Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

seneca

Een gedicht van Omer Karel de Laey 1876-1909

Concordet sermo cum vita

Seneca


Zij hebben 't schone woord van oudsher aangebeden,
mijn vriend, en wisten met de trage zoetvijl
hun taal te ronden als een puikjuweel;
de deining grootser klanken siddert door hun lucht
en wentelt open langs den schemerige einder;
te middernacht ontsteken zij een vierwerk,
dat knallend al de daken van de stad verlicht
en op de markt des levens staat 't kijkgrage volk
te turen naar de gulden zijpelregen
en monkelt van voldaanheid;

hun krijgsbazuinen schaatren in 't verschiet
en 't verre trippeltrappen van de ruiterij
klabettert over de besteende wegen;
de wrok beklemt te wijlen hunne kelen
en driftig tieren zij hem uit;
zij toeven onder 't machtig walgewelf,
dat ieders pratte kreten verzesvoudigt
en wen zij juichen komt terstond de zege,
gevleugeld als een bode Gods
en wen zij zuchten springen keer op keer
de zilte tranen tussen uwe lome wimpers.

O! laat u niet verschalken door die weelde,
mijn vriend; de pauw stelt in de zonnegloed
de bontste zijde van zijn waaiersteert te pronk
en binst de winderige oogstmaand ritslen
de loze haverbellen evenals de volle;
bekreun u om geen ieftegroen,
dat klautert langs de takken van een dode boom;
het schone woord is niets - 't oprechte leven alles;

de stralen van de schitterlogen
verbluffen wel, doch brengen koude aan huis:
uw zeggen weze milder dan
de morgendauw des hemels;
uw denken zij ruimschotig
en spannend als de regenboog,
indien de houwe trouw
niet nestelt, diep in 't diepste van uw boezem,
ge zijt een veinzer, ge blanket uw vuigheid.

----------------------------------------------------
Concordet sermo cum vita -
Laat wat we zeggen overeenstemmen met ons leven (redactie)

schrijver

Geschreven door Dora om 23:22 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

aan

Een gedicht van Johannes Klinker 1764-1845

Aan Kloë.

Mijn Kloë, schoon ik u nooit zag,
Mijn hart gevoelde toch uw waarde;
Zo ik uw schuilplaats kon bespiên
Zou gij mij alles zijn op aarde.

Ik zong, en zingend zag ik u.
Gij woelt altijd in mijn gedachten.
Wanneer 't verdriet mijn jeugd bestormt,
Uw beeltenis kan dat verzachten.

Dan lijde ik minder als ik denk:
‘Mijn Kloë zal eens al dat lijden,
Dat mij nu onverwinbaar schijnt,
Met volle zegepraal bestrijden!’

Geen eerzucht blaakt mijn jeugdig hart,
Wanneer ik u slechts mag bezingen,
Een hoogre drift belet haar dan
Mijn jonge boezem te bespringen.

Zij valt mij anders telkens aan.
Ach, Kloë! Laat mij om ú zuchten:
Uw godlijk beeld slechts geeft mij kracht
Om deze vijandin te ontvluchten.

Nu slaapt ze, om met te meerder kracht
Misschien mijn zwakheid te bespringen:
Zij is, hoe vleiend zij zich toon',
De gesel harer lievelingen.

Geliefde maagd, zo gij bestaat -
Och wees dan toch niet voor een ander,
Voorzeker, waar gij wezen moogt,
Wij zijn geschapen voor elkander.

Wanneer ik slaap, dan zie ik u;
Dan zie ik al die zachte trekken
Die zich, vereend in uw gelaat,
Aan mijn ontvonkte geest ontdekken.

Maar, 'k lees ook in hun schoon geheel,
Die 't kilst gemoed zou overwinnen,
Waarvoor geen boezem is bestand -
De teerste neiging tot beminnen.

Ach, zeg mij, Kloë, waar gij schuilt! -
Of in wat vergelegen hoeken
Der aarde moet mijn rustloos hart
Haar schone Heerseresse zoeken?

Dan vlieg ik sneller dan een pijl
Naar u, die mij ontzichtbaar griefde;
Of als een snelgewiekte duif
Op lichte vleugelen der liefde.

Hoe schoon zou die verrukking zijn,
Die mij dan telkens werd geschonken!
Hoe klein zou dan niet de aarde zijn,
Die mij, u zingend, schijnt ontzonken!

De zucht naar roem, een hersenschim,
Zou mij voor altoos zijn ontvloden.
Voor altoos! want mijn kloppend hart
Zou haar op uwe boezem doden.

Dan, ach! hoe beeft, mijn teder hart! -
Ligt leeft ge alleen in mijn verlangen....
ô Kloë, zo ik u niet vind',
Staak ik voor eeuwig mijn gezangen.


1786.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:25 Reageer op dit bericht

bericht

Je bericht is onmiddellijk op je blog te zien
Maar ze zeggen niet hoe lang het duurt
Het duurt wel vijf minuten
Bij mij is onmiddellijk na het verzenden
van het bericht maar een kleine spatie
Ik vind dit echt geen traktatie
In erger me er dagelijks aan
Snelheid is hier wel naar de maan!
Misschien maakt men dat weer eens ongedaan
Zodat we weer wat sneller gaan!
Tijd is voor mij heel belangrijk
Heb bergen werk te doen
Vooral in vakantie/zomertijd!
Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

zomeravond

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1916
ZOMERAVOND II

Gedachten, die de zonnige uren banden,
Bemijmer ik, waar langs de stille kreek
Het nachten naêrt en op de lage landen
De avond roerloos ligt en schemer-bleek.

Dan blaast een jongen op z'n herdersfluit
Een simpel liedje van verloren dagen;
En 't mijm'rend hart moet zachtkens medeklagen
Bij 't gaan en komen van dit week geluid.

In weedoms schijn zie 'k alle aardse dingen,
En van de droefenis waartoe mijn ziel nu wies,
Wil ik mijn liederen van elke dag doordringen,
'Lijk op de fluit één aêm verscheiden tonen blies.

---------------------------------------------------
Nagelaten verzen - Drie (oktober 1912 . mei 1916)

schrijver

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

zomeravond

Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1916

ZOMERAVOND I

Nu de schaduwen zich lengen
Rond mijn woning, vòòr de nacht,
Wil ik je mijn groeten brengen
'Wijl dags laatste uren plengen
Aan de kim hun zuiv're pracht

Al begeert' ligt diep verzwegen,
Nu ik stil naar buiten tuur,
En mijn hart heeft zich genegen
Tot de wijde avondzegen
In de schoonheid van dit uur.

Ken je deze stilte, makker,
Als des levens dierst tresoor!
De avondwind drijft ver en zwakker
Langs de popels, die de akker
Zomen, over 't land te loor.

Buiten dralen zoete roken —
Geur, die van de zomer is —
En de ogen half geloken,
Droom ik, voor het raam gedoken,
't Uur, dat voor de dromer is.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:16 Reageer op dit bericht

maannacht

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Maannacht in Elche

De palmen staan recht en stil.

donkerblauw liggen de schaduwen neergeveld.
onder het staal van het firmament
heerst het roerloze zilverblauw.

de hemel is hel -
en de wereld is zo stil en verlicht,
dat de maan, verlost van haar licht,
een onzichtbaar zilveren spoor
in de zilveren ruimte verloor.

tussen de palmen het licht.

De stilte ademt niet meer.
de neerslachtige trots van het woud
legt doodstille schaduwen neer
op de bodem van 't zilvermeer,
in de huiverende dood.

er is geen gerucht en geen wind.

ik sta aan de zoom van het woud;
aan mijn zijde het zwijgend kind,
dat zijn hand in de mijne houdt.

maar dan vraagt het: ‘is dit de pool?’
of het denkt dat dit sneeuwwitte veld
de poolzee moet zijn van de dood?

ik heb het gerust gesteld.

maar terug door het zilveren woud
- de palmen staan recht en stil
en de schaduwen liggen geveld
langs de grond van het zilvermeer -
vraagt het bang: ‘wat is het verschil
tussen deze sneeuw en de dood?’

alsof het míjn angst had gehoord

ik antwoordde niet
en zwijgend liepen wij voort.

Derde periode 1936-1937 (X)

schrijver

Geschreven door Dora om 22:00 Reageer op dit bericht

sterven

Een gedicht van Pieter van Nieuwland 1764-1794
Gedenk te sterven.

ô Nooitvernoegde mens, door dwaze waan gevleid,
Door blinkend goud bekoord, door zucht tot eer misleid!
Bedenk, dat de enkle wenk der Godheid, zo verheven,
Wanneer 't haar slechts behage, u wegrukt uit dit leven;
Bedenk, terwijl ge u hecht aan de onbestendige aard',
Hoe ras de dood, die rang, vernuft noch schoonheid spaart,
Uw levensdraad doorkerft, u stuit in al uw pogen:
Zie daar dan hoop en waan in rook en wind vervlogen.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:39 Reageer op dit bericht

mond

Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954
Gekomen met een zoete mond

Gekomen met een zoete mond
waar kindsheid heen ons zingen zond
als blijde bedelaren,
was onze honger goed als brood,
en zagen we in tergloze nood
een makker onzer jaren.

Maar 't leven sloeg, met stille speer,
in ieders zijde een eigen zeer.
Wij hebben 't bloed gezógen;
een lách heeft onze smart gekoeld;
- maar w' hebben in de wond gevoeld
't geraamte van ons logen...

Aldus, van 't zinken wél bewust
in 't drab van onze' onzaal'ge lust,
met jammrig-nutloze armen,
gaan we door 't misten onzer jeugd,
- barmhartig om ons koele vreugd
en lieflijk-wrang erbarmen.

schrijver

Geschreven door Dora om 19:45 Reageer op dit bericht

Denken
 
Denken doet een mens
de hele dag
Men vertelt het in een gedicht
Soms is het een leuk gezicht
Soms zet het je aan het denken
Soms draaien de gedachten in een cirkel
Zodat het cirkelgedachten zijn
Je blijft er steeds in steken
En ze draaien weer terug
En zo gaat de hele cirkel stug
Stug door met draaien
Soms kun je de gedachten niet aaien
Want je denkt aan de haaien!
Die niet kunnen maaien
Maar je wel opeten
Dit gaan we dan maar vergeten!
Want je gaat ze voorbij
En dan ben je wel blij!
En de gedachten zijn weer voorbij!
 
Geschreven door Dora om 22:06 Reageer op dit bericht

lezen

Lezen
 
Je kan veel lezen
of veel nieuws zien
Veel wateroverlast
Veel onenigheden
Veel oorlogen
Heel veel vakantiegangers
En ga zo maar door
Maar waar gaat het allemaal om
Vele dingen zijn heel erg krom
Maar heb je er lak aan
Dan doe je net of het
niet wordt gedaan
Je gaat zelf genieten
En door al die reislust
blijft het plagen gieten
 
Geschreven door Dora om 22:05 Reageer op dit bericht

eer

Eer
 
Wat krijgen de
slachtoffers een eer!
Het gaat al dagen als
golven op en neer
Voor mensen die
hun dierbaren
Niet kunnen zien
na het opbaren
Omdat er wordt
geïdentificeerd
Worden zo de stoffelijke
overschotten
Met en in deze vorm geëerd
Bloemzeeën
verzachten misschien
de verschrikkelijke weeën
De weeën van diepe pijn
Wat vreselijk om zo in
rouw te moeten zijn
Rozen plaatjes
 
 
Geschreven door Dora om 22:40 Reageer op dit bericht

schande

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898=1936

En zoveel schande werd in liefdes naam

En zoveel schande werd in liefdes naam
Met rein gelaat, gemeen gemoed bedreven,
Dat ik mij vaak genoeg voor liefde schaam
En walging mij belt om voor te leven.

Een felle blos, een bloedgolf stijgt naar ‘t hoofd,
het wordt mij beurtlings rood en zwart voor ogen.
Ach, alles wat geluk is wordt geroofd,
Bevochten op almachtige gier en logen.

Maar voor een ogenblik bezinning keert,
Men weet weer de verruklijke engel veil
Voor alles wat zij maar op aard begeert,
En reinheid zoekt weer in verdriet zijn enig heil.

schrijver

Geschreven door Dora om 13:26 Reageer op dit bericht

land

Een gedicht van J.P. Heije 1809-1876

Kent gij het land?

Kent gij het land, waar de citroenboom bloeit,
in 't donker loof de sinaasappel gloeit,
een zoele wind de blauwe lucht doorgeurt,
de mirte groeit, de lauwertak zich beurt:
kent gij het wel?
Dáárheen, dáárheen,
richt ik met u, Geliefde, mijn schreên.

Kent gij het huis? Op zuilen rijk en hoog
verheft de zaal haar trotse, brede boog.
Het marmer leeft, de beelden zien mij aan:
wat heeft men u, onschuldig kind, aangedaan?
Kent gij het wel?
Dáárheen, dáárheen,
richt ik met u, Beschermer, mijn schreên.

Kent gij de berg met 't steil en kronklend pad?
Het muildier baadt zich in der wolken nat:
in holen woont der draken zwart gebroed,
de rots stort neer en over hem de vloed.
Kent gij het wel?
Dáárheen, dáárheen,
gaat onze weg, mijn Vader! Kom, dáárheen!

Nogevolgde leideren. X. Mignon's lied.   Spohr; opus 37. Goethe.

schrijver

Geschreven door Dora om 22:13 Reageer op dit bericht

rumoer

Een gedicht van Adama van Scheltema 1877-1924

RUMOER.

Het leven is te hard van geluiden,
De mensen doen te druk:
Om een ander wat doms te beduiden
Verpraten ze hun eigen geluk!

In plaats van de vruchten te smaken,
Gooien ze elkaar met de schil,
Ze praten om maar leven te maken
En de wereld is zelf toch zo stil!

Ze konden het eindelijk wel weten
Dat geeneen het in woorden vindt,
En dat, waar ze hun woorden vergeten,
Het leven pas waarlijk begint!

Uit stilte en strijd (1909)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:34 Reageer op dit bericht

onrecht

Een gedicht van Emanuel Hiel 1834-1899

Daar, waar het onrecht troont.

Daar, waar het onrecht troont,
Klinkt luid de stem des Dichters,
Waar waarheid wordt gehoond,
De baak der volksverlichters...
Waar men de frisse jeugd
Vertrapt, als 't rein gebloemt,
Waar men de logen roemt,
Waar men bespot de deugd...
Daar klinkt zijn stem, met macht,
Vol kracht:
Godsloochenaars gedoemd!

Waar men een neerstig volk
In schandejuk doet draven,
Tot de vernielingskolk
Het rukt als bende slaven...
Waar men geen ziel ontziet,
In vrucht of jong gebloemt;
Waar men op geilheid roemt;
Waar men 't gevoel bespiedt,
Daar donder 's Dichters stem,
Met klem:
Volksmoordenaars, gedoemd!

Waar men de Moeder-Maagd
Van hare reine troon smijt,
Daarop een schepsel draagt,
Dat 't leven slechts in hoon slijt...
De kuise jonkheid dwingt
Te strooien fris gebloemt,
Met 't wierookvat beroemd,
En 't vuil gediert bezingt...
Daar vloekt de Dichter luid:
Hieruit!
Eermoordenaars, gedoemd!

schrijver

Geschreven door Dora om 22:09 Reageer op dit bericht

altijd

Een gedicht van Nico van Suchtelen 1878-1949

Altijd en overal

Schoon Lief, ik voel u overal:
In dorrer vlakten zengend branden,
In stille koelte zilter stranden,
Op hoge alp of diep in 't dal;

Ik hoor u in des bergstrooms val,
Die klatert langs de rotsge wanden,
In 't ruisen door de lage landen
Van brede vliet of beken smal.

Gij zijt de gloeinde dadenlust
Des Morgens en de koele rust
Bij 's Avonds vredevolle duistren;

'k Weet oovral uw aanwezigheid,
Wààr ook verdoold en te allen tijd
Voel ik uw âem en hoor uw zoete fluistren.

Onze Eeuw, Jrg. 13 (1913)

schrijver

Geschreven door Dora om 23:40 Reageer op dit bericht

ballade

Een gedicht van Th. van Ameide 1877-1955

Ballade aan de maan

Wij zijn te zamen maar alleen,
mijn bleke liefde, en over tijden
en ruimten gaat mijn mijmring heen
met u door lege luchten glijden;
daar kan geen tegenstand ons beiden;
gij ziet mij van de hemel aan,
als vroeg gij: waarom al dit lijden?
....Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.

Ik ben maar liefst met u getweên,
gij zijt althans niet van de blijden,
gij kunt begrijpen, dat ik ween,
wen gij uw tere glans gaat breiden
en dromen weeft om dorre heiden,
een parel tovert in een traan....
Gij zoudt mij willen leeds bevrijden?
....Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.

Hoe dikwijls, ach, hoe dikwijls scheen
mijn wezen ook, van de aard gescheiden,
niets, niets te blijven dan alleen
een oog dat schouwde, een oog dat - schreide....

Mijn arm verlangen, dat bij zijden
verheven machteloos blijft staan,
heet gij vergeten, heet gij mijden?
....Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.

Ook gij....toch moet ik U benijden:
gij drijft, een glimlach, rond uw baan....
Begeer ik ook zo stil te weiden?
....Zwijg stil, zwijg stil, mevrouw de maan.

De Beweging, jaargang 8 (1912)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:44 Reageer op dit bericht

jaar

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Dat Jaar.

Dat jaar, dat onvergeetlijke
Kan nimmer keren,
Dat gaf de ziel haar zo onmeetlijke
Vreugd na begeren...
Kus mij nog eens, geef 't onuitspreeklijke
In één Vaarwel...
Dan breke, wat scheen 't onverbreeklijke,
... En 't breke snel.

Gedichten (1918)

schrijver

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

aan zee

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

Aan zee

O te luistren naar de zee,
Tot de ziel ga fluistren mee:
Tot haar zwijgen
‘t Wonderwoord
Uit zijn diepten stijgen
Hoort!
Alle malen, hartezwaar,
Kere ons zoekend dwalen naar
‘t Bruisend breken
Van de vloed
Waar de ziele spreken
Moet.
't Lichte zingen van de zee
Draagt de ziel op zwingen mee
Waar zij dichter
Bij de poort
Zachter spreekt en lichter
Hoort.
Alle smarten, iedre vreugd,
Wat voor eeuwig harten heugt,
Al verblijden,
Elk verdriet,
Levens ongezeide
Lied;
Wat, verward en onverwoord,
Zielen deelt en harten moordt,
Wat, gevonden
En verstaan,
Zalig maakt van stonden
Aan:
Licht verwoorden het de twee
Die behoorden ‘t lied der zee:
‘t Lied dat blij na
Droef berecht,
‘t Lied dat alles bijna
Zegt!

schrijver

Geschreven door Dora om 21:23 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten