Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

liedeke

Een gedicht van Bernard Meurs 1835-1915

Moeders slaopliedeke

Het zunneken is er al ondergegaon;
Het maontje klimt langzaom umhoog,
En tuurt, koekeloerend deur 't loof van de laon,
Naor binnen met vriendelik oog;
Het vraogt of de kiendjes naor bed zin gebracht,
En zeit tot ons jungske: slaop wel, goeje nacht!

De veugeltjes zingen en vliegen nie meer,
Ze sluumren ien 't gruun van de boom',
De kupkes gedekt onder vleugel en veer,
En droomen 'en liefliken droom;
De vleermuuskes fladdren en fluusteren zacht:
't Is tied veur 'et jungske; slaop wel, goeje nacht!

Alle eendekes zwemmen ien 't waoter nie meer,
Ze hompelden kwakkend naor 't hok;
Het haontje riep kukelekuu! nog 'en keer
En goeng met de kiepkes op stok;
De kikkertjes kwaoken ien 't lies van de gracht
Hun lied veur 'et jungske: slaop wel, goeje nacht!

Slaop wel, goeje nacht! roept 'et jungske hun toe
Mèt dat ie ien 't kribbeke stapt;
Dan kriegt ie op 't veurheufd 'en kruuske van moe,
Een kus op 'et munje dâ't klapt;
Gods Engeltje houdt bij zien bedje de wacht:
Tot mergen, mien jungske; slaop wel, goeje nacht!

Kriekende Kriekske (1879)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:38 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

frankie30 november 2012 om 19:07

vrolijke vriendelijke virusarme visgeurvrije vrijdaggroetjes van F

Vrijdags proberen Frankies 3 blogbodes alle vergeten adressen te bezoeken. De koude wind brengt ze tot wanhoop, maar wees dankbaar als ze je brievenbus bereiken, en wees niet boos indien ze je een keer overslaan, onopzettelijk. Laat een berichtje achter in een gastenboek of zo, en alles komt misschien goed.












Frankie----> src="http://www.animaatjes.nl/plaatjes/p/postbode/7.gif" border="0" />





Zondag---> src="http://www.animaatjes.nl/plaatjes/p/postbode/57.gif" border="0" />
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

donker


Donker

Wat is het al vroeg donker
Snel is het licht verdwenen
De herfst neemt de benen
De winter komt er aan
Door de bomen zie ik de maan
De nevel kan ook langs komen
Ja, in de winter ga je van de lente dromen

Het is de feestmaand
Met veel pakjes en lichtjes buiten
De mensen willen hun eenzaamheid wegsluiten
Maar al heb je gefeest
Een mens blijft alleen
En de winter is ook nog lang niet heen!
Ja, misschien komt ook nog meneer ijsbeen


Maan plaatjes
Geschreven door Dora om 16:29 Reageer op dit bericht

nacht

Een gedicht van W.L. Penning 1841-1924

Hoe vaak in dromen eensklaps miste ik u...
En angstig zoekend - want in lijfsgevaren,
Hulpeloos in doodsgevaren wist ik u -
Zoekend die mij zocht, raadloos bleef ik waren;
En denkend mij úw angst, slaakte ik een kreet -
Die juichtoon werd, naast u me ontwaken deed!

In dromen voorgevoeld had ik uw dood.
Nu hij u wegnam, hoor ik vaak in dromen
Uw stem zo klaar als ik die ooit genoot,
En zie ik u blijmoedig naderkomen;
Zalig verrast, klopt dan mijn hart zó luid
Dat ik ontwaak....
En 't sprookje is gruwzaam uit.

schrijver

Geschreven door Dora om 16:31 Reageer op dit bericht

moskee

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

In de moskee

Hij wandelt daaglijks tussen de pilaren
En de klimrozen en de ruisfontein.
Hij kent: de groene vanen en het plein
Waar vreemden naar de goudspiralen staren;
De Koraanspreuken boven ’t deurgordijn;
De egale zon; der schaduwen slagorden,
Die zwart opdoemen, en verwijderd worden;
De stilte, de gebedsroep, en de schijn
Der maan, die als een man met een lantaren
De laatste rondgang doet, en met zijn licht
Het donker oproept en de dood, het dicht-
worden van alles, het naar binnenstaren
Der dingen… en zijn hart was als een knaap,
Vallende biddend om geluk in slaap.

Kringloop (1912 - 1935)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:00 Reageer op dit bericht

franctireurs

Een gedicht van Adgar du Perron 1899-1940

DE FRANCTIREURS

Geen Pennewip met brilende argus-ogen
hebben wij ooit één regel toegedacht.
Geen jongedames, die beheerst en zacht,
als door een rietje, van de lettren zogen.

Geen kenners die, waar zij nooit jokken mogen,
trouw prijzen wat vertrouwd is, langgeacht.
Geen vakmanswijsheid hebben wij betracht,
geen boekwinkeltriomfen overwogen.

Geen koster, hoe genaamd, hoe bijgepompt,
maakt onze maag afkerig van 't gekruide.

Geen levensles, geen preek, hoezeer vermomd,
geen etika kan iéts voor ons beduiden.

De poëzie blijft, naakt en ongekromd,
Een tijdverdrijf voor enkle fijne luiden.

Parlando. Verzamelde gedichten. Rijswijk.(1941)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:09 Reageer op dit bericht

poezie

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Poëzie

De Poëzie zit in de geest. Voor hem
Die aan wat is niets van het zijne toe kan voegen,
Is heel de wereld dof en zonder stem;
Hij moet zich met haar proza vergenoegen.

Nog eens winterloof en Dennenaalden (1892)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:21 Reageer op dit bericht

vrouw

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Slapende vrouw

De onrust en de lichtbewogen
ontvanklijkheid van hare trekken
zijn weggewist en overtogen
door maanlicht, dat in zachte plekken

gestort ligt over kruin en peluw -
en dekens die haar slaap bedekken
welven het maanlicht tot een landschap,
een keten die zijn tere bekkens

van zilverglans doet overstromen -
hoe lieflijk droomt het hoofd daarboven:
de mond, die vlinders niet zou wekken
is vaag geopend en de ogen

die overdag het leven vingen
liggen behoedzaam nu geloken
tussen de ijle zwarte veren
van wimpers en van wenkbrauwbogen.

Porta Nigra (1934)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:08 Reageer op dit bericht

wie

Een gedicht van Toon Tellegen

Wie dan leeft

Wie dan leeft zal omkijken
en denken dat wij zonder zorgen waren,
maar wij zijn niet zonder zorgen,
dat wij ons druk maakten om een dode mus,
maar wij maken ons niet druk om een dode mus,
maar om een levende, een levensgevaarlijke, een
dodelijke mus
en dat wij gelukkig waren
en niet beseften
hoe dood wij spoedig zouden zijn.

Toon Tellegen
Uit: Wie A Zegt,
Querido Amsterdam 2002.

Geschreven door Dora om 15:28 Reageer op dit bericht

brieven

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

BRIEVEN OP ZEE

Gelezen worden ze ontelbre malen,
Al was de inhoud haast vooruit geweten,
Van 't zelfde levensstof in alle talen
En op den duur tot op het woord versleten.

Toch weer ontvouwd, na 't eenzaam avondeten,
Des nachts op wacht, te kooi en na 't verhalen;
Voor hen die zoveel eenzaamheid verbeten
Is uit die letters leeftocht nog te halen.

Tussen lieve en liefhebbende steeds staat er
Van kroost, huis, dorp en eiland weer 't alleen
Bij trouw, geboorte en dood gevarieerd relaas.

Na tal van reizen is het of een waas
't Bekende aan land omhult, men is alleen
En hoort bij 't schip en houdt het met water.

Verzamelde gedichten. 's-Gravenhage-Rotterdam.(1961)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:13 Reageer op dit bericht

minnelied

Een gedicht van W.J. Zeggelaar 1811-1879

Minnelied

Engel op mijn levenspad,
Heel mijn rijkdom, lust en leven,
Die al 't heil in zich bevat,
Dat de wereld mij kan geven;
Moet ik zeggen hoe ik brand,
Wat mijn hoop is en mijn streven?
Heb ik dan vergeefs in 't zand
Honderd maal mijn wens geschreven?
Hoordet gij dan zang noch zucht?
Was dat alles zonder vrucht?
Lieve, zei mijn blik u niet,
Wat geen ander werd beleden?
Heeft uw oog nog niet bespied
De uiting van mijn tederheden?
Hoe ik op de beukenboom
Onze namen heb gesneden?
Wist gij eens, hoe 'k in de droom
Als uw ridder heb gestreden!
Hoe ik eens uw liefde en trouw
Als mijn enig doel beschouw.

Uw blonde zijden lokken,
Uw oogjes van azuur,
Uw kuiltjes in de wangen,
Uw zedige natuur;
Uw hagelwitte tanden,
Uw stemgeluid als glas,
Uw kleine, poezle handjes,
Uw woordjes op zijn pas.
Wat ik het meest moest roemen,
Want alles stemt mij teer...
Maar zag ik in uw hartje,
Dan wist ik zeker meer.

Ik heb zo veel geleden
Van 't edelst onbewust.
Gij kunt mij alles geven,
Mijn heil, mijn eer, mijn rust.
Ik reikhals naar mijn toekomst,
Ik leef in vrees en hoop;
Moest ik mijn leven laten -
Het was voor u te koop.
Laat mij niet langer zwoegen,
Mijn onrust moordt mij nu.
Ik zou 't wel haast besterven -
Geen leven zonder U!

De dichtwerken (1886)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:40 Reageer op dit bericht

pinnen

Boontje kwam om z'n loontje

Pinnen

 

Pinnen daar moet je

eigenlijk niet aan beginnen

Maar de banken konden

niets anders verzinnen

Zodat een mens zijn geld kan innen

Maar soms staan er mensen op wacht

Want die hebben dan gedacht

Ik zal eens een man overvallen

Maar die man was die kwallen

gelukkig te slim af

Hij had vroeger aan een vechtsport gedaan

En zo was het snel met de kwal gedaan!

Hij werd ingerekend en meegenomen

Nu kan hij eens in een cel dromen

Hoe en wanneer hij daar weer uit zal komen!

Voor mij mag het een tijdje duren

Want zulke dieven moeten hun straf bezuren!

 

 

 

Geschreven door Dora om 19:29 1 reactie Reageer op dit bericht

aan

Een gedicht van P.C. Hooft 1581-1647

AAN JOFFRe ANNE ROEMER VISSCHERS

Zo 't u, met diamant, lust op een glas te stippen:
't Is in de vlinderteelt. Het geestige gedrocht
Ziet of het lavenis aan sap van druiven zocht
En zit zo kuin, men zou het van de roemer knippen.
Neemt gij penseel of naald: daar worden kuil en klippen
Geschapen, bos en berg; en 't vochte veld bedocht
Met groene grassen, waar 't welvarend vee naar tocht.
Dat haalt zijn aâm, zo 't schijnt: en staat met gaande lippen.
Boetseert uw aardige hand, en maakt een mens van leem;
't Haalt bij Prometheus werk. Maar wen g' u in de veem
Der zanggodinnen vlijt; en woorden schoongeschreven,
Een redelijke ziel, met wakre zin instort:
Zo blijkt dat gij al 't geen, dat lijf of leven schort,
Van beids kunt geven; dan de dichte 't eeuwig leven.

Gedichten van P. C. Hooft, door P,. Leendertz. Wzn., 2e druk door F. A. Stoett.. Amsterdam. (1900)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:37 1 reactie Reageer op dit bericht

gezocht

Een gedicht naar aanleiding van allerlei
Maar gedreven door de hete brij is dat ik iets meer dichterlijk zei!

Gezocht

 

Ik heb even gezocht

Maar naar iets dat men heeft gewrocht

Met een denkwijze die zomaar even de weg wijzen

Waarnaar zullen zij wijzen?

Om in jezelf een dichter te laten rijzen

Ja, dichten gaat niet altijd vanzelf

Soms moeten mensen er lang over nadenken

Of dit of dat wel iets op papier wil schenken

Vandaag doe ik zelf maar wat

Want soms ben je moe

Van al dat andere gedoe

En misschien komen over

mijn gedichten wel een roe

Want we leven weer in de tijd van Sinterklaas

De giften vliegen weer de deur uit

Ja, als rood aan de macht is

Dan is het lied straks echt uit!

Er is geen haring meer of kuit

En vliegen overal mensen de laan uit

In plaats van eerst eens orde op zaken stellen

Gaan we met lichtzinnige voeten

het geld weggooien versnellen

En gedane toezeggingen nemen geen keer

En zo komen we verder met een

onbedachtzame vrouw op koude grond neer

Rood is haar kreet

En dat kost miljoenen bij de vleet!

 

 

 

Geschreven door Dora om 13:46 Reageer op dit bericht

armoe

Een gedicht van D.V. Coornhert 1522-1590

ONSCHULLDIGE ARMOE

De mens komt in gebrek buiten of met zijn schuld,
Onschuldig wordt er veel gebrekkig geboren,
Onschuldig hebben veel hun have verloren,
Wel hem, die zulks gedoogt met Job's loflijk geduld.
God geeft elk, wat best is, want hij met haaf vervult
De weken, die 't gebrek tot wanhoop zou bekoren,
en maakt arm de stoute, die naar lust zou sporen
en zijn God verachten als kemel hoog-gebult.

Zowel als de rijkdom komt armoe van Gode.
Die zendt, wat hij voorziet elk te zijn van node:
Zalig zijn die armen, die zich des niet en belgen,
Die 't onschuldig gebrek van Gods hand ontvangen,
En als bitter drank, met zeker verlangen
Naar 's gemoeds genezing, blijdelijk inzwelgen.

Nederlandsche dichters van de zestiende eeuw tot Jacques Perk. Verzameld door A. T. A. Heijting, 's -Gravenhage. (1911)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:25 Reageer op dit bericht

alleen

Een gedicht van Guido Gezelle

Gij badt op enen berg alleen

Gij badt op enen berg alleen,
en... Jesu, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden:
de wereld wil mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn ogen sla;
en arm als ik en is er geen,
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
O, leer mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Guido Gezelle
Uit: Verzameld dichtwerk, 1980

Geschreven door Dora om 13:26 Reageer op dit bericht

moorder

Een gedicht van Heiman Dullaert 1636-1684

DE BEKEERDE MOORDER

Die langs het aardrijk zworf om wat op buit te passen,
Wiens flukse wakkerheid de reizenden verried,
Heeft hier, dus vastgekneld, de volheid zelf bespied,
En komt het Hemelrijk tot roofgoed te verrassen.

Die diep in eenzaamheid de hand wies in de plassen
Van een verdoemend bloed, wordt hier, waar 't ieder ziet,
In 't zaligende bloed, dat Jezus vast vergiet,
Aan hand, aan lijf, aan ziel, van bloedschuld afgewassen.

Hij, in zijn moorderschap van schaduwen verplicht,
Wordt in 't geloof bedaagd van een genadelicht,
Terwijl zijn kwijnend oog 't natuurlijk licht gaat derven.

De Kruisnacht, door het recht de booswicht aangezeid,
Wordt de boetvaardige een dag van zaligheid:
Die dood was toen hij leefde, o! leeft hier in zijn sterven.

Gedichten, Amsterdam.(1719)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:26 Reageer op dit bericht

ik

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

Ik hou van je

Ik hou van je, ik hou van je,
en — lijk ik van je hou,
zo hield noch houdt noch houden kan
ooit man van enige vrouw.

Ik hou van je veel meer dan van
mijn goed en bloed en leven !
Ik hou van je en zou voor je
goed, bloed, en ziel ook, geven.

Ik hou van je, ik hou van je
en zou je kunnen laten...
Ik hou van je, ik hou van je,
en zou je kunnen haten !

Ik hou van je, ik hou van je
uit 's harten diepste noden!
Ik hou van je, ik hou van je...,
en zou je kunnen doden...

Zomervlammen (1922)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:44 Reageer op dit bericht

finis

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

Finis

Ik hoor een klagen, klagen immermeer,
zoet, droef, een klagen van mijn jonge lief,
die troosteloos is en treurt om hare jeugd,
ach, troosteloos.

‘Tot een groot lijden ben ik uitverkoren
en smart ligt, donker bloedend, midden in
de pracht van al mijn arme, jonge leven,
mijn jonge leven.’

Mijn liefste lieveling, weet gij dan niet,
dat ook mijn ziel omkomt in dood verlangen,
dat ook een lang verdriet klaagt door mijn dagen,
o, door mijn dagen.

Vroege gedichten

schrijver

Geschreven door Dora om 17:31 Reageer op dit bericht

plaatsen

Een gedicht naar aanleiding van een ontvangen vriendelijke mail!

Plaatsen 

Het plaatsen van een gedicht

Dat door een ander is gesticht

Daar heb ik diep respect voor

En ik wil het gedachtegoed ook niet stelen, hoor!

Het is altijd weer verbazend

Dat ieders inspiratie weer anders is

En als ik het heb geplaatst wat niet

wenselijk is door de dichter

Dan bied ik hierbij mijn excuus aan

Ik wil en zal ook nooit met

een ander z’n veren pronken

Vandaar dat ik ook ieders naam benoem

Ik geef naar mijn idee juist zo'n gedicht een zoen!

Een andere keer kreeg ik het wel

eens anders voorgeschoteld

Ook dat ik het idee kreeg

Dat die ander er blij mee was

Maar nogmaals sorry

En denk niet potdorie

Is dat mens soms aangebrand?

Want dat ben ik niet zo snel

Want ga je heel je leven vaak door een hel

Dan relativeer je heel snel!

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

adel

Een gedicht van Victor a de la Montagne 1854-1915

Adel

Zij eisen van ons, — want zij dragen een naam,
in 's lands kronijken van grote faam, —
dat we zinken voor hen op de knieen;
verwonderen doet hun ons spotgelach ,
ze dragen — ontwetend — hun naam van gezag,
als een ezel... relikwieên.

Gedichten (1913)

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten