Kleingoed

In deze doffe maanden
reageren mijn registreerantennes
minder gevoelig.
Ik moet hoogdringend
de frisse lucht in.
Met verse aandacht
het mierenpaadje beijken
op het zwarte asfalt
een zanderig weggetje
waarop een chaotische drukte heerst
aan beide kanten
van het tuinpad
duikt het een donkere tunnel in
in het midden een grote bocht
om een vergeten strohalm heen.
Een sporenlezer moet ik weer worden
buurmans hond volgen
wanneer hij er niet is
zijn vaste gang
langs de slaapkamerkant
naar de slijkerige sloot
ligt mooi afgedrukt
in het reeds lange gras.
Nauwlettend toezien
hoe de regenworm
zich uit de pas omgespitte grond
moeizaam omhoogwringt
of de slijmerige slak
even met een grassprietje aanraken.
Glimlachen
om de paniekerig wegvluchtende kevertjes
wanneer het licht plots doordringt
in het geheimzinnige gangetje
tussen muur en graspol.
Een lieveheersbeestje
je wijsvinger laten beklimmen
tot de top bereikt is
zijn glanzende dekschildjes
zijn trillende donkere vliegvliesjes
openen zich naar het zonlicht.
Heerlijk, dit wereldje
van kleingoed.




