Een balhoofdplaatje is een logo van de fabrikant of het merk dat is aangebracht op de balhoofdbuis van een fietsframe. Balhoofdplaatjes werden al eind 19e eeuw toegepast en waren vaak gemaakt van metaal. Ter bevestiging aan de balhoofdbuis kunnen daarin nagels of schroeven zijn gebruikt. Bij moderne(re) fietsen kunnen tevens, al dan niet met lijm, balhoofdplaatjes van kunststof zijn aangebracht. Ook kan een balhoofdbuis voorzien zijn van een transfer/sticker.
Philippe cycles ----- Sotteville ---- France /Frankrijk
Sotteville-lès-Rouen (letterlijk Sotteville bij Rouen ) is een gemeente en spoorwegstad in het departement Seine-Maritime in de regio Normandië in Noord- Frankrijk.
Châlons-en-Champagne is een stad en gemeente in Frankrijk. De stad is de prefectuur van het departement Marne en was de hoofdstad van de voormalige regio Champagne-Ardenne.
Clément Louis cycles (..1919/1926..) ------ 132 Rue de Silly ------ CRYSTALUX (Fr) (Boulogne- Billancourt ) ---- France/Frankrijk.
Usines/Fabrieken ---- Boulogne sur Seine , Lyon & Bordeaux.
Stand d'exposition ---- 134 Avenue Malakoff --- Paris/Parijs.
Louis Clément, geboren in 1905 (wiens achternaam geen verband houdt met Adolphe of Fernand Clément), is een sleutelfiguur in de Franse luchtvaartgeschiedenis, maar wordt vaak over het hoofd gezien (hij was de fabrikant van het eerste volledig metalen vliegtuig, zweefvliegtuig en dubbeldekker). Hij waagde zich in 1919, vlak na het einde van de Eerste Wereldoorlog, ook aan de productie van motorfietsen en zijspanwagens, en aan de productie van fietsen, die plaatsvond in dezelfde vliegtuigfabrieken.
Hoewel de onderlinge verbondenheid van weven, sloten maken en wapenproductie de opkomst van een fietsenindustrie in de regio Saint-Étienne verklaart, was er ook sprake van gedeelde expertise tussen de fiets- en luchtvaartindustrie, met name op het gebied van materialen zoals gestempeld plaatmetaal en vormen zoals driewielige landingsgestellen.
Op het frameplaatje was een vogel afgebeeld die zich in een spaakwiel nestelde.
GLADIATOR / GLADIATOR CYCLES --- Aucoq et Darracq ----- Pré-Saint-Gervais (regio Parijs) --- France/ Frankrijk
La compagnie des Cycles Gladiator, Clément-Gladiator (vanaf 1896), was een Franse fabrikant van fietsen, motorfietsen en auto's, gevestigd in Le Pré-Saint-Gervais , Seine. In de jaren 1890 was de Gladiator-fiets een van de meest prestigieuze machines van Frankrijk.
Het merkplaatje van de Gladiator-fiets toont een jockey met een zweep in de hand, zittend op een steigerend paard dat de wereldbol omklemt. Wat het verband is met een gladiator is me niet heel duidelijk, diverse bronnen spreken over een ruiter met een zwaard in de hand??
Het bedrijf Gladiator was dus gevestigd in Pré-Saint-Gervais, een voorstad van Parijs, en werd in 1891 opgericht door twee mannen, Aucoq en Darracq. Pierre Alexandre Darracq begon zijn carrière als industrieel tekenaar bij het Arsenaal van Tarbes en richtte in 1891 zijn eerste fietsenfabriek op.
Vervolgens werkte hij voor Hurtu en Hautin, destijds fabrikanten van naaimachines. Zijn carrière bracht hem daarna naar verschillende machinebouwbedrijven, waar hij gedegen ervaring opdeed in de industriële productie, met als doel de dominantie van Engelse fietsen aan te vechten.
In 1896 werd Gladiator overgenomen door een Engelse financiële groep, die het bedrijf fuseerde met Adolphe Clément. De fusie in 1896 van drie toonaangevende Franse fietsenfabrikanten – Gladiator, Clement en French Humber – was een keerpunt in de automobielindustrie, en de Gladiator werd na de eeuwwisseling een van de bestverkochte auto's in Groot-Brittannië.
In The Illustrated London News van 10 oktober 1896 stond te lezen: “…De ‘Gladiators’ verdienen absoluut een plaats naast de Humber- en Clement-fietsen. De opkomst van de Société Française des Cycles Galdiator is werkelijk wonderbaarlijk geweest. In 1891 was dit inmiddels beroemde merk eigendom van de heren J. Aucoc en Darracq, van wie de laatste een bekend gezicht is bij alle wielerwedstrijden. De faam die de Gladiator Company verwierf, is grotendeels te danken aan de volhardende inspanningen en de grote technische en mechanische vaardigheden van de heer Darracq, die drie-, vier- en vijfwielers tot in de perfectie heeft gebracht. Nauwelijks twee jaar na de oprichting was de Gladiator Company genoodzaakt haar fabriek en het aantal werknemers navenant uit te breiden, terwijl zij in haar fabriek in Nantes tegelijkertijd de uitstekende ‘Phebus’-fiets produceerde.”
Van 1891 tot aan de opheffing in 1920 was het bedrijf in handen van de oprichters Alexandre Darracq en Paul Aucoq. Het werd opgericht onder de naam Société des cycles Gladiator.
In 1894 hebben de volgende wielrenners deelgenomen aan de Gladiator-race: Marius Allard , Édouard de Perrodil , Jean-Marie Corre.
In 1895 produceerde Gladiator zijn eerste gemotoriseerde driewieler waarvan de verbranding gebaseerd was op nafta.
In 1896 verwierven Adolphe Clément, Charles Chetwynd-Talbot en Harry John Lawso, in samenwerking met Harvey du Cros, eigenaar van Dunlop, aandelen in het bedrijf en begonnen ze een conglomeraat op te bouwen. In Londen werd het bedrijf Clement Gladiator & Humber Limited opgericht en genoteerd aan de beurs, maar de fusie mislukte. In Parijs breidde het bedrijf zich uit onder de naam Clément-Gladiator, hoewel beide merken bleven bestaan. Er werden slechts zeer weinig fietsen geproduceerd.
In 1897 richtte Alexandre Darracq ook een merk op dat zijn naam droeg: Darracq Automobiles .
In 1898 bouwden ze hun eerste auto en daarna motorfietsen.
In 1907 werden, nog steeds onder de naam Clément-Gladiator, vier typen motoren geïnstalleerd.
In 1909 kwam het bedrijf onder de controle van Vinot & Deguingand, terwijl de bijbehorende naam Clément in 1907 werd opgeheven. De productie werd vervolgens overgeplaatst naar de fabriek van Vinot & Deguingand in Puteaux.
De werkplaatsen in Pré-Saint-Gervais bleven fietsen produceren, maar de productie van het 12 pk P- of PS-model uit 1908 werd ook overgeplaatst naar de fabriek in Puteaux. Vanaf dat moment was het P-model ook verkrijgbaar als de Vinot Deguingand en bleef het tot 1910 in productie. Het was de laatste auto die door Gladiator werd ontworpen.
De activiteiten van de fabrieken in Pré-Saint-Gervais werden in de jaren 1910 omgeleid naar de productie van wapens en geweren ter ondersteuning van de oorlogsinspanningen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceerde de fabriek in Pré-Saint-Gervais Chauchat- machinegeweren .
De naam Gladiator werd in 1920 niet meer gebruikt voor auto's.
Étampes is een gemeente in het Franse departement Essonne (regio Île-de-France). Île-de-France is een regio van Frankrijk. In deze regio ligt de hoofdstad, Parijs.
La Perle cycles -----33 rue du Pont de Creteil ------- Saint Maur – Seine ----- France/Frankrijk
Het fietsenbedrijf La Perle (De Parel) was gevestigd in Saint-Maur, Seine-Maritime, Frankrijk. La Perle Cycles, opgericht rond 1930, was gevestigd in St Maur des Fossés 94 en op 33 Boulevard du Pont de Créteil.
Verschillende bronnen op internet melden dat het bedrijf in 1955 failliet ging, maar De Cycling Archives ( http://www.cyclingarchives.com/ ) vermelden dat wielerteams tot 1957 La Perle-fietsen gebruikten.
Afgaande op het gebrek aan informatie en het lage aantal La Perle-fietsen dat te koop werd aangeboden, lijkt het een klein bedrijf te zijn geweest. Je vraagt je af hoe ze zich een wielerteam konden veroorloven. Misschien lukte dat niet, en dat zou de reden kunnen zijn waarom ze failliet gingen.
De eerste sporen van dit merk in wielerwedstrijden werden aangetroffen in 1935. De renners droegen een rode trui met een witte streep.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de voormalige wielrenner Francis Pélissier, bijgenaamd "Le Grand", directeur van La Perle cycles. Vervolgens leidde hij prestigieuze renners als Edouard Fachleitner, André Darrigade, Hugo Koblet, Ferdinand Kübler, Jacques Dupont, ...
De befaamdste overwinning voor La Perle was de Tour de France-overwinning van Hugo Koblet in 1951, wat hen waarschijnlijk nog wel even op de been heeft gehouden.
De jaren vijftig waren een moeilijke tijd voor de Franse fietsenindustrie, die veel klanten verloor aan bromfietsen en scooters. Begin de jaren vijftig maakte de algemene daling van de fietsverkoop het voor bedrijven zoals La Perle zeer moeilijk om een wielerploeg in stand te houden. De komst van commerciële bedrijven, naast wielerbedrijven, in de wielerwereld hielp renners dan ook om van de werkloosheid af te komen.
Francis Pélissier en La Perle beleefden een fantastisch jaar in 1953, dat door de komst van een jonge, 19-jarige renner , Jacques Anquetil, die de Grand Prix des Nations won. Jacques Anquetil koerste succesvol voor La Perle in de seizoenen 1954 en 1955 en behaalde enkele belangrijke overwinningen. In 1956 verhuisde hij naar Helyett. Franse wielerteams konden het zich doorgaans niet veroorloven om hun renners naar Italiaanse wedstrijden te sturen, maar een concessie van de Franse wielerbond stond toe dat Franse renners een contract met Italiaanse teams kregen om in Italië te racen. Jacques Anquetil reed dus voor La Perle, behalve in Italië, waar hij een contract had met Bianchi.
Louvet J.B. cycles --- in Puteaux - Hauts de Seine & Fabrieken in Le Blanc – Indre.
……dit merk komt ook voor op een lijst van Belgische fietsfabrikanten en handelaars waarschijnlijk fietshandelaars, agenten die J.B Louvet fietsen verkochten.
Op het plaatje zien we de afbeelding van een wolf.
Jean Baptiste Ignace Arthur Louvet (1 februari 1879 – 16 april 1953) was een Franse professionele wielrenner, een kampioen sprinter, die van 1900 tot 1902 als prof koerste. De fietsenfabriek JB Louvet werd in 1903 opgericht in Puteaux ( Seine). Net als voor veel andere merken uit die tijd vormde de wielersport een fantastisch reclameplatform en richtte Louvet een koersteam op dat succesvol deelnam aan verschillende Rondes van Frankrijk. JB Louvet was een zeer sterk team, waartoe in 1921 de beroemde broers Henri en Francis Pélissier en de eerste man die de gele trui droeg, Eugene Christophe, behoorden. Het embleem van het bedrijf was een wolf, en de groen-rode trui leverde de renners de bijnaam "De Papegaaien" op. Het team bleef actief tot 1937, toen JB Louvet een dochteronderneming werd van Dilecta, het merk dat zijn oorsprong vond in Le Blanc in het departement Indre.
Jean Baptiste Ignace Arthur Louvet (né à Bertry le 1er février 1879 et mort à Saint-Laurent-sur-Mer le 16 avril 1953) est un coureur cycliste français et fondateur, en 1903, d'une entreprise de construction de bicyclettes à Puteaux qui équipe et sponsorise des coureurs, puis une équipe qui participe au Tour de France à partir de 1922, entreprise rachetée en 1937 par Dilecta.
De Dion-Bouton is een bekend historisch Frans merk van auto's, treinwagons, inbouwmotoren, tricycles, motorfietsen en fietsen. De Dion-Bouton was actief van 1883 tot 1953.
Het bedrijf werd opgericht door de graaf Jules-Albert de Dion, Georges Bouton en Boutons zwager Charles Trépardoux. De Dion had de financiering; Bouton en Trépardoux hadden de kennis. De drie mannen besloten hun krachten te bundelen en richtten in Parijs een werkplaats voor de bouw van stoommachines op. Het bedrijf werd in 1883 opgericht, vóór het einde van 1883 had het bedrijf een vestiging geopend in een pand in de Passage de Léon, Parijs. De werkplaats in Parijs werd al snel te klein. De precieze voorwaarden van de verhuizing is niet duidelijk. Het lijkt erop dat in Puteaux, rue des Pavillons, de voormalige stoommachinewerkplaats van een zekere Chaumé-Delabarre, in 1878 overgenomen door de ingenieurs Bénier en Pradel, beschikbaar kwam. Waarom juist deze werkplaats? De vraag blijft nog steeds onbeantwoord. Er was ongetwijfeld een gouden kans om het bedrijf te vestigen in een aantrekkelijke omgeving (dichtbij Parijs, dicht bij de Seine, met uitbreidingsmogelijkheden). Hoe dan ook, in 1883 verhuisden de drie mannen naar 20 rue des Pavillons. Het eerste patent werd datzelfde jaar aangevraagd. Puteaux is een gemeente in de westelijke buitenwijken van Parijs. Het ligt in het hart van het departement Hauts-de-Seine, 8,7 kilometer van het centrum van Parijs.
Het bedrijf groeide erg snel. Eerst verplaatste de winkel zich naar de rue Ernest (square Léon Blum) en breidde zich geleidelijk uit over het gehele gebied tussen de rue Godefroy, de rue des Pavillons, de rue Ernest en de kades. In 1887 besloeg de fabriek 1.000 m²; in 1897 waren dat er 27.000; in 1907 was dat al 50.000 m²! Het hoofdadres werd 36 quai National(nu Quai de Dion-Bouton) te Puteaux. In 1904 had de fabriek van De Dion-Bouton 1.300 mensen in dienst
Aanvankelijk werden stoommachines gebruikt om hun driewielige voertuigen aan te drijven, maar de Dion wilde met motoren gaan werken. Dit was niet naar de smaak van Charles Trépardoux, die alleen met stoom verder wou. Georges Bouton aarzelde. De relatie tussen de eerste twee verslechterde. In mei 1893 vochten ze zelfs een duel uit! Charles Trépardoux , die aan stoom wilde vasthouden, verliet uiteindelijk in 1893 het bedrijf.
"De Dion-Bouton" heette niet altijd zo. In eerste instantie spreken we vaak van “Trépardoux en Co”, dan van “Trépardoux, de Dion en Bouton” of van “De Dion, Bouton en Trépardoux. Pas in 1893, nadat Charles Trépardoux het bedrijf verliet, werd “De Dion-Bouton” echt geboren. We spreken dan vaak van het “Huis van Dion”.
De meeste vroege autofabrikanten begonnen als fietsfabrikanten. Ongetwijfeld vanwege hun vroege innovaties met stoom- en benzinemotoren, maar de productie van fietsen door De Dion - Bouton lijkt pas in 1909 te zijn begonnen. Hoewel ze ongetwijfeld een van 's werelds belangrijkste pioniers op het gebied van autorijden waren, is De Dion Bouton niet zo bekend als fietsfabrikant. Toch werden hun fietsen met evenveel aandacht voor kwaliteit gemaakt als drie- en vierwielers.
Het einde van de Dion Bouton: Met nationale tragedies zoals de Eerste Wereldoorlog en het begin van de Grote Depressie, had het bedrijf financiële problemen. In 1927 werd de productie tijdelijk stopgezet en toen de productie werd hervat, had het een nieuwe 2,5-liter achtcilinder en een 2-liter viercilindermotor. De verkoop liep stroef, dus werd besloten om de cilinderinhoud in 1930 te verhogen naar 3 liter.
De laatste auto die door de De Dion Company werd geproduceerd, werd in 1932 geproduceerd. Het bedrijf bleef tot in de jaren veertig vrachtwagens produceren en hield zich uiteindelijk ook bezig met het onderhouden van auto's, vrachtwagens en motorfietsen.
Bedrijfsnamen zijn altijd een verhandelbaar product geweest en gerenommeerde auto-, motor- of fietsfabrikanten werden vaak gekocht nadat het bedrijf zelf stopte met handelen. De naam De Dion Bouton werd in 1935 door Dilecta gekocht en na de Tweede Wereldoorlog gaf Dilecta een aantal van hun fietsen en cyclemotoren de naam De Dion Bouton le Blanc. Sommige BMA's (cyclemotoren onder de 100cc) werden eind jaren 20 ook verkocht onder de naam De Dion Bouton, hoewel het niet bekend is wie ze heeft gemaakt.
Alcyon was een Frans bedrijf dat fietsen, motorfietsen en auto’s produceerde. Het werd opgericht door Edmond Gentil (1874-1946), dat gebeurde in 1903 aan de boulevard Bourdon in Neuilly-sur-seine. In 1902 vervaardigde Alycon 3.000 fietsen en 40.000 in 1909, het succes werd zo groot dat de Neuilly-fabriek verlaten werd voor een pand van 20.000 m² in Courbevoie. Vóór de Eerste Wereldoorlog bouwde Alcyon ook enkele auto's, maar een commerciële mislukking maakte een einde aan deze diversificatie.
Edmond Gentil, ooit voorman bij Griffon, werkte zich op tot een heuse captain of industry. Hij kocht en creëerde een groot aantal merken die tot de beste van de fietscreaties behoorden: Alcyon, Cycles A. Thomann (1911), La Merveilleuse, Olympique Cycles en La Française Diamant (1923), Paris-Brest cycli, Liberator, Acatene, Marly, Mariland, Metrople, Acatene Metropole, Acatene-Velleda, Manutri, Galibier, Prima et Tenax, Deauville, Standa, Strong, Armor, Armorique...
Hij produceerde ook algemene benodigdheden voor auto’s en vliegtuigen.
De productie van de Alcyon-fietsen begon al in 1902, Alcyon was het bekendste merk van Gentil fietsen. Net als de Saint-Emilion wijnen was Alcyon een naam die goed klonk in het collectieve geheugen. In 1905 sponsorde Alcyon zijn eerste professionele wielrenner, dat was Jean Dargassies, hij werd tweede in de Bordeaux-Parijs en 4e in de Tour de France van 1904. Vervolgens zou Alcyon vele beroepsrenners sponseren , waaronder Hippolyte Aucouturier, winnaar van Bordeaux-Parijs en 2e in de Tour de France 1905. De meest prestigieuze wielerwedstrijden werden op Alcyon-fietsen gewonnen: Milaan-San Remo, Ronde van België, Bordeaux-Parijs, Luik-Bastenaken-Luik, Parijs-Brest, Parijs-Roubaix, de Grand Prix des Nations en het Wereldkampioenschap. Tijdens de Tour van 1927 stelde Gentil liefst vier teams op: Thomann, Alcyon, Armor en Labour. Het palmares van de groep blijft uniek: Alcyon-fietsen wonnen 14 maal de Tours de France, 12 maal Parijs-Roubaix en 13 maal Bordeaux-Parijs (die cijfers variëren naargelang de bronnen). Alcyon, een kleine fabrikant in de westelijke buitenwijken van Parijs, was een van de meest succesvolle, de successen die hij elk jaar tijdens de Tour de France boekte, leverden hem de bijnaam « intrépide (onvervaard) Alcyon » op.
Het merk Alcyon was zowel sportief als industrieel een succes, in bepaalde jaren werden meer dan 100.000 fietsen per jaar verkocht! Alcyon had immers een zeer compleet assortiment van koersfietsen, fietsen voor jongens en meisjes, populaire toerismefietsen, tandems, bakfietsen...
De affiches van het merk waren van een buitengewone grafische rijkdom, ze respecteerden vaak twee constanten, de blauwe kleur van de lucht en de zeevogel, drager van gelukkige voortekenen.
In 1954 nam Peugeot de fietsenhandel over. De motor- en bromfietsactiviteit bestond tot 1957.
Het merk GRIFFON werd op 2 november 1898 om 11 uur ’s morgens, onder het nummer 162, ter griffie van de burgerlijke rechtbank van Montbéliard vastgelegd. Het merk werd geregistreerd door de zonen van de gebroeders Peugeot (Peugeot frères) fabrikanten in Valentigney (niet de familie Peugeot maar de fabrikant Les Fils de Peugeot Frères).
Fabriekadres vóór WOI: Rue Louis-Blanc, Courbevoie. Showroom: Avenue de la Grande Armée 22, Parijs. Kantoren in Londen: 16 Upper St. Martin's Lane, Londen (1904).
Griffon cycles, opgericht door o.a. Eugène Peugeot, bouwden in 1902 hun eerste motorfietsen met een van hun fietsmodellen als basis, daarop monteerden ze een Zédel -motor. De ontwikkeling ging snel en het jaar daarop presenteerden ze 10 verschillende modellen op de Paris Show. In 1905 werkten er in de fabrieken in Courbevoie 300 mensen. Naast fietsen en motorfietsen boden ze ook tricars aan en tussen 1906 en 1910 produceerden ze cyclecars aangedreven door Aster en Buchet single-cylinder motoren.
In de jaren voorafgaand aan de Grote Oorlog raakte Griffon in verval en kort na de wapenstilstand fuseerde het met Peugeot. Het kan zijn dat Griffon vóór de Eerste Wereldoorlog fuseerde met Peugeot, rond 1911 of 1912. Griffon was dus een secundair merk van Peugeot. Na de Eerste Wereldoorlog maakte Griffon deel uit van het consortium La Sportive, een groep van Franse merken.
In 1920 kocht Peugeot Griffon. Ongetwijfeld door een gebrek aan een beschikbare omkadering, liet Peugeot al zijn autonomie over aan het merk uit Courbevoie, maar de zeer efficiënte juridische diensten van Peugeot vergaten niet om in oktober 1920 het merk Griffon en zijn embleem te registreren op naam van het auto- en fietsbedrijf Peugeot.
In 1926 scheidden Peugeot Cycles en Peugeot Automobiles zich af en vanaf 1927 waren de modelreeksen van de twee merken vrijwel identiek. In de jaren vijftig richtte Peugeot het bedrijf France Motor Cycle (FMC) op, dat de merken Aiglon, Automoto en Griffon samenvoegde.
Betekenis GRIFFON : Een griffioen, ook grijpvogel of Vogel Grijp genoemd, is een hybridisch fabeldier dat de heerschappij over twee rijken symboliseert: over de aarde (zijn leeuwenlichaam) en over de lucht (de kop en de vleugels van een adelaar). Het is een hybride schepsel zoals ook de centaur, de draak en de hippogrief. Behalve de genoemde kenmerken heeft hij ook de oren van een paard en een hanenkam die lijkt gemaakt te zijn van vissenschubben. De griffioen komt oorspronkelijk uit de mythologie van de Scythen en het Oude Griekenland. De Aziatische griffioen had een gekuifd hoofd, terwijl de Minoïsche en Griekse griffioenen meestal in spiralen gevormde gekrulde manen hadden. Sinds de middeleeuwen komt hij ook in West-Europa voor, onder meer in de heraldiek. Zo speelt de griffioen bijvoorbeeld een belangrijke rol in het wapen van Pommeren. Vandaar dat de hertogelijke dynastie zich de griffioenen (Greifen) noemde. Ook is de griffioen een symbool voor goddelijke macht en een bewaker van het goddelijke.
Aiglon cycles ----------- Paris & Argenteuil - Seine et Oise------- France/Frankrijk
Aiglon, (het jong van de adelaar en de bijnaam van Napoleon II, zoon van Napoleon Bonaparte), was een secundair merk van Peugeot.
Door in 1905 de wegen van de Tour de France te betreden, rustte Peugeot haar koersfietsen uit met de nieuwste technische innovaties en creëerde het vervolgens merken zoals Aiglon of Griffon, die waren betaalbaarder en populairder. De merken Aiglon en Eglon werden in 1900 geregistreerd door Emile Debaralle en gekocht door Rodolphe Emile Koechlin, beheerder van Les fils de Peugeot frères, die ze in 1910 opnam in het fiets- en autobedrijf Peugeot.
Ik ben Delameilleure Philippe
Ik ben een man en woon in Preshoekstraat 145 - 8510 Marke - België (België) en mijn beroep is Gepensioneerd.
Ik ben geboren op 27/09/1960 en ben nu dus 65 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Wielrennen - Verzamelen van fietsmerkenplaatjes (balhoofdplaatjes) .