Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

het licht

Een gedicht van Herman Gorter 1864-1924 mooi geschreven en doordacht of diep beleefd!

Het licht is nog niet geworden

Het licht is nog niet geworden,
de hemel is bleek en vroeg,
de maan en sterren verdorden,
er is nog geen zon genoeg.

Maar van af de wolken gaat
een warmte, en doet blozen
van uit het hart, wie eenzaam staat
en voelt, zoals de roze,

dat ook voor hem dit schijnsel schijnt –
en de morgenzinnen
zweren: zolang ’t leven schijnt,
’t hoogste te beginnen.

Geschreven door Dora om 20:49 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

georges9 december 2009 om 22:15

ppsjes link naar onze uitstappen en nog van alles

108icld.gif         <br>
ECHT MOOI GESCHREVEN
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

ondoorgrondelijk

Een gedicht van Daniel Jongtijs 1600-1654

Ondoorgrondelijke gronden

Ondoorgrondelijke gronden!
'k Ga niet veilig, zonder nood;
'k Ben niet vrolijk, zonder wonden;
'k Kan niet leven, zonder dood.

't Zijn twee ogen die mij geven
Dood en dodelijke wond:
En dat doden doet mij leven;
En dat wonden maakt gezond.

Hierom, opdat ik zou mogen
Hoeden mij voor doods gevaar,
Zoek ik stadig naar deze ogen,
Om gewond te zijn van haar.

Zoete wonden, zonder sterven!
Lieflijk sterven, zonder dood!
Aardig stelen, zonder derven!
Wonder derven, zonder nood!!

Geschreven door Dora om 19:08 Reageer op dit bericht

onmacht

Een gedicht van August Vermeylen 1872-1945 stil wandelend aan de zee voerden de gedachte van de dichter poëtisch mee...

Dagen van onmacht V

Als een zang die langzaam en machtig wiegt,
Uit de verte aansuist en dan weer vervliegt,
En op nieuwe wind
Me nauwer omwindt,
Hoor 'k steeds het geruis van de zee.

Waar ik ben.... ik wandel langs zonnestranden,
Alleen met het ruisen der baren die branden,
Zachte branding die schuimt
Naar de guurklare ruimt',
Witte ontrolling van lucht en zee.

En de golven stijgen in zingende reien
Naar de grote lichtdag waar spelemeien
De duizend gezwinde en
Witvleuglige winden
Langs gouden wegen over de zee.

Ik ga door de dagen, maar overal
Is haar ruimte en vreemd ruisende golvenval,
Zij roept me als gebod
Van mijn eigen lot
Uit de stemmen der liefde, de zee.

Zij wenkt me uit de blikken die liefde ontsloot,
De blikken van vreugde en lachende dood...
Een doodzang zoo fris
Als een kinderstem is
Zingt de bron van al leven, de zee.

Haar aanwezigheid houdt mijn ziele omvangen,
Mijn ziele zo ziek van ruimte en verlangen
Naar de onoverwinbare,
De onbezinbare,
De nooit-verandrende zee.

Wieglied, doodlied, machtig en stil,
Wieg mijne ziel die vertrouwen wil,
En vol duizeligheên
Nu staat zo alleen
Voor u die van allen zijt, zee.


Geschreven door Dora om 22:40 Reageer op dit bericht

haast

Een gedicht van iemand die haast had de naam van de schrijver Channah. Haastig spoed, zelden goed! Het geeft een erg zwaar beladen gemoed. Dan kan het lijken of het leven er niet meer toe doet. Want dit wordt vreselijk zweten in een geweten!

De dag dat alles anders was

De dag dat alles anders was
was een geen dag als alle andere.
Mijn auto, ja die reed te hard,
die maakte het de dag,
die alles liet veranderen.
Er kwam een grafsteen
met jouw naam.
En het maakte het de dag,
dat ik me schaam.
Iedereen heeft wel eens haast
Maar mijn haast die was niet gewoon.
Mijn haast is een moordenaar
en kostte het leven
van één persoon.

 

Geschreven door Dora om 15:24 1 reactie Reageer op dit bericht

graven

Een gedicht geschreven door mijzelf de leeftijd is niet belangrijk, het gaat om de nieuwe naam

Graven

 

Als de graven zullen opengaan!

Dan klinkt voor niet ieder een nieuwe naam

De nieuwe naam die wordt gegeven

Aan mensen die anders wilde leven

Aan mensen die aan de dood wilde ontkomen

Dat waren mensen met eeuwige dromen

Eens zal de dag komen

Dat de graven opengaan

En allen in en buiten het graf voor Hem zullen staan

En dan vraagt Hij, wat heeft u voor mij gedaan?

En moet men het antwoord schuldig blijven

Dan zal men innerlijk verstijven

Ja, dit is een afgrijzen

Omdat men lichtvaardig met dit alles om is gegaan

Want na dit leven is er nog een bestaan

Dat is altijd met Hem gaan

En een ieder laten verstaan

Dat ze op verkeerde wegen gaan!

Hij gaf Zijn leven maar niet zomaar

Er hing een dure prijskaart aan

Daarom is het zo nauw om Hem in het

hier en nu te kunnen verstaan!

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 17:32 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Victor a. Dela Montagne 1854-1915

'k Heb zoete liefde verdreven

‘k Heb zoete liefde verdreven
uit het ontloverd nest;
en als een slot omgeven
mijn hart met wal en vest.

De burchtpoort is gesloten,
de hangbrug is gelicht;
‘t geheel is overgoten
met mystisch treurig licht.

Of in de voegen schijnen
te bloeien bloemetjes blauw,
zij zullen, zij moeten verkwijnen:
zij derven zonglans en dauw.

Nog zingt in dorrende twijgen
een eenzame nachtegaal,
Dra zal, - daar de echo's zwijgen -
verstommen zijn weemoedstaal.

Wel is het stil daar binnen
maar ‘t is er rustig en goed;
en nimmermeer blaast op de tinnen
de wachter, met dartele zinnen,
een reiziger de welkomstgroet.

Geschreven door Dora om 19:53 Reageer op dit bericht

jachthoorn

Een gedicht geschreven door Prosper van Langendonck 1862-1920 een voor mij onbekende oude dichter maar het gedicht sprak mij aan en laat het hier voor u staan...een hoorn doet denken aan iets wat lang is...misschien klinkt het nog lang na!

De jachthoorn

Hoort gij de jagershoren,
die galm op weergalm helmen doet,
door kalme avond boren
in ver en langgerekt getoet?
Wat kan de ziel bekoren
als 't lied, zo treurig en zó zoet,
dat uit die jagershoren
daar toet in 't langgerekt getoet?

O vlakke Demerboorden,
o weide, in warmen doom verbreid,
waar al mijn dromen gloorden
van liefde en levenszaligheid!
'k Zie gans die jeugd herboren,
met d'onvoldane dromenstoet,
wanneer de jagershoren
daar toet in 't langgerekt getoet.

Nu speelt de jagershoren
het stille en innig minnelied;
nog enkle tonen smoren
in diepgedragen zielsverdriet.
Welle eens, in volle vrede,
en trille in 't snarenrijk gemoed,
als zangerige avondbede
dat eindloos goed en zoet getoet.

Geschreven door Dora om 19:10 Reageer op dit bericht

bloem

Wezen

 

Het vergankelijke wezen

We hebben het weer kunnen lezen

Een muziektalent is heen gegaan

Veel opgetreden en geroemd

Maar toch ten dode gedoemd

Vorige week een pianiste

Het was altijd een natuurtalent

Ze had zich er aan gewend

Om in haar eigen stijl te blijven

Ook zij kon niet op de aardbodem blijven

Zo zien we dat al onze verblijven op de aarde

Helaas zijn van tijdelijke waarde

Je talenten gebruiken in de muziek

Is op zich een mooi gebeuren

Maar wat jammer dat de geestelijke talenten niet zijn benut

Had dat andere dan allemaal wel nut?

Misschien hadden ze daar wel niet hoog in gescoord

Dat zou op zich geen ramp zijn geweest

Dan hadden ze toch eens een geestelijk feest

Maar nu zijn ze beiden niet meer

En wat doet het voor trouwe vrienden zeer

Dat je dan ineens een maatje moet verliezen

Dan zit het verdriet achter je kiezen

Ja, een mens moet toch steeds in z’n leven afscheid nemen

En dat valt altijd niet mee het gaat vaak gepaard met wenen

En zo vergaat het ieder mens wel of niet met talenten

Het leven is maar tijdelijk

En roem is weinig of niets

Want je kunt het gebruiken

Om in je levensonderhoud te voorzien

Maar daarna kun je het niet meer zien

De weg is afgesneden

Na je dood is alles verleden

Het leven gaat weer verder

En als je ouder wordt

Dan ben je met je laatste stukje bezig

Was al het nodige aanwezig?

Want in het laatste uur is Hij dan ook afwezig!

En anders gaat het vergankelijke mogelijk door tot onvergankelijk

Was de tijd de juiste denktijd

Dan is er een gelukkige eeuwigheid!

 

 

Geschreven door Dora om 19:48 Reageer op dit bericht

kleine

Een gedicht van J.W.Lovendaal 1847-1939 er is nog steeds niets nieuws wat het wekken betreft...toen en nu het gaat immer door! Steeds is er weer een nieuw kinderkoor.

De kleine porder

Wie roept daar voor Moe's kamertje:
Doe open, doe open?
Wie klopt daar met zijn hamertje:
Doe open nu de deur?
Ik weet het al! ...
Wie is het dan? ...
Dat's onze kleine Janneman
Die niet meer slapen kan,
Die met zijn dikke vuistjes tromt
En om een morgenzoentje komt.

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

romantisch

Een gedicht van een oude dichter Johannes Immerzeel 1776-1841 Toen waren ze wel erg romantisch, deze gezellige romantiek in de winter kom je nooit meer tegen. Heb het voor u gelezen en hier neergezet. Vanwege de dichterspret!

Winterlied van een landjongeling

Hoe sneeuwt, mijn geliefde! de vlokkige wol,
Zo blank als uw boezem, de dalvelden vol!
Het noorden ombuldert ons hutje op 't norst,
En hek en geboomte is met rijp overkorst.

't Is winter! het ijs nam de beek in bezit;
De daken der landlijke stulpen zijn wit,
En grauw en eerwaardig, met zilveren top,
Rijst ginter de staatlijke kerktoren op.

't Is winter, mijn liefje! stook 't kamertje warm;
Zet u bij de kachel, en neem me in uw arm!
Want koost men en strookt men, gelijk in de lent',
Dan tovert de liefde de winter ten end.

En draait gij met vingren, zo zuiver als was,
U zijdenen draden van 't zilveren vlas,
Dan schud ik, al stoeiend, u 't kaf van uw schort;
Dan maak ik door sprookjes de nachten u kort.

't Is winter, mijn liefje! waart gij reeds mijn vrouw!
Of ik u ook kussen en troetelen zou!
'k Nam dan u, mijn tedergeliefde! in de arm,
En lachte om de winter — want liefde maakt warm.

Geschreven door Dora om 21:15 Reageer op dit bericht

jezelf

Jezelf zijn

 

Wees gewoon jezelf

Laat niemand zeggen hoe je moet doen

of hoe je zou moeten zijn

Dat geeft veel frustratie

En ook heel veel pijn

Mensen mogen ieder op zich

Gewoon zichzelf zijn

Ben je voor een dubbeltje geboren

Wil dan geen kwartje zijn

Want dan loop je jezelf achterna met chagrijn!

Kijk maar om je heen

Wie wil nog zichzelf zijn?

 

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 17:18 Reageer op dit bericht

avond

Een gedicht van Betje Wolff-Bekker 1738-1804 het is wat ver terug in de tijd...maar toen was tijd, echt tijd, geen gebrek aan tijd vanwege het rustige leven...Zoiets zou een modern mens eens moeten kunnen beleven...dan zou deze zeggen wat een saai leven...omdat deze vol met onrust zit in z'n leven...leuk om over na te denken...misschien kan het wat hulp schenken in de rusteloze wereld vol van gejaag!

De avond

Weg is de dag! hoe flauw kan men ontdekken
Hetgeen nog straks ons aanblonk in ‘t gezicht:
Hoe zachtjes volgt de scheemring op het licht:
Zo zien we allengs onze ogen ‘t licht onttrekken.

Zie, de avond valt; ‘t gewoel begeeft de straten,
De werkman treedt zijn warme woning in;
Zeer wel tevreên met eerlijk klein gewin,
Tracht hij naar schat, noch hoogverheven staten.

Hij ’s moede en mat; hoe aangenaam is ‘t rusten!
Hij heeft zijn kracht niet voor ‘t gezin gespaard.
Zie hoe hij dut in ‘t hoekje van de haard,
Waar zich vrouw en kinderen verlusten.

De brave vrouw zult gij in haar kamer vinden;
Ze ontkleedt een kind, dat zij in ‘t wiegje leidt,
Terwijl het lacht, en speelt, en streelt, en vleidt;
En zij ‘t vertoont aan hare welbeminden.

Dees Vader zit, nog ouderwets van zeden,
Bij vrouwtje en kind, met een boek in de hand;
Of leest voor haar een maandschrift, of courant,
Terwijl zij breidt, al luistrend naar zijn reden.

Zo wordt veelal de avond toch gesleten,
Tot hij wordt vervangen door de nacht:
Gelukkig hij, die ‘t aller tijd betracht
Hetgeen wordt goedgekeurd van zijn geweten

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

duivenprieel

Een gedicht van Johan Michiel Dautzenberg 1808-1869 Toen werden mensen en dichters niet zo oud als nu, maar ze spraken meer en een betere taal. Al het vermaak van en op deze wereld is niet altijd een verrijking van de geest! 

Het duivenprieel

Gij wilt uit nacht en winter,
Gij wenst een warm tafreel,
Gij kijkt om u heen en vindt er
Een vriendelijk duivenprieel.

Nauw dringt er de zonne binnen,
Zij tovert door ‘t naaste verschiet;
Drie duifjes beginnen daarbinnen
Te zingen een tortellied.

Drie zusters zijn het, dat raad je:
De oudste een ontluikende knop,
Het jongere paar, dat praat je
Nog graag van bikkel en pop.

De oudste trenst, en haar kluwen
Verbreedt zich tot strik en net;
Hoe zou zij blozen en gruwen,
Zo zij zag hoe ik op haar let.

Mijn winter wordt tot zomer.
... Toch sluit ik de ogen dicht!
Want ach, mij grijze dromer
Verblindt zulk hemels gezicht.

 

 

Geschreven door Dora om 19:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Hemelhuis

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932 

Hemelhuis

Door mijn woning
speelt een zonnig licht.
'k Voel me een kleine koning
in mijn grote plicht:
vrouw en kind te schragen
op mijn sterke jeugd;
en ze hoog te dragen
in mijn vreugd!

Daar, op 't schouwke,
prijkt mijn enig kruis.
Wees mijn engel, vrouwke,
wees mijn hemel, huis.
Wees mijn stoutste roemen,
wees mijn zoetste troost,
frisse levensbloemen,
krachtig kroost.

O, mijn kindren!
Graaggebroken brood!
Zou 't geluk vermind'ren
waar de last vergroot?
Zou men armoe lijden
om een mondje meer?
Och, waar mensen strijden,
helpt de Heer!

Geschreven door Dora om 21:02 Reageer op dit bericht

geduld

Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

Hoe in de oude tijd ook de tijd is vergaan met geduld! Hoewel wij in de huidige tijd steeds ongeduldiger worden!  Maar het blijft waar!

Het geduld

Geduld is zulk een schone zaak,
Om in een moeielijke taak
Zijn doelwit uit te voeren;
Dit zag ik laatst in onze kat,
Die uren lang gedoken zat,
Om op een rat te loeren.
Zij ging niet heen voor zij de rat,
Gevangen, in haar klauwen had.

 

Geschreven door Dora om 22:13 Reageer op dit bericht

Een gedicht van P.A. Génestet 1829-1861

In de bibliotheek van een liefhebber

Geleerdheid grijnst van alle kanten
Hier door een stemmig donker heen:
Ach! met de eerwaarde folianten
In perkament, als achtbre tanten,
Ben ik, zo jong, niet graag alleen.

Hu! ijzegrimmige kwatrijnen,
Gij staart mij zo verschriklijk aan,
Als waar’ hij erger dan profaan,
Die aan uw saaie schuifgordijnen
Zijn wufte handschoen durfde slaan.

’t Is boek van onderen tot boven!
Hier groeien boeken uit de grond:
Ai help! ik voel mij zo bestoven,
Als rolden al die filosofen
Gelijk uit hun papieren mond!

Hij, die dees achtbre rijen schikte,
Bouwde eens aan Babels toren mee;
Hier hebt gij de oudheid, stof op snee!
En – hoe ik van die titlen schrikte –
Verwarring is hier ’t groot idee.

Ik zou vergeefs mijn vrienden zoeken,
Ik heb geen moed en geen plezier;
Het is of gij uit alle hoeken,
Mij toebromt, o pedante boeken:
‘Gij zijt geen boek, wat doet gij hier?’

Hoor! De oude grenen kasten kraken,
De meester komt…het vunze stof
Dampt naar de zoldering duf en dof!
Ik mag mij uit de voeten maken,
Ik voel een bitse schouderklop,
Ik zie twee opgesperde kaken…
De boekeneter eet mij op!

Geschreven door Dora om 19:37 Reageer op dit bericht

kijken

Kijken

 

Je kijkt

Je loopt

Je groet

Je doet

Wat doe je?

Geen tijd verknoeien!

Soms even ontspannen

Maar dan zijn er al weer nieuwe plannen

Een mens is altijd in beweging

Die mens heeft maar één ding

En dat is alles uit de tijd halen die je krijgt

Soms is het wel dat je een beetje hijgt

Want dan is er iets wat in je lichaam stijgt

Dat kan de bloeddruk zijn

En dat komt van hartenpijn

Omdat een hart niet alleen kan zijn

Een waar hart moet kunnen communiceren

Maar dat hebben ze bij het grof vuil willen deponeren

Afhandelen die zaak

En de klappen waren geweldig raak

En wat doe je nu

Je kijkt

Je loopt

Je groet

En je doet wat jezelf wil

Het appeltje is geschild

Bijna geen mens heeft echt gewild

Men denkt zeker dat de liefde drilt

De liefde zoekt altijd de ander

Dat is dan je levenswandel

Maar op laatst is het over met de handel

En is er alleen nog maar de herinnering

Hoewel het niet om jezelf ging

Maar om de liefde van God

Die zou leiden tot

Tot een vreedzame wereld

Maar geen mens heeft er echt behoefte aan

Behalve als men in het nauw komt te staan

Dan vraagt men zich af waarom hebben ze me dit aangedaan

En zo zijn er nu al vele achter me aan gegaan

Want er geschiedt nu veel onrecht

Omdat het recht het niet meer recht zet!

 

 

 

Geschreven door Dora om 19:48 Reageer op dit bericht

hobby

Een gedicht geschreven door een aardige dame haar naam is Janny Schepenaar...zij weet wel waar een dichter zijn inspiratie zoekt voor mij heeft ze met dit gedicht succes geboekt.

Ook een dichter heeft,,,,

Gewapend met zijn pen en blocknote
in zomers shirt en korte broek
loopt hij in de richting van het park
want de inspiratie is ver zoek

Misschien ziet hij in bomen en planten
iets wat zijn schrijversgeest boeit
zodat er willekeurige woorden ontstaan
en tot een pracht gedicht weer bloeit

Of ziet hij op dat bankje misschien
een verliefd paartje samen kussen
ach je weet met hem maar nooit
je krijgt er meestal geen woord meer tussen

Het gaat hem net als elke dichter
doet inspiratie op bij alles wat hij ziet
en wil het soms een dag niet lukken
heel simpel, dan schrijft hij eens een dagje niet.

 

Geschreven door Dora om 19:15 Reageer op dit bericht

vrucht

Een gedicht van W.J. van Zeggelen 1811-1879

Wat verboden vruchten ons kunnen brengen toen en nu er is geen verschil...het gaat allemaal zoals het wil. Je kunt angstig zijn voor de strenge man en zijn eventuele straf...maar het kwaad wordt altijd vanzelf gestraft!  Eén Oog die alles ziet en beter een tijdelijke straf dan de eeuwige straf!

Verboden vrucht

Ik was onlangs bij Evert-oom
En klom er in de kersenboom;
Het was wel tegen ooms verbod;
Maar 'k was op kersen zo verzot,
Dat ik mijn vrees voor straf verwon
En plukte wat ik plukken kon.
Juist kwam de tuinman in de tuin,
Ik klom wat hoger naar de kruin,
En wist van angst niet wat te doen,
'k Verschool mij onder 't dichte groen;
't Was schemeravond; bovendien
Kan de oude Jan niet ver meer zien.
Ik vreesde - had hij mij bespeurd -
Hij had mij naar mijn oom gesleurd,
En 'k weet, waar deze wat verbiedt,
Daar is oom gans zo maklijk niet.
Wis zou de tuin naar alle schijn
Voor lang voor mij gesloten zijn;
En de ergste straf nog zou daarna
Mij zeker wachten bij Papa.
Ik gluurde Jan na waar hij liep,
Tot eindlijk oom, o vreugd! hem riep.
'k Was van mijn stuk af door de schrik,
'k Zakte af, maar op dat ogenblik
Brak juist een tak, 'k viel naar beneên
En och, ik brak mijn linkerbeen.

Vier weken lig ik thans te bed,
Mijn broeders hebben dolveel pret.
Wat ik hun vreugde soms benijd!
Wee mij, 't is juist vakantietijd;
Dat zetten, foei, het deed zo zeer!
Daar lig ik nu in spalken neer!
En eer ik van mijn peluw kom,
Is heel de lieve zomer om.
Ik heb nu tijd om na te gaan
Hoe duur die grap mij kwam te staan,
En 'k denk met menig diepe zucht:
Wat gaf mij die verboden vrucht?
Ach, was het proeven suikerzoet,
De nasmaak is als gal en roet.

 

Geschreven door Dora om 21:21 Reageer op dit bericht

goudkoorts

Een realistisch gedicht geschreven door Gerhard Burgers en voor u gelezen en hier geplaatst...

medicijnman

storm vergruist zinnen
tot flarden in de mist
fatsoen verdween hier
normen zijn vergaan

de top is rot en de boom
die aarde heet, huilt vandaag
bliksems schudden zij
uit over het volk

de top is rot, de kruin
die mooi had moeten wuiven
boog slechts voor hen
met het goud in de ogen

Geschreven door Dora om 16:54 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten