Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

onvergeten

Een gedicht van P.A.M Boele van Hoensbroek 

ONVERGETEN

Soms is het of ik het vergeten ben;
Of er niets is geweest, dat niet meer is.
Mij zelve is het een geheimenis,
Zo diep, dat ik mij zelve niet meer ken.
Dan lach ik, doe ik, of er niets ontbreekt,
Of alles voort leeft, zoals het moest zijn,
Of nooit de dood iets van wat ik eens mijn
Noemde wegnam. - Maar de ure komt, die wreekt.

Als ik een knaapje zie, dat hem gelijkt,
Dan zie ik hem weer lachend voor mij staan,
In al zijn kinderlijke minlijkheid;
Dan welt vol weemoed in mijn oog een traan
En als het beeld, het droeve, van mij wijkt
voel 'k toch des doods onoverwinlijkheid.

Ts. De Nederlandsche Spectator(1896)

Geschreven door Dora om 22:34 Reageer op dit bericht

dood

Een gedicht van Remco Campert 1902-1943

Zo straks de dood door deze deur mocht treden

Zo straks de dood door deze deur mocht treden,
neerdalen langs de trap of kloppen aan het raam,
mij wenken zou en daarna noemen zou mijn naam
en zei: Volg mij, uw leven is verleden -

hij zou geen lang en moeizaam overreden
van node hebben voordat ik het drukkend haam
van een vrijwel mislukt bestaan, besmeurd met blaam,
afleggen wou en heen zou gaan in vrede.

Maar op de drempel van de deur gekomen,
terwijl de kille wind een slip van zijn gewaad
opwaaien doet en strijkt langs mijn gelaat
zou nog een laatste aarz'len mij doorstromen,
niet om 't verlies van veel vergeefse dromen,
maar om het lachen van een kind op straat.

Verzamelde gedichten (1947)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:34 Reageer op dit bericht

de stilte

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

De stilte

Min de stilte in uw wezen,
Zoek de stilte die bezielt,
Zij die alle stilte vrezen
Hebben nooit hun hart gelezen,
Hebben nooit geknield.

Draag uw kleine levenszegen
Naar het dromenloze land,
Lijk de golve' haar oogst bewegen -
Tot zij zachtjes breken tegen
Het doodstille strand.

Zie de boom de paden tooien
Rondom zijne stille voet,
Laat uw ziel zich zo ontplooien
En haar bloemen om zich strooien
Uit een vroom gemoed.

Leer u aan de stilte laven:
Waar het leven u geleidt -
Zij is uwe veil'ge haven,
Want zij is de grote gave
Van de Eeuwigheid.

Sluit de stilte in uw gaarde,
Wees in haar gelukkig kind:
Al wie ze aan haar schoot vergaarde -
Alle zaligen op aarde
Hebben haar bemind.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:42 Reageer op dit bericht

zeven

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

Alle Zeven

Met zeven nagelen lag Ik geklonken
Op dit zwart rad van marteling, mijn Leven, -
Want zeven Hárten zijn mij ópgeblonken,
In pracht van Jeugd en Vreugde's innigst beven.

In zeven dromen was ik zwaar verdronken,
Dromen van deemoed en van liefde-geven,
Die alle zeven weer in 't Niet-zijn zonken:
Daarom gegroet, mystiek getal van Zeven!

Hártstochten gaan en komen op de maat
Van mijner diepre Ziel geheimvol deinen,
En heel mijn liefde was een morgendroom.

Maar, boven al de Schijn des Tijds uit, staat
Gij in uw koelte, al-enig-vaste-en-reine,
O, Cijfer, waar 'k op tuur, in vreemde schroom.

Verzen (1931)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 21:49 Reageer op dit bericht

te Delft

Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

Te Delft

- fragment -

o Delft, o Hofpaleis! gij deed mijn boezem gloeien,
Toen ik die trappen zag,
Waarlangs mijn Vaderland een tranenstroom deed vloeien,
Toen Willem daar op lag.
Mijn ziel werd gans gevoel; ik moest mijn vingers steken
In dien doorschoten wand.
Ik zag, ik hoorde hem die laatste woorden spreken:
Mijn God, Mijn Vaderland!
Zo ge ooit, mijn landgenoot! zijn heilige as moocht nadren,
Kniel dankend bij zijn graf!
Er droomt geen Hollands bloed in uw verbasterde aadren,
Gaat gij er koel van af.

Nederlandsche gezangen (1779)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

las

Een gedicht van P.A.M. Boele van Hoensbroek

 

LAS  HUELGAS

In het klooster van las Huelgas
In de biechtstoel zit de priester,
Fluistrend spreekt zijn biechtelinge
Van de wereld, van haar zonde.

Nimmer zien des priesters ogen
Wie hem toespreekt. Nimmer blikken
In de wereld meer de vrouwen,
Die het klooster heeft begraven.

Aarzlend spreekt de mond der nonne
Van haar liefde voor een koorknaap,
Die het wierookvat eens zwaaide
In de kathedraal van Burgos.

Aan hem denk ik altijd, _ snikt zij, _
Aan zijn schittrend schone ogen.
Juan was zijn naam. Zijn vader
Was een arme schapenhoeder.

Daaglijks keert de priester weder
In het klooster van Las Huelgas;
Hoort de biecht der jonkvrouw, altijd,
Altijd zuchtend naar de liefde.

Daaglijks wordt hij bleker, minder
Schitterend zijn donkre ogen.
Staamlend geeft hij absolutie
Voor haar zondig, werelds denken.

Eindlijk vond men in de biechtstoel
Dood de jonge priester zitten. _
Juan was zijn naam. Zijn vader
Was een arme schapenhoeder.

Liefde ne leed, Amsterdam(1903)

Geschreven door Dora om 19:53 Reageer op dit bericht

jan stavast

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Jan Stavast. 

1.

Al valt de hemel naar omlaag
Ik zet er kloek mijn schouders onder,
En 'k wed, al lijkt het nog zo'n wonder,
Dat ik hem steun, dat ik hem draag: -
Sta maar vast in pret en pijn,
En het leven
Kan niets geven
Wat u àl te zwaar zou zijn!


2.

Maar - doet gij 't in uw eigen kracht,
Al staat ge ook stevig op uw benen,
Een strohalm... een paar kittelstenen...
Daar leg-je, Man: - en goede nacht!
Staat ge vast in pret en pijn,
Vroom geloven,
Kracht van Boven,
Moet uw innig steunsel zijn!


3.

Maar dàn ook: als gij d i e gevoelt,
Dan staat ge in stormen en bezwaren
Gelijk een Rots in 's levens baren
Onwrikbaar, hoe het bruist en woelt:
Sta dus vast in pret en pijn,
Neêrlands Mannen! -
Z u l k e Jannen....
Och! mocht ge dàt altoos zijn!

Al de volksdichten (1865)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:32 Reageer op dit bericht

leven

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Mijn leven

Mijn kindsheid, jeugd en bloei, was éne reeks van plagen;
mijn verdre levenstijd, één ijdle handvol wind;
mijn ouderdom bezweek, bij hoop van beter dagen,
in pijniging van ’t hart die geest en merg verslindt.
Wat nu? De dood verbeid na levenslang verlangen!
Schenk’ hij me een stille koets bij ’t ingaan van de nacht!
Bevrijder, kom! Ruk los de ketens die mij prangen:
Ach! Koel is ’t in uw arm, en op uw peluw, zacht.
‘k Heb lang de felle brand van ’t middaguur gedragen
dat bloed en brein ontstak, en hijg naar ’t eenzaam graf.

Ach, zij ’t gekromde lijf van ’t harde juk ontslagen,
en neem me uw dorre hand het pak des levens af!
Wat ’s leven? – Lijden. – Wat ’s genoegen! Wakend dromen. –
Wat ’s vreugde? – Zelfbedrog, en blinde razernij. –
‘k Beproefde ‘t: ‘k heb die bron voorbij en af zien stromen;
van in haar wel verslijkt, vloot ze in moeras voorbij.
Thans rust ze en vloeit niet meer. Haar ader, leeggelopen,
is dor, verdroogd, en ’t bloed blijft in zijn kreitsloop staan.
Zie neder, God van heil, op wie wij schepslen hopen;
zie neder in genade, en neem mijn zielzucht aan!


Haarlem, 1829

schrijver

Geschreven door Dora om 19:21 Reageer op dit bericht

weduwe

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

AAN ENE WEDUWE.

De vertroostingen Gods zijn nooit te klein,
Hoe groot het leed moog wezen.
De God, die ze schenkt,
en ons lijden gedenkt,
Zij eeuwig gedankt en geprezen!
Houd dan moed onder 't kruis! Hoe zwaar het drukk',
Het zal u nooit verpletten.
Rijze 't leed voor uw oog
als gebergten omhoog:
Het geloof kan ook bergen verzetten.

Madelieven (1869)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:27 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten