Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

zonovergoten

Het zonnige weer geeft een diepere kijk op het ondergaande Nederlandse rijk!

Zonovergoten

 

Vandaag een prachtige nazomerdag

Wat een heerlijkheid

Dat het zulk geweldig weer mag zijn

Even frisjes genieten

Want wie weet gaat het over

een paar dagen weer gieten

Als de politiek zijn ergste

pijlen uit gaat gieten

Kijk altijd naar het weer

Want het weer zegt soms heel veel meer!

Het natuurlijke wezen

Waar niemand iets aan kan veranderen

Die weerknop komt van een Hoge top

Die alleen ziet aan alle knoppen

Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde

En dat geeft voor een volgeling een grote meerwaarde

Een meerwaarde ook in het verlies

Dan krijg je het wel voor je zere kies

Maar Hij geeft daarbij de uitkomst

Op Hem vertrouwen

Dat is aan je eeuwig huis bouwen!

En laat de politiek dan maar mauwen

Ze krijgen je dan niet echt in hun klauwen!

 

Geschreven door Dora om 11:59 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

de wijze

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhof 1898-1936

De wijze

Mijn huis is vuil, mijn kinderen, talrijk, krijsen.
De varkens wroeten ronkend in de hof.
Maar bergen, blauw en ver verheven, eisen
Mijn aandacht op, die stijgt uit stank en stof.

Yoeng Poe Tsjoeng (1930)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:19 Reageer op dit bericht

waterlelie

Een gedicht van Toon Tellegen


De waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.

Rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer...

Frederik van Eeden
Uit: Van de passielooze lelie,
W. Versluys, Amsterdam, 1901

Witte%20waterlelie%20gd.JPG

Geschreven door Dora om 11:49 Reageer op dit bericht

zomernacht

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Zomernacht

De blanke mane
Licht overal
De donkre lanen
Staan langs de wal.

Boomtoppen drinken
Het zilvren licht
Beneden zinken
Schaduwen dicht.

Maar midden in de
Betovering,
Waar beuk en linde
Te dromen aanving

Dalen drie zware
Klokslagen neer
De kimmen klaren ...
De dag keert weer ...

schrijver

Geschreven door Dora om 10:26 Reageer op dit bericht

het leven

Uit het leven gegrepen...mensen worden soms ook zo tot levende diamanten geslepen...

Het leven

 

Het leven wordt

vaak aangevallen

Van buitenaf

of aan de binnenkant

Het leven is maar even

Maar de mens heeft maar

één streven

Dat is voor zichzelf

het zoeken naar

een aangenaam leven

Maar niets is minder waar

Steeds is er een schaar

Die al het wat gevonden is

weer doorknipt

Het is vaak de egoïst

Die heen en weer tript

Die niemand een fijner leven gunt

Want die heeft met de jaloezie

het altijd op de ander gemunt

Van binnenuit klinkt er een luidt

Een luidt geschreeuw

Waarom doe je toch als een dwaas

Heel even heeft de egoïst een waas

Een waas van woede

Wees met egoïsten altijd op je hoede

Hij valt aan terwijl men het niet denkt

En zo weer een portie verdriet

bij de ander schenkt

Maar o wee als je bij de egoïst

een haar krenkt

Dan breekt er een hel uit!

 

 


Geschreven door Dora om 19:12 Reageer op dit bericht

tirolerlied

Een gedicht van Gentil Antheunis 1840-1907

Tirolerlied

Ik vlucht mijn leger, mijn vreedzame dakje;
'k heb hond noch geweer, door de nacht loop ik heen,
Mijn boezem doorwoelt een knagende smart,
En waar ik ook vlucht, zij volgt mijne schreên.
Voor mij geen rust,
Geen hoop in 't verschiet;
Want zij die ik bemin
Bemint mij toch niet.

Hier eenzaam gezeten op 't hoogste der bergen,
Op rotsen zo woest, dat geen wild ze betreedt;
Hier zing ik mijn leed de onpeilbare afgrond,
De spraakloze nacht zing ik 't grievende leed.
De diepte en het duister
Aanhoren mijn lied;
Maar zij, voor wie ik zing,
Zij luistert toch niet.

Daar klimt uit de diepte een geheimvol gefluister:
‘Wat baat u het leven? Kom, rust in mijn schoot.
En zij die gevoelloos uw jeugd zag verkwijnen,
Zoekt morgen met angst en beweent uw dood.’
Heel 't dorp zou mij zoeken
Met klemmend verdriet;
Maar zij, voor wie ik stierf,
Zij komt toch niet.

Uit het hart! (1874)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:57 Reageer op dit bericht

tijd

Een gedicht van Rutger Kopland
Tijd

Tijd- het is vreemd, het is vreemd mooi ook
nooit te zullen weten wat het is

en toch, hoeveel van wat er in ons leeft is ouder
dan wij, hoeveel daarvan zal ons overleven

zoals een pasgeboren kind kijkt alsof het kijkt
naar iets in zichzelf, iets ziet daar
wat het meekreeg

zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen

het is vreemd maar ook vreemd mooi te bedenken
dat ooit niemand meer zal weten
dat we hebben geleefd

te bedenken hoe nu we leven, hoe hier
maar ook hoe niets ons leven zou zijn zonder
de echo's van de onbekende diepten in ons hoofd

niet de tijd gaat voorbij, maar jij, en ik
buiten onze gedachten is geen tijd

we stonden deze zomer op de rand van een dal
om ons heen alleen wind

Rutger Kopland,
uit over het verlangen naar een sigaret,
Uitgeverij van Oorschot , Amsterdam 2001

Geschreven door Dora om 12:30 Reageer op dit bericht

verwachting

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

Verwachting

Hou op, mijn ziel, 't Heelal te vragen,
Hoe, waarom, wat, en wie gij zijt.
De nevelwolken die u dragen,
En, speelbal van d' onzichtbre tijd,
Door de eindeloze ruimte jagen,
Doorscheemren wel van bliksemslagen
Wier flikkring door de scheuren splijt;
Maar, ziet gij uit naar 't morgendagen,
Die afstand is uw oog te wijd.

Wij hobblen door de mistdampbaren
Naar 't worstlend bruisen van haar vloed,
Onzeker waar we heen vervaren,
In 't buldrend onweer dat er woedt.
Wij laten de ogen om ons waren;
Maar vruchtloos is dat ijdel staren
Naar 't vonklen van een flauwe gloed,
Die 't dompig nachtzwerk op deed klaren
Dat afschrik en verdelging broedt.

Dees dichte sluier door te boren
Hangt aan geen sterfelijke macht.
In helse duisternis verloren,
Geteeld tot broedsel van de nacht,
Gedoemd, in deze damp te smoren,
Waartoe een donkre trek te horen
Die naar 't ontwijkend daglicht tracht?
De schrikbre noodstorm moet bezworen
Door Goddelijke wonderkracht.

Of voelt ge u in dit woest geslinger
Uws ondanks, machtloos meegesleurd;
Beseft ge, wiens ontzagbre vinger
De schepping uit haar naven beurt;
Ontwaart ge in u de Aldoordringer,
De nacht- en nood- en helbedwinger,
Wiens lichtstraal aard en wolken scheurt;
Die één, en zonder mededinger,
Ook u Zijn zorgen waardig keurt?

Laat dan 't Heelal verwoesting loeien;
Wees kalm, en vraag niet; maar verbeid!
De golven die er om u vloeien,
De neevlen, om u uitgebreid,
De bliksemstralen die er gloeien,
De donders die de wolken schroeien,
Verzwelgen in de Oneindigheid,
En haasten 't slaken van de boeien;
Waarin gij om verlossing schreit.

schrijver

Geschreven door Dora om 18:12 Reageer op dit bericht

poëzie

Zomaar een versjes uit een poëzie album
Vroeger wist men nog hoe de vork in de steel zat
Maar tegenwoordig ligt bijna alles in dit soort van dingen op z'n gat
Kinderen hebben nog weinig eerbied voor ouders maar ook ouderen!
Zo is er veel in het dagelijks geestelijk onderwijs vergaan!

poezie7.gif

Wil steeds Uw ouders eeren
Wil naarstig zijn in't leeren
Bij elke goed onderricht
Dan zult gij ondervinden
't Ga voor of tegen winden
't Genot van zulk een plicht!
Je nicht Sientje,
oktober 1953



Er is een vriend van kind'ren
Ver boven zon en maan
Een vriend die nooit verandert
Wiens trouw niet zal vergaan
Die vriend blijft steeds dezelfde
In liefde en gena
Hij zegent gaarne kind'ren,
En slaat hen vriend'lijk ga,
Juffrouw Boon,
oktober 1953



Op den weg door 't aardsche leven
Treft men dikwijls tegenspoed
Op den weg door 's werelds dreven
Groeien doornen voor d'en voet
t' Gaat niet altijd voor den wind,
Houd dit steeds in 't oog mijn kind!
Tante Nee,
oktober 1953

Tusschen beuken tusschen linden
Zult gij steeds een bloempje vinden
Dat U toe roept in 't verdriet
Maatje lief vergeet Zus niet!
Je nicht Zus,
oktober 1953




Geschreven door Dora om 11:21 Reageer op dit bericht

appelboom

Een gedicht van Rutger Kopland

Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom ik ging zitten en ik zat
te kijken hoe de buurman
in zijn tuin nog aan het spitten
was, de nacht kwam uit de aarde
een blauwer wordend licht hing
in de appelboom

toen werd het langzaam weer te mooi
om waar te zijn, de dingen
van de dag verdwenen voor de geur
van hooi, er lag weer speelgoed
in het gras en verweg in het huis
lachten de kinderen in het bad
tot waar ik zat, tot
onder de appelboom

en later hoorde ik de vleugels
van ganzen in de hemel
hoorde ik hoe stil en leeg
het aan het worden was

gelukkig kwam er iemand naast mij
zitten, om precies te zijn jij
was het die naast mij kwam
onder de appelboom, zeldzaam
zacht en dichtbij
voor onze leeftijd.

Rutger Kopland
uit: Onder het vee,
Van Oorschot, Amsterdam 1966

Geschreven door Dora om 13:03 Reageer op dit bericht

baken

Een gedicht van Marianne Som, voor mij onbekend maar kwam het tegen...


Als een baken

Op een rots
in de branding
staat een vrouw,
alleen.

De zee is één,
de branding is één,
de rots is één,
de vrouw is één.

Opgelost is haar verlangen
één van twee te zijn.

Eén in zichzelf geworden is zij,
twee in één.

Sterk als de rots,
onafwendbaar als de branding,
groots als de zee.

© Marianne Som
Uit: Een leven lang eeuwigheid, 1998

Geschreven door Dora om 11:49 Reageer op dit bericht

dichter

Een gedicht van Gerrit Achterberg


De dichter is een koe

Gras... en voorbij het grazen
lig ik bij mijn vier poten
mijn ogen te verbazen,
omdat ik nu weer evengrote
monden vol eet zonder te lopen,
terwijl ik straks nog liep te eten,
ik ben het zeker weer vergeten
wat voor een dier ik ben - de sloten
kaatsen mijn beeld wanneer ik drink,
dan kijk ik naar mijn kop, en denk:
hoe komt die koe ondersteboven?
Het hek waartegen ik mij schuur
wordt oud en glad en vettig op den duur.
Voor kikkers en voor kinderen ben ik schuw
en zij voor mij: mijn tong is hen te ruw,
alleen de boer melkt mij zo zalig,
dat ik niet eenmaal denk: wat is hij toch inhalig.
's Nachts, in de mist, droom ik gans onbewust
dat ik een kalfje ben, dat bij de moeder rust.

© Gerrit Achterberg
Uit: Eiland der ziel
Opgenomen in Verzamelde gedichten
Querido Amsterdam 1963

Geschreven door Dora om 11:10 Reageer op dit bericht

schemering

Een gedicht van julius dreyfsandt zu schlamm

In de schemering

soms voelt ruimte
aan als leegstand
en zie ik ieder ander
niet meer als verwant

verblijf dan in de stoet
van zwijgende ogen
schuifelend meegezogen

en waar de richting
er niet meer toe doet

het duidt op dwalen
in stuurloos denken
ik even niets meer
in woorden kan vertalen
waarbij gevoelens ook
nog eens onduidelijk wenken

in deze schemering
is men des te meer
de geboren eenling

zo de mens eigen
keer op keer

Geschreven door Dora om 12:05 Reageer op dit bericht

land

Een gedicht van Remco Campert

In de herfst
rijpen de appels
aan hun sappige tak

de meisjes met manden
lomp lief en lelijk
rapen de appels

de lucht is nog blauw
als op witte kalenders
(hoog boven de berg
vaart vredig het vliegtuig)
hooi broeit en zweet
in de buik van meisjes

's nachts sluipt
door grootmoeders velden
de boze wolf van de kou
Geschreven door Dora om 17:51 Reageer op dit bericht

ik zie

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

O ik zie de mooiheid...

O ik zie de mooiheid van
al alle dingen

Drìngende òp in mijn arm
mens brein
zijn

Mens wil ik voor alles, alles
mens zijn.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:27 Reageer op dit bericht

vader

Een gedicht van Willem Wilmink

Vader

vader kocht ooit
een verzameld werk:
een bundel gedichten
van degelijk merk

bij wat hij mooi vond
zette hij strepen
een enkele keer
een uitroepteken

bij tijd en wijle
herlees ik die
zeer summiere
biografie:

in een code
van strepen en stippen
steeg het water
hem naar de lippen.
Geschreven door Dora om 13:48 Reageer op dit bericht

poëzie

Het lezen en bekijken van poëzie
Geeft je geen fantasie maar een blik op de werkelijkheid


Dichters

 

Vele dichters

Maakte de letteren op

Toen stond de wereld nog niet zo op z’n kop

Er was vreugde en liefde

Het leven was vergenoegd en een genot

Als ze vandaag zouden terugkeren

Dan zouden ze zich lelijk aan deze wereld bezeren

Er valt geen regel meer te schrijven

Want allen op de aarde zijn oude mannen en wijven

De jeugd zijn ze in de zonde verloren

Het nieuwe kon hen niet bekoren

Men hoeft nu niet te morren

Want ze hebben de tijd met

hun rampzalig gedoe verloren

 

 

Geschreven door Dora om 14:17 Reageer op dit bericht

pijnen

Als mensen ziet lijden door hevige pijnen...

Krom

 

Krom liggen van de pijn

In het hoofd of in het lichaam

Je voelt alles samentrekken

Het leven is even een hel

Wat frisse lucht...

Wat een toevoer van zuurstof geeft

Het leven is dan nog wel geen feest

Maar de hevigheid is voorbij

Dan ben je na een ernstige pijn

Weer ontzettend blij

Je bent niet meer gebonden

Maar je kan weer vrij

Opstaan en verder met het

dagelijks leven gaan

 

 

Geschreven door Dora om 11:21 Reageer op dit bericht

ik

Een gedicht van Remco Campert

Ik wil wel

Ik wil wel graven
naar poëzie, maar niet
te diep. Je weet
hoe ik dichter ben
bij de gratie van
aardoppervlak

hemelbodem ook
wel genoemd. Daar
staan mijn handen
nu eenmaal naar. Dus 
wandelaar en zwart-
ziener, geen delver

maar werper
van stenen, laatste
en eerste. Scherend
over de aarde, daar
nesten mij bouwend
als zwaluw
Geschreven door Dora om 11:19 Reageer op dit bericht

over

Een hartenkreet van J. Quekel

Over adequaat

Toen werd hij kwaad,
Maar was dat adequaat?
Als je wilt reageren,
Moet je je realiseren,
Waarover het gaat.

Anders maak je onderhand
Van een mug een olifant.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:19 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten