
Een gedicht van René de Clercq 1877-1932
GIJ DAN, DIE IN 'T NAAKT
Die zijn heiligste glans ook in 't beeld verbiedt,
Die wilt dat ellende - ellende verrijkt -
Ten minste gehuld vóór uw poort bezwijkt,
Wat laat gij de geest vol schaamte gaan
In de waaiende wereld der vijgenijgenbladblaân?
Moest hem niet zediger zorg besteed?
Moest hij niet pralen in prachtig kleed?...
O, mensen, wij leven niet slechts van brood;
En, is de honger de hoogste nood,
Daar is ook honger aan kennis. Heil
Den lande, waar weelde niet boven uw peil,
O wetenschap, klimt; waar elk bewust
Voor de levensstrijd staat toegerust;
Waar het boek is arbeid, de hamer eer,
En de koeherder rijst als kamerheer.
Toortsen (1909)


















