Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

ellendigen

Een gedicht van Johan Danser 1893-1920

DE ELLENDIGEN

ZIJ zijn de zwervers met de doem geboren
Van eenzaamheid en eindloos-schrijnend leed:
Hun wereld heeft haar diepste schoon verloren
Sedert hun droefheid alles ledig weet.

Geen helle droom, geen vreugd kan hun behoren,
Liefde is hun nooit een zacht-verwarmend kleed:
Zij pogen slechts het stil verdriet te smoren
Dat rustloos aan hun zieke leven vreet.

Soms heffen zij hun onverzaadbaar smachten
Naar een wiens lach hun twijfel overwon
Maar horen nooit het antwoord op hun klachten

En dwalen weer en zoeken vredes bron,
Ellendig in de duisternis der nachten,
Ellendig onder 't branden van de zon.

Gedichten (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:16 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Noëlla17 maart 2012 om 19:22

Fijn weekend prettige zaterdag met een stille groet en knuffel Noëlla

www.krabbelplaatjes.com

Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

lente

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Lente

De zon is verschenen!
De aarde straalt -
Zij heeft een verdwenen
Geluk in mijn ogen gehaald.

Ik ben alles vergeten
Wat ik zo even wist -
Ach: wat is 't dat we weten?
Wat is 't! wat is 't!

Wat is 't dat we willen,
Dan de kranke aarde in 't
Zonlicht te tillen -
Als een arm ziek kind!

schrijver

Geschreven door Dora om 16:12 Reageer op dit bericht

leven

Een gedicht van Marie Metz-Koning

Ik weet niet, lief, hoe 't leven ons zal leiën

Ik weet niet, lief, hoe 't leven ons zal leiën
Nog vaster samen, of wat meer vaneen....
Al reikt verlangen ook naar 't hoogste heen,
We kunnen alles van de toekomst beiën;

Want onzer voeten wankelbare schreên,
En onzer zielen zonderbaar gedijen
Waar dat ons brengen zal in later tijën,
Weet, sedert God ons stierf, mijn lief, niet één!....

Maar laat ons trouw zijn, en onz' woorden wijën
In waarheid, lief, die bracht niet vaak vaneen;
En als we ons leed doen, trotsjes, laat ons glijën
Naar zacht vergeven, dat steeds 't hoogst me scheen;
En als we ons voelen soms, schoon saam, alléén....
Laat ons dan in elkanders armen schreien.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:24 Reageer op dit bericht

wekkers

Een gedicht van Gerrit van de Linde 1808-1858

Wekkers

In 't onbekende Zuiën,
Waar men onder andere van klokken en pendules niet weet, mitsgaders van 't beieren, kleppen en luien,
Weten de horologiemakers natuurlijk met hun lege tijd geen raad,
En nemen daarom dienst als wekkers ten nutte van de Staat:
En als je dan 's morgens eens heel vroeg klaar wilt zijn, gewassen en geschoren,
Dan wekken ze je gewoonlijk 's avonds te voren.

De gedichten van den Schoolmeester (1902)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:13 Reageer op dit bericht

doodse dood

Een hartenkreet van Hans Uding

DOODSE DOOD

Lief, lief tantetje
vijf dagen heb je daar gezeten
samen met de doodse dood
die stille tijd gesleten
waarom ontluistering jouw deel?

binnengekomen overviel jou de kille kou
de kachel gloeiend rood, heel heet
in alle rust de krant gaan lezen
de doodse dood besloop je snel
aangrijpender beeld kan ik niet schetsen

visioenen achtervolgen mij nog steeds
wankelend heb ik je lichaam neergelegd
gestreeld, daarna ben je weggedragen

we weten nooit, waar en wanneer
de doodse dood is heel vaak onverwacht
onze klok tikt de minuten en de uren
de hartenklop vond bruut zijn eind
jouw warme liefde houdt mij overeind

Geschreven door Dora om 12:44 Reageer op dit bericht

schaakspel

Een gedicht van Omer Karel de Laey 1876-1909

Schaakspel

's Avonds, achter 't linnen windschut,
zaten, in 'n koude cel,
twee gestrenge paters, naast 'n
druipend waslicht, aan het spel.

Tegen 't schaakbord, op de tafel,
lag 'n dik getijdenboek,
met 'n hoornen snuifdoos nevens
en 'n rode zakneusdoek.

't Kampte. De elpenbenen stukken
dreigend vóór malkaar gesteld,
kruisten lijk 'n legerbende,
't wit en zwart gevierkant veld.

Een der paters draalde zenuwachtig,
rond z'n gladde kin,
met z'n lange, mager vingers
en misschoof z'n koningin.

Hij verloor en, monklend, gaf 'n
kopergroene, slechte duit,
en de winner, wederjonstig,
stak zijn hoornen snuifdoos uit.


-------------------------------------
wederjonstig: als wedergunst

schrijver

Geschreven door Dora om 14:17 Reageer op dit bericht

lente

Een gedicht van Eduard Brom 1862-1935

Lente

Daar zijn de knoppen wonderbaar gebroken,
De lentezegen breekt er stromend ùit...
Op koele wuiving drijven zoete roken...
De lucht is één wijd ruisen van geluid!...

Dat lijkt een liefelijke toversproke
Van wijdse heerlijkheid, die plots ontspruit
Bij lichter feeë roede... leve' ontloken
Glorieus... nog pas met rouwklokke uitgeluid!

Zijn 't nu mijn harte-knoppen, die daar breken,
In weelde ùitstromend, bij het laafnis-leken
Van 't warme licht, rein heiligend gespreid?

Dat vreemd bedwelmen... zijn 't mijn harte-aromen?...
Is 't àl een toversproke, in lichte dromen
Eens stil gedroomd als wondre werklijkheid?...

Gedichten (1895)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:15 Reageer op dit bericht

vrouwe

Een gedicht van Jacobus Revius 1586-1658

Van een degelijke vrouwe

Hier rust ik zoetjes in de Heer
Een vrouw begaafd met deugd en eer.
Wie dat ik ben of hoe ik hiet
(Is 't mogelijk) en vraag 't mij niet.
Nooit maakt' ik gaarne lang gerel.
Het zwijgen past de vrouwen wel.

------------------------
gerel - (druk) gepraat

Over-Ysselsche sangen en dichten (1630)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:25 Reageer op dit bericht

graf em kruis

Een gedicht van E. Raurillard

Graf en kruis

Die iets diers naar 't graf moet brengen,
Plante stil een kruis daarnevens:
Schoon dan de ogen tranen plengen,
In het hart komt hoop des levens.
Waar bij 't kruis de tranen vloeien
Om hetgeen men 't graf moest geven,
Daar gaan schone rozen bloeien,
Rozen, die het kruis omweven.

Rust een weinig (1891)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:39 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Weldadig zonneweer

Weldadig zonneweer,
hoe lang heeft ons verlangen
gewacht naar uwe troost,
geveterd en gevangen
in ‘s winters lastigheid!
Zal ‘t zomer zijn voortaan,
of zult ge, wederher
al, zonne, u duiken gaan?

De mensen danken u
volmondig, en de hoven,
in ‘t eerst aanschouwde groen,
u dankbaarheid beloven;
de vogels vliegen los
en blij; het kwekenoot,
ontdonkerd hier en daar,
de staldeure openstoot.

Daar davert iet dwersdeur
elk wezen; daar zijn stralen
van louter levendheid,
die uit de hemel dalen:
of wat, ontdekt het mij,
wat is die geile stroom,
die alles blij zijn doet,
‘t zij mense, dier of boom?

‘t Is zonneweer; het is...
‘t is zomer; al ‘t geleden,
al ‘t uitgedoogde kwaad
is weg, uit lijf en leden;
de zonne lacht en laaft
het herte los en vrij
van kommer, of het ook
geen dag nog zonne en zij.

Wie zal de goedheid dan,
wie de eeuwig onbegonnen
mildadigheid van Hem,
de dageraad aller zonnen,
verstaande, ootmoediglijk
genoeg, op beide knie'n
aanbidden? wie de naam
vollovend zijn van Dien?

Door de eeuwige eeuwen heen,
geloofd zij ‘t eeuwig Wezen;
zij ‘t eeuwig Licht geloofd,
zo nu zo ooit nadezen:
zij ‘t eeuwig Liefdevier,
het leven van ‘t heelal,
geloofd, zo lange iet is,
of ooit iet wezen zal!

Rijmsnoer

schrijver

Geschreven door Dora om 21:32 Reageer op dit bericht

ik

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Ik denk aan u

De zomer ging, de goud-doorschenen uren
Verkorten hunne loop; de nacht wordt lang...
Hoe eindloos zal me ook déze winter duren,
Hoe bang is 't hart, dat u verloor, hoe bang!

Ik denk aan U, als in de blanke vaarten
De blauwe schijning van de hemel valt,
Door 't nevelblank de Lente-morgen-klaarte
Goudglanst der weiden welig esmerald.

Ik denk aan U, als ik het riet zie wuiven
Dat op de golfslag schoonbewegend wiegt,
Aan U, wanneer een vlucht van teedre duiven
Klapwiekend voor de morgenzonne vliegt...

Ik denk aan U, als door de brand der velden
De dorpsklok de ure van de middag luidt,
Aan U, wanneer de vespertonen melden,
Dat de avond zonk en duister de aarde omsluit.

Ik denk aan U, wanneer, de maan verrezen,
In 't donker landschap laat de nachtuil klaagt,
De Noorderkim nog de afglans houdt in wezen
Van 't Zomerlicht, dat nauw verbleekt, weer daagt.

Ik denk aan U, als de eerste bladeren dalen,
En 't Herfstschoon, willoos, langs de wegen zwerft,
De najaarsnevelen 't zwakke licht vervalen
Van zilvren zon, die met de middag sterft.

Ik denk aan U bij stormen, bij ontijde,
Wanneer de wind opzweept de wilde zee,
Alsof de wereld met het hart, dat schreide,
Uitklaagde een klaagzang van nog zwaarder wee.

Ik denk aan U in korte, in lange nachten,
Als langzaam de uren langs mijn leger gaan,
Uw beeld staat dag en nacht in mijn gedachten,
En zal er, tot de dood mij oproept, staan.




1904

schrijver

Geschreven door Dora om 11:19 Reageer op dit bericht

levenslust

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

LEVENSLUST

Dit leven is een marktdag: ginder bluft
Een boerendokter op een stoeltje, omringd
Door domme kijkers, - langs mij been verdringt
Zich 't volk van sjacheraars en vult met wuft

Geschreeuw het plein, - een bond jankt me aan en snuft
Rond naar zijn baas, - in 't harlekijnspak springt
Een nar op 't koord, - een liedjesventer zingt
Mij vlak aan 't oor , - 'k ben duiz'lig en versuft:

Ik haat dit leven: - 'k wilde dat het was
Een stille straat, waar men alleen 't geluid
Van eigen stappen hoorde, en soms van ver

Luid lachen van een meisje of even 't ras
Gerucht van blijde stemmen, of 't gefluit
Eens vogels door een open straatvenster...

Verzamelde Gedichten (1901)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:25 Reageer op dit bericht

dood

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Aan de dood

Dood

neem mij mee.
ik heb hier afgedaan.
ik wil op de rotsen te pletter slaan
en versplintren in open zee...
neem mij mee,
dood.

Porta Nigra (1934)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:51 Reageer op dit bericht

makker

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1919

Makker, de dag is óp; lóóp, om je deel te halen

Makker, de dag is óp; lóóp, om je deel te halen
Van 't bare zonnegeld, van dauw en ochtenddoop,
En schater, sleetse zorg en nachtlijk leed ten koop,
Om 't spoelen van de wind en 't lied der wielewalen.

Makker, een open dag voor strijd en nieuwe hoop.
Hij schuurt het hart weer blank, hij vult de lege schalen,
Zó: heil de jongen dag! de wijn mag niet verschalen,
Wijl 's nachts om onze pêel de broze weemoed sloop.

Een donk're rozelaar, een vroege verzen-schrijver,
Een bronstig peerd, dat draaft, de lucht welft stil en strak,
Een vogel rijst en daalt en scheert de koele vijver...

Makker, de dag is schóón, die door de windsels brak!
Hij schrijdt in jong geweld en spilt zijn vreugd en ijver,
En géén keert leeg naar huis, die hèm de hand toestak.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:18 Reageer op dit bericht

zingen

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Zal ik zingen voor mijn wijn

Zal ik zingen voor mijn wijn
Zal ik zingen voor mijn wijn?
Zal ik lachen, zal ik denken?
Zal ik drinken maar en schenken?
Zal ik eenzaam vrolijk zijn?

Die mij haten, honen, krenken,
willen mij met edik drenken.
Zal ik treuren vóór mijn wijn?

Zie, zovele vreugden wenken.
Ria mijn, aan u te denken
jaagt de Schelde door de Rijn.

Dromen zal ik vóór mijn wijn,
drinkend aan uw kussen denken,
neigend u mijn hart uitschenken,
tot de grond, als jonge wijn.

Jonge wijn,
godenwijn!
Liefde kan niet eenzaam zijn.

-----------------------------------
uit: 'Het boek der liefde', 1921.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:52 Reageer op dit bericht

gras

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort 1886-1942

Ik lig weer vreedzaam in het gras

Ik lig weer vreedzaam in het gras,
En rond mij geurt de goede aarde,
Mijn lieve dwaalt met lichte pas
En leest de bloemen in de gaarde.

De nieuwe lente is aangebroken,
Met zonnewarmte’ en vogelzang,
Met bloemen en met zoete roken,
En immer rijker welt mijn dank.

O heerlijkheid der heerlijkheden,
Onpeilbaar is mijn dankbaarheid,
Nog immer bloeit het zonnig heden,
Het bloeie tot in eeuwigheid.

Najaarsvruchten (1936)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:55 Reageer op dit bericht

wederzien

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Tot wederzien, tot wederzien

Tot wederzien, tot wederzien!
al waar het moge wezen:
na lang- of korte tijd, misschien
in 't ongekend nadeze!


1861

Kleengedichtjes

schrijver

Geschreven door Dora om 10:57 Reageer op dit bericht

gestorven

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

AAN EEN JONGGESTORVEN DICHTER

O, jeugdig beeld, verheerlijkt beeld eens doden,
Zo vaak aanschouwd in zaalge weemoedsdromen,
U blijf ik trouw, hoewel de jaren vloden,
De vluggewiekte, die niet wederkomen.

Nog voel 'k een tranenvloed mijn ziel doorstromen,
Wanneer ik peins aan u, en hoe de goden
U, ach! zo vroeg, een koele wijkplaats boden,
Melodisch door de wiegezang der bomen.

Ik hoor uw stem in 't lied der nachtegalen,
Ik zie, van milde zilverglans omgeven,
Uw blonde kruin in blonde manestralen.

'k Zie aan de hemeltrans uw ogen blauwen
En 'k voel uw adem liefdevol omzweven
Mijn handenpaar, aanbiddend saamgevouwen.

schrijver

Geschreven door Dora om 18:34 Reageer op dit bericht

wereldlente

Een gedicht van Johannes Redingius 1873-1944

Aan de verlangenden naar een nieuwe wereldlente

Gij op het pad tussen Geboorte en Dood
vertrouw op 't naadrend lichtend morgenrood,
de nacht zal wijken, ja, de mens ontwaakt,
zie ginds op gouden zee de zonneboot.

Uw geest zij als een vogel sterk en vlug,
strevend gij bouwt van hier naar ginds een brug,
ééns zijt gij ginds en de aarde is U een ster,
gij schouwt als sferenmens naar haar terug.

Beminnen leer de stilte van de nacht
en zoek de zee van glans, der sterren pracht,
wees één met haar en weet dat hoog gij leeft,
wat deert of donk're Dood komt nader zacht?

Denk altijd als ge een eenzaam mens aanschouwt:
ook hij is doler door 't nachtdonker woud
heeft om te gaan nodig wellicht uw hand,
maak hem tot een die op zichzelf vertrouwt.

Geef dan uw kracht, uw wil, uw liefde, uw gloed,
geef altijd gouden van uw overvloed
en wankel niet wanneer daar dreigt gevaar,
geef zelf U, gevend aan de moede moed.

Dat vreugde zonnig in uw leven zij,
door 't lichten van de geest die maakt U vrij,
gij weet diep in uzelf uw levensdroom
onsterf'lijk, ongeschonden, vlekloos, blij.

De mens is zingend wezen van natuur
dus moet hij zingen ieder levensuur,
door licht en donker zege-zingend gaan
en houden rein wat in hem is, het vuur !

Tusschen twee werelden (1933)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:21 1 reactie Reageer op dit bericht

uitboezeming

Een gedicht van Isaac Da Costa 1798-1860

Uitboezeming

Neen, 'k was geen Zanger, stout en sterk,
Wie eigen kracht naar 't ruime zwerk
Op brede vleuglen uit deed schieten.
Ik ben een wormke, zwak en klein,
In eigen, in Gods oog onrein!

En, zo mijn zangen indruk lieten,
Hij wete 't, wie dit ondervond,
Dat, zo ik ooit als Dichter stond,
De galm, geslaakt op deze grond,
Een naadring was van hoger waarheid,
Eerst dichterlijk mijn geest verkond,

Maar op een onvergeetbre stond
Uit d' eigen vaderlijke mond
Mijn hart nabij gebracht met onweerstaanbre klaarheid.
Zo wens noch bied mij eer of lof,
Mij, arme kruiper in het stof;

Maar blijv', voor palm of erelover,
Slechts deze naam van mij bestaan,
(Zij ook mijn dichtervonk vergaan!)
Slechts dit getuignis van mij over:
Zijn Dichtkunst had haar tijd - die van een lentebloem; -
Maar Waarheid bleef zijn deel - de Levensboom zijn roem!


1836.

schrijver

Geschreven door Dora om 15:19 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten