Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

destem

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

De stem van Vincent

Laat ons de blaren
van alle leed vergaren.
De aarde, ook vermoeid,
heeft nooit dode
blaren gedragen.
De aarde wondt
om, in de driedagestond,
te laten herrijzen
onder de loodzware kus van de liefde.

En is die kus weerom licht leed,
leed, dat alles is, - Ik ben Die is, -
o, laat deze zoen niet verloren gaan
want elke zoen is gloên van goed.

Nooit wassen dode vruchten
aan de bomen.
De pijnen snikken eeuwig
en laten hun lange tranen als vingers vallen.
Weet dit, mijn zoon: wanneer alle leed leven wordt,
houdt op het leven leed te zijn.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:13 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

mietje

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Mietje

’t Meiske, met zijn’ teele melk,
op zijn blote voetjes,

lang, gelijk nen terruwstelk,
zoetjes, zoetjes, zoetjes

terdt het voort, en anders niet
als zijn teele melk en ziet’t.

’t Meiske hoorde: „Goedendag!”
zeggen, zoetjes, zoetjes:
„Mietje!” ’t Meiske ommezag...
op zijn blote voetjes
viel de melk en, vol verdriet,
wie dat ’t was en wist het niet.

Meiske, meiske, meiske snel,
op uw blote voetjes,
melk aan ’t dragen, wacht u wel:
zoetjes, zoetjes, zoetjes,
mijdt u, meiske, en hoort gij iet,
vóór u, maar niet omme en ziet!

---------------------------------------

Teele: teil
Terruwstelk: tarwestengel.
Terdt: treedt

schrijver

Geschreven door Dora om 14:29 Reageer op dit bericht

zalig

Een gedicht van D.V. Coornhert 1522-1590

ZALIG LEEFT HIJ BIJ DE MENSEN

Zalig leeft hij bij de mensen
Die met herte God betrouwt,
Diens verkiezen, wil noch wensen
Niet en zoekt dat na berouwt,
Maar hert en wil gelaten houdt
En volgt de wil des Heren.
Dees lijdt
En mijdt.
Hij lijdt Gods daad
En mijdt het kwaad:
Dus mag hem hier geen onrust deren.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:34 Reageer op dit bericht

niet

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

NIET IEDEREEN KAN HEIDEN ZIJN

Niet iedereen kan heiden zijn.
Daartoe hoort kracht en moed;
een vast geloof in zon en wijn,
en blijde lust in ’t bloed.

Niet iedereen voelt zijn verlangst
voldaan op aardes schoot,
schrijdt door het leven zonder angst,
en zonder klacht ten dood.

De aardeling heeft aarde schier
Te moederlijk verwend.
De heiden leef zijn leven hier
in schoonheid tot het end.

De leeuwerik zingt van ’s ochtends vroeg.
De hemel, waar hij vliegt,
is hoog genoeg, is schoon genoeg.
Elk’ and’re hemel liegt.

Elk’ and’re hemel is een waan.
Alleen het luchtgewelf,
de diepten, waar de sterren staan,
bloeit heerlijk in mijzelf.

Geschreven door Dora om 22:10 Reageer op dit bericht

rouwzang

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Rouwzang

In 't zwartomfloersd vertrek, in zilvren nacht,
Op 't kleed van rouw het losgebonden haar,
Alleen met hem, voor hem, met schoon gebaar,
De weduw zong haar edele dodeklacht.

Kon zang hem wekken met zijn tovermacht?
Haar hand lag blank, een lelie, op de baar,
Waar sliep wie nóg behoorde alleen aan haar -
Voor 't huis drong volk, een meisje weende zacht.
 
In volle zaal, wen later, zong die vrouw,
Nog bleek van 't eenzaam dromen bij een graf,
Vroeg 't volk dat éne liefde- en smartelied.
 
Veel liedren zong zij, doch de zang van rouw,
Die ze, in dat uur, hem mee ten hemel gaf,
Die bleef van hem, die gaf zij vreemden niet.

Jonge weduwe I (De Gids 1926)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:46 Reageer op dit bericht

wandeling

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Wandeling zonder maan

De grote mensen zijn naar bed gegaan.
Mijn lieve kind, wij zouden kunnen lopen
om 't huis, door 't donker, maar het hek staat open,
de straat op, onder een lantaren blijven staan.

Wij zouden kunnen zoeken naar de maan,
die als een spelbreker opeens is weggekropen.
Dit licht volstaat? maar 't trekt muskieten aan!
Kom mee, een voorraad karamellen kopen.

Een grote voorraad, groot voor wel twee uren.
't Is lang, twee uren, kind. Zou ooit wel duren
een vreugde langer? 'k Stel de vraag met pijn.

Dit zoete smelten op de tong moet sussen
de brand van onze lippen, want wij zijn te klein,
nietwaar, kind? om elkaar, twee uren door, te kussen.

Parlando (1930)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:35 Reageer op dit bericht

zin

Een gedicht van D.V. Coornhert 1522-1590

GEESTELIJKE ZIN OP DE MUZIEKE

Als had de menigvuldige gedachten
Met alle 's mensen begeerlijke krachten
't Verstand gehoorzamen gelieke,
En reden dan de mate daar slaat
Met ene voorzichtige rijpe raad,
Waar vindt men lieflijker muzieke.

Als Heren, Vorsten, landen ende steden
Eendrachtelijk leven in goede vrede
En d'arme hem neret van de Rike.
Als d'overheid goede wetten geeft,
De gemeente dan in gehoorzaamheid leeft,
Waar vindt men lieflijker muzieke.

Als veel goei herten die 't kwade bedwingen
Eenmoedelijk Gode een lofzang zingen
En stichten elk met weldoens blike.
Zo dan haar meester de Wet des Heren,
Haar stemmen ineen doet accorderen,
Waar vindt men lieflijker muzieke.

Maar als Gods kindren door Jesum bevrijd
Eenmoedig God loven en prijzen altijd
Verenigd door des Geests practieke:
En zingen in der Liefden gilde
Met vreugde zonder maat in 't wilde
Men vindt geen lieflijker muzieke.

--------------------------------------
de oorspronkelijke tekst:

Gheestelyke zin opte Muzyke

[Op de wyze: O Koning van Vranckryck wel lieve Neve.]

Als al de menighvuldighe ghedachten
Met alle smenschen begheerlicke krachten
tVerstant ghehoorzamen ghelyke,
En reden dan de mate daar slaat
Met een voorzichtighen rypen raad
Waar vintmen Lieflicker muzyke.

Als Heren, Vorsten, landen ende steden
Eendrachtelick leven in ghoede vreden
En d'arme hem neret vanden Rycke.
Als d'overheyd ghoede Wetten gheeft
De ghemeynte dan in ghehoorzaamheyd leeft
Waar vintmen lieflicker muzyke.

Als veel ghoey herten die tquade bedwingen
Eenmoedelick Gode een lofzang zingen
En stichten elck met wel doens blyke.
Zo dan haar meester de Wet des heren,
Haar stemmen in een doet accorderen
Waar vintmen lieflicker Muzyke.

Maar als Goods kindren door Iesum ghevryt
Eenmoedigh God loven en pryzen altyd
Vereenicht door des Gheests practyke:
En zingen inder Liefden ghilde
Met vruechden zonder maat int wilde
Men vint gheen lieflicker Muzyke.

Lied-boeck (1575)

schrijver

Geschreven door Dora om 10:46 Reageer op dit bericht

de vaas

 

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

De vaas

Snijd van de struik de seringen
stel de bloemen in een aarden vaas
 
Zoals de aarden vaas draagt
glad juweel van geworden kennis
van zijn kleien oorsprong de herinnering
sluit gij met het laatste doen van uw handen uw verlangen
in de vereniging van de bloem met de aarden vaas

Gedichten (1935)

schrijver


 

 

 

 

Geschreven door Dora om 13:46 Reageer op dit bericht

zee

Een gedicht van G.W. Lovendaal 1847-1939

De zee en het land.

Ik houd van het wilde gewentel der zee;
Zij danst met de kiel, en mijn hart dat danst mee:
De kiel is met wakkere zeelui bemand -
En 'k droom van haar glorie, de roem van mijn land.

Ik houd van het dreunend gedaver der zee;
De zee zingt van strijd en mijn hart dat zingt mee:
Zij dondert haar loeiend hoera naar het strand -
En 'k droom van haar glorie, de roem van mijn land.

Mijn trots en mijn liefde behoren die twee;
Ik kan ze niet scheiden, mijn land en de zee.
Als moeder en kind zijn ze elkander verwant:
De glorie der zee is de roem van mijn land.

Frissche Wind.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:12 Reageer op dit bericht

meisje

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1916

Meisje voor het feest

't Eérst, in blij ongeduld, kwam ze af. Nog toeft geen gast
Ter zaal. Week daar de deur...? de bout schuurt langs de luiken
En 't uur kruipt traag. De dis beurt, glanzend in 't damast,

Zwaar zilver en zoet ooft; in donker-koele kruiken
En transparante fluit smilt 't welig coloriet
Der kaarsen, die hun vlam tot een goud hart ontpluiken.

Wéér spiedt ze 't uur, en wijlt en peinst of 't kleedje niet
Een sieraad mist; ze wikt, 't blond hoofdje schuins genegen,
Het spiegelbeeld, dat lacht en dan weer droom'rig ziet.

En 't wordt een speelse lust, hoe 't mondje, toegeregen,
Pruilt en weer lacht; hoe slank op maat van menuet
't Gestrikte schoentje treedt; hoe gracelijk van bewegen

Haar buiging valt, hoe hoofs haar groet is en koket.
Totdat ze plots'ling bloost om 't ijdel zelfbehagen
En zich aan hogeschouw héél zedig nederzet,

Een glimlach om de mond, de wimpers neergeslagen.

schrijver

Geschreven door Dora om 20:46 Reageer op dit bericht

regen

Een gedicht van Dop Bles 1883-1940

Het regent, het regent

Regen spet, regen spat
't zijn geen tranen, 't is geen wenen,
water, water dat vloeit henen
opgepast of je wordt nat -
regen sputtert, spettert, spat;
"ik heb nimmer lief gehad."

Vege zwermen, regenschermen
spreiden doods hun zwarte vlerken
over vreemde vormen uit,
niet van mensen, maar van zerken;
alle zerken togen uit,
zerken zonder kruis of bede
rust in vrede, rust besluit.
Zerken schuiven door de steden
zonder rede of geluid,
zerken die geen ziel beschermen,
zonder termen, zonder buit,
zoekend, zoekend slechts een dode
want een dode is van node,
slechts een dode, niets dan dat!
regen, regen, regen spat....
,,nimmer heb ik lief gehad."

Feller stralen, sneller dalen:
,,hoor nu, hoor: een jonge vrouwe
Ging hier ongeweten dood!
zij beminde, dorst vertrouwen
-minnen is de droefste nood. - ;
Maar haar dood zal hem niet baten
die verwaten, eerst vergoodt,
om dan dieper nog te haten,
zonder mate, al te snood!
doch wij zullen nu niet falen
en hem halen of zijn dood !"
- Regen is een veile bode
Ik beminde nooit die dode;
boze tongen zeggen dat,
't is de regen, die het spat:
nimmer heb ik liefgehad!

Regen spet, regen spat
het zijn tranen, het is wenen,
om een vrouwe die ging henen
om een vrouwe die aanbad
om een vrouw, die dorst vergoden
en haar stervend hart moest doden.
0, de regen roept haar schrei:
,,Nimmer leeft gij los van mij !"
Regen, hoor, de regen spat:
waarom, waarom lief gehad!

Parijsche verzen (1923)

 

Geschreven door Dora om 21:40 Reageer op dit bericht

orfeus

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

Orfeus

Had Orfeus niet Eurydice gedood
Door zelf te hunkren naar haar levende ogen,
Voor eeuwig had hij haar in ’t licht gevoerd.

Nu stond hij wenend waar zich de afgrond sloot
En had voorgoed zich aan zijn arm onttogen
Wie hij zo vast zich dacht aan ’t hart gesnoerd.

Nu bleef zijn hunkren als een open wond
En ’t lied van nederwaarts gericht verlangen
Zwaar en verzadigd als een boom die treurt,

Terwijl die Andre opnieuw de cirkling bond
Waaruit alleen de opvaart van zijn gezangen
Haar – voor hoe kort, helaas! – had losgescheurd.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:13 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Hadewijch 1225-1275

Liefdeslied


Al zijn het seizoen en de vogels triest,
toch kan de echte minnaar zich wijden
aan de liefde, gepaard met lijden:
Hij weet maar al te goed
-Zoet en wreed,
lief en leed-
wat de liefde met hem doet.

De trotsen, die daartoe neigen
om ongeremde liefde te bedrijven,
zullen op elke wijze
stout en moedig zijn,
en gerede ontvangen
de troost en de tegenslag,
die de liefde schenkt.

De liefde beleven is wonderlijk
voor wie haar kent en wordt bekoord,
omdat zij het alledaagse verstoord.
Hij kan het amper verduren
wie door liefde wordt geraakt:
Hij smaakt
vele onnoemelijke uren.

Somtijds heet, somtijds koud,
somtijds bang, somtijds boud;
Haar ongedurigheid is veelvuldig.
De liefde zadelt ons op
met schuldbesef
omdat zij de macht heeft
die ons beheerst.

Somtijds lief, somtijds leed,
somtijds ver, somtijds gereed;
Wie de liefde goed verstaat
weet maar al te goed
dat de liefde taant
en kan omslaan
in haat.

Somtijds geloofd, somtijds gehoond,
somtijds verborgen, somtijds getoond;
Eenieder die door de liefde wordt gelaafd
beleeft een groot avontuur,
als hij wordt gegrepen
en de smaak proeft
van de ware liefde.

Somtijds licht, somtijds zwaar,
somtijds donker, somtijds klaar;
In vrije hoop, in bedwongen vrees,
in nemen en in geven
moeten de zinnen,
die dolen in liefde,
hier altijd leven


schrijver

Geschreven door Dora om 19:39 Reageer op dit bericht

vrouwen

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

De vrouwen die ik heb gekend

De vrouwen die ik heb gekend
zijn mij voorbij-getreden
als zwaarden, in vaste vuist geklemd,
die bevriezende sneeuw door-sneden.

Hun hoop, hun schoonheid en hun schroom
bleef in mijn oog geschreven;...
- maar groeide er ooit tot in de boom
wat werd in bast gedreven?

Zo draag 'k, - mijn eigen vreugde wáard -
in naderend minnens-duister,
mijn ongenaakbare min, bewaard
onder scheuren-schone kluister.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:36 Reageer op dit bericht

jaloezie

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Jaloezie

Laat mij de angel van 't venijn,
door argwaan in uw hart gedreven
uittrekken, en een felle pijn
de aanvang zijn van het genezen.
en laat ons langs het steil ravijn
opnieuw de oude weg betreden
die ons terugvoert naar het huis,
dat in de duisternis beneden
nog aan de voet der heuvel ligt;
waar gij zo eenzaam hebt gestreden,
toen leed de liefde had ontwricht;
laat uitgeroeid zijn het verleden
en uw gelaat weer zacht verlicht

schrijver

Geschreven door Dora om 14:08 1 reactie Reageer op dit bericht

turen

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Ik kan uren zitten turen

Voor J. Reddingius.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar het wiss'lend zilv're spel
Van de stippen,
Die er glippen

Over 't water bij de wel.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar 't krioelen door het mos
Van de diertjes
En de miertjes

In het boom-gekroonde bos.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar het grillig twijggewoel,
Dat zich spiegelt
En zich wiegelt

In een zonnig-eff'ne poel.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar der wolken hopge drom,
Statig zeilend,
Of verwijlend

Aan de helle hemeldom.

Ik kan uren
Zitten turen

Naar de vochte maneschim,
Mat vergloeiend,
Zacht vervloeiend,

Dalend, dalend naar de kim.

Grdichten

schrijver

Geschreven door Dora om 16:34 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

Het dansende meisje

Alleen met de overschenen wemeling der golven,
met die langdeinende bewogenheid alleen,
onder de volte van het middaglicht bedolven,
en met de bodemloze ruimte over zich heen. -

met de onafzienbaarheid alleen, die van haar voeten
tot aan de horizon onrustig is en glanst,
en met de wind alleen, en met de wolkenstoeten
rondom haar aan de lucht, - is ze onbedekt en danst

Voorzichtig, als om eerst de bodem te beproeven,
betast zij met de voet het pas ontblote strand,
de rimpels, hard en smal, die er de golven groeven,
en de weerbarstigheid van het nog vochtig zand.

Dan, in de wijde zee der eenzaamheid gedoken, -
de zilte lucht haar als een koelte om het gezicht, -
aanvaardt zij het gebaar, dat in haar is ontloken,
en ze offert zich de wind, de hemel en het licht.

Zij danst, - en zij beweegt, van zonlicht overgoten,
zich telkens dieper in het ziedend water, dat
haar gretig in zijn wilde omvatting houdt gesloten,
haar om de lenden spoelt, haar om de borsten spat.

Zij danst. - Over de zee, het ledig strand, de toren,
staat in zijn hoge rust de middag uitgespreid.
En voor dit roerloze uur, in haar geluk verloren,
is zij alleen en danst, - onder de oneindigheid.

Verschijningen (1924)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:34 Reageer op dit bericht

herfst

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

HERFST

Weer buitlen wij de donkre dagen binnen
Als winter alle licht verholen houdt,
Nu herfst haar wanden heft van louter goud,
Die schragen 't donkrend welfsel en de tinnen

Des tempels, waar z'haar nachtdienst gaat beginnen,
Waarop, daar elk de luchter brandend houdt,
Door duizend duizenden wordt neer-geschouwd,
Die sidderende tuigen van hun minnen.

Ter nacht lokt de Avond met haar gouden schijnen,
Ten winter Herfst met gouden kleuren-pracht.

Elk doet voor ons haar zwart een tempel schijnen,
Waarin een godheid onze aanbidding wacht.

Zó, tintend 't Voor en 't Na met wondre verven,
Wijdt Tijd geheimnisvol 't ons naadrend sterven.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:03 Reageer op dit bericht

school

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

Op school

Eentonig bromt de stem der lerares.
Het woelig meisje wendt zich om en gluurt
naar gindse tuin, waar 't bieke honig puurt
en zomerzonne blinkt op bloem en bes.

Op de enge schoolbank zwiert de blonde tres.
Hoe vaak heeft niet haar blik zich blind getuurd
naar 't strookje blauw - de hof is hoog ommuurd -!
- ‘Die blijde vogels! hen kwelt boek noch les!’

Daar klinkt haar naam: ‘Aan 't cijferbord!’ Zij richt
zich op en wankelt, blozend en verward.
Heen is de droom! haar wekt verzuimde plicht.

Hoe, duizlig van getallen, wit op zwart,
zij onder 't wicht van al die blikken zwicht,
door 't giechlend koor der meisjes moegesard.

schrijver

Geschreven door Dora om 10:22 Reageer op dit bericht

epicureus

Een gedicht van Albert Verwey 1865-1936

Mephistopheles Epicureus

Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet: -
Hij eet van 't leven al wat lekkers smaakt,
En proeft van ál zijn passies: zijn mond raakt
Iedere vrucht, die iedre hand hem biedt.

Hij zoekt in dronkenschap een droom, die vliedt,
In 't leven, - tot hij, moede en koud, ontwaakt,
Naakt en gebroken: op zijn lippen smaakt
Des levens droesem bitter als verdriet.

En dan noemt hij de wijn, die vreugde geeft -
Zijn passie - zonde, en nuchterzijn zijn deugd,
Daar hij zich dwaas dronk in een mooie droom,

En in het leven schijn zocht, die niet leeft.
Hij vleit zich met de erinn'ring zijner vreugd,
Maar durft geen appel proeven zonder schroom.

Pershepone en andere gedichten (1885)

schrijver

Geschreven door Dora om 12:55 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten