Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

vrede

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Vrede

Vrede spreid gij uw zachte vleugels
Over de donkere aarde heen —
Over de moeden en de gewonden,
Over de duizenden, die verzwonden,
Over al de snikkende monden,
Die verbleekt zijn van geween!

Vrede daal gij uit de lichte sferen,
Waarheen gij vluchtte voor deze wereldsmart,
Daal over hen, die u hebben verraden,
En over de dwazen, die op u smaadden,
En over de blinden, die om u baden,
Daal - daal gij weder in ons hart!

Opdat uw liefde daar weder wone,
Opdat uw liefde ons weer genas
Liefde boven onze ijdele wensen,
Liefde over alle ijdele grenzen,
Liefde alleen van mens tot mensen,
Die eindelijk leerden wat liefde was!

Zingende stemmen (1914)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:44 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

herderstaf

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

De herdersstaf

Ik was nog blond en jong van jaren
Toen ik een sterke, rechte tak
Zag wuiven met zijn vlag van blaren,
En tot hem opklom en hem brak.

Ik boog mij zingend tot hem over,
Dien kloeke telg van de oude es,
En ras verloor hij schors en lover
Onder het knarsen van mijn mes.

Dan heb ik half in droom gesproken:
"Ook míj, Heer, bid ik, breek mij af,
En bén ik uit Uw kroon gebroken,
Snijd míj ook tot zo'n schone staf."

Doch nauwlijks had ik dit gebeden,
Of plotsling merkte ik aan mijn hart
Het vlijmend wee van snee bij sneden,
Diep kervend, want dit staal trof hard.

Ik beidde 't eind, de pijn blééf duren,
Terwijl ik wachtte, werd ik oud,
Ja, al die zware, langzame uren
Had ik Gods handgreep om mijn hout.

Ook nú nog, maar wie klaagde of morde,
Niet ik, die 't lijden alles gaf,
Want onder 't werk zie ik hem worden
De slanke, gave herdersstaf.

Het aardsche paradijs (1927)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:19 Reageer op dit bericht

aanzegging

Een gedicht van Ida Gerhardt


Aanzegging

Er nadert schaarste van graan.
Tè lang is de gave getart.

De dag zegt het aan de nacht:
'er zit al zwart in de halm.'

De zon zegt het aan de maan:
'het ìs al in het gewas.'

De aar verteert in de schacht,
de tarwe is ziek in het hart.

En de wind zegt het in zichzelf:
'het sterft op plekken al af.'

[b]Een vreemd overspelig gras
legt op de akkers beslag.[/b]

Graaft met nàgels waar het eens was,
waar de aarde wit was van graan:

als er àl te veel is begaan
zal de dag zwart zijn als de nacht.

Dan slaat het zaad niet meer aan.


Ida Gerhardt
Uit: Vijf vuurstenen
Amsterdam: Athenaeum-Polak
& Van Gennep. 1974




Geschreven door Dora om 13:07 Reageer op dit bericht

dauw

Een gedicht van J.H Leopold 1865-1925

De dauw hangt parelen

De dauw hangt parelen aan takken en aan blaren
in kettingen en snoeren;
de kusmond van de wind, als hij ze aan wil roeren,
doet ze ontstellen, sidderen zonder bedaren
en stort ze allen neer, de wankelbaren.

Oostersch II (1924)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:30 Reageer op dit bericht

opgepast

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

OPGEPAST

Ben je op twintig jaar niet rap,
Ben je op dertig jaar niet krachtig,
Ben je op veertig jaar niet knap,
Ben je op vijftig rijk noch machtig...
'k Vrees, dat ge àl uw levenstijd
Wel zult blijven, wat ge zijt!

Daarom, wat ge gaarne wáart,
Knapen, maagden, mannen, vrouwen,
Word het, éer die dag verjaart;
Of 't zal later u berouwen:
Wie zijn tijd voorbij laat gaan,
Blijft als Jut voor 't landhek staan.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:00 Reageer op dit bericht

herfstregen

Zomaar een herfstdag beschreven, hopelijk duurt het maar even!


Regen

 

Een herfstregentje

voor de hele dag

Ik zeg het met een lach

Want dan zijn er ander

dingen aan de beurt

Want met mooi weer

wordt een mens

naar buiten geroepen

Waar het zo heerlijk

herfstachtig geurt!

 

herfst

Geschreven door Dora om 11:17 Reageer op dit bericht

maan

Een gedicht van Barthold Hendrik Lulofs

AAN DE MAAN

o Troosteresse in leed! o vriendelijke maan!
Hoe kalm drijft gij daar ginds in 't blauwe diep der heemlen!
U groet het avondkoeltje en ritselt door de blaân
Van berk en populier, die in uw glansen weemlen

Misschien doet ge ook uw licht door 't bontgeschilderd glas
Der dorpskerk op het graf van mijn geliefden dalen;
Maar ach, al drong ge ook door tot hun zo dierbare as,
Ze ontwaken niet, hun oog is blind voor uwe stralen.

Eens ziet ge minzaam ook op mijne grafzerk neer;
Met der ontslaap'nen stof zal zich mijn stof vermengen;
Dan scheidt geen noodlot mij van mijn geliefden meer,
En 'k zal om hun gemis geen enk'le traan weer plengen.

Gedichten, R. J. Schierbeek, Groningen, 1851

schrijver

Geschreven door Dora om 12:45 Reageer op dit bericht

domkoppen

Een gedicht van Constantijn Huygens 1596-1687

Domkoppen

Geef oesters aan mijn paard, zei Tom die het koud had
(op alle stoelen bij de haard werd al gezeten).
Eén stond op van 't vuur en ook een tweede die er zat,
Om het hongerige dier oesters te zien eten.
Die plaatsen pikte Tom in en verdreef de kou.
De waard kwam en zei dat het paard geen oesters wou.
Breng ze dan maar hier, zei Tom, als ze hem niet smaken,
Dan zal ik wel proberen ze open te maken.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:30 Reageer op dit bericht

achter

Een gedicht van Gerrit Achterberg

Achter het einde

De wind en haar kleren lagen nog saam
maar het was al over;
ergens tegen de sterren aan
sloeg het raadsel uiteen, maar wie gelooft er
dat het hiermee eindigt, wat zo begon
dat het de elementen verzamelen kon
in énen greep, binnen één bloed?
wat zo begon
dat ik het zelf niet geloven kon,
dat ik niet wist waarom het begon
dat het niet anders eindigen kon
dan in de eeuwigheid.

Gerrit Achterberg
uit: Afvaart, Van Dishoeck, Bussum 1931,
Opgenomen in Verzamelde gedichten
Querido Amsterdam 1963

Geschreven door Dora om 15:29 Reageer op dit bericht

weg

Een gedicht van Luc Hybrechts

Weg

Moeder sprak met de rivier
en wees ook de golven
een weg naar zee. Ze
was ons zo nabij

als het water
dat haar nazong
en door haar handen
ook de vissen in een school dwong.

Nu ze weg is lijkt zelfs het schuim
niet meer te spelevaren,
dragen bomen herfst,

en vluchten vogels
van de baren. Zo snel
gaan de getijden en scheidt
het zijn van waren.

Luc Huybrechts.
Uit: Linkeroever,
De Arbeiderspers 2004

Geschreven door Dora om 13:09 Reageer op dit bericht

visser

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

De Leidse visser en het Haarlemmer meer in 1852

Nu is het Meer niet meer;
Het moet zijn water missen;
Het krijgt het nimmer weer -
En nog wil Caubes vissen.

Het wilde-andijvie-kruid
Schudt overal zijn stengelen,
En strooit zijn pluizen uit -
En nog wil Caubes hengelen.

Het koolzaad zal eerlang
Hier veld bij velden kleuren;
Het ploegpaard komt te gang -
En nog wil Caubes peuren.

Haast hoort men hier alom
Het kraaien, tokken, kakelen
Van 't bonte hoenderdom -
En nog wil Caubes schakelen.

Och Caubes! 't Is gedaan;
De hekken zijn verhangen!
Daar is in 't Meer voortaan
Voor u slechts slib te vangen.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:07 1 reactie Reageer op dit bericht

wind

Een gedicht van Guido Gezelle

Weet gij waar de wind geboren

Weet gij waar de wind geboren,
waar de dauw geboren is?
Weet gij kunstig op te sporen
wat hierbij, hierboven is?
Weet gij wat de sterren zijn, en
wat de zon, de mane? Wat
in de bergen, in de mijnen
ligt en in de zee bevat?
Weet gij iets klaar uit te leggen
van al 't geen men u vragen kan?
Antwoord dan en wil mij zeggen:
Dichten...wat is dichten dan?

Guido Gezelle
uit: Volledige dichtwerken,
Standaard, 1971.

Geschreven door Dora om 11:50 Reageer op dit bericht

najaar

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937
Najaar.

Er liggen lange strepen in de lucht
Van donker-grijs, de zon verbergt haar schijn;
De heuveltop, gehuld in ’t mistgordijn
Staat als een reuzenschim, ver weggevlucht.

De wind kreunt met een lang-gerekte zucht,
Als deed het machtige ademen hem pijn,
Gedoken zit het stomme vogelijn,
En ’t laatste broze bloempje trilt geducht.

Dof daalt de grauwte van de hemel neer,
E brengt een weemoedsstemming over de aard’,
De grijze leegte dringt in mijn gemoed.

As-bleke misten stijgen uit het neer,
Een vale schimmenstoet, uit vocht gebaard,
En doven uit de laatste zomergloed.

Eerste gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 16:53 Reageer op dit bericht

pereboom

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

o Pereboom belaên

o Pereboom, belaên
met al goudgeelwe blaên,
octoberziek en treurig,
de winter is 't, die naast,
en 't al het land uit blaast
dat groeizaam is en geurig!

Nog onlangs stondt gij daar,
o schone perelaar,
één witte wolke blommen,
die 't weerd was om te zien,
en die naar u de biên
van verre en na deed kommen.

De zomer ging voorbij,
en dan bekroondet gij
uw edel hoofd met bruine,
zoetvleeschde peren, van
daar schier mijn hand aan kan
tot in uw hoogste kruine.

Nu staat gij daar en treurt,
ontkinderd en ontkleurd,
en schijnt alom te vragen:
zal niemand, die mij zag
in mijnen schonen dag,
me een meêlijend herte dragen?

o Pereboom, vaart wel;
'n wilt vóór winter fel
noch weemoed buigen neder:
de winter komt en gaat,
o pereboom: weêrstaat,
verrijzen zult gij weder!


---------------------------------------------
goudgeelwe: goudgele
de winter naast: de winter nadert
biên: bijen
van verre en na: van heinde en verre

Jaarkrans (1893)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:50 Reageer op dit bericht

zondag

Een gedicht van J.C. Bloem

Zondag

De stilte, nu de klokken doven,
Wordt hoorbaar over zondags land
En dorpse woningen, waarboven
Een schelpenkleurge hemel spant

De jeugd keert weer voor d' in gedachten
Verzonkene, die zich hervindt
Een warm, van onbestemd verwachten,
In zondagsstilte eenzelvig kind.

En tussen toen en nu: 't verwarde
Bestaan, dat steeds zijn heil verdreef;
De scherpe dagen, waar de flarde
Van 't wonde hart aan hangen bleef.

Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.

J.C. Bloem
opgenomen in 'Verzamelde gedichten'
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Geschreven door Dora om 17:32 Reageer op dit bericht

zakken

Soms neem je dingen waar...en dan zeg je het maar!


Zakken

 

Soms moet je je handen inpakken

Je stopt ze in je broekzakken

Het geeft misschien wat gemakken

Om eens flink te klikken met je hakken

Het moet het moet

Je geeft jezelf moed

Maar daar is geen moed

Want op deze manier is het niet goed

Wees jezelf zei men

Maar soms heeft een ander je te pakken

En dan klik je nog eens met je hakken!

Om jezelf moed te geven

Met de moeilijkheidsgraad in het leven

Want eigenlijk ben je niets

Maar je wil niet meer op die afgezaagde fiets

Daarom doe je zoiets

Toch ben je als het er op aankomt niets

Eens wordt de mens het op allerlei wijze duidelijk

Doe gewoon dan doe je gek genoeg

Maar je wilt het bereiken met je dagelijks gezwoeg

Straks heeft men genoeg

Genoeg van het steunen

Waar moet je dan nog op leunen!

 

Geschreven door Dora om 13:26 Reageer op dit bericht

vrouwen

Een gedicht van Jan Engelman 1900-1972

Vrouwen

Met hare zachte handen rukken zij open
wat jaren lang ten bodem sliep -
nemen haar deel, met een glimlach, en hopen
op sterren en stromen, ànders licht en diep.

Tuin van Eros (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:00 Reageer op dit bericht

behang

Een gedicht van Gerrit Achterberg

Rath & Doodeheefver

Op het behang van Rath & Doodeheefver
Staan de figuren die gij hebt gekend:
Een hart, een hand, een boomtak bloesemend
En kinderschommels die naar voren zweven.

De randen, door de ratten aangevreten,
Krullen aan de vier hoeken overend.
Oud en verschoten, in zichzelf frequent,
Raakt het motief tegen de muur vergeten.

Maar deze beelden stonden in uw ogen
En deze ogen zijn uiteen gegaan.
Hoe hoog en ver werden de schommelbogen.
Het hart kreeg alle ruimte om te slaan.
De hand wees mij de wegen naar het leven.
De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

Gerrit Achterberg,
Uit:'Sneeuwwitje'
Querido, Amsterdam 1949
Opgenomen in Verzamelde gedichten
Querido Amsterdam 1963

 
Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

staring

Een gedicht van Jan Campert 1902-1943

Staring all over again

Niet om de dromen, die ook ik vergeefs heb moeten dromen
en om de woorden niet door mij daaraan verdaan,
noch om de herfst, die over deze landen is gekomen
met slaande regens, nevel, werveling van blaên,
maar om het overnieuw en allengsaan meeslepend stromen
des bloeds, waartegen hier geen weerstand kan bestaan,
ben ik bevreesd om nog eenmaal te worden opgenomen
in deze staat, die harten in evenmaat laat slaan.

Maar 't bonzen van het bloed kent hier geen mededogen
en ook haar handen niet, vervuld van tederheid,
noch hare mond, begeerlijk, warm, bereid,
en onweerstaanbaar als de helle brand der ogen,
die stervelingen noopt tot duurzaam onvermogen
èn hen schatplichtig maakt in alle eeuwigheid.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:19 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten