Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

wind

Een gedicht van Guido Gezelle

Weet gij waar de wind geboren

Weet gij waar de wind geboren,
waar de dauw geboren is?
Weet gij kunstig op te sporen
wat hierbij, hierboven is?
Weet gij wat de sterren zijn, en
wat de zon, de mane? Wat
in de bergen, in de mijnen
ligt en in de zee bevat?
Weet gij iets klaar uit te leggen
van al 't geen men u vragen kan?
Antwoord dan en wil mij zeggen:
Dichten...wat is dichten dan?

Guido Gezelle
uit: Volledige dichtwerken,
Standaard, 1971.

Geschreven door Dora om 11:50 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

najaar

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937
Najaar.

Er liggen lange strepen in de lucht
Van donker-grijs, de zon verbergt haar schijn;
De heuveltop, gehuld in ’t mistgordijn
Staat als een reuzenschim, ver weggevlucht.

De wind kreunt met een lang-gerekte zucht,
Als deed het machtige ademen hem pijn,
Gedoken zit het stomme vogelijn,
En ’t laatste broze bloempje trilt geducht.

Dof daalt de grauwte van de hemel neer,
E brengt een weemoedsstemming over de aard’,
De grijze leegte dringt in mijn gemoed.

As-bleke misten stijgen uit het neer,
Een vale schimmenstoet, uit vocht gebaard,
En doven uit de laatste zomergloed.

Eerste gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 16:53 Reageer op dit bericht

pereboom

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

o Pereboom belaên

o Pereboom, belaên
met al goudgeelwe blaên,
octoberziek en treurig,
de winter is 't, die naast,
en 't al het land uit blaast
dat groeizaam is en geurig!

Nog onlangs stondt gij daar,
o schone perelaar,
één witte wolke blommen,
die 't weerd was om te zien,
en die naar u de biên
van verre en na deed kommen.

De zomer ging voorbij,
en dan bekroondet gij
uw edel hoofd met bruine,
zoetvleeschde peren, van
daar schier mijn hand aan kan
tot in uw hoogste kruine.

Nu staat gij daar en treurt,
ontkinderd en ontkleurd,
en schijnt alom te vragen:
zal niemand, die mij zag
in mijnen schonen dag,
me een meêlijend herte dragen?

o Pereboom, vaart wel;
'n wilt vóór winter fel
noch weemoed buigen neder:
de winter komt en gaat,
o pereboom: weêrstaat,
verrijzen zult gij weder!


---------------------------------------------
goudgeelwe: goudgele
de winter naast: de winter nadert
biên: bijen
van verre en na: van heinde en verre

Jaarkrans (1893)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:50 Reageer op dit bericht

zondag

Een gedicht van J.C. Bloem

Zondag

De stilte, nu de klokken doven,
Wordt hoorbaar over zondags land
En dorpse woningen, waarboven
Een schelpenkleurge hemel spant

De jeugd keert weer voor d' in gedachten
Verzonkene, die zich hervindt
Een warm, van onbestemd verwachten,
In zondagsstilte eenzelvig kind.

En tussen toen en nu: 't verwarde
Bestaan, dat steeds zijn heil verdreef;
De scherpe dagen, waar de flarde
Van 't wonde hart aan hangen bleef.

Niet te verzoenen is het leven.
Ten einde is dit wellicht nog 't meest:
Te kunnen zeggen: het is even
Tussen twee stilten luid geweest.

J.C. Bloem
opgenomen in 'Verzamelde gedichten'
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

Geschreven door Dora om 17:32 Reageer op dit bericht

zakken

Soms neem je dingen waar...en dan zeg je het maar!


Zakken

 

Soms moet je je handen inpakken

Je stopt ze in je broekzakken

Het geeft misschien wat gemakken

Om eens flink te klikken met je hakken

Het moet het moet

Je geeft jezelf moed

Maar daar is geen moed

Want op deze manier is het niet goed

Wees jezelf zei men

Maar soms heeft een ander je te pakken

En dan klik je nog eens met je hakken!

Om jezelf moed te geven

Met de moeilijkheidsgraad in het leven

Want eigenlijk ben je niets

Maar je wil niet meer op die afgezaagde fiets

Daarom doe je zoiets

Toch ben je als het er op aankomt niets

Eens wordt de mens het op allerlei wijze duidelijk

Doe gewoon dan doe je gek genoeg

Maar je wilt het bereiken met je dagelijks gezwoeg

Straks heeft men genoeg

Genoeg van het steunen

Waar moet je dan nog op leunen!

 

Geschreven door Dora om 13:26 Reageer op dit bericht

vrouwen

Een gedicht van Jan Engelman 1900-1972

Vrouwen

Met hare zachte handen rukken zij open
wat jaren lang ten bodem sliep -
nemen haar deel, met een glimlach, en hopen
op sterren en stromen, ànders licht en diep.

Tuin van Eros (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:00 Reageer op dit bericht

behang

Een gedicht van Gerrit Achterberg

Rath & Doodeheefver

Op het behang van Rath & Doodeheefver
Staan de figuren die gij hebt gekend:
Een hart, een hand, een boomtak bloesemend
En kinderschommels die naar voren zweven.

De randen, door de ratten aangevreten,
Krullen aan de vier hoeken overend.
Oud en verschoten, in zichzelf frequent,
Raakt het motief tegen de muur vergeten.

Maar deze beelden stonden in uw ogen
En deze ogen zijn uiteen gegaan.
Hoe hoog en ver werden de schommelbogen.
Het hart kreeg alle ruimte om te slaan.
De hand wees mij de wegen naar het leven.
De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

Gerrit Achterberg,
Uit:'Sneeuwwitje'
Querido, Amsterdam 1949
Opgenomen in Verzamelde gedichten
Querido Amsterdam 1963

 
Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

staring

Een gedicht van Jan Campert 1902-1943

Staring all over again

Niet om de dromen, die ook ik vergeefs heb moeten dromen
en om de woorden niet door mij daaraan verdaan,
noch om de herfst, die over deze landen is gekomen
met slaande regens, nevel, werveling van blaên,
maar om het overnieuw en allengsaan meeslepend stromen
des bloeds, waartegen hier geen weerstand kan bestaan,
ben ik bevreesd om nog eenmaal te worden opgenomen
in deze staat, die harten in evenmaat laat slaan.

Maar 't bonzen van het bloed kent hier geen mededogen
en ook haar handen niet, vervuld van tederheid,
noch hare mond, begeerlijk, warm, bereid,
en onweerstaanbaar als de helle brand der ogen,
die stervelingen noopt tot duurzaam onvermogen
èn hen schatplichtig maakt in alle eeuwigheid.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:19 Reageer op dit bericht

groen

Een gedicht van Rutger Kopland

Groen uitgeslagen

Ze zijn er een beetje bij blijven
liggen, die duizenden gedichten over
de oude, beschimmelde dingen. Maar

vanuit de trein weer zulke ontroerende
moestuinen gezien, met peulen, bietjes,
de piepers voor de winterdag, alles in
een groeizaam regentje, het fietsen-
schuurtje waar vader achter tegen plast.

Grootmoeder weer begraven. Het mistte
vaag en de zon scheen vaag en er was
niets meer aan te doen, alles was
betaald. Eenmaal gaan we allemaal
werd er gezegd. Om te huilen zo mooi.

In een rivier deze zomer hele grote
gladde en groen uitgeslagen rotsblokken
gezien en bevoeld met net zulke prachtige
details als bij jou,
wel van steen natuurlijk.

Rutger Kopland
uit: Alles op de fiets,
Van Oorschot, 1969

Geschreven door Dora om 10:58 Reageer op dit bericht

geboortegrond

Een gedicht van Virginie Loveling 1836-1923

Geboortegrond

In 't zuiden heerst een eeuwge lent,
En aarde en hemel lacht.
In 't hoge Noorden nijpt de kou,
Daar ligt de sneeuw, daar is de rouw,
De schemering en de nacht

Waarom bewoont de Noorderman
Die streek der duisternis?
Omdat hij dáar zich wel bevindt
Omdat de mens het plekje mint,
Waar hij geboren is.

Hij vraagt geen-rozen aan de Mei,
Geen vruchten aan de herfst.
Hij mint zijn groen fluwelen mos,
Hij jaagt de ijsbeer en de vos,
Die in de vlakten zwerft.

En keert hij weer door mist en sneeuw,
Van jacht of kleine reis,
Dan haakt zijn hart, vol ongeduld,
Ook naar zijn hut met rook vervuld,
Als naar een lustpaleis.

Hij ziet toch, als de bleke dag
Voor 't lange duister zwicht,
De sterren aan de hemel staan,
Hij heeft het licht der klare maan,
En 't rode noorderlicht.

Waar ook de mens zijn woning vest,
Gaan lief en leed gepaard :
De vreugdestralen van 't gemoed,
Zij zijn de ware zonnegloed,
In elke streek der aard.

Gedichten van Rosalie en Virginie Loveling (1877)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:32 Reageer op dit bericht

bidden

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

BIDDEN

Bidden is niet enkel knielen;
’t Is in ’t huis van onbeminden
En in grauw mizerie-zielen
Veel verborgen liefde vinden.

Bidden is de bittere dingen
Met een zacht gezeg vergoeden;
’t Is doorheen zijn tranen zingen
En in alles ’t schoon vermoeden.

Bidden is langs donkere paden,
Lampen van gevoel doen branden;
Bidden is de schoonste daden
Dragen op zijn eigen handen.

Bidden is in stilte weten
Weelde en weedom van elkander;
Bidden is zichzelf vergeten,
Om te peinzen aan een ander.

Op zachte vooizekens

schrijver

Geschreven door Dora om 15:21 Reageer op dit bericht

gedicht

Ik las dit gedicht en dit plaats ik even...
Je ziet mensen zo aan de rand van de afgrond leven...
Vaak door eigen schuld...maar wie is er zonder schuld...
Ook al doe je je plicht...ten opzichte van God heeft ieder mens schuld!
Daarin is alles verteld...er is maar één Held die een mens redden kan
van de dood! En dat is de Redder der wereld!

kapot

ik ben soms zo kapot
ik moet opstaan ik weet het

maar wie weet mijn verdriet
niemand weet dat en hoe erg het is

dat mijn lief zomaar is weggelopen
maar vermoorden kan ik haar niet

dan maar mijn m'n dochter en m'n zoon
en mezelf erbij en dan hang ik daar

met bloed zweet en tranen of zoiets

ik drink teveel en ik mis mijn vrouw
en ik wil m'n kinderen zien en niet dood

dus ik moet opletten
en sterk zijn en soms wat huilen

god wat moet ik huilen

Geschreven door Dora om 10:47 Reageer op dit bericht

pad

Een gedicht van Salomon Bonn 1881-1930

Het pad

Als rijen militairen gevallen op het veld
zo liggen de jasmijnen in en op elkaar
heel krachteloos! van bloem en blad ontveld
en naakt. En op het blande zonpad waar

de merelzang nooit zweeg, het goud
is morsig nu; 'n kleiïg weke grond
strengelt in grauwe banen zwart door 't hout,
en 't hout is arm en kaal en menigwerf gewond.

Hier ligt als 'n juweeltje diep in schrijn
zo menig pas, lieve, van u, begraven,
ik ruik weer geur heerlijk zoete jasmijn!
en lijsterzang krauwen de zwarte raven.

Mijn lief, mijn lief hoe is ons lot verkeerd
Gij zijt een dodend levend in mijn leven
en ik ben, levend, tot uw dood gekeerd
en weet niet of het leven is, wat mij gebleven.

Als donker, donker, donker wordt het pad
dan loop ik wel eens als een kind dat zoekt:
ik weet nauw nog waar gij ging en trad
met mij: dan loop ik, enkel, als vervloekt
een man, van schande, harde smaad gebogen,
bang voor de nacht het donker en mensen mededogen.

Zangen van hoop (1919)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:43 1 reactie Reageer op dit bericht

madelieven

Een gedicht van Niclaas Beets 1814-1903

Madelieven

Madelieven zijn er altijd,
En die ze wil zoeken die vindt er;
We zijn ze slechts een ogenblik kwijt,
In 't barste van de winter.

En daar het voor mij nog geen winter is,
Maar — zo als gij 't wilt noemen!
Zo leg ik heden op uwe dis,
Een handvol van deze bloemen.

Gij hebt er gewis wel eens mooier aanschouwd,
Die frisser en fieuriger blonken;
Maar hebben ook zij niet haar hartje van goud,
Dat hemelse dauw heeft gedronken?

-----------------------------------------

Openingsgedicht bij de dichtbundel 'Madelieven' (1869)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:16 Reageer op dit bericht

augustus

De maand augustus nu voorbij maar zo'n gedicht hoort er  nog bij!
Want het is een les naar niet keusloos leven...


augustus

het strand kijkt naar de zee en ziet
dat het water oud is geworden
de meeuwen vliegen door de gedachten van de zon
en hangen hun poten te drogen

in de liezen van de duinen
stoeien de vakantielieven in de lakens
van het zand
er knarst iets in de tederheid

de boeren oogsten hun twijfels
en na de avond kijken ze met de ogen
van hun tractors naar de open wonden
van de velden, er komt ruimte
voor de landing van de herfst

het jaar sterft een eerste keer
aan voorbij zijn, op de patio van hun afscheid
bergen de reizigers de avondzon in hun koffers
met het heimwee van hun aarzeling
verliezen ze hun keuze
tussen thuis en horizon

Roel Richelieu van Londersele,
uit gedichten 1980-1992,
Poeziecentrum,Gent, 1992

 

Geschreven door Dora om 11:25 Reageer op dit bericht

blij

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Mijnlief is blij

Mijn lief is blij, zij lacht en zingt
En schittert in de zonneschijn
Als zij zó héél mijn leven zingt
Kan nooit mijn leven lijden zijn.

Ja! zang en lachen duren kort
Als bloemen in de zomerdag;
De zomer sterft, de bloem verdort:
Zo sterft der mensen zang en lach.

Maar nu der zonne gouden val
Vloeit langs gelaat en blinkend kleed,
En zij gaat, zingend of zij zal
Zó eeuwig zingen zonder leed,

Nu voel ik - of 'k mij zelve wieg
In dromen die maar kort bestaan
't Is beter zo 'k mij zelf bedrieg
Dan 't leven droomloos door te gaan -

Nu voel ik zalige vreugde in mij
Bij 't luistren naar heur lach en zang
Want weet, wát blijve of ga voorbij:
Dát hoor ik héél mijn leven lang.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:12 Reageer op dit bericht

kind

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Slapend kind

Kom mijn kind, de dag gaat ook.
Zie haar afscheid wuift ze al ginder;
In de tuin zijn bloem en vlinder
Als de nachtlamp en haar rook.
Kom mijn kind, de dag gaat ook.

Stil, hij is de dag al voor,
En hij sluimert, volgedronken,
Moegedroomd en blindgeblonken,
In oneindig niets teloor,
Rustig bij mijn woorden door.

Wonder, wat wordt de avond zwart!
Langzaam, langzaam moet ik stijgen
Langs de trappen, zelfs niet hijgen
Met dit hoofdje aan mijn hart,
Tot waar zacht de sponde mart.

Ach, want als hij wakker schrikt
Uit dat land van klank en kleuren
En hij ziet de nacht hier treuren,
Weet ik dat hij uren snikt...
Stram mijn knie, dat gij niet knikt!

Liederen en Balladen

schrijver

Geschreven door Dora om 16:01 Reageer op dit bericht

zonovergoten

Het zonnige weer geeft een diepere kijk op het ondergaande Nederlandse rijk!

Zonovergoten

 

Vandaag een prachtige nazomerdag

Wat een heerlijkheid

Dat het zulk geweldig weer mag zijn

Even frisjes genieten

Want wie weet gaat het over

een paar dagen weer gieten

Als de politiek zijn ergste

pijlen uit gaat gieten

Kijk altijd naar het weer

Want het weer zegt soms heel veel meer!

Het natuurlijke wezen

Waar niemand iets aan kan veranderen

Die weerknop komt van een Hoge top

Die alleen ziet aan alle knoppen

Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde

En dat geeft voor een volgeling een grote meerwaarde

Een meerwaarde ook in het verlies

Dan krijg je het wel voor je zere kies

Maar Hij geeft daarbij de uitkomst

Op Hem vertrouwen

Dat is aan je eeuwig huis bouwen!

En laat de politiek dan maar mauwen

Ze krijgen je dan niet echt in hun klauwen!

 

Geschreven door Dora om 11:59 Reageer op dit bericht

de wijze

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhof 1898-1936

De wijze

Mijn huis is vuil, mijn kinderen, talrijk, krijsen.
De varkens wroeten ronkend in de hof.
Maar bergen, blauw en ver verheven, eisen
Mijn aandacht op, die stijgt uit stank en stof.

Yoeng Poe Tsjoeng (1930)

schrijver

Geschreven door Dora om 09:19 Reageer op dit bericht

waterlelie

Een gedicht van Toon Tellegen


De waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.

Rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer...

Frederik van Eeden
Uit: Van de passielooze lelie,
W. Versluys, Amsterdam, 1901

Witte%20waterlelie%20gd.JPG

Geschreven door Dora om 11:49 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten