Dewinter beledigt het Vlaamse volk
Want zo laten ze uitschijnen dat de Vlamingen in overwegende mate, leugenachtig, haatzaaiend, racistisch en immoreel zijn.
Dewinter beledigt het Vlaamse volk
Een doorzichtige Dewever en een slijmerige Peeters

Knack
De droom van Bart De Wever
In lang vervlogen tijden droomde Bart dat de Franstaligen hem een dikke vis in de pan zouden bezorgen en dat zij tevreden zouden zijn met een beetje Vlaamse suiker.
Zo opvallend was het, dat het irritant werd.
In 'De keien van de Wetstraat', jeremieerde Dewever, die anderszins wel van onderkoeldheid en onbewogenheid zijn politiek handelsmerk heeft gemaakt, de hele tijd over het feit dat NVA aan de kant werd gezet. Hij wentelde zich in de martelaarsrol van het jongetje dat uitgesloten wordt van het spel der groten. De Vlaamse regeringscoalitie is al gevormd, aldus de zo scherpzinnig genoemde Dewever, Wij mogen niet meedoen. Ochot, acharmen. En steeds maar herhalen dat NVA buiten de ring geduwd wordt door die stouteriken van CD&V en van SP.a.
En Devadder en Cools, die anders zo alert zijn en ongenadig ten aanzien van vele andere politici, lieten maar begaan, wilden niet horen dat Dewever een tactisch spel speelde. Wilden niet, inderdaad. Want het lag er toch zo vingerdik op, dat je het moest opmerken, zeker als je zoals de VRT-coryfeeën, een figuur als Dewever al jaren op de politieke scène ontmoet.
Dewever ziet dus electoraal brood in dat beeld van de verlangende maar niet gewilde partner, van de politieke maagd die brandt van hartstocht om er in het regeringsbed een triootje met CD&V en VLD van te maken, maar voortdurend met een pruillip en met veel sérieux aan het veinzen is dat ze afgewezen wordt. Kortom, de ingrediënten van een stationsromannetje. En dat, zal Dewever denken, gaat er bij een belangrijk deel van het kiesvee, altijd wel goed in.
En Peeters maar zoete broodjes bakken, in woorden en lichaamstaal. Bartje van hier en Bartje van daar. 'Echt, op mijn christendemocratische ziel en hart: ik en de CD&V wijzen je niet af en zullen dat na 7 juni ook niet doen. Wees daarvan overtuigd, lieve Bart. We zijn een tijd geleden wel uit elkaar gegaan. Maar weet dat ik je altijd erg gewaardeerd heb en dat ik je nog altijd erg mag. Kom, dat ik over je Vlaamse bol aai. Kijk in mijn ogen. Geloof me, vertrouw me. '
Maar Bart bleef mokken, weigerde oogcontact, had het steevast over 'de vorige spreker' als hij Kris bedoelde, die van de weeromstuit iets van de afgewezen minnaar in zijn ogen kreeg.
Kortom, het was een partijtje schaduwboksen, een Vlaamsche politieke komedie, waarin Dewever met brio zijn echt en duidelijk debuut als komediant maakte.
Eigenlijk toch wel spijtig.
(Ziehier de volgende Vlaamse regeringscoalitie: CD&V, NVA, SP-a, VLD. Bart Dewever, minister van cultuur en staatshervorming.)
En wat nu Wilders? Wat nu PVV'ers?

Wilders en zijn PVV triomferen nu ze in een klap de tweede grootste partij van Nederland zijn, althans wat de Europese verkiezingen betreft.
Maar wat denkt de PVV uiteindelijk te bereiken met haar anti-Europese opstelling? En wat zullen de gevolgen zijn voor de Nederlandse samenleving wanneer Wilders doorgaat met het stigmatiseren van belangrijke bevolkingsgroepen? Want het zijn niet alleen de moslims die niet passen in zijn fundamentalistisch beeld van wat en hoe Nederland en de Nederlanders horen te zijn.
Hoe valt het te verklaren dat zovele Nederlanders zich in die antistroom laten meedrijven, zich door één man laten volproppen met steriele en verstikkende angst- en haatgevoelens, en er zich tegelijk waarschijnlijk bewust van zijn dat ook Wilders niet in staat zal zijn , hun ontevredenheid en irritatie weg te nemen?
Benieuwd wanneer Wilders en zijn PVV, vanuit die sterk gegroeide politieke macht, voor de eerste keer met een echt positief en haalbaar voorstel voor de dag zullen komen.
In Vlaanderen was Filip Dewinter er als de kippen bij om zijn geestesgenoot Wilders in Nederland te feliciteren met de overwinning en met diens strijd tegen de zgn. 'islamisering' en 'multiculturele samenleving'.
Veel vreugde om het resultaat van zijn eigen partij, zal Dewinter zondag waarschijnlijk niet beleven, althans wanneer de peilingen zelfs maar bij benadering bewaarheid worden. Het VB maakt volgens de laatste peiling een historische duik.
Wie vertrouwt Somers nog?Volgens Bart Somers heeft Vlaanderen een nieuwe leider nodig en de politicus met de nodige kwaliteiten voor die job is Dirk Van Mechelen. En de reden waarom Van Mechelen zo laat naar voren werd geschoven als boegbeeld van de campagne en als kandidaat minister-president, is omdat de VLD als een hechte ploeg (!?) functioneert.
Somers kletst wel vaker uit zijn nek maar wat hij hier uitkraamt, slaat alles. Over leiderschap bijvoorbeeld. Kris Peeters' visie op de samenleving kan mij maar matig bekoren, maar wat leiderschap betreft steekt hij torenhoog boven Dirk Van Mechelen uit. Sinds die zich presenteerde als kandidaat minister-president, is hij zichzelf niet meer. Hij is door de liberale campagnejongens zo gebrainwasht en geprogrammeerd, dat hij voortdurend boven zijn temperament en oratorisch én stemniveau moet acteren. Volkomen ongeloofwaardig en eigenlijk voor Van Mechelen zelf, tragikomisch.
De verklaring van Somers voor het zo laat naar voren schuiven van Van Mechelen als boegbeeld van de campagne en kandidaat minister-president, doet de waarheid stevig geweld aan. Het is duidelijk dat de reden ergens anders lag, nl. in de koehandel van Somers zelf in de Vynckaffaire.
Met betrekking tot de VLD-voorzitter past overigens al veel langer de vraag: 'Wie vertrouwt die man eigenlijk nog?'.


In de eerste aflevering van ‘De Stemming 09’ op één, voerden Bracke en Torfs, Jean-Jacques en Maya op, als zoon van De Gucht en dochter van Detiège.
Na het introfilmpje dat weggeknipt was uit de ‘Nooit Gedacht’-biechtscènes, werden de jonge politici geprest om de namen van de toppolitici uit de eigen partij prijs te geven die ze nooit zouden vergeven wat ze hun respectieve ouder hadden aangedaan. Omdat Jean-Jacques en Maya het niet gepast vonden dat te doen, vernoemde Bracke met enige irritatie deze voor eeuwig gehate wezens dan zelf maar. Smeuïger voor de kijkers, zag ik hem denken, zou geweest zijn, ze uit de mond van de onschuldige politici te vernemen.
De spontaniteit van flapuit Maya en de bedachtzaamheid van charmeur Jean-Jacques vielen op, karaktertrekken die door de fiere mama’s werden bevestigd. Ze werden speciaal daarvoor door een goedlachse Jan Becaus, in het riant ogende decor van hun tuin en huis geïnterviewd. Voorts was er de aandoenlijke vederlichtheid van wat je met veel goede wil enigszins politieke opvattingen van deze frisse jongelui, zou kunnen noemen.
Stoere Jean-Marie Dedecker kreeg als opdracht een verkiezingsspeech van 2 minuten te houden. Hij las als een verlegen schooljongen zijn briefje af en zou van de meester zeker niet meer dan de helft der punten hebben gekregen. Dat belette een horde LDD’ers niet, herhaaldelijk, op aangeven van applausmeester professor Brouckaart, die met argusogen controleerde of iedereen wel vol overtuiging meedeed, stormachtig te applaudisseren, waardoor het lamentabele redevoerinkje van de leider, nog grotesker ging overkomen.
Bij de bespreking van Dedeckers rede kwam een robuustere Jean-Marie tot leven, die er niet veel moeite mee had de zachtaardig ogende Jean-Jacques met huid en haar te verslinden. Het echte Vlaamse labeurwerk en no-nonsensedoorzettingsvermogen kwamen evenwel pas goed uit de verf toen Jean-Luc, een Brabants trekpaard gelijk, zich een weg baande door heggen en bloemperken om zich te begeven naar de overvloedig gedekte familiedis in de ook in deze setting riant ogende tuin. De bestudeerde plompheid en boersheid, de onbehouwen taal werden nu ook weer als campagnewapens gedemonstreerd en ik dacht : dat ie het nu compleet maakt met het hijsen van de pantalon en het krabben der edele delen. Even mocht zoon Tom om het hoekje verschijnen, maar de zware slagschaduw van papa deed hem al vlug in het niet verdwijnen.
In de studio was Jean-Luc Dehaene van het kippenhok. Hij bleef volop kraaien, ook toen het de beurt van de lieftallige, niet-assertieve Maya was om commentaar te geven bij een woord dat oplichtte op een bord ergens in de ruimte. Dat brute verbale geweld ten aanzien van een politieke maagd riep heel wat sympathiegevoelens voor de dochter van, in mij op. En ik wilde Bracke en Torfs toeroepen dat het hun taak was met hand en tand de rechten van de zwakkeren te verdedigen.
Tja, die presentatoren en moderatoren. Bracke was het niet aan te zien dat hij al een paar jaar van het scherm verdwenen is. Hij schoof probleemloos in het kostuum dat hij enkele jaren geleden uitschoot. Torfs zat het duidelijk niet lekker. Wat meer is: hij was er niet. En de enkele samenvattende en concluderende zinnetjes waartoe hij door zijn collega uitgenodigd werd, en de die klaarblijkelijk de bedoeling hadden spits te zijn, verzandden in een opeenvolging van woorden, waaraan geen touw vast te knopen was. Nochtans verzekerde Rik kijkend Vlaanderen, weer op vraag van zijn spitsbroeder, dat hij er ook vandaag bij zou zijn.
De geachte lezer heeft het ongetwijfeld al door: het is echt uitkijken naar de tweede aflevering.
Het Grote Debat
Rutte, de intellectueel. Wilders, de politicus.
Het oorverdovende zwijgen van Yves Desmet
Ideologie, partijen, leiders
'De kunst in Europa is Europese kunst'
Villawijktanka

Een mooie meidag.
De grasmachines ronken,
de honden blaffen.
Achter de hoge heggen,
slechts vermoeden van mensen.
Foto: Pascal Vyncke www.seniorennet.be
Steven Vanackere en Paul GeudensSteven Vanackere is de opvolger van Inge Vervotte in de federale regering en hij weegt letterlijk maar vooral figuurlijk heel wat zwaarder dan Vervotte.
Zijn belofte tijdens een rerum-novarumtoespraak in Gent dat de regering geen beleid zal voeren - lees begrotingsmaatregelen nemen - zonder overleg met vakbonden en mutualiteiten, is bij Paul Geudens van de Gazet van Antwerpen in het verkeerde keelgat geschoten.
Geudens, die geregeld zijn allergie voor vakbonden in zijn stukjes moet ventileren, ziet al een syndicale dictatuur opdoemen. En hij steekt een waarschuwend journalistenvingertje op. 'Vakbonden moeten hun plaats kennen', proclameert Geudens en ook de titel van zijn opiniestuk liegt er niet om: Beleid moet in handen van verkozen politici blijven.
Dat is natuurlijk in ons democratisch systeem een waarheid als een koe. Maar het is duidelijk waar Geudens naar toe wil: zo weinig mogelijk invloed van de vakbonden en de sociale organisaties. Of Geudens al vaak zo duidelijk stukjes geschreven tegen de invloed van de Haute Finance, de banken, de Antwerpse haven, de media, op het politieke beleid, is zeer de vraag.
Dat Steven Vanackere als zgn. 'ACW-minister' eens duidelijk zegt wat dat etiket voor hem betekent en wat dat aan consequenties inhoudt, is verfrissend en hebben hem niet veel 'ACW-politici' voorgedaan. Het is ook belangrijk en hoopgevend voor partijen en politici die de verdediging van werknemersbelangen en van de zwakkeren in onze samenleving, als kern van hun maatschappijvisie en zelfs als bestaansreden hebben.

Dikmutsen betekent treuren, door je gelaatsuitdrukking te kennen geven dat je je verongelijkt of niet prettig voelt. Het werd ook voor (ziekelijke) kippen gebruikt. Gêloewegen (geelogen) drukt naast het begrip niksen, werkeloos toekijken in het Reties ook uit dat je alleen maar verlangend mag of kan toekijken wanneer anderen iets lekkers krijgen of eten. Het versterkend bijwoord alênig (heel, zeer, erg) is waarschijnlijk een vervorming van aelheelick (algeheelijk).
Wanneer vooral kinderen vroegen hoe laat het was, werd wel eens geantwoord: e ketiêr vù ’t zot wonnen (een kwartier voor het zot worden) of e ketiêr vù ’t knajnegat (konijnengat), waaraan dan vaak werd toegevoegd: zie ginder komt het ôngedabd. Een persoon die zich energiek engageert, vol inzet aan een taak begint springt in de kawer. Iemand echter die een aangegaan engagement of contract eenzijdig beëindigt, springt ùt de kawer. Wanneer je door woord of gedrag buiten de schreef gaat of de goegemeente (lichtjes) choqueert, dan makte strùssel (strooisel). Stékt ew óngewajde (ongewijd) poewe?en (poten) dower nie ôn is een krachtige , overigens niet altijd agressief en onbeschoft bedoelde , uitnodiging om iets niet aan te raken of niet te doen of om je afzijdig te houden. Zen kas ópfrê?en (opvreten) doet iemand wanneer hij mokt, gefrustreerd, geïrriteerd, ongeduldig is. Kas wordt hier gebruikt in de betekenis van borstkas, lichaam. Wanneer er maar weinig voedsel op je bord komt of kleine hapjes geserveerd worden is dat van aard om ew ba?es alliejen mèr te trêteren (uw bakkes treiteren) of is het de moeite niet om ewe mónd er vù vol (vuil) te mô?en. Een persoon die veel woorden gebruikt om weinig of niets inhoudelijks te zeggen, een blablafiguur kan je misschien de mond snoeren met de prachtige uitdrukking: da’s zawek (zeik) scheppen meej ne riek. Bitterheid en ontgoocheling klinken door in dùr ew âjgen vloewen (vlooien) wojnde ’t hètsten gebee?en wanneer je door naaste familieleden onrechtvaardig of oneerlijk behandeld wordt.
Tot slot nog deze interessante aanvulling, die Nest Van den Eynde me bezorgde, bij de uitdrukking de dôgen léngen meej nen hônenschruûw in vorig nummer van ‘Zeven Neten’. Nest vertelde me dat ook de variante meej lichtmis (2 februari) zèn de dôgen nen hônenkréj (hanenkraai) geléngd gebruikt werd. Hiermee wordt aangeduid dat begin februari de dagen sinds eind december ongeveer drie kwartier langer geworden zijn. Het is namelijk zo dat er ’s morgens vroeg een zekere regelmaat in het hanengekraai te constateren valt. Een haan zet het gekraai in (afhankelijk van de tijd van het jaar wat vroeger of later in de nanacht) en wordt gevolgd door andere hanen in de buurt. Dergelijke ‘kraaienreeks’ wordt ongeveer om de 45 minuten herhaald tot de nieuwe dag duidelijk aangebroken is.
De fatsoensrakkers
Wenen en de Jakobsweg (slot)Twee tanka's
Wenen
Zon over Wenen,
schitter van edelstenen,
keizerlijke pracht.
Breughel en Hundertwasser:
het alledaagse her-dacht.
Jakobsweg
Vuursalamander,
kwetsbaar op de weg naar Melk.
Volmaakte schoonheid.
De Jakobsweg, die wij gaan,
kwetsbaar alleen, tezamen.
De merkwaardige logica van gynaecologe en senatrice Marleen TemmermanIn 'De Standaard' van 10-11 mei laat de bekende gynaecologe en senatrice Marleen Temmerman volgende uitspraak optekenen:
'Over seksualiteit weet het Vaticaan per definitie niets want ze hebben zichzelf door het celibaat tot aseksuele wezens verklaard. De paus is onbevoegd als het over voortplanting en seksualiteit gaat. Hij hoeft op dat gebied dus geen adviezen te verstrekken.'
Mevrouw Temmerman zal, technisch gezien, wel een goede gynaecologe zijn (als senator heeft ze tot nu toe amper van zich laten horen), haar kennis van en opvattingen over de menselijke seksualiteit, psyche en geestelijke vrijheid, zijn daarentegen, zo blijkt uit die uitspraak, eenzijdig, denigrerend en intolerant.
Het geeft te denken dat een academica stelt dat het celibaat ipso facto leidt tot volslagen onwetendheid omtrent seksualiteit en dat ze de celibataire medemens het label van 'aseksuele wezens' opspeldt. Dat zijn enormiteiten die je niet voor mogelijk acht, zelfs niet uit de pen of de mond van een totaal ongeschoold iemand.
Dergelijke stellingname is ook uitermate denigrerend ten aanzien van de talloze mensen die celibatair leven, of ze nu tot de religieuze of lekenstand behoren.
Temmerman verliest de trappers helemaal wanneer ze de paus autoritair en onverdraagzaam het recht ontzegt adviezen te verstrekken omtrent voortplanting en seksualiteit. Hoogstmerkwaardig voor iemand die in heel wat situaties energiek opkomt voor de vrijheid van meningsuiting. Gaat het in die gevallen dan toch in de eerste plaats om haar eigen vrijheid?
Tot slot: mevrouw Temmerman zou er goed aan doen in een degelijk woordenboek de precieze inhoud van de woorden 'aseksueel' en 'onbevoegd' eens op te zoeken. Dan dringt het besef wellicht tot haar door dat ze die woorden toch wel bijzonder lichtvaardig gebruikt.
De weddes van de Vlaamse parlementsleden
Wenen en de Jakobsweg (9)
Wenen en de Jakobsweg (8)
De laatste stapdag. Van Achsbach Dorf naar Melk. In de Kartäuserkirche vlak bij het hotel, is er een korte bezinning. En dan gaat het berop het bos in en ...verdwalen we. Of beter gezegd, we vinden geen begaanbare weg naar de Donau.
De nephosties van GoedeleDe Belgische bisschoppen protesteren terecht tegen het feit dat bij het laatste nummer van Goedele, een aantal nephosties werden gevoegd. Welke stunts een zgn. 'glossy' magazine al niet moet uithalen om de aandacht te trekken.
Onvoorstelbaar platvloers, uitermate dom,extreem puberale drang om te provoceren: ziedaar Goedele. Doet veiligheidshalve wel aan nestbevuiling. Want van de grote tolerantie en/of onverschilligheid van de meeste christenen is ze zeker.
Zit waarschijnlijk al te sidderen van angst bij de gedachte wat de reactie van bv. joden of moslims zou zijn bij een vergelijkbare 'stunt'.
Bah!
Wenen en de Jakobsweg (8)
Een heerlijke stapdag. De autocar brengt ons naar Schengenbrünn en van daaruit trekken we het Dunkelsteinwald in. De dagelijkse korte bezinning in een enig mooi natuurkader. Prachtig weer. Magnifieke paden. Op de Kreuzberg genieten we van een weids uitzicht.
De schaamte voorbijHet degoutante getouwtrek tussen Open VLD en LDD omtrent parlementslid (!?) Vijnck, is extreem beschamend en beschadigend.
Hoe durven deze partijen het nog hebben over geloofwaardigheid? En kan deze meneer Vijnck nog ooit beschouwd worden als een beetje te respecteren politicus?
Dit hele gedoe is ook enorm beschadigend voor de politiek en de democratie. Het versterkt in hoge mate het in ruime kring reeds heersende misprijzen voor ons politieke systeem.
De beste actie tegen deze ondermijners van de democratie is dat op 7 juni deze in politiek opzicht criminele paljassen worden weggestemd.
Het paniekvirusFrank Fureda, auteur van 'Cultuur van Angst', relativeert in 'De Standaard' de reële dreiging van de zgn. varkensgriep en hekelt de paniek en angst die rond dit griepvirus gecreëerd worden.
Je kan hem geen ongelijk geven. En het zijn vooral de media die geen moeite sparen om de mensen het gevoel te geven dat een apocalyptische pandemie dreigt. Zij besteden nu al dagenlang onevenredig veel aandacht aan de Mexicaanse griep. Onevenredig omdat de omvang van die mediabelangstelling veel groter is dan het tot nu toe geconstateerde en het te verwachten gevaar van het virus.
Bij heel wat extreem tragische, destructieve en omvangrijke rampen, ebt de media-aandacht al vlug weg. De jaarlijkse griepaanvallen, die duizenden slachtoffers eisen, krijgen nauwelijks een plaats in de media.
Wie of wat bepaalt in al deze situaties de omvang en intensiteit van de mediabelangstelling? Waarom komen er in sommige gevallen zeer snel draconische maatregelen van overheidswege en laat in andere situaties hoogstdringende hulp op zich wachten?
Wenen en de Jakobsweg (7)
We logeren in Aggsbach Dorf in een eenvoudig hotel op wandelafstand van de Donau. Ik bestel een glas witte streekwijn en de waard schenkt een troebele, erg jonge, frisse wijn van het vat. 
Het Retiese dialect (32)
En zwálie is een ovenpaal, een platte houten schop met lange steel waarmee het brood in de oven geschoten en eruit gehaald wordt. Het woord is een afleiding bij zwelen (zengen, schroeien, verschroeien). En vreewis duidt een tak (vaak werd de kop gesplit waarin dan bv. een bosje gras geklemd werd) aan die aangaf dat een pas ingezaaide akker niet mocht betreden worden. Ook markeerde dergelijke twijg (of ook een strobos) de scheiding tussen twee percelen. Het eerste deel vree gaat terug op het Middelnederlandse vreden, dat omheinen, afschutten betekent. De betekenisontwikkeling van vreden is vrede bewerken, beveiligen, afrasteren. Wis komt van het Middelnederlandse wisch (strobos, twijg). De buikriem van een paard, achter de voorste poten gespannen en aan de berries van de kar bevestigd, werd ne stùlpriem genoemd. Stulpen betekent omkeren, storten. Een stulpkar is een stortkar, kiepkar. Een stulpriem moest in het bijzonder verhinderen dat, bv. bij verschuiven van de lading, een tweewielkar ‘omkeerde’, kantelde.
De dialectische vervorming van vleermuis is flieremojs. Een jonge, ongezouten haring werd lêmme?e zoet genoemd. De oorsprong van deze merkwaardige combinatie ligt waarschijnlijk bij het woord bokking (gezouten en gerookte haring). Bokking is afgeleid van bok (mannetje van de geit), waarbij het punt van overeenkomst de kwalijke lucht is. In de Kempense dialecten werd lam, lêmme?en ook wel gebruikt om het jong van een geit aan te duiden.
Een vrouw die in manieren, kledij, opmaak nogal verwaand, opzichtig, zelfingenomen overkwam, werd en scheet genoemd. Het verkleinwoord e schéjen legt nog meer de nadruk op het nuffige, kokette, aanstellerige van in het bijzonder jongedames. En (zotte) bèl duidt een slordige vrouw aan. Soms ook wel een losse, frivole vrouw, in het ergste geval een slet. Waarschijnlijk is het woord een afleiding van het element bal (slecht), dat aanwezig is in bv. baldadig, balorig. Denk ook aan totebel, lellebel. En slób, ne slóbber duiden een persoon aan die gulzig, slordig eet. Figuurlijk ook iemand die uit is op geld, een vrek. De woorden gaan terug op slobberen (drinken of eten op hoorbare wijze, zoals de dieren). En kieme, nen kiemen, en diffecille, nen diffecillen zijn mensen die erg kieskeurig, nauwgezet zijn, bv. in verband met eten. Het algemeen Nederlandse woord kribbenbijter met als betekenis paard dat de slechte gewoonte heeft in zijn ruif of kribbe te bijten en figuurlijk gemelijk, slecht gehumeurd mens duidt in ons dialect iemand aan die tot vervelens toe op hetzelfde terugkomt, aanklampt. En sintedutsel is een sullige, kwezelachtige vrouw, seut. Het is een ironische afleiding van dutselen (sukkelen), dat op zijn beurt teruggaat op dutsen (suffen, dutten) en duts (sukkel). Ne môjsteek is gewestelijke taal voor wormsteek (gaatje, gangetje in vruchten door wormen veroorzaakt) maar wordt in ons dialect ook overdrachtelijk gebruikt om een fysisch zwakke, onvolgroeide , tengere persoon (en óndèùgd) aan te duiden.
Wenen en de Jakobsweg (6)
Enkele slotindrukken:
Wenen en de Jakobsweg (5)
De laatste dag in Wenen, terug naar de Hofburg. Op het binnenplein bij de presidentiële vertrekken, staat een erewacht en een militaire muziekkapel opgesteld. Er is hoog bezoek. En inderdaad, even later lopen de Oostenrijkse president en een Arabisch staatshoofd in djellaba langs de soldaten en weerklinken de nationale hymnes.
Wenen en de Jakobsweg (4)
Een bezoek aan het Kunsthistorische Museum mag niet ontbreken. We beperken ons tot de Gemäldegalerie en in het bijzonder de zalen met Vlaamse, Hollandse, Duitse, Italiaanse, Spaanse en Engelse meesters. Topwerken van Memling, Rogier van der Weyden, Jan van Eyck, Rubens, Rembrandt, Vermeer, Caravaggio, Dürer, Velasquez, Gainsborough... Maar verbluffend en indrukwekkend is het aantal schilderijen van Pieter Breughel de Oudere. Een kwart van het nog bestaande werk van deze grootmeester bevindt zich in Wenen.
Wenen en de Jakobsweg (3)
Midden in de brede verkeersvrije 'Graben' bevindt zich de barokke, 17de-eeuwse 'pestzuil'. Even het kerkje van de Malteser Orde binnengestapt, die in Oostenrijk nog erg actief is. Het doel van de Orde is, lees ik, te strijden 'gegen dat 8-fache Elend:
Segregatie van bejaarden
Wenen en de Jakobsweg (2)

Met de metro naar de Karlsplatz. De Karlskirche, in de 18de eeuw gebouwd door Fischer von Erlach, die zich liet inspireren door de Sint-Pieters, het Pantheon en de zuil van Trajanus in Rome, domineert het plein.
Via de Kärtner Strasse wandelen we naar de Stephansplatz. Op een reuzenzeil tegen een van de gevels is te lezen:
Ich bin Hans Hollein,
der mir das Haas Haus geplant hat,
und der Steffl mit seiner Pummerin,
die deshalb so heisst, weil sie so klingt.
Ich bin alle Wiener.
Ich bin der Stephansplatz
und das seit 1147.
Het 'Haas Haus' (1990) is het enige moderne bouwwerk op het plein. 'Der Steffl' is de 137 meter hoge zuidelijke toren van de Dom. En de 'Pummerin' is de 21 ton wegende bronzen klok, gegoten uit 180 buitgemaakte Turkse kanonnen.
Vanaf het begin van de 14de eeuw werd de oorspronkelijke 12de-eeuwse romaanse basiliek, geleidelijk omgevormd tot een gotische kathedraal. Opmerkelijk is het enorme veelkleurige en geglazuurde dak. Je waant je in Bourgondië. Binnenin is de stenen preekstoel de blikvanger. De bouwmeester Anton Pilgram heeft zichzelf afgebeeld, terwijl hij uit een raam kijkt: der Fenstergucker. Op de leuning van de preekstoel zijn kikkers en hagedissen aangebracht. Zij symboliseren het kwade.
Wenen en de Jakobsweg
De Oostenrijkse hoofdstad ligt niet bij de deur. Een hele dag autocarrijden, dwars door Duitsland en dan is het welletjes. We logeren in Pocking, een stadje vlak bij de Oostenrijkse grens.
Het Retiese dialect 31Het Retiese dialect
En lut, in ons dialect bijna uitsluitend in combinatie met groot, lang gebruikt, duidt een voor haar leeftijd groot meisje of opvallend grote jonge vrouw aan. In vele andere dialecten heeft lut een eerder negatieve betekenis: argeloze, sullige vrouw. Het woord komt van het klanknabootsende lutten dat zuigen, lurken betekent waarmee de begrippen getalm, traagheid verbonden worden. Ne kuûten is een dwaze, onbesuisde (jonge) man, een losbol. Aan de oorsprong ligt ku , van het Franse cul, dat achterste, aars betekent.
Velawenig betekent pienter, slim (in praktische zaken). Waarschijnlijk komt het woord van het Middelnederlandse vileynigh dat weliswaar een negatieve betekenis heeft: gemeen, doortrapt. Een lawenig iemand is een persoon die alles maar op zijn beloop laat, niet stipt , nalatig is, weinig energiek optreedt. Het woord gaat terug op het Latijnse lenis (zacht). Lot is daarmee verwant. Het accent ligt nog sterker op het nalatige, het chaotische, het onachtzame, het zorgeloze. Lot is een afleiding van loteren dat loszitten betekent. Astránt komt van het Franse assurant (zelfverzekerd) en betekent vrijpostig, brutaal.
Een weerspannige koe wordt en hùt genoemd. Het gaat terug op het Middelnederlandse hort, hurt (stoot, botsing, aanval, plotselinge korte beweging).En mâjntige kój (mansekoe, mauskoe) is dan weer een koe die niet drachtig werd en voor het vlees werd verkocht als de melkproductie stopte (als ze droog stond)..
In vele dialecten wordt het woord beuling gebruikt om bloedworst aan te duiden. In het Reties is dat ne pèjs . Pens vindt zijn oorsprong in het Latijnse pantex (buik, darmen) en het Franse panse (buik). Bùlk (beuling) duidt in ons dialect het vulsel van de bloedworst aan. Beuling komt via het Middelnederlandse bolinc, bodelinc (ingewanden, worst) uit het Latijnse botulus (darm) Voor dat vulsel wordt ook wel kwèt (brij) gebruikt. Het houdt waarschijnlijk verband met kwetsen (Middelnederlands en Duits quetschen) in de betekenis van platdrukken, kneuzen.
Van het varken komt niet alleen pens maar ook spek. Spijtig genoeg werd dat spek wel eens gès of gèèstig.(ranzig) Deze woorden gaan terug op de Middelnederlandse garstich, gerstich garst.
Een handvat, hengsel, oor in het bijzonder van een emmer, ketel is nen hajzelring. Het eerste deel (h)eis,( h)eize, (h)einze, komt van het Latijnse ansa (handvat, oor) . Een vogelval bestaande uit een houten kader bespannen met (kippen)gaas en een steunstok die door middel van een touw kan weggetrokken worden zodat de val neerklapt , is en trékbèd. Het tweede deel berd komt van het Middelnederlandse bert (plank, tafel) en is een nevenvorm van bord. En ámmezuûr is een vervorming van het Franse embouchure en betekent zowel mondstuk van een muziekinstrument als vaardigheid om daarop te blazen.
Den didder hémmen , didderen betekent de bibber, angst hebben, bibberen. Raweren (rijeren) drukt sterker ongeveer hetzelfde uit: beven, sidderen. Het woord is afgeleid van het Middelnederlandse rijde, ridde wat koorts betekent. Stèchelen komt van het Duitse stechen (steken) en betekent kibbelen, twisten, elkaar steken onder water geven. Het algemeen Nederlandse woord moeien betekent o.a. betrekken, mengen (in). Deze betekenis krijgt een specifieke toepassing in gôn mójen : het betrekken van de buurt in een overlijden doordat een buurtbewoner het sterfgeval bij de buren meldt. Bekwi?elen (bekwikkelen, weer bekomen) is een afleiding van het Middelnederlandse bekwikken, verquicken. Evenals kweken hebben we te maken met afleidingen van kwik, kwiek (levendig).
Wellicht vindt de geachte lezer dat ik genoeg heb zitte of ligge mèmmen (zaniken, zeuren, treuzelen)over allerlei woorden , hun mogelijke betekenis en oorsprong. Voor deze uitgave stop ik er dus mee niet vooraleer duidelijk gemaakt te hebben dat mèmmen een afleiding is van mèm, een woord dat uit de kindertaal afkomstig is , mogelijk als heel vroeg door zuigelingen voortgebrachte klankgroep. Naast (vrouwen)borst, tepel kan het in andere dialecten ook (zogende) moeder betekenen.
De Heer is waarlijk opgestaan!
Bisschop Muskens
De condoomfetisjisten
Het Retiese dialect 30
Vrij recent in gebruik gekomen woorden zijn en marcélleke voor een lang geribbeld mannenlijfje en e janneke voor een debardeur, trui zonder mouwen en kraag. En schùt (schort) heeft bij ons de betekenis onderkleed maar ook rok. Het woord komt van scheren, dus eigenlijk kort gesneden stuk kleding. E slôpelaif (slaaplijf) is een borstrok, een kledingstuk dat boven het hemd gedragen werd. Een drukknoop wordt aangeduid door ne knipper. Knopen die niet hoefden aangenaaid te worden , klinknageltjes werden erg plastisch loiwaiveknoppen (luiwijvenknopen) genoemd.
E mùlle?en (molleke) is een troetelnaam voor een mollig, snoezig kindje. Het woord is verwant met mollig en Latijn mollis (zacht). Iemand , in het bijzonder een kind dat overvloedig en gulzig drinkt werd een klótsbérrie genoemd.En loi doewes is een luie vrouw. Doos is een scheldwoord dat in allerlei combinaties voor vrouw wordt gebruikt. En kween is verwant met het Engelse queen en wordt in het dialect gebruikt om een oude vrouw, een vrouw die geen kinderen (meer) kan krijgen aan te duiden. Ook een dier dat geslachtskenmerken van beide geslachten bezit, wordt kween genoemd. Bij de hoenders is naast kween ook het woord poephôn in gebruik. En stult duidt een eigenzinnig, ongezellig persoon of dier aan, iemand die niet in het rijtje loopt. Het woord gaat terug op het Latijnse stultus dat dom betekent.
Voedsel dat je een pafferig, opgezwollen, opgeblazen gevoel geeft, daar ben je van verbóft. Het woord komt van het Franse bouffer (zwellen, zich opblazen, schransen). Er zijn ook gerechten die struffen, men heeft er vlug genoeg van. . Het Middelnederlandse struffen betekende tegenhouden, zich verzetten. Soep kan zówen lék de foeter (zeer hevig koken). Foeteren betekent o.a. vloeken, razen. En voedsel naar binnen werken kan uitgedrukt worden door in zene geert slôgen . Mogelijk verwijst geert naar de oudste betekenis van het woord geerde, nl. schoot. Iemand die water drinkt op een feest of in een café kan wel eens de misprijzende reactie te horen krijgen: da ge zoewiet drinkt , van wôter krégt ne vùs nog gén ploimen (van water krijgt een kikvors nog geen pluimen). Goed bestek heeft bij het eten wel enig belang. Het is niet zo aangenaam wanneer bv. e més zoe bót is da ge ne vùs ermeej over de grâcht kunt zétten.
De relativiteit van uiterlijke schoonheid wordt onverbiddelijk en brutaal uitgedrukt in van booven prónt van ónder strónt. Iemand die iets onaangenaams of lastigs ondervindt, moeite heeft met , zie zene père (Frans père , vader). Een flinke verkoudheid, griep opdoen is en gój klèts ópduun, ópschâren. Klets is de stam van kletsen (slaan). Bij het plots toeslaan van verkoudheid of griep werd gedacht aan een slaande demon. Op de (overbodige) vraag : “Hédden valling ?” , werd soms schertsend geantwoord: “Nieje en rolling.”. Valling (verkoudheid) is een afleiding van vallen en is een relict van de oude vochtenleer volgens
welke er bij ziekten koude of kwade vochten in het betrokken lichaamsdeel zonken of vielen. Rolling is een schertsende woordspeling (vallen - rollen) als reactie op een overbodige vraag. Als je , om het even waar, verkeerd, achterstevoren staat, stôde meej et gat nor den eitower (met het gat naar het altaar staan). Wanneer iets buiten verwachting goed verloopt, of bv. tijdens een uitstap alles ( en zeker het weer) meezit, wordt mild-ironisch gezegd: God is meej zen slooren. Sloor heeft in deze zegswijze eerder de betekenis van beklagenswaardige, goede vrouw dan van sullige of slordige vrouw.
Sint-Jobretabel Schoonbroek

Schoonbroek,
het fraaie dorp van Job,
een man van God.
De voorspoed gepenseeld,
in hout gebeiteld lijden.
Dispuut van vrienden,
alleen om te verleiden.
De vragen tevergeefs,
't verstand verklaart geen pijnen.
En toch.
De diepe smart verdrongen,
de wanhoop overwonnen.
Want,
Job, de Godgetrouwe,
weet:
Jahweh laat me nooit alleen.
Abortushausse
Wie bepaalt de grenzen?Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de media-aandacht voor de 93-jarige Antwerpse vrouw die de wens uitgedrukt heeft geëuthanaseerd te worden, vooral dient om een volgende fase in de versoepeling en verruiming van de euthanasiewetgeving voor te bereiden.
Een jaar geleden diende Claus' dood en vooral de heisa errond een vergelijkbaar opzet. Voor kort waren kinderen en jongeren aan de orde. Nu de bejaarden die medisch gesproken eigenlijk niet echt ziek zijn, maar de last van de ouderdom niet meer kunnen of willen dragen.
Het probleem van de levensmoeheid bij vele 80-plussers heeft altijd bestaan, is algemeen gekend en is niet zo abnormaal in onze laatste levensfase. Momenteel zijn er, vergelijkbaar met deze vrouw, duizenden in Vlaanderen, miljoenen in West-Europa en de VS. Het wettelijk mogelijk maken dat op deze mensen, op hun vraag, euthanasie toegepast kan worden, zal logischerwijze leiden tot een golf van euthanasieverzoeken.
Ongetwijfeld zullen er al vlug weer andere 'maatschappelijke debatten' gecreëerd worden, om verdere versoepelingen en verfijningen, zoals dat dan heet, in de euthanasiewetgeving, te bepleiten. Want de vragen zijn onafwendbaar. Waarom niet iedereen met suïcidale neigingen of psychische problemen, de wettelijke mogelijkheid tot levensbeëindiging bieden? Wat mag/moet de 'graad' van psychische, sociale, fysische handicap zijn om aanspraak te kunnen maken op een wettelijk uitgevoerde levensbeëindiging? Moet nog rekening gehouden worden met leeftijdsgrenzen? Kan 'ondraaglijk lijden' eigenlijk wel gedefinieerd en ingevuld worden? enz., enz.
Ik kan me moeilijk voorstellen dat bv. dr. Distelmans er zich niet van bewust is dat onze samenleving zich wat leven en dood betreft, op een steeds maar erger hellend vlak voortbeweegt. Hij weet dat. En het is overduidelijk dat ook hij geen zicht meer heeft op scherpe grenzen. Waar stopt het? Wil of durft hij nog wel grenzen trekken?
Het hek is van de dam. En zeker in West-Europa is er een destructiedynamiek, zowel wat het levensbegin als het levenseinde betreft, op gang gekomen die blijkbaar moeilijk te stoppen is. De druk om steeds maar meer 'mensencategorieën' onder de (te verruimen) abortus- of euthanasiewetgeving te doen vallen, wordt verantwoord geacht omdat 'echte bekommernis om de mensen' de drijfveer zou zijn, omdat 'nodeloos' (wat de precieze inhoud van 'nodeloos' ook moge zijn) lijden vermeden moet worden. Maar zou ook niet sterk kunnen meespelen, dat wij, als individu's, dat onze samenleving, zo weinig mogelijk last willen hebben van oude, fysisch en psychisch gehandicapte medemensen?
Het eindpunt van die op gang gebrachte dynamiek is de totale zelfbeschikking waarmee vaak wat graag geschermd wordt. Voor al degenen die nog niet of niet meer in staat zijn 'zelf te beschikken' , zijn het evenwel de nabestaanden en de professionals die beslissen over leven en dood.
Totale zelfbeschikking? Zogenaamd. Want het is de samenleving die via wetten en uitvoerders ervan, de ultieme verantwoordelijkheid op zich neemt.
Twee ex-premiers
De lange tenen van de Joodse gemeenschapDe tenen van de Joodse gemeenschap worden langer en langer. Freilich wil wel degelijk, ook al ontkent hij dat, het evangelie censureren. En er is vooral iets mis met het historische inzicht van de heer Freilich zelf en vooral ook met zijn mensenkennis.
Ongetwijfeld zaten er huichelaars in de synagoge. Nu nog altijd. Zoals er doorheen de eeuwen in alle mogelijke tempels van alle mogelijke religies, huichelaars aanwezig waren of zullen zijn.
Wat Jezus als jood in zijn eigen geloofsgemeenschap zag en benoemde, nl. schijnheiligheid, wenst Freilich niet te horen. Of nog erger: hij wil de wereld kond doen dat er bij joden niet zo iets als huichelarij bestaat.
Dat bij dergelijke pietluttige maar kwaadaardig bedoelde relletjes, ene Dirk Verhofstadt, lid van de liberale denktank 'Liberales', als 'autochtone supporter' wordt opgevoerd, verrast niet meer. Deze 'academicus' prostitueert zich vol overgave wanneer hij ook maar een sprankeltje kans ziet om aan christenenbashing te doen. Deze atheïst probeert inderdaad zijn overtuiging inhoud en vorm te geven door op een agressieve en populistische manier tegen alle mogelijke religies tekeer te gaan.
Hier is het woord 'huichelaar' zeker op zijn plaats.
Onderdak voor sans papiers
Steun voor de kardinaalIk vind dat kardinaal Danneels alle recht had die huilebalk, Erwin Mortier, als een ongewenste gast te beschouwen. Het mag dan het goed recht van Claus geweest zijn, voortijdig een einde aan zijn leven te maken, dat neemt niet weg dat hij mogelijk een stuk zinvol leven heeft opgegeven, en daar gaat het om. Dat moet je aan mensen niet opdringen. Atheïsten zijn vandaag geworden wat ze de geestelijken altijd hebben verweten
Als iemand de pretentie zou hebben om in mijn huis te komen zeggen wat ik moet doen...smijt ik hem ook buiten. Danneels heeft hier juist gehandeld.
Ik vind het maar logisch, als je toegang tot een kerk vraagt voor een festival, dat dit op voorwaarden van de kerk gebeurt.
In de zomer wordt een lijst sprekers voor de kanselredes opgesteld, waarbij Mortier niet geselecteerd wordt. Dit weekend verkoopt De Morgen bij zijn krant een boek van diezelfde Mortier. Enkele dagen daarvoor brengt De Morgen het "nieuws" dat Mortier zou gecensureerd zijn door Danneels, wat die ten stelligste ontkent. Mortier trekt alle registers open en legt een vette link met de "Claus-controverse". YDS, wees eerlijk en zeg hoeveel boeken je meer hebt verkocht door dit zelfgecreëerde incident.
Culturele centra, scholen... allemaal gebouwd met gemeenschapsmiddelen. Maar het zijn nog altijd de beheerders of directies van die instellingen die de programmatie van sprekers en activiteiten bepalen. Als je geen bijzondere behandeling van de Kerk wil, dan moet je die Kerk dezelfde rechten gunnen als de doorsnee schooldirecteur of cultuurfunctionaris.
Het waarheidsgehalte van het item over jongeheer (sic) Mortier is bedenkelijk, maar het klinkt lekker voor papenvreters die bovendien de mond vol hebben over "vrije meningsuiting" zolang het maar "hun" vrijheid is.
Foei foei, dat trucje was echt onder het niveau van Yves Desmet. Het aardsbisdom moet, mag en wil "de culturele programmering van een stedelijk project" inderdaad niet bepalen. Maar het mag en moet wel bepalen wie in zijn godshuizen van de kansel kan spreken. Even goed en even legitiem als jullie mogen bepalen wie er in "De Morgen" mag schrijven en wie niet.
De lezers van 'De Morgen' blijken kritischer en genuanceerder te zijn dan topjournalist Desmet.
Zuster Jeanne Devos
In de Braambosuitzending van zondag 15 maart, om 9.00 uur op Een en omstreeks 23.00 uur op Canvas, kan U in de actualiteitenrubriek Close-up kijken naar een gesprek met zuster Jeanne Devos.
India ontwikkelde zich de afgelopen decennia tot een economische en politieke wereldmacht. Die evolutie ging gepaard met enorme contrasten tussen rijk en arm. De recentelijk met Oscars bekroonde film Slumdog Millionaire illustreert dat op treffende wijze.
Braambos praat over dat land van contrasten met zuster Jeanne Devos. De aandacht van het rijke Noorden voor India blijft voor haar een must.
Zestig jaar 'Geschiedenis van Retie'
Zestig jaar geleden, in 1949, publiceerde Edward Sneyers (1881-1957) zijn 'Bijdrage tot de Geschiedenis van Retie'.
Relschopper Mortier en nepgeus SomersAuteur Erwin Mortier (hoeveel lezers heeft hij?), staat graag in de belangstelling, die hijzelf creëert. Zijn naam is in wat ruimere kring bekend geworden, niet door zijn literair talent maar door zijn grove scheldpartij gericht tegen kardinaal Danneels.
Een jaar geleden, tijdens de afscheidsviering van Claus, schoffeerde hij in het openbaar op de meest platvloerse wijze kardinaal Danneels, omdat die bedenkingen uitgesproken had bij de mediaheisa rond Claus' euthanasie.
Nu stuurt Mortier het bericht de wereld in dat kardinaal Danneels hem gewraakt zou hebben voor de literaire kanselredes, (een onderdeel van het Mechels cultuurfestival), omwille van zijn uitspraken vorig jaar.
Telkens doet Mortier daarbij bewust de waarheid geweld aan. Bij de rel vorig jaar legde hij de kardinaal woorden en bedoelingen in de mond, die Danneels niet gezegd of bedoeld had. Nu voert hij de kardinaal op als de grote censor, terwijl Danneels zelfs helemaal niet betrokken is geweest bij de beslissing om Mortier niet als kanselredenaar te programmeren.
Conclusie: Erwin Mortier is een ijdel, nijdig en, zo blijkt, leugenachtig intrigantje, dat de mond vol heeft van vrije meningsuiting, maar die vrijheid scheldend en tierend aan anderen ontzegt.
En dan Somers, ooit uit de VU-stal naar de liberale schaapskooi verhuisd. Nooit betrapt op echt moedige en/of verhelderende standpunten in het maatschappelijke debat. Jarenlang aan het handje van Verhofstadt gelopen. Wel, of waarschijnlijk dankzij die 'kwaliteiten', burgemeester van Mechelen en voorzitter van de VLD geworden.
Deze Somers schaart zich, duidelijk zonder de zaak serieus te onderzoeken, direct aan de zijde van grote muil Mortier. En komt met een schitterend en schokkend voorstel (denkt hijzelf): in plaats van de kanselredes, hagenpreken, godbetert, in de beste geuzentraditie. Stel je voor: geus Somers versus primaat Danneels, het Mechels stadhuis tegen het aartsbisschoppelijk paleis.
Mortier, Somers: nep, nep, nep. En intellectueel ondermaats. En ridicuul. Een gênante vertoning voor alle nadenkende en hoogstaande vrijzinnigen.
Een voorstelletje tot slot. Mortier moet eens proberen Somers te schofferen zoals hij dat met Danneels deed. Wedden dat Erwin niet zou voorkomen op de lijst der hagenpredikers en nooit nog de kans zou krijgen om stadsdichter te worden, zolang Bart burgemeester mag spelen?
Een kwarekkenhaiku

De zanglijster zingt
de botten uit de twijgen
in de Kwarekken.
MassamoordWanneer er een massamoord gebeurt, zoals nu weer in de buurt van Stuttgart, zijn de opgevoerde specialisten, zoals bv. Vermassen, het altijd eens over de oorzaken. En ze verwijzen daarbij graag naar vroeger toen die oorzaken niet of nauwelijks te vinden waren in de samenleving.
Jonge mensen, uitsluitend mannen, die gepest worden, geïsoleerd raken, verslaafd aan geweldspelletjes, in een steeds maar sterker worden individualistisch en virtueel wereldje terechtkomen... totdat de bom barst.
Die verklaringen zullen wel kloppen. En dat het 'vroeger' anders was, ook.
Wat mij wel verwondert en ook ergert, is, dat deze en andere opiniemakers, die in het vroegere samenlevingsmodel duidelijk een oplossing zien voor de extreemste agressie-uitbarstingen, niet voluit gaan om deze oplossingen , te promoten en te verspreiden, ook op het politieke vlak.
Hoe ga je 'isolement', 'individualisering', 'frustratie', 'normvervaging','minderwaardigheidsgevoelens', enz. tegen?
Versterk de familie -en gemeenschapsband. Pak het extreme materialisme en de productie- en consumptiedruk aan. Verminder de prestatiedwang op school en in het beroepsleven. Leg het criminele , mensonwaardige, bestiale geweld in vele videospelletjes aan banden. Lach het grote belang van religies en kerken niet voortdurend weg.
Als de Vermassens, de De Ruyvers a zeggen in het bepalen van de oorzaken, zouden ze ook zo logisch en moedig moeten zijn, om heel duidelijk en voortdurend b te zeggen. Die b vinden ze in de vorige paragraaf.
Maar eerlijk gezegd, heb ik ze dat tot nu toe zelden of nooit horen doen.
We wisten van niets