deel 9

schrijver

Geschreven door Dora om 21:53 Reageer op dit bericht

vertrouwen

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

VERTROUWEN

Gij, die moet zien in donkere dagen
Hoe onrecht tijdelijk triomfeert,
Niet klagen, dichter, niet versagen,
Maar strijden tot de wereld keert!

Wie stijgt ten slotte en overwint er?
Niet wie het leven tegenhoudt.
De Lente zit al in de Winter,
De bloesem in het harde hout.

De Noodhoorn, 5e druk (1940)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 16:57 Reageer op dit bericht

schelpenhuis

Een gedicht van Fracois Pauwels 1888-1966

Het schelpenhuis

Met aller stranden kleurige trofeeën
heeft men, in schelp naast schelp, mijn steen bezet,
ik heb de gratie van een pronk-salet,
maar in mijn hart de diepe stem der zeeën.

wie 't oor leent aan mijn wand ontwaart armeeën
die voorwaarts ruisen met een eendre tred
en 't masker van een teer getint palet
omhult een klacht van nameloze weeën.

Ten avond kozen in een bleke maan
gelieven op mijn bank.... Ik zie het aan
met dromen in mijn perlemoeren ogen,

dan roer ik zacht de snaren van mijn veêl
en, met de stem van 't zomerse struweel,
zing ik de lof der allerzoetste logen....

Erts, Letterkundig jaarboek. Jrg. 4 (1930)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:31 Reageer op dit bericht

zee

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

O zee, die mijne lip doorkeent

o Zee, die mijne lip doorkeent met zout-kristallen
waarin het volle licht van alle zonnen breekt;
zand, bij mijn veer'ge zool breed-uitgestraald doorweekt,
waar krijsend iedre tred doet duizend schelpen schallen;

o tuimelende lucht, die brandt mijne ogen toe
maar sluit ze op 't dansen van ontallig-vuur'ge bollen:
ik ben van zee en lucht, ik ben van God gezwollen;
ik voel me oneindig-rijk en -moe.

  Verzen aan zee en in een tuin   (1924)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:37 Reageer op dit bericht

zonsondergang

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

Zonsondergang op 't meer

In 't meer, omkranst met wilgen en platanen,
Wier top de bodem peilt, staart avond-gloed
En spiegelt zich: de wind wiekt aan, en spoedt
Zich naar de kim....
En met hem gaan de lange water-banen,
De lauwe geuren....
Het rozen-blad op de gefronsde vloed,
Het deinend dons der dommelende zwanen....

Gedichten (1910)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:31 Reageer op dit bericht

outcast

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Outcast

’t Breed grauw gelaat van de Afrikaanse kust,
Na eeuwen van een ondoorgrondelijk wee
Gekomen tot een onaantastbre rust,
Staart steil terneer op de gekwelde zee.

Ons blijft ’t verneedrend smachten naar de ree.
Geen oceaan heeft onze drift geblust,
En niets op aard, ook zwerven niet, geeft rust,
En de enige toevlucht de prostituee.

Bij haar die achter iedre haven wacht
– Altijd een andre en toch steeds dezelfde –
Wordt ons heimwee tijdlijk ter dood gebracht.

En ook de sterrenheemlen die zich welfden
Over ons trekken, andre iedre nacht,
Zijn eindlijk saamgeschrompeld tot één zelfde.

Eldorado (1928)

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

verdraagzaamheid

Een gedicht van A.C.W. Staring 1767-1840

Verdraagzaamheid.

Van 's Heren Woord, in mensentaal geschreven, 
Is 't recht verstand de mens verbleven. 
Wie aan dat Woord de beste uitleg gaf, 
Onthult eens de and're zijde van 't graf. 
Maar die zich grondde op 't Woord en broeders van zich stiet,
Gewislijk, die begreep het niet.

Gedichten (1820)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:51 Reageer op dit bericht

jongeling

Een gedicht van Jacobus Bellamy 1757-1786

DE VADERLANDSE JONGELING.

Hoe gloeit, hoe klopt mijn dankbaar hart,
Voor 't lieve vaderland!
Nog zij mijn jongste levenssnik
Voor 't dierbaar vaderland !

Mijn vrije ziel, van kluisters wars,
Veracht een hoge staat! -
Is niet in 't vorstelijk paleis
De troon der slavernij?

Hij, die de schijn voor 't wezen mint,
Zij een vergulde slaaf!
Mij siert, in 't ongetooide kleed,
De gouden Vrijheid zelf!

Ik lees, op 't marm'ren eregraf,
De lessen van de Deugd:
'k Ga dikwijls in het heiligdom,
En staar op 't marm'ren graf!

Dan is het, of de Vrijheid zelf
't Gevoelloos steen bezielt;
Dan treft een mannelijke stem
Mijn eerbied voedend hart:

'Wij stierven voor het vaderland,
En lieten, aan ons kroost,
't Bezit der dierbre Vrijheid na!
Leef ook voor 't vaderland!'

Ja! Helden! 'k leef voor 't vaderland!
Gij zult mijn voorbeeld zijn!
Wen 't vaderland en Vrijheid geldt,
Dan sterve ik, zo als Gij!

Ach! kon mijn dood, voor 't vaderland,
Een veilig leven zijn!
Gewis! ik koos geen koningstroon
Voor zulk een blijde dood!

De dood moge iets verschriklijks zijn
Voor 't laag en laf gemoed:
Wen 't vaderland en Vrijheid geldt,
Is hij der helden vreugd!

o God! dat immer, in mijn ziel,
Die hete liefde gloei'!
Mijn hart klopp’ nog zijn laatste slag:
Voor God en 't vaderland!

Mijn jonge vrienden, die, met mij,
Ons vaderland bemint!
Uw hart kloppe ook zijn laatste slag:
Voor God en 't vaderland!

Leven en werken van Jacobus Bellamy (1757-1786)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:30 Reageer op dit bericht

zie

Een gedicht van W.J. van Zeggelen 1811-1879

Zie toe.

't Zijn nog steeds dezelfde klachten,
Voorgeslacht en tijdgenoot 
Werken nog met de oude krachten:
Sterken maken zwakken dood. 
Voor je naasten moet je leven,
Is het hart maar goed geplaatst; 
Ja, zoo staat er wel geschreven,
Maar je zelven ben je 't naast. 
Eigen haard en eigenliefde
Vragen zorg en overleg; 
Wat die levenseisen griefde, 
Moet, als steen des aanstoots, weg. 

De oude wet werd opgeheven, 
De oude vorm te niet gedaan - 
De oude zonden zijn gebleven: 
't Eigen Ik staat boven aan. 
Wee, waar d' argloosheid haar schreden 
Niet bestuurde of nauw bedwong: 
Menig loop werd afgesneden 
Door een afgerichte sprong. 
Volken, vorsten, steden, staten 
Hebben al te vaak geleerd: 
Dat de list heel mooi kan praten 
En de hebzucht graag regeert. 

't Recht moog trouw en eerbied vragen, 
Maar houdt waakzaamheid geen wacht, 
Och, het ligt zo ras verslagen 
Door de sluwheid of de kracht. 
't Oog moet over d' erfgrond wijden, 
't Oude wachtwoord heeft nog vat, 
Heeft nog vat op onze tijden: 
't Poesje rooft zo licht je schat! 

Wie behoedzaam is wordt krachtig 
Voor gevaar of ongeval, 
Ieder zij de raad gedachtig, 
Groot en klein - maar klein vooral; 
't Is maar zaak om 't aan te stippen, 
Wat de wereld al weervoer; 
's Is maar: boer pas op je kippen, 
Want de kat ligt op de loer. 


1869.

De dichtwerken (1886)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:20 Reageer op dit bericht

liefde

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

 

Liefde.

O, Liefde, stroom van wellust, die als een zonne blaakt,
die zelfs de wreedste wilden zo zacht als englen maakt,
die bloemen mild doet bloeien uit ene barre grond,
en toverzang doet stijgen uit 's mensen hert en mond,
o, liefde! die een moeder aan elke stervling gaf,
gij zweeft als 't eeuwig leven op 't alverslindend graf.

Hij die u durft bestrijden, hij die uw reinheid laakt,
die heeft de deugd, de schoonheid, de hemel zelf verzaakt;
die ziet de zuivre lelie niet bloeien in het dal,
die hoort niet van de vogels het wonderzoet geschal;
die heeft geen zaalge stemme die roept in zijn gemoed:
Sterk als de dood is liefde, de bron van alle goed!

Nooit heeft de vonklende oge van 't meisje hem geroerd,
nooit heeft 't gestreel der moeder zijn ziele blij vervoerd,
nooit heeft het staamlend kindje verrukt zijn kille borst,
nooit hebben zijne lippen naar frisse kussen dorst,
nooit loopt er op zijn wangen een traan voor 's broeders smert,
Slechts ikzucht, haat en afgunst bestormen woest zijn hert.

O, huldig dan de liefde, gij smaadt de mensheid niet.
Volg, volg haar heil'ge wenken, wanneer zij u gebiedt;
want liefde geurt de bloeme, de vogel zingt: bemint!
want liefde straalt de zonne, want liefde ruist de wind,
en liefde kweelt de moeder, en liefde lacht het kind;
dus mensen, brave mensen, bemint, bemint, bemint!

Nieuwe Liedekens (1859 - 1861)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:58 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten