Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

liedje

Een gedicht van Betje Wolff-Bekker 1738-1804

Liedje

Wat is zonder min en wijn
´t fleurig, jeugdig leven?
Alles wat ons lief kan zijn
moeten zij ons geven.
Groten, wilt g´eens vrolijk zijn,
en uw zorg verjagen?
Zoete meisjes, goede wijn,
kunnen u behagen.

Helden, wie de krijg verheugt,
vragen niet naar kransen,
als zij aan de hand der vreugd,
met de meisjes dansen.
Wen w´in levens angst en pijn
naar vertroosting dorsten,
geef ons liefde, geef ons wijn!
O, dan zijn wij vorsten!

Geschreven door Dora om 19:39 Reageer op dit bericht

waarheen

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

WAARHEEN, WAARHEEN? WAARTOE, WAARTOE?

Waarheen, waarheen? Waartoe, waartoe?
De witte wind holt vast vooraan.
Het is geen gaan,
maar jagen dat ik doe.

De schaduwen dansen voor mij uit,
en wil ik wel, of wil ik niet,
een ruisend lied
wordt spelende mijn buit.

De vrije wereld zwerf ik door,
door hei en wei, langs kant en kust,
en tril van lust
als ik een jager hoor.

Meidoorn

Geschreven door Dora om 16:11 Reageer op dit bericht

twist

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

Twist met Grete

Hoe zo’n twist ontstaat weet niemand.
Zij weet het niet, Marguerite,
En ik ook, ik weet het niet.
Plots voel je zijn bestaan en zonder weerstand
Word je meegevoerd. Om welke reden
Zo’n twist ontstaat, kan niemand weten.

Enkel is hij daar,
Tussen mij en haar,
Als ’n metselaar,
Die plots een muur begint te bouwen
In een tuin, waar elke kleur
Van elke bloem, die zich ontvouwen
Wil, in zachte schijn van dageraad,
Een nieuwe, ongekende kleur
Verraadt.

De muur, zo opgebouwd,
Hij breekt de één-wijde verte
Van kleuren, die rillen in d’adem
Der geurende herten;
Hij is als een man die, stram en oud,
Leeft te midden van een heel fris woud.

Zo herrijst, traag maar zeker, de twist
Tussen ons beiden; niemand gist
Wat er gebeuren gaat
En bouwt verder een wal rond ‘tgeen
Hem lief is, tot de wal sterk staat
Steen op steen.
En dan zien wij die wal
Herrezen en hoe ‘t moeilik zijn zal
Hem weer omver te halen.

Geschreven door Dora om 16:27 Reageer op dit bericht

niet

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

NIET KLAGEN

Niet klagen
Maar dragen
En vragen
Om kracht.
Niet zorgen
Voor morgen
Bij vallende nacht.
  Niet beven
Voor ‘t leven
Gegeven
Van God
Maar ‘t heden
Besteden
Naar plicht en gebod.
  Niet dringen
In dingen
Door niemand bevroed.
Tevreden
Te treden
Bij ‘t licht op het pad
En de lamp voor de voet.

GEMENGDE GEDICHTEN (1892)

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

grafrozen

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Grafrozen

Een schone dodendroom heb ik gedroomd:

Diep onder marmerblank en bloemgeboomt,
Sliep kalm en koel mijn moegemarteld lijf.
Toen zag mijn ziel, vanuit haar blauw verblijf,
Een meisjesgroep in klederen leliewit.
En éen maagd, blond met vliegend haar, zei dit:
- ‘Zij die daar rust gaf liedren ons, in ruil
Willen wij winden rozen rond haar zuil.’
En zingend slingerde om het marmerblank
De meisjesrei een smijd’ge rozenrank.
En de éne roos was blank als duivendons,
Als maagden-onschuld – Jonkvrouw, bid voor ons! –
Als sneeuw op aarde en vederig wolkje in ’t blauw.
En rood was de andre als ’t vlammend hart der vrouw.

Diepe wateren (1897)

Geschreven door Dora om 21:22 Reageer op dit bericht

taal

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

TAAL

Buiten mijn moedertaal
en die der nachtegalen
wist ik naar diepe zin
geen klare talen
en vaak heb ik bedroefd
naar ’t wonderboek gekeken
waarin geschreven stond
wat andere landen spreken.

Toen deed de stad van leed
voor mij haar poorten open;
ze leerde mij ‘t geheim
van wanhoop en van hopen;
daar hing te spreken veel
aan ogen en aan monden
waarvoor men hier beneên
geen taal heeft uitgevonden.

Leven is hogeschool
voor nieuwe en dode talen
Die lang mag leerling zijn
in haar rumoeren zalen
die kan uit kolken roes
van juichen en van smeken
redden het ijl relaas
waarin de zielen spreken.

Schaduwen (1928)

Geschreven door Dora om 22:08 Reageer op dit bericht

verbena

Een gedicht van August Peaux 1859-1944

Een verbena

Een bloem bloeit aan de wegen
bleek in een zon van jaren her,
rood - haar laaft de regen
die viel in een zomer, al ver.

Spokende zomergnomen
mengen de beker en breken het brood;
haar drenken verre dromen,
zij bloeit zo bleek, zo rood.

Geschreven door Dora om 11:42 Reageer op dit bericht

herfst

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

Herfst

En in de lucht des vochte ochtends hangen
De laatste dunne blaad'ren van het jaar,
Als in het zwarte takkennet gevangen,
Met fijne glans van kleuren naast elkaar.

Zo louterde de pracht zich van de lange
En luide lichttijd en de brede schaar
Van groengedoste bomen, tot die bange
En tere lichtkleur van het late jaar.

Die blaadren schenen mij een vreemd gezicht
Van schone zielen uit veel enge pijn
En godgelijk genot alhaast gevlucht.

Hun laatste middag komt met zomerschijn
Van gouden stralen uit de hoge lucht
En drupplen tintlend in het laatste licht.

Geschreven door Dora om 11:39 Reageer op dit bericht

visioen

Een gedicht van Jacob Winkeler Prins 1849-1907

VISIOEN

't Strand loopt onder water, langzaam onder...
Links het duin: er langs een rose rand
Rul doortrappeld, ondoorwaadbaar zand:
Rechts de zee: een altijd ruisend wonder.

En als eens Joannes, de verkonder
Jesu Christi, zie 'k een muur, een wand,
Opgebouwd door 's krijgsmans stalen hand,
Onder roff'len en kanongedonder.

Wees nabij mij, Gij, die storm gebieden
En kunt stillen, 't scherp van 't zwaard niet vreest...
Plots een licht... Wat zou die glans bedieden ?...

Over 't water wandelt weer een geest:
En ik zie de golven westwaarts vlieden,
Als voor 't oog des temmers 't wilde beest.

Geschreven door Dora om 10:20 Reageer op dit bericht

zonnezeil

Een gedicht vasn Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Onder het zonnezeil

Onder het zonnezeil, verrukt door de wind,
Zit ik gelukkig.
’t Noodlot is nukkig,
Maar er blijft niets meer dat me aan ’t leven bindt.
De vrouwen, vroeger voor eeuwig bemind,
Liet ik gelukkig
Vroegtijdig achter zonder kind.
Ik heb genoeg aan de natuur,
Altijd grootmoedig,
En aan de stille of stormende oceaan,
Eindloos voorspoedig.
Een vluchtig avontuur
Houdt me even opgetogen:
Meeuw, door een golf bewogen,
Veilig bevleugeld, toebehorend aan
’t Onmeetlijk, onuitputtelijk azuur.

Geschreven door Dora om 21:45 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten