Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Slapend kind

Terwijl daar buiten wilde stormen loeien,
Slaapt, in haar bedje, 't lieve kind tevreden
Half blootgewoeld, de reine rozeleden,
De frisse wang nog blozend-warm van 't stoeien.

Het donzen dek is losjes neeergegleden.
De blonde lokken, gouden sluier, vloeien
Om 't zacht gezichtje, dat mijn blik blijft boeien.
't Half open mondje heeft nog pas gebeden.

Slaap, kindje, en droom van vlinders en van rozen,
Van 't wuivend woud, waar blijde vogels kwelen
Of van de pop wier wassen koontjes blozen!

Eens zult ook gij, die thans nog droomt van spelen,
Een kroon van doornen om uw voorhoofd voelen
En, bitter wenend, op uw leger woelen.

Beelden en stemmen (1887)

schrijver

Geschreven door Dora om 17:08 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

kindsheid

Een gedicht van Lucas Pater 1707-1781

Op de kindsheid

Beminlijke aardigheid der vroege levensjaren!
O kindsheid, wier begrip van geen vooruitzicht weet!
Gij zingt, en lacht en springt, en waar ge ook binnentreedt,
Gij vindt de grond voor u bestrooid met rozenblaren.

De gulle blijdschap voert op 't klinken van haar snaren
U dag aan dag ten reie; en schreit ge om enig leed,
Gij droogt straks de oogjes af, terwijl gij 't ras vergeet.
Ach! mochten de ouden u in onschuld evenaren!

Met recht wordt uw gewaad veelvervig afgebeeld,
Terwijl gij met een aapje of met een vogel speelt:
Maar uw onzondig spel zal nooit u 't hart doen wroegen.

Gij zijt benijdenswaard, al streelt gij u met waan:
Want als we aandachtig 't oog op onze daden slaan,
Zijn wij zo kinds als gij, doch derven uw genoegen.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:59 Reageer op dit bericht

vogels

De vogeltrek is weer begonnen want de winter is weer in aantocht

Naderen

 

Je ziet ze weer naderen

Wie zijn het dan wel?

De vogels uit de verre vertrekken

Ze komen weer dicht bij ons wonen

Het zoeken naar voedsel zal toenemen

En andere gaan op weg van hier

Dit is het instinct van het vogeldier

Vogels hebben mooie veren

Vogels kunnen ook verwaand paraderen

Ze doen of jouw tuin hun eigen tuin is

Soms wordt een mens boos

Op zoveel arrogantie

Die grote vogels verdrijven vaak de kleine

De kleine moeten dan eigenlijk

het vogelgezag ondermijnen

Grote vogels horen thuis op kerkpleinen

Of wat voor pleinen het ook zijn

Kleine vogels verliezen anders een goed terrein

Waar ze zo nu en dan hun zelf kunnen zijn!

Soms denk je wat gaat er om in zo’n vogelbrein

Ze zitten elkaar achterna

Vechten als het even kan

Soms snap je er wel maar soms ook niets van!


Vogels plaatjes

 

Geschreven door Dora om 13:04 Reageer op dit bericht

bosbessen

Een gedicht van Joannes Reddingius 1873-1944

Bosbessen

Glanzig vochte nevels, uitgehangen
Over 't verre en heuvelig verschiet,
Trekken, nu de zon haar stralen schiet,
Opwaarts met des leeuwriks blijde zangen.

Bukkend met van vreugd gebloosde wangen,
Juicht in 't bos het meisje als het ziet
Hoe de struik wel twintig besjes biedt,
Die ze in 't mandje handig weet te vangen.

Gedichten (1910)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:00 Reageer op dit bericht

liefde

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

BLINDE LIEFDE

Geliefde, 't moet wel zijn als 't spreekwoord leert:
Dat ware liefde 's mensen oog verblindt,
Daar 't wezen, dat met hart en ziel bemint
Slechts haar aanschouwt, wier liefde 't zich begeert,
Terwijl zijn blik 't vermogen gans ontbeert,
Om 't schoons te zien, dat andren lokt en bindt.
Of zaagt gij nooit, hoe in de morgenwind
De sterren ras verbleekten, als verteerd
Door gloed en licht, zodra de grootse bron
Van al wat leeft, de dagvorstin verscheen?
Schoon straalden zij, aleer de macht begon
Der heerlijke, door wie haar glans verdween;
Gij zijt, geliefde, mij een beeld der zon;
Verblind door luister zie ik u alleen!

Astrea(1881)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:49 Reageer op dit bericht

oktober

Een gedicht van Carel Sharten 1878-1950

O dagen van oktober

O dagen, dat weer d'eerste
chrysanten stralen
en geuren met de teêrste
en koelste geur, o dagen
als koele en geur'ge dalen...

O dagen, dat weer d'aarde
is uitgeweend,
nu gouden oktober klaarde,
ik ril en peins, o dagen,
dat 'k met Haar werd vereend:

wat schreit er toch in u?
wat schreit er toch in u?
wat jubelt er, ik ben
ontroerd in u, want 'k wen
nooit aan uw heerlijkheid,
uw gouden licht, uw tijd,
o dagen van oktober, waarin wij
stonden zo stil en vonden bij
elkaar de zoetste heul en rust voor eeuwig.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:19 Reageer op dit bericht

lucht

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

De lucht was als een perzik

De lucht was als een perzik,
de maan een diamant,
zwellende lentenevels
bloeiden aan alle kant.

Over de donzen heuvels
lokte een ver verschiet;
wij wilden zwervend worden,
zwervend en anders niet.

De voeten gingen samen,
de hand lag in de hand,
de harten opgedragen;
aarde, waar is uw band?

In dreven en valleien
geklommen en gedaald
in schaduwen geloken
in open licht bestraald

En onze zielen togen
naar nieuwe zaligheid
in het voorbij voorbije
wankelend ingeleid

Waar lillend lichtaanbreken
en ochtendhelderte is
met parelende vreugde
en met ontsteltenis...

Gemengde verzen

schrijver

Geschreven door Dora om 11:33 Reageer op dit bericht

vrede

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Vrede

Vrede spreid gij uw zachte vleugels
Over de donkere aarde heen —
Over de moeden en de gewonden,
Over de duizenden, die verzwonden,
Over al de snikkende monden,
Die verbleekt zijn van geween!

Vrede daal gij uit de lichte sferen,
Waarheen gij vluchtte voor deze wereldsmart,
Daal over hen, die u hebben verraden,
En over de dwazen, die op u smaadden,
En over de blinden, die om u baden,
Daal - daal gij weder in ons hart!

Opdat uw liefde daar weder wone,
Opdat uw liefde ons weer genas
Liefde boven onze ijdele wensen,
Liefde over alle ijdele grenzen,
Liefde alleen van mens tot mensen,
Die eindelijk leerden wat liefde was!

Zingende stemmen (1914)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:44 Reageer op dit bericht

herderstaf

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

De herdersstaf

Ik was nog blond en jong van jaren
Toen ik een sterke, rechte tak
Zag wuiven met zijn vlag van blaren,
En tot hem opklom en hem brak.

Ik boog mij zingend tot hem over,
Dien kloeke telg van de oude es,
En ras verloor hij schors en lover
Onder het knarsen van mijn mes.

Dan heb ik half in droom gesproken:
"Ook míj, Heer, bid ik, breek mij af,
En bén ik uit Uw kroon gebroken,
Snijd míj ook tot zo'n schone staf."

Doch nauwlijks had ik dit gebeden,
Of plotsling merkte ik aan mijn hart
Het vlijmend wee van snee bij sneden,
Diep kervend, want dit staal trof hard.

Ik beidde 't eind, de pijn blééf duren,
Terwijl ik wachtte, werd ik oud,
Ja, al die zware, langzame uren
Had ik Gods handgreep om mijn hout.

Ook nú nog, maar wie klaagde of morde,
Niet ik, die 't lijden alles gaf,
Want onder 't werk zie ik hem worden
De slanke, gave herdersstaf.

Het aardsche paradijs (1927)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:19 Reageer op dit bericht

aanzegging

Een gedicht van Ida Gerhardt


Aanzegging

Er nadert schaarste van graan.
Tè lang is de gave getart.

De dag zegt het aan de nacht:
'er zit al zwart in de halm.'

De zon zegt het aan de maan:
'het ìs al in het gewas.'

De aar verteert in de schacht,
de tarwe is ziek in het hart.

En de wind zegt het in zichzelf:
'het sterft op plekken al af.'

[b]Een vreemd overspelig gras
legt op de akkers beslag.[/b]

Graaft met nàgels waar het eens was,
waar de aarde wit was van graan:

als er àl te veel is begaan
zal de dag zwart zijn als de nacht.

Dan slaat het zaad niet meer aan.


Ida Gerhardt
Uit: Vijf vuurstenen
Amsterdam: Athenaeum-Polak
& Van Gennep. 1974




Geschreven door Dora om 13:07 Reageer op dit bericht

dauw

Een gedicht van J.H Leopold 1865-1925

De dauw hangt parelen

De dauw hangt parelen aan takken en aan blaren
in kettingen en snoeren;
de kusmond van de wind, als hij ze aan wil roeren,
doet ze ontstellen, sidderen zonder bedaren
en stort ze allen neer, de wankelbaren.

Oostersch II (1924)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:30 Reageer op dit bericht

opgepast

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

OPGEPAST

Ben je op twintig jaar niet rap,
Ben je op dertig jaar niet krachtig,
Ben je op veertig jaar niet knap,
Ben je op vijftig rijk noch machtig...
'k Vrees, dat ge àl uw levenstijd
Wel zult blijven, wat ge zijt!

Daarom, wat ge gaarne wáart,
Knapen, maagden, mannen, vrouwen,
Word het, éer die dag verjaart;
Of 't zal later u berouwen:
Wie zijn tijd voorbij laat gaan,
Blijft als Jut voor 't landhek staan.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:00 Reageer op dit bericht

herfstregen

Zomaar een herfstdag beschreven, hopelijk duurt het maar even!


Regen

 

Een herfstregentje

voor de hele dag

Ik zeg het met een lach

Want dan zijn er ander

dingen aan de beurt

Want met mooi weer

wordt een mens

naar buiten geroepen

Waar het zo heerlijk

herfstachtig geurt!

 

herfst

Geschreven door Dora om 11:17 Reageer op dit bericht

maan

Een gedicht van Barthold Hendrik Lulofs

AAN DE MAAN

o Troosteresse in leed! o vriendelijke maan!
Hoe kalm drijft gij daar ginds in 't blauwe diep der heemlen!
U groet het avondkoeltje en ritselt door de blaân
Van berk en populier, die in uw glansen weemlen

Misschien doet ge ook uw licht door 't bontgeschilderd glas
Der dorpskerk op het graf van mijn geliefden dalen;
Maar ach, al drong ge ook door tot hun zo dierbare as,
Ze ontwaken niet, hun oog is blind voor uwe stralen.

Eens ziet ge minzaam ook op mijne grafzerk neer;
Met der ontslaap'nen stof zal zich mijn stof vermengen;
Dan scheidt geen noodlot mij van mijn geliefden meer,
En 'k zal om hun gemis geen enk'le traan weer plengen.

Gedichten, R. J. Schierbeek, Groningen, 1851

schrijver

Geschreven door Dora om 12:45 Reageer op dit bericht

domkoppen

Een gedicht van Constantijn Huygens 1596-1687

Domkoppen

Geef oesters aan mijn paard, zei Tom die het koud had
(op alle stoelen bij de haard werd al gezeten).
Eén stond op van 't vuur en ook een tweede die er zat,
Om het hongerige dier oesters te zien eten.
Die plaatsen pikte Tom in en verdreef de kou.
De waard kwam en zei dat het paard geen oesters wou.
Breng ze dan maar hier, zei Tom, als ze hem niet smaken,
Dan zal ik wel proberen ze open te maken.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:30 Reageer op dit bericht

achter

Een gedicht van Gerrit Achterberg

Achter het einde

De wind en haar kleren lagen nog saam
maar het was al over;
ergens tegen de sterren aan
sloeg het raadsel uiteen, maar wie gelooft er
dat het hiermee eindigt, wat zo begon
dat het de elementen verzamelen kon
in énen greep, binnen één bloed?
wat zo begon
dat ik het zelf niet geloven kon,
dat ik niet wist waarom het begon
dat het niet anders eindigen kon
dan in de eeuwigheid.

Gerrit Achterberg
uit: Afvaart, Van Dishoeck, Bussum 1931,
Opgenomen in Verzamelde gedichten
Querido Amsterdam 1963

Geschreven door Dora om 15:29 Reageer op dit bericht

weg

Een gedicht van Luc Hybrechts

Weg

Moeder sprak met de rivier
en wees ook de golven
een weg naar zee. Ze
was ons zo nabij

als het water
dat haar nazong
en door haar handen
ook de vissen in een school dwong.

Nu ze weg is lijkt zelfs het schuim
niet meer te spelevaren,
dragen bomen herfst,

en vluchten vogels
van de baren. Zo snel
gaan de getijden en scheidt
het zijn van waren.

Luc Huybrechts.
Uit: Linkeroever,
De Arbeiderspers 2004

Geschreven door Dora om 13:09 Reageer op dit bericht

visser

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

De Leidse visser en het Haarlemmer meer in 1852

Nu is het Meer niet meer;
Het moet zijn water missen;
Het krijgt het nimmer weer -
En nog wil Caubes vissen.

Het wilde-andijvie-kruid
Schudt overal zijn stengelen,
En strooit zijn pluizen uit -
En nog wil Caubes hengelen.

Het koolzaad zal eerlang
Hier veld bij velden kleuren;
Het ploegpaard komt te gang -
En nog wil Caubes peuren.

Haast hoort men hier alom
Het kraaien, tokken, kakelen
Van 't bonte hoenderdom -
En nog wil Caubes schakelen.

Och Caubes! 't Is gedaan;
De hekken zijn verhangen!
Daar is in 't Meer voortaan
Voor u slechts slib te vangen.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:07 1 reactie Reageer op dit bericht

wind

Een gedicht van Guido Gezelle

Weet gij waar de wind geboren

Weet gij waar de wind geboren,
waar de dauw geboren is?
Weet gij kunstig op te sporen
wat hierbij, hierboven is?
Weet gij wat de sterren zijn, en
wat de zon, de mane? Wat
in de bergen, in de mijnen
ligt en in de zee bevat?
Weet gij iets klaar uit te leggen
van al 't geen men u vragen kan?
Antwoord dan en wil mij zeggen:
Dichten...wat is dichten dan?

Guido Gezelle
uit: Volledige dichtwerken,
Standaard, 1971.

Geschreven door Dora om 11:50 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten