Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

regen

Een gedicht van Jacobus van Looy 1855-1930

Zacht valt de regen

Zacht valt de regen uit een hemel zonder pracht...
Die zich stil heeft betrokken met 'n water-zware vracht
Bij het komen van de nacht.
Geen ziet hoe het daalt uit dat duistre wolk-gespan,
Als de tranen stil geschreid van een hoge sterke man,
Die men voelen wel maar zien niet kan.

Langzaam zakt de stad in het duistren van de nacht.
Langzaam valt de regen uit de duistere hemel, zacht
Als een woordenloze klacht.



1889

Gedichten (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:07 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Gita1 mei 2012 om 04:58

Hallo fijne dinsdag en een mooie start van de maand mei ...


dinsdaga.jpg
Photobucket
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

eendracht

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Eendracht.

Holland heft op nieuw het hoofd;
Alle twist zij uitgedoofd!
Eendracht zal de harten binden.
Telgen van één Vaderland,
Geen verdeeldheid hoû meer stand;
Wij zijn broeders thans en vrinden.
Ach, hoe duur, hoe duur, Bataven,
Heeft partijzucht u gekost!
't Wrocht u 't schandlijk juk van slaven,
U, door Nassauws bloed verlost!
Ach, te smartlijk voeldet gij
Wat gemis van vrijheid zij!
Alle wrevel ligt ter neer;
Geen belangzucht scheidt u meer; -
Hollands duurgekochte panden!
Telgen van één Vaderland,
Reik elkaar de broederhand
Bij 't verscheuren van uw banden.
Eendracht zal uw macht herstellen!
Eendracht zij de wapenkreet,
Die uw vijand neer zal vellen,
En u wreken zal van 't leed.
Eendracht schept u nieuwe kracht!
Eendrachts sterke band geeft macht!

Laten wij met Christenhart
Hem die blijdschap schonk uit smart,
Neerlands noodlot ter beschikking!
Brak hij niet de ijzren staf
Door een wenk van Almacht af,
In het toppunt der verschrikking?
Sla dan alle handen samen!
't Zalig juichend Englenheir
Zegt op dees verbinding Amen!
En stort dankend voor God neer,
Broeders! eendrachts zachte band
Is des zegens onderpand.

schrijver

Geschreven door Dora om 13:16 Reageer op dit bericht

anders

Een gedicht van Augusta Peaux 1859-1944

Anders niet

Dat zal niet zijn dan een licht verloren,
een zilverig sprookje van zon, niet meer.
Weg woei de wind over 't groene koren,
zonneblank bogen de halmen neer
ach ! anders niet dan wat licht, verloren
in wuivende aren,
wie vindt het weer?

Dat zal niet zijn dan een woord verloren,
op stofwitte wegen een bloem, niet meer.
Weg woei de wind in het zand de sporen,
ritselend vielen de regens neer
maar ach ! een enkele klank, verloren
in ruisende blaren,
wie kent hem weer?

schrijver

Geschreven door Dora om 12:53 Reageer op dit bericht

eenzaamheid

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

Gestoorde eenzaamheid

Wij bleven onveranderd trouw aan 't heden;
Zij zijn het, die nu bij ons willen zijn,
Zich redden uit hun donker en 't verleden
In onze zaalge avondschijn.

Weer niet hun dorre handen van de zomen;
Hun ijdel lijf heeft geen gewicht of vat;
Alleen in de' onlust der slaapwandeldromen
Benaadren ze onze tastbre schat

Met halfbewust en machteloos begeren;
Hun oog ziet maar hun eigen blinden waan;
Zij kunnen ons niet schaden en niet deren;
Zij doen zichzelf hun moedwil aan.

En onze deernis en ons medelijden
Strekt tevergeefs de zegenmilde hand
Naar dit hun onbegeerd geduld geleide
En keert in de oprechte stand

Van trouwbevochten nimmermeer te delen
Geluk tot delen altijd weer gereed,
Dat hier voorbijgaat langs de duistre velen
Als onuitspreeklijk godlijk leed.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:28 Reageer op dit bericht

tranen

Een hartenkreet van Ton Rijkers

BLOEDRODE TRANEN

Over het lichaam droeg ze een oude jas
zacht getint, met flets versleten patronen
Je zag direct dat ze intens verdrietig was
strakjes zouden ze haar, als altijd, honen

Aan ‘t lichaam, verstopt onder haar jas,
zagen haar armen nimmer iets van zon
Door het continu getreiter van haar klas
sneed ze daar als ze ‘t niet meer aankon

Om het lichaam droeg ze een lange rok
vanaf haar middel tot welhaast haar teen
Innerlijk hing haar vlag meestal halfstok
daarom sneed zij zich..ook in haar been

Onder haar kleding vermoedde er geen
dat ze zich er zelfs dikwijls verwondde
Evenals in haar arm alsook in haar been
sneed ze zich daar ’s nachts die blonde

Onder haar hemdje zaten diepe sneden
met littekens door haarzelf veroorzaakt
Bij gym dorst zij zich niet te verkleden
’t voelde als was heel haar lijf mismaakt

Achter haar ogen blonk het doffe vocht
door het dagelijkse treiteren en het slaan
‘t Is daarom dat ze immer de stilte zocht
om daar te schreien met bloedrode traan

Geschreven door Dora om 15:49 Reageer op dit bericht

hoofd

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1919

Haar hoofd woog aan mijn borst

Haar hoofd woog aan mijn borst, het haar viel al bezijden,
Een glimlach was haar mond, die schromend bleef en teer...
Wee mij! toen zonk dit beeld; de dageraad was véér,
Die 'k had nabij gedroomd sliep vèr van mij gescheiden.

't Hart zei: ‘verbórgen brood geurt zoeter en mondt méér.’
Ik rees van 't slaaploos bed, de liefde zou mij leiden.
En voor haar open raam stond peinzende ik te beiden;
De welke vlam der kaars waakte op de kandeleer.

Mijn mond was aarzelend van hoop en vrees tezaam.
Hoe zou ik zulk een spel van dwaze minnaar boeten?
‘Der lippen troost’. zei 't hart, ‘zal alles wel verzoeten.’
Maar 'k keerde ongetroost en sprak slechts zacht haar naam.

Nooit zult gij weten, lief, hoe voor een schuchter groeten
Ik óprees in de nacht en waakte voor uw raam.

schrijver

Geschreven door Dora om 17:19 Reageer op dit bericht

meeuwen

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

De meeuwen

De meeuwen vechten, vleugels hol,
en hangen aan de wind. Zij vallen
in 't bouwland neer, - en, neergevallen,
maken ze 't langs de voren vol.

Zij namen overland de wijk,
en zochten langs de brede stromen
hun toevlucht, - om op kracht te komen
achter de hoge winterdijk.

De snavels, onder pen en veer,
herstellen de geleden schade.
Maar 't nader klinken van de spade
des akkermans verjaagt ze weer.

Ze vliegen op, - de vleugels reê
zich klauwende aan de lucht te klampen.
Een ogenblik ziet men ze kampen. -
Dan voert de felle wind ze mee.

schrijver

Geschreven door Dora om 18:34 Reageer op dit bericht

beek

Een gedicht van Rhijnvis Feith 1753-1824

AAN ENE BEEK

Ik juichte in de armen van een gade,
Ik treurde hooploos op haar graf!
Nu dool ik langs uw oever henen,
En droom 't verleden, dat nog vleit.
'k Ontwaak en alles is verdwenen,
En 'k sidder in mijne eenzaamheid.
Vol zielrust, maar weemoedig tevens,
Volg ik uw rolling na en ween;
En al de vreugd en smart mijns levens
Vliên zachtjes met uw golfjes heen.
Niet bang meer zal ik op u staren,
Ras heeft mijn oog hier uitgeschreid,
Men plengt geen traan, men telt geen baren,
Op d'oceaan der eeuwigheid.
Zo dan nog steeds door de eigen oorden
Uw lieflijk murmlend water stroom',
En soms een jongling aan uw boorden
Het zoet ontwerp zijns levens droom',
o ruis hem dan ook zacht in 't harte,
Opdat hij wijsheid van u leer:
‘Uw leven vliegt bij vreugd en smarte
Onmerkbaar heen, en keert niet weer!’

schrijver

Geschreven door Dora om 16:48 Reageer op dit bericht

vraag

Een gedicht van Hermanus Asschenberg(h) 1726-1792

Vraag zonder antwoord.

De Prins van Luik, die ook als Bisschop word geacht,
Reed, prachtig uitgedost, naar 't land, met eedle Heren
En Krijgsliên, die aan hem verstrekten tot een wacht,
Om alle overlast te weren.

Dit zag een boer, die lachte en schaterde als ontzind.
De Prins werd dit gewaar en deed hem bij zich komen.
Hij sprak: zeg de oorzaak mij, mijn vrind!
Waarom ge uw vreugd niet kunt betomen?

De boer zei: 'k lach alleen, mijnheer!,
Door 't denken wat toch zij, die hier, in vroeger jaren,
Vóór u, ook Prins en Bisschop waren,
Wel zeggen zouden van die staatsie, pracht en eer,
Die zij in hunne tijd nooit zagen?
Maar, zeker, 'k lach om u geenszins.

'k Doe 't, sprak de Vorst, ook niet als Bisschop, maar als Prins,
En 't kan me, als Prins, op 't hoogst behagen.

'k Geloof jouw woord, ter goeder trouw,
Zei Kees: maar, zeg mij, zonder dralen:
Indien de duivel eens mijnheer de Prins kwam halen,
Waar toch de Bisschop blijven zou?

Poezij (1793)

Geschreven door Dora om 18:26 Reageer op dit bericht

zeggen

Een gedicht van Victor A. dela Montagne 1854-1915

Ze zeggen, de farizeërs

Ze zeggen, de farizeeërs
dat ik U te veel bemin,
en dat ik het hoofd verlieze
en rake verward van zin.

Zij juichen: hoe zoet de kussen
van bloeiende lippekens zijn,
de volle schaal smaakt zoeter
met schuimende zuiderwijn.

Zij huichlen: vernederend rusten
voor kennis en wetensdorst,
al heeft ook uw hoofd tot kussen
de golvende vrouwenborst.

Zij jubelen: leve de vrijheid,
al vormen de band rond uw hals,
twee poezele vrouwenarmen,
twee armen blank en mals.

't Is waar, mijn liefde is oneindig,
maar is het verwijt verdiend?
en heet hij genoeg te beminnen
die niet te veel bemint?

Gedichten (1913)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:05 Reageer op dit bericht

klacht

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Klacht om Abisag

Hoe zult gij hier kunnen rusten?
Al de onnut gespaarde lusten
Stromen nog met zacht geruis
Door uw ongerepte leden,
Die nu met hun heerlijkheden
Zijn besloten in dees kluis.

Altijd hebt gij u onthouden
Aan onmachtigen; ach, de oude
Koning, die gij bijstand bood,
Had geen kracht meer in zijn lenden
Om op jeugds reeds lang ontwende
Wijs te dansen in uw schoot.

Als zijn hart uw boezem voelde,
Gij uw jeugd aan hem verkoelde,
Gloeide hij alsof een steen
Hitte aan het vuur ontleende.
Maar koud tot 't verkalkt gebeente
Werd hij als hij lag alleen.

Toen een jonge prins u minde,
Werd als vlieg hij van eens blinde
Aangezicht fluks weggevaagd.
Uwer borsten rode toppen
Werden hard als rozenknoppen
Waar geen bloeien meer in daagt.

En toen kwam de harde donkre
Met zijn oog u tegenfonklen,
En, niet wetend wat gij deed,
Hebt, vreesachtige en wankle,
Ge u verborgen in zijn mantel
Als een graf- en bruiloftskleed.

Onberoerde en versmachte,
In de helle sterrenachten
Fluistren wij en zuchten: slaap!
Troost u dit, dat op hun sponde
In verrukkelijke zonde
Om u wenen man en knaap?

Nalezing X (1938)

schrijver
Geschreven door Dora om 16:35 Reageer op dit bericht

verlaten

Een gedicht van Gentil Antheunis 1840-1907

Verlaten

De wind zucht droevig in de schouw.
'k Zit hier alleen, het hart vol rouw,
Te denken.
Ik zocht naar liefde en vond bedrog.
Wat heil kan mij het leven nog
Wel schenken?

Het leed versmoren in de wijn,
't Gedacht verstompen, dronken zijn,
Kan 't baten?
De drank bereidt ons niets dan gal,
En morgen vond ik mij weeral
Verlaten.

Geen liefde meer, geen hope meer.
‘Hebt gij mij ook, o Heer, o Heer!
Verstoten?’
De wolke zwart daarboven drijft;
Het licht verdwijnt, de hemel blijft
Gesloten.

Alleen, alleen, zo gans alleen!
Hier helpt geen klagen noch geween
Noch smeken!...
Welnu! het nijdig lot getard!
Al moest, in mijne boezem, 't hart
Nog breken.

Uit het hart! (1874)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:02 Reageer op dit bericht

liefde

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Liefde, des mensen wezen, heeft drie delen

Liefde, des mensen wezen, heeft drie delen:
Liefde voor de Mensheid, de Vrouw, zich zelve.
Hoewel alle die liefden schijnen vele,
Zijn ze éne Liefde, - pijlers tot één gewelve.

Wanneer men de Mensheid liefheeft, dan heeft men
De Vrouw lief, of de Man, en ook zich zelve.
En omgekeerd. Als de gedachte' één geest bewelven,
Zijn alle die soorten van liefde één.

Een heeft de ene minder, de andre meer,
Alle mensen in verschillende mate,
Zoals de sterren hebben hun gelaten
Verschillende van licht, minder of meer.
Maar toch zijn ze alle samen het heelal,
Zo éne Liefde in vormen zonder tal.

De Arbeidersraad III (1931)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:35 Reageer op dit bericht

zo...

Zo….

 

Het is weer zo

Ineens is het ho…

Geen enkel gedicht spreekt me

vandaag echt aan

Ja, ik wil dat hier iets komt te staan

Dus tik een paar woorden niet ver hier vandaan

Ik tik ze op mijn toetsenbord

En als ik het zat wordt

Dan haal ik mijn vingers terug

En dan is er een gedicht

Maar het zegt weinig terug

Soms kan het ook een loze kreet zijn

En ik doe ook geen water bij de wijn

Want dan zou het slappe rommel zijn

Daarom blijft het hierbij

Misschien is het digitaal papier wel blij

Dat er nog eens een bladzij

Omgeslagen wordt

En dat  er een loper wordt uitgelegd

Van weinig zeggende woorden

Het zijn geen muzikale akkoorden

Maar je kunt er gelukkig niemand mee vermoorden

Dat gebeurde in het verre noorden

En de moordenaar heeft geen spijt

Maar was wel met zijn geweer vol vlijt

Een drama wat misschien bij weinig mensen slijt

Of misschien dat de tijd de wonden heelt

Maar het ergste is als het een moordenaar niet kan schelen

Dat er zoveel mensen niet meer zijn in het heden
Hier zet ik wat rozen neer
Ik geef de overledenen hun eer!


Bloemen

 

 

Geschreven door Dora om 19:48 Reageer op dit bericht

lezen

Een gedicht van Prudens van Duyse 1804-1859

Hij konde lezen.

Een herder ging al vroeg door 't land,
En vond een net gevouwen
Papiertje, nam 't met rappe hand,
En dacht wat raars te aanschouwen.

Alleen vond hij tot zijn verdriet
Er schrift op; de arme herder
Versmeet het: lezen kon hij niet,
En treurig ging hij verder.

Nu kwam een andre wandelaar
Een stond daarna getreden.
Hij werd het briefje ras gewaar,
En las er op deez' reden:

‘Vriend, vóór de eik, die eeuwenoud
Zijn takken uit blijft strekken,
Dicht bij een vliet, in 't diepste woud,
Zult gij een schat ontdekken.

Ik hadde vriend noch maagschap meer,
Wie ik die konde schenken.
Wees rijk, doe goed, bedank de Heer;
Wil mijner soms herdenken!’

De lezer ging met vlugge tred,
Ontdekte 't aangewezen',
En stortte een vurig dankgebed.
Wel hem, dat hij kon lezen!

Gedichtjes voor kinderen (1849)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:33 Reageer op dit bericht

ruiker

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

Met een ruiker

Tussen haar zusters, de verkoren rozen,
Verbergt zij kuis en bang de zaligheid
Die haar verwart en mijmerend doet blozen
Nu zij vermoedt waartoe ze is voorbereid.

De bloemen op haar haastige adem beven.
Waarom die vrees?...want ze is mij teer verwant
En heeft mij daarom argeloos gegeven
Dit warme speelgoed, haar verliefde hand.

Tussen twee werelden (1917 - 1927)

schrijver

Geschreven door Dora om 18:36 Reageer op dit bericht

sonnetten

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Sonnetten zijn vol liefde

Sonnets are full of love
Chr. Rossetti

Sonnetten zijn vol van liefde, dus ik zal
Mijn hoogste liefde ook in sonnetvorm uiten,
Niets weet ik dan die liefde, niets staat buiten
Niets boven haar - zij is mij 't een en 't al.

Zo liefde zwijge, waar ze in d'enge hal
Van aardse min de liefste aan 't hart mag sluiten,
Of stijgend, waar gedachte en woorden stuiten
Verstommen voor Gods stille woordenval....

Daar, waar de liefde liefdes doel verloor,
Of waar de liefde twijfelt aan zichzelven,
Daar spreekt haar stem en vult de luchtgewelven
Met klang en klaagt de hoge heemlen door...

Sonnetten zijn vol liefde en liefsverlangen,
Hoe dieper droefenis, hoe zoeter zangen.



---------------------------------------------------------
Christina Rossetti: Engelse dichteres (1830-1894)

Nieuwe verzen (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:38 Reageer op dit bericht

rozen

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Zwarte rozen.

Ik droomde een droom deez' nacht van zwarte rozen:
Zij rezen geurenloos in starre pracht.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Daar was noch zeeëstem noch loverkozen -
De stille maan ging door de bleke nacht.

Om 't blank verloorne voelde ik rouwe en klacht
In 't hart der zwarte rozen lang bevrozen.
Vol hovaardije breedden zij hun dracht,
In droeve ontaarding zelf door haar verkozen.

En 'k zag hoe hare donkre stenglen dronken
't Leven van alles waar haar schaduw strekte...

O, in dien teedre maannacht zacht ontblonken
Die zwarte rozen zegloos somber vlekten!

En 't werd me of ik in mense'-ontaarding staarde,
Zijn zwarte zelfzucht vlekkend weerloze aarde.

schrijver

Geschreven door Dora om 15:42 Reageer op dit bericht

inkeer

Een gedicht van Adama van Scheltema 1921-1947

Inkeer

Wat lelijk heel die heide,
Wat lelijk doet dat veld,
Wat triest dat geen van beide
Mij meer iets moois vertelt!

Elk bloempje aan de wegen
Leek eens een mooi verhaal -
Nu drupt het in de regen
En zwijgt het allemaal.

‘k Loop in herinneringen
als een wanhopig kind,
Dat ziet de oude dingen
En de oude weg niet vindt.

Maar hebben zich mijn zinnen
In schone schijn verward –
Zij zien verbaasd naar binnen
In ‘t eigen mensenhart: -

En langzaam gaan mijn ogen
Naar dieper beeltenis -
Ontdekken zij de logen
Van wat daarbuiten is?

schrijver

Geschreven door Dora om 18:40 Reageer op dit bericht

lied

Een gedicht van Gentil Antheunis 1840-1907

't Lied der Minne

Kent gij 't lied der minne,
't Schoonste lied van al?
‘t Klinkt door woud en velden,
't Dreunt door berg en dal;
't Vloeit van hart tot harte,
't Zingt van mond tot mond,
't Leeft van eeuw tot eeuwe,
Land en wereld rond.
Ja! waar dringt het niet?
Ja! wie zingt het niet,
't Zoete lied
Der minne?

Zij zaten daar getweeën,
Zij zaten er reeds lang;
Zijn oog blikte in haar ogen,
De blos gloeide op haar wang.
En geen van beî kon spreken,
Want liefde heeft geen taal;
En toch was 't hun, als klonk daar
Een hemels schoon verhaal.
Dan liet zij 't hoofdje zijgen
Tot op zijn borst... en toen,
Toen plukte hij, ontheven,
Haar eerste liefdezoen.

Zij zaten nog getweeën,
Nu een gelukkig paar,
Zij 't oog gericht ten gronde,
Hij 't oog gericht tot haar.
En eensklaps had zij hijgend
Haar gade vastgekneld...
Hij vroeg haar: ‘Zeg mij, liefste,
Wat is 't dat u ontstelt?
Wat! tranen zelfs! Vergeet niet
Hoe diep gij wordt bemind!’
Hij hoorde snikkend staam'len
Van ‘moeder, vader, kind!’

Zij zaten nu gedrieën....
Hij trotser dan een vorst,
Zij, schoner nog, beschouwend
Het wichtje aan haar borst.
Ja, 't sliep daar tussen beiden,
En wijl hij spreken wou,
Deed zij hem angstig teken
Dat hij toch zwijgen zou.
Maar eer zij kon verhind'ren,
Schuw over 't kind gebukt,
Had hij op hare lippen
Een vuur'ge zoen gedrukt.

Dat is 't lied der minne,
't Schoonste lied van al;
't Klinkt door woud en velden,
't Dreunt door berg en dal;
't Vloeit van hart tot harte,
't Zingt van mond tot mond,
't Leeft van eeuw tot eeuwe
Land en wereld rond.
Ja! waar dringt het niet?
Ja! wie zingt het niet,
't Zoete lied
Der minne?

Uit het hart (1874)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:19 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten