Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Een gedicht van P.J. Heije 1809-1876

ONDER DE SNEEUW

De witte vlokken stuiven,
Die 't veld met dons bekleen;
Geen grasje of geen spruitje
Dringt weer door 't dekkleed heen:
Maar 't groeit, hoe diep bedolven,
Toch fris en krachtig voort,
Tot het, o Lente! uw stemme
Weer suizend fluistren hoort.


Laat de Ouderdom de lokken
Met rijm en sneeuw belaan,
De Liefde blijft er groeien
In vrome Jeugd ontstaan:
In stramme borst besloten,
Nauw merkbaar voor het oog,
Toeft zij op schoner Lente
En Bloeitijd — hier omhoog!

Door velden en dreven

schrijver

Geschreven door Dora om 19:17 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

eerde

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

De eerde doomt

De eerde doomt, de biezen leken
van de vroege morgenbrand,
die, in 't Oosten opgesteken,
bijt in 't baardig weideland.
Grauw is 't over nacht gevrozen ;
over dag, van 's morgens vroeg,
viert en vonkt het zonneblozen
fel, maar nog niet fel genoeg,
om het koele graf te ontsluiten,
waarin 't zaad geborgen ligt,
wachtende, om opnieuw te spruiten,
Lente, naar uw zonnelicht.


-------------------------------------
doom: damp, mist, nevel

schrijver

Geschreven door Dora om 19:30 Reageer op dit bericht

vredig

Een gedicht van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk 1869-1952

Hoe vredig is het sterve in de natuur

Hoe vredig is het sterve in de natuur.
Het blad valt af, roest op de stille aarde,
vergaat en krijgt in 't vergaan nieuwe waarde:
elk wezen weet zijn tijd en beidt zijn uur.

En altoos is, tussen de tijd van sterven
en het opkomen van een nieuw geslacht,
een verbeiding, iets als een stille wacht
op de anders zo drukke en volle werven.

Dit geeft een rustige bezonkenheid
aan 't leven der natuur in deze streken:
stilte omhangt wat is bezweke' en
een nieuw geslacht wordt stil verbeid.

Maar in de mensenwereld krielen
dooreen, dat wat opkomt en dat wat vergaat.
Vreeslijk is dit: stank van ontbinding staat
zwaar rondom jonge, argeloze zielen.

In een kerkhof van uitgeleefde vormen,
tussen de zerken van misdaad en schuld,
in 't hels geraas, dat alle poriën vult,
moet jeugd opbouwen hare nieuwe normen.

Tusschen tijd en eeuwigheid (1934)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:09 Reageer op dit bericht

de bedelaar

Een gedicht Omer Karel de Laey 1876-1909

De bedelaar

Vóór de kerke, met 'n lange
paternoster in z'n hand,
is 'n blinde bedelaar ge-
zeten, op 'n hoopje zand.

Z'n gekrulde grijze lokken
vlotten lijk gezwingeld vlas,
uit z'n mutse neder, op de
krage van z'n winterjas.

Langs hem, ligt 'n waterhond te
Slapen, die van tijd tot tijd
wakker schiet en met z'n witte
tanden, naar de vlooien bijt.

De ogen van de blinde, in hunne
diepe holten, hangen stil
en verdoofd gelijk de glazen
van 'n natbedoomde bril.

Halve dagen blijft hij daar gezeten
lijk 'n wassen beeld
en hij luistert naar de wind, die
met z'n grijze lokken speelt.

En de Winter, die de koude
grimmig uit het Oosten zendt,
rimpelt 't grauwe vel van z'n verdroogde
kop, lijk perkament.

Van te lande (1903)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:19 Reageer op dit bericht

dooi

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

DOOI

Zoals bij 't sneeuwen
die vlokken vervaard
weiger en trage
vallen op aard,
zo moeten alle
gedachten van ons
van uit hun hemel
van dromen en dons
dalen op aarde
waar alles dooit
wat sneeuwwit en droomrig
de dingen vermooit.

Droef is de dooi
maar als uitgeblomd
gesmolten bloeisel
gefilterd komt
na duistere reizen
door wijze grond
kristal is voor de ogen,
wijn voor de mond,
muziek voor de luisteraar,
drank voor de plant,
dan leer ik de lesse,
van dooi in 't verstand.

Dooi die de vlokken
tot wateren wijdt,
dooi, die ons wanen
tot werken gedijt,
spaar niet de dwepers
die midden 't geweld
vrezen dat God
hun gedroomsel smelt.
Geef ons klaar water
dat vloeiend verreint,
door smarten gefilterd
naar de harten fonteint.

Schaduw (1928)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:37 Reageer op dit bericht

kraaien

Een gedicht van Marie Metz-Koning 1868-1926

Kraaien

Heisa! de kraaien in de winter-takken!
Nog trillert echo van hun schrille snaters:
Wat zitten ze daar stil, die donkre saters,
Die sombre spotters in hun zwarte pakken.

Zie, hoe bedaard die straks nog schelle praters
Lijk kleine klompjes tegen 't luchtgrijs plakken.
Heisa! daar gaan ze weer: de twijgen krakken!
De dag barst open van hun rauwe schaters!

Een donder-wolk van vlugge vogel-vlokken
Die kraaiend zeilen door de dompe luchten:
Eén lijn uit, of ze elkaar met grappen lokken,
Eén lijn uit, of ze speels elkaar ontvluchten,
Tot, plots, ze zitten, en de bomen zuchten
En schudden klagend hun bemoste knokken.

schrijver

Geschreven door Dora om 14:50 Reageer op dit bericht

Judith

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Judith

Toen Judith Holofernes' donker hoofd
Zag in de tent op 't gouden praalbed stil,
Heeft zij, vóor dat de rode lippen kil
En 't oog van laatste leef-glans was beroofd,
Haar lippen op des Veldheers mond gedrukt,
Veilig bezittend wie zij 't leven nam,
Drinkend de siddring, die 't van vreugd verrukt
Begerig mannen-lijf ontstijgen kwam.
Zij bond het hoofd, na dit moment van vreugd,
In bonte doek, sprak: ‘Ere zij de Heer’
En gaf het der slavin, die 't steêwaart bracht.
Toen sloegen de Hebreeërs 't ordloos heir,
't Hoofd hing te pronk, Judith in pracht van jeugd
Had Holofernes lief, haar moord veracht.

Natuur en Leven (1900)

schrijver

Geschreven door Dora om 13:40 Reageer op dit bericht

Hollands

Een gedicht van G.W. Lovendaal 1847-1939

Hollands

Wat mengelmoes van talen mag
Aan d'Amstel zich vermeien!
O Stad, waar 't hart van Holland lag,
Waar Vondel zong zijn reien!
Maison de Dit, Café au Dat
Hôtel de... wat?... Hollande!
Maar ben 'k hier in zijn land, zijn stad,
Zijn Amsterdam? - 't is schande.
O! Hollands, Hollands klinkt niet fijn;
't Moet Frans of Duits of Engels zijn.

Daarom gebeiteld op je fries:
Maison de marchandises
En Jozef Levertraan et fils
Gemaald op je marquises;
O-jest, jawohlt en parlevinkt,
Roept: kelner, demoiselle!
Zorgt, dat er vreemde rimram klinkt
En aait je clientèle.
Want Hollands, Hollands klinkt niet fijn;
't Moet Frans of Duits of Engels zijn.

't Heet broderie, - boulangerie, -
Lunchroom, - costumière, -
Zum Dit, zum Dat - tapisserie, -
Carosserie - parterre;
't Is special, exquis, solied;
Dat trekt en 't is probabel,
Al ken je je eigen moerstaal niet,
Het klinkt toch fashionable.
Want Hollands, Hollands klinkt niet fijn;
't Moet Frans of Duits of Engels zijn.

Liegt eigen vrucht als vreemd; - 't is naar,
Maar geeft een goed recetje, -
En plakt op eigen werk en waar
Een Engels etiquetje.
Herdoopt in jam je vruchtendril
En 't wordt als jam geprezen;
Dat is het wat dom Holland wil:
't Moet uit de vreemde wezen.
Want Hollands, Hollands klinkt niet fijn;
't Moet Frans of Duits of Engels zijn.

Dat krult op spiegelruit en deur
Bargoens uit alle talen:
Marchand tailleur, coiffeur, coupeur,
Hier houdt men commensalen...
Zo snorkt de poespas huis aan huis,
- Blageur heb 'k niet gevonden! -
Je bent in eigen huis niet thuis
En, Holland, dat is zonde.
Weet, Hollands, Hollands klinkt niet fijn
In oren, die verbasterd zijn.

Neerlandia jaargang 13 (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:24 Reageer op dit bericht

logica

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903
 

Jan logica

Jan lag te slapen in zijn wagen. Schelmen komen
En spannen Blesje uit, en tijgen op de rit.
Ten laatste, Jan ontwaakt. „Hoe?" roept hij uit: "Wat's dit?
Van tweeën een: men heeft mijn paard mij afgenomen ,
Of ik nam, in mijn slaap, een wagen in bezit."

Madelieven (1869)

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

's morgens

Een gedicht van hendrika van Tussenbroek 1864-1935

's Morgens vroeg

Word wakker, 't zonnetje is al op
Word wakker, 't zonnetje is al op,
De bloemen kijken uit hun knop.
De vlugge leeuwerik zingt al lang,
De zwaluw sjilpt haar morgenzang.
Word wakker, word wakker, word wakker;
Word wakker, word wakker, word wakker.

Het duifje strijkt zijn veertjes glad,
En trippelt vrolijk over 't pad.
De haan kraait voor de tweede keer,
't Is alles buiten in de weer.
Word wakker, word wakker, word wakker;
Word wakker, word wakker, word wakker.

schrijver

Geschreven door Dora om 16:35 Reageer op dit bericht

kunst

Zomaar wat dichterlijk getokkel...

Kunst

 

Dichterlijke kunst

De kunst is er regelmatig

En het kunstwerk is soms matig

Maar ook niet overmatig

Het heeft zijn grenzen

Maar het kan soms elke

dag letters plenzen

Je leest deze kunst

Terwijl je luncht

Wat heerlijk die

dichterlijke kunst

Het smaakt naar meer

Daarom schrijft een

mens keer op keer

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 10:03 Reageer op dit bericht

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954

Een droom uit het zuiden

(Het lied van een zieltje dat wijsjes zong, tot het de liefde leerde.)


Daar was een rozentuintje,
Zo fris en morgen-jong,
De Meiwind roerde elk kruintje
En 't wufte bijtje zong.

De Meizon vleide een kleurtje
Om àl de roosjes heen,
Waar menig teder geurtje
Uit wolkte en stil verdween.

De kleur'ge vlindervluchtjes
Omrilden tak en bloem,
Zij neurden korte zuchtjes
Van een geheime roem.

En rose en witte blaadjes
Die daalden traag en zacht,
En sierden blanke paadjes
Met schoonheid zonder pracht.

Daar liep een heel klein meisje,
In zilver-wit gekleed,
Zij speelde een fluitewijsje
Van vreugde en dàn van leed.

Een nauw bewegend kindje,
't Leek blijde en heel tevree,
Heur haar in 't murmlend windje
Woei met de geurtjes mee.

Zij was een room-bleek beeldje,
Haar zoet gebaar ging broos
Als een beminnend streeltje
Rondom de rijpste roos.

Die legde ze in een bedje
Van blaadjes, wit en kuis,
Toen zweefde 't luchtig tredje
Weer naar heur lichte huis.

Haar kleine fluiteliedjes
Vergat zij gans en al,
Haar lachen en verdrietjes
In morge' en avondval.

Daar stond het rozentuintje
Weer zwijgend en alleen,
De Meiwind roerde elk kruintje,
De Meizon lonkte en scheen.

En heel het blonde daagje
Vergleed en glom zo teer,
Geen lachje en geen klaagje
Omzong de rozen meer.

Worstelingen (1910)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:54 Reageer op dit bericht

eik

Een gedicht van René de Clerq 1877-1932

HOORT GIJ DE EIK?

Hoort gij de eik, o blode bomen?
Hij ruist daar, zwaar en zwart!
Hij droomt zijn donkere dromen,
de boom van mijn hart!

Zijn stam is rond, zijn kruin nog ronder,
zijn schors is ruw en hard.
Hij plooit noch boven noch onder,
de boom van mijn hart!

Waai stout, mijn eik, alover 't blode,
uw hoge vreugd en smart,
gij levende onder de dode,
gij, boom van mijn hart!

Het ruist te nacht door mijne ziele,
wanneer gij zingt en sart.
Val op mijn hoofd als ik kniele,
o boom van mijn hart!

schrijver

Geschreven door Dora om 13:09 1 reactie Reageer op dit bericht

stilte

Een gedicht van Hendrik Jan Schimmel 1823-1906

Als 't uit de stilte spreekt!

Wat stemmen opgaand van rondom!
De Zelfzucht eist en grauwt,
De Wanhoop schreeuwt de Hope stom
En verft de jonkheid oud.
Zich zelv' vergeten 't hoogste doel!
Een nu dat 't gister wreekt....!
Hoor toe, ver van het slaggewoel,
‘Als 't uit de stilte spreekt!’

Wat bede om zieke- en stervensspond,
Wat beet in brein en hart,
Wat kreet bij nieuw geslagen wond,
Wat snik van oude smart:
Herinring van een laatste groet
En van een oog dat breekt....!
Hoor toe - ge ontvangt licht troost en moed -
‘Als 't uit de stilte spreekt!’

De Gids (1889)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:06 Reageer op dit bericht

mist

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

In de mist

De zon wordt onverbeeldbaar schoon
Boven de mist die houdt omhangen
Der wereld windestille woon
In dit vertederd dagenlang verlangen.

Weer blankt de boskamp, een besloten zaal,
Een witte kamer die de bruid verwacht,
In smetteloze glanzeloze praal
Op uit de zwarte nacht.

't Berijpte hout van alle kanten
In gaasgeplooide wand verscholen
Reikt diepe tuilen van chrysanten,
Asters en gladiolen.

Daar daalt langs wolkentreê uit hoge toren
Van naakte voetjes luideloze tred:
Leden omsluierd overgloren
Het sneeuwen statiebed.

Vergeten liedjes (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 15:11 Reageer op dit bericht

bijl

Een gedicht van Pieter van Woensel 1747-1808
De bijl

Die ’t vatten kan, die vatt’ de kneep.

De Bijl (wie weet hoe lang geleden!)
Nog zonder steel, kwam ’t bos intreden,
En keek onnozel als een Lam,
En groette zelfs de kleinste stam;
Sprak voorts eerbiedig tot de bomen,
D’Eerste in rang: Ik ben gekomen,
O Eedle stammen, die uw kruin
Verheft tot boven berg en duin,
Om iets gerings u af te smeken!
’k Verzoek voor mij te mogen breken
Van ’t kleine hout, dat u niet deert,
Een steeltje, dat mij slechts mankeert;
En zonder ’t welk mij staat te vrezen
Dat ’k ganselijk onnut zal wezen
Aan u, geëerde Maatschappij,
Waaraan ik al mijn zorgen wei’.’
De Bomen straks aan ’t overleggen,
Wat antwoord aan de Bijl te zeggen.
Een enkle Boom slechts hier en daar
Begreep maar enigszins ’t gevaar,
’t Welk hun alle stond te vrezen,
Werd aan de Bijl een steel gewezen! -
Het antwoord was, om kort te gaan,
De Bijl ’t verzochte toe te staan. -
Deez’ had zodra geen Steel bekomen,
Of sprak aldus: ‘Gij grote Bomen,
Gij trotse, werpt u voor mij neer!
Erken in mij uw Vorst en Heer.
En stel u niet in ’t minst daartegen;
De macht die ’k wettig heb verkregen
Eist eerbied, duldt geen trots bestaan,
Elk uwer is mijn onderdaan. -
Die taal deed al de Bomen schrikken;
Maar niemand durfde een woord te kikken:
Want die zich ’t spreken onderwond,
Werd neergehakt, hoe vast hij stond.
Die dit beseft, zal zeker beven,
Om aan de Bijl een Steel te geven.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:09 Reageer op dit bericht

zwerver

Een gedicht van Johan Danser 1893-1920

De zwerver

‘Gevloden zijn de dromen eens bemind,
Verdord de wondre bloemen der gedachten,
De lach der dagen en de lust der nachten
Zij zijn verwaaid als klanken op de wind.

Ik vraag niet meer, mij kan geen vreugd meer wachten
Mijn lijf is wond, mijn ogen zijn verblind, -
Ik dwaal nu tot mijn leed de vrede vindt
Wiens teêre streling alles zal verzachten.

Mijn peinzen zwijgt, - heb ik dan niets gewonnen
Bij 't rustloos zwerven langs des levens kusten
Dat niet verbrak, dat niet tot niets verging?

En in mijn ziel waar zoveel smarten bronnen
Rijst zacht geluid, een stem van stil berusten: -
Toch, één ding bleef: de schone erinnering.’

schrijver

Geschreven door Dora om 16:40 Reageer op dit bericht

nieuwsgierigheid

Een gedicht van Johannes Klinker 1764-1845

De gestrafte nieuwsgierigheid.

Laat de Wijsgeer ons verachten,
Daar hij schimpend op ons ziet;
En zich boven ons verheffen!
Kloë! och, ontrust u niet.

Zaagt gij wel, toen we uit dat bosje
Gistren kwamen - hoe hij mij
Met een nijdig oog begluurde?...
Maar ik liep hem trots voorbij.
'k Geef hem vrijheid om te gissen,
Wat hij wil, uit ons gelaat;
'k Wed, dat hij uit twintig keren
Nog niet eens de waarheid raadt.

Ja - onze ogen stonden kwijnend;
't Haar hing achtloos golvend neer;
Uw gelaat - was als de rozen
In het zoele zomerweer.
'k Hield mijn arm om u geslagen;
En als 'k u een lonkje gaf -
Wendde gij somtijds uwe ogen
Met een lachje van mij af. -

Ja - dit zag hij. Maar verbeeldt ge u
Dat hij alles weet? - ô Neen!
Uit uwe ogen iets te lezen....
Dat geheim weet ik alleen.
Hij benijdt mij een genoegen
Dat hij nooit beseffen kan.
Hoe toch zou hij het dan gissen?
Lieve Kloë, troost u dan! -

ô Die toestand, als de liefde
Zelfs voor ons een raadsel wordt,
Als ze ons uit haar hevigste onrust
In de schoot der kalmte stort -
Als in vluchtige ogenblikken
Zich het hoogst gevoel verliest

In die onbeschrijfbre stemming
Die ons beider hart verkiest
Boven 't bruisen van de driften....
Kloë.... denkt gij dat die staat
Een verbeelding treft, die ophoudt
Als 't verstand niet verder gaat? -

Kon hij ons alleen verachten,
In zijn' hoogre kring verblijd! -
Maar wij zien het, hoe hij, schimpend,
Tandenknarzend, ons benijdt.

Waarom kwam hij zich ontrusten
En - zich tergend - ons bespiên?
ô Hoe wreed waar' niet zijn lijden,
Zo hij alles had gezien!....

Kloë, laat hij ons verachten,
Daar hij schimpend op ons ziet!
Zich verr' boven ons verheffen!
Waarlijk.... ik benij' hem niet.

1786.

schrijver

Geschreven door Dora om 16:04 Reageer op dit bericht

duif

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

Noach's duif

Ik rustte in 't holle van een golf, ik plooide
Mijn vleugels en ik deinde: ik wist niet meer
Bewoog ik mee omhoog of mee omneer
En of mij links of rechts mijn schomling gooide.

Er was gedroppel dat zich op mij strooide,
Er was een hemel en een hemels weer,
En ik genoot en leefde in iedre veer,
Verheugd omdat zo schoon heelal mij kooide.

Toch wiekte ik traag en wendde en naar mijn ark
Richtte ik de koers: van boom op hoge heuvel
Plukte ik een twijg en gaf me aan 't venster in.

En mensen, beesten, met vervreugden zin,
Haastten weer uit met mij naar 't vorig euvel:
Het godverlaten, schendig aardepark.

Het blank heelal (1908)

schrijver

Geschreven door Dora om 14:36 Reageer op dit bericht

vriend

Een gedicht van Jan Frederik Helmers 1767-1813

AAN MIJNE VRIEND GERRIT JOAN MEIJER.

Bij al 't plundren, bij 't vernielen,
Bij het weiden van het zwaard,
Bij de duizenden die vielen
Door de dwingeland der aard',
Wiens gevloekte vuist niets spaart —

In dees hartverpletbre dagen,
Waar geen bloempje bloost aan 't blad,
En, in plaats der rozenvlagen,
Weemlend langs het bruiloftspad,
Merg en bloed de weg bespat —

Voegen zich bij éne stander,
In deez' algemene brand,
Alle braven bij elkander,
Vloekende d'uitheemse band
Op het puin van 't vaderland.

Die eenstemmigheid van denken
Hecht de zielen aan elkaar;
Kan in 't wee ons wellust schenken,
En verbindt een vriendenschaar
In de afgrond van 't gevaar.

Hechter wordt die band gesloten,
Als der wetenschappen gloed
Ombruist door 't ontvlamd gemoed,
Brave land- en kunstgenoten
Met dezelfde zielspijs voedt:
o! Die band verbindt als 't bloed!

Dierbre Meijer! deze banden
Strenglen zich om onze ziel;
Want gij brengt uwe offerhanden
(Wat 's lands dwingland ook verniel')
Aan de God, voor wie ik kniel.

Mocht ge, als ik niet meer zal wezen,
't Stille graf mijne as bewaart,
Eenmaal nog dees lettren lezen,
Zeggen: "Druk hem zacht, o aard'!
Helmers was mijn vriendschap waard'!"



Oktober, 1812.

Nalezing der gedichten (1815)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:38 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten