Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

akke.beakke.be

Archief

twee

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Twee Filmsirenen

Fatale fletsheid, die met klamme geuren
het witte zeil in iedre stand doorhangt,
maar super-kappers in je netten vangt,
te overvloedig om het te betreuren -

't model van doodshoofd door je vel omprangd
mag men in elke scheurkalender speuren,
en voor een prik, Greet, kan dus wie 't verlangt
zijn slaapsalet er veelmaals mee befleuren.

En jij, Marleen, die met gekruider sauzen
van blikken, stem en benen de eetlust stijft,
je clientèle groeit, want zonder rauzen
werd ieder wijfjesdier door je overwijfd -

Doe voort! Veel roem en rijkdom! En mijn ziel
moog' dieper snurken bij dit sex-appeal.

Parlando (1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:48 Reageer op dit bericht

de vrouw

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

DE VROUW AAN HET VENSTER

Nooit opent zich de poort. 't Raam is zo hoog
Dat zij eerst de aarde ziet in wijde verte:
De stroom omarmt het bos in blauwe boog;
Door 't groen gaan rode vogels, ranke herten.

Niets weet zij van het levensspel daartussen;
Maar het moet schoon zijn, want zij mist het zeer.
Zij wil omhelzen, vindt niets om te kussen
Dan de eigen schouder, rond en koel en teer.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:45 Reageer op dit bericht

zwervers

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De zwerver

Ik ben vermoeid. Toch ben ik nog gestegen
Tot op de heuvel in het late licht.
En vóór mij kronkelen de duistre wegen
van ‘t avonddorp, dat daar verlaten ligt.

Is nu de wereld zoveel eeuwen ouder?
Alles lijkt mij zo vreemd en toch bekend.
Ik mis alleen een vriendelijke schouder,
een lichaam, dat mijn lust voelt en herkent.

Ik ben alleen voor gans mijn verder leven,
Er is niets meer dat me aan deze aarde bindt.
En toch, ik voel mijn hart onstuimig beven:
Dáár staat een boom, dáár speelde ik eens als kind.

Verzamelde gedichten (1948)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:51 Reageer op dit bericht

wierook

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

WIEROOK 

o Wierookgraan,
     geronnen traan
van ceder- en van lorkenstammen,
     gebedenbeeld,
     daar ‘t vier in speelt,
en ‘t vonkelen van ‘s herten vlammen.

     Geen gave van
     fijn goud en kan
mijn hand de Heer, geen myrrha bieden,
     maar wierook zal,
     en overal
en allen dag, Hem dank bedieden.

     o Wierookgraan,
     in ‘t vier gedaan,
en rokende uit mijns herten midden,
     van aards en grauw
     wordt hemels blauw:
gaat, wierookgraan, de Here aanbidden!

15/2/1897

schrijver

Geschreven door Dora om 22:29 Reageer op dit bericht

keukenmoeder

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Keukenmoeder.

Sappig vlees en sappig ooft,
Schat van kruiden vers en fleurig,
Alles wordt nog éens zo keurig,
Als ons Moedertje ze stooft:
'k Wed, ze kon een harde kei
Murrew maken als pastei.

Wilt ge weten, lieve kind,
Waar de kunst in is gelegen?
Als ge letten wilt ter degen,
Ben ik zeker, dat ge 't vindt!
Maar ge wordt door haar verkloekt,
Als ge 't in het Kookboek zoekt.

Of begeert ge, dat ik zèg,
Hoe 't recept wel is geheten?
't Heet - och! wil het niet vergeten:
'Zindlijkheid en overleg;'
En voor Saus (geloof me vrij)
Doe er maar wat Honger bij!

Al de volksdichten (1865)

schrijver

 

Geschreven door Dora om 22:06 Reageer op dit bericht

stille

Een gedicht van W.L. Penning 1840-1922

Mijn Stille Dicht Nu en Voorheen

Gemoedsgetuig'nis af te leggen
Verbiedt mij 't onverzoend gemoed;
Wat mij zijn dicht-stem vóór komt zeggen,
Verga als ijd'le klank - eer 't and'ren luist'ren doet.

Mijn jeugd zei vaak haar verzen over,
Schreef ze op, maar deed haar schrift te niet;
Teloor gaan deed zij knop en lover
En bloesem uit de tuin van 't onbesnoeide lied.

Tien jaren lang dacht ze aan geen kansen
Op meegevoel, des dichters krans!...
Dicht mijner jeugd - hoe arm aan glansen,
Vast blij-gedurfd en fris-luid zeggen wou 'k u thans!...

Och arm, alsof ik baat zou vinden
Bij stem uit onbezorgd voorheen;
Wàt baat me? o immer meer beminde!
Wier dood me aan al uw leed blijft binden,
Wier nagedacht'nis vraagt - of weldoend lied of geen.

De Beweging jrg.6 (1910)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 Reageer op dit bericht

bitterheid

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Bitterheid

Het woord, dat mij met kracht omgordde,
     En vrede en vreugd gaf,
Is alsem voor mijn mond geworden,
     En voor mijn ziel een straf.

De naam, die al mijn onrust stilde...
     Het fluisterzachte woord,
Waarop ik eenmaal pleiten wilde,
     Staande aan 's Hemels poort -

Die Grote Naam, zal ik niet noemen,
     Die grendels open schoof,
Vraagt God de grond, waarop ik roeme?
     'Heer, op mijn ongeloof.'

Nieuwe verzen (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:57 Reageer op dit bericht

najaarsvensterke

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

Najaarsvensterke
Tussen 't naakte, rood geraamte
Van een wilde wijngaardrank,
Hing 'n scheefgezakte venster
In de gevel, blauwig blank.

Op de grauw-arduinen rijchel,
Hier en daar vergroend van mos,
Lagen enk'le wingerdblâren,
Dronken van d'oktoberblos.

Onder 't venster, waar het muurke
Door de tijd gebersten was,
Stonden triestig te verdrogen,
Uitgeblomde dahlia's.

Een verneuteld vrouwke schikte
't Wit-en-rood geblokt gordijn;
't Was..., alsof heur rimpels zegden
‘'t Zal 'ne kwaaie Winter zijn’...

Vondelingskens (1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:43 Reageer op dit bericht

knaapje

Een gedicht van Jacob van Lennep 1802-1868
AAN EEN VADERLOOS KNAAPJE.
Wis toch die traantjes uit uw oog,
Arm weesje! schrei niet meer:
Uw vader heeft het goed omhoog,
Bij onze lieve Heer.
God-zelf wil u een vader zijn,
Geen vader is zo goed.
En doet Zijn hand u somtijds pijn,
Hij weet wel wat Hij doet.
Want u vergeten kan Hij niet,
Hoe ver ook de afstand zij;
Zijn troost is u in 't bangst verdriet
Het allerdichtst nabij.

De nachtegaal en het lijstertje (1854)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:02 Reageer op dit bericht

Dit geschreven naar aanleiding van de door de regering bekend gemaakte plannen...hulp bij zelfdoding wanneer men het leven voltooid vindt!

Leven

Is uw leven dood of saai
Het gevoel is niet meer als vroeger
Het leven lijkt wel afgedaan
Zo moet een mens op gevorderde leeftijd
Elke morgen weer opstaan
Er komt een lange zucht
Die geeft ook geen lucht
Weer zo’n nare lange dag
Niemand die tegen mij lacht
Ik zit in een volkomen nacht
Maar weet u, u heeft te lang gewacht
Om Hem te zoeken
Want alleen gaan door het leven
Doet u voor de ouderdom in
eenzaamheid beven
Maar gelooft die nieuwe wetten niet
Die zeggen ga maar zacht dood
Dan heb je niet meer dat verdriet
Zij trekken u in een totale doodsheid
Ver weg van Hem die leeft van
eeuwigheid tot eeuwigheid!
Ga niet alleen door het leven
Die last is u veel te zwaar
Ja, dan komt u met maar
Is dat eigenlijk allemaal wel waar
Uw lijden is bij Hem bekend
Maar als U hem geen blik waardig keurt
Dan blijft u innerlijk dood en verscheurd!
Hij is het die u kan troosten
En u kan verlossen van alle aardse pijn
Als u maar wilt geloven
Dat God in Christus dicht bij
elke oud mens zou willen zijn!
Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten