Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

romantisch

Een gedicht van een oude dichter Johannes Immerzeel 1776-1841 Toen waren ze wel erg romantisch, deze gezellige romantiek in de winter kom je nooit meer tegen. Heb het voor u gelezen en hier neergezet. Vanwege de dichterspret!

Winterlied van een landjongeling

Hoe sneeuwt, mijn geliefde! de vlokkige wol,
Zo blank als uw boezem, de dalvelden vol!
Het noorden ombuldert ons hutje op 't norst,
En hek en geboomte is met rijp overkorst.

't Is winter! het ijs nam de beek in bezit;
De daken der landlijke stulpen zijn wit,
En grauw en eerwaardig, met zilveren top,
Rijst ginter de staatlijke kerktoren op.

't Is winter, mijn liefje! stook 't kamertje warm;
Zet u bij de kachel, en neem me in uw arm!
Want koost men en strookt men, gelijk in de lent',
Dan tovert de liefde de winter ten end.

En draait gij met vingren, zo zuiver als was,
U zijdenen draden van 't zilveren vlas,
Dan schud ik, al stoeiend, u 't kaf van uw schort;
Dan maak ik door sprookjes de nachten u kort.

't Is winter, mijn liefje! waart gij reeds mijn vrouw!
Of ik u ook kussen en troetelen zou!
'k Nam dan u, mijn tedergeliefde! in de arm,
En lachte om de winter — want liefde maakt warm.

Geschreven door Dora om 21:15 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

jezelf

Jezelf zijn

 

Wees gewoon jezelf

Laat niemand zeggen hoe je moet doen

of hoe je zou moeten zijn

Dat geeft veel frustratie

En ook heel veel pijn

Mensen mogen ieder op zich

Gewoon zichzelf zijn

Ben je voor een dubbeltje geboren

Wil dan geen kwartje zijn

Want dan loop je jezelf achterna met chagrijn!

Kijk maar om je heen

Wie wil nog zichzelf zijn?

 

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 17:18 Reageer op dit bericht

avond

Een gedicht van Betje Wolff-Bekker 1738-1804 het is wat ver terug in de tijd...maar toen was tijd, echt tijd, geen gebrek aan tijd vanwege het rustige leven...Zoiets zou een modern mens eens moeten kunnen beleven...dan zou deze zeggen wat een saai leven...omdat deze vol met onrust zit in z'n leven...leuk om over na te denken...misschien kan het wat hulp schenken in de rusteloze wereld vol van gejaag!

De avond

Weg is de dag! hoe flauw kan men ontdekken
Hetgeen nog straks ons aanblonk in ‘t gezicht:
Hoe zachtjes volgt de scheemring op het licht:
Zo zien we allengs onze ogen ‘t licht onttrekken.

Zie, de avond valt; ‘t gewoel begeeft de straten,
De werkman treedt zijn warme woning in;
Zeer wel tevreên met eerlijk klein gewin,
Tracht hij naar schat, noch hoogverheven staten.

Hij ’s moede en mat; hoe aangenaam is ‘t rusten!
Hij heeft zijn kracht niet voor ‘t gezin gespaard.
Zie hoe hij dut in ‘t hoekje van de haard,
Waar zich vrouw en kinderen verlusten.

De brave vrouw zult gij in haar kamer vinden;
Ze ontkleedt een kind, dat zij in ‘t wiegje leidt,
Terwijl het lacht, en speelt, en streelt, en vleidt;
En zij ‘t vertoont aan hare welbeminden.

Dees Vader zit, nog ouderwets van zeden,
Bij vrouwtje en kind, met een boek in de hand;
Of leest voor haar een maandschrift, of courant,
Terwijl zij breidt, al luistrend naar zijn reden.

Zo wordt veelal de avond toch gesleten,
Tot hij wordt vervangen door de nacht:
Gelukkig hij, die ‘t aller tijd betracht
Hetgeen wordt goedgekeurd van zijn geweten

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

duivenprieel

Een gedicht van Johan Michiel Dautzenberg 1808-1869 Toen werden mensen en dichters niet zo oud als nu, maar ze spraken meer en een betere taal. Al het vermaak van en op deze wereld is niet altijd een verrijking van de geest! 

Het duivenprieel

Gij wilt uit nacht en winter,
Gij wenst een warm tafreel,
Gij kijkt om u heen en vindt er
Een vriendelijk duivenprieel.

Nauw dringt er de zonne binnen,
Zij tovert door ‘t naaste verschiet;
Drie duifjes beginnen daarbinnen
Te zingen een tortellied.

Drie zusters zijn het, dat raad je:
De oudste een ontluikende knop,
Het jongere paar, dat praat je
Nog graag van bikkel en pop.

De oudste trenst, en haar kluwen
Verbreedt zich tot strik en net;
Hoe zou zij blozen en gruwen,
Zo zij zag hoe ik op haar let.

Mijn winter wordt tot zomer.
... Toch sluit ik de ogen dicht!
Want ach, mij grijze dromer
Verblindt zulk hemels gezicht.

 

 

Geschreven door Dora om 19:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Hemelhuis

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932 

Hemelhuis

Door mijn woning
speelt een zonnig licht.
'k Voel me een kleine koning
in mijn grote plicht:
vrouw en kind te schragen
op mijn sterke jeugd;
en ze hoog te dragen
in mijn vreugd!

Daar, op 't schouwke,
prijkt mijn enig kruis.
Wees mijn engel, vrouwke,
wees mijn hemel, huis.
Wees mijn stoutste roemen,
wees mijn zoetste troost,
frisse levensbloemen,
krachtig kroost.

O, mijn kindren!
Graaggebroken brood!
Zou 't geluk vermind'ren
waar de last vergroot?
Zou men armoe lijden
om een mondje meer?
Och, waar mensen strijden,
helpt de Heer!

Geschreven door Dora om 21:02 Reageer op dit bericht

geduld

Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

Hoe in de oude tijd ook de tijd is vergaan met geduld! Hoewel wij in de huidige tijd steeds ongeduldiger worden!  Maar het blijft waar!

Het geduld

Geduld is zulk een schone zaak,
Om in een moeielijke taak
Zijn doelwit uit te voeren;
Dit zag ik laatst in onze kat,
Die uren lang gedoken zat,
Om op een rat te loeren.
Zij ging niet heen voor zij de rat,
Gevangen, in haar klauwen had.

 

Geschreven door Dora om 22:13 Reageer op dit bericht

Een gedicht van P.A. Génestet 1829-1861

In de bibliotheek van een liefhebber

Geleerdheid grijnst van alle kanten
Hier door een stemmig donker heen:
Ach! met de eerwaarde folianten
In perkament, als achtbre tanten,
Ben ik, zo jong, niet graag alleen.

Hu! ijzegrimmige kwatrijnen,
Gij staart mij zo verschriklijk aan,
Als waar’ hij erger dan profaan,
Die aan uw saaie schuifgordijnen
Zijn wufte handschoen durfde slaan.

’t Is boek van onderen tot boven!
Hier groeien boeken uit de grond:
Ai help! ik voel mij zo bestoven,
Als rolden al die filosofen
Gelijk uit hun papieren mond!

Hij, die dees achtbre rijen schikte,
Bouwde eens aan Babels toren mee;
Hier hebt gij de oudheid, stof op snee!
En – hoe ik van die titlen schrikte –
Verwarring is hier ’t groot idee.

Ik zou vergeefs mijn vrienden zoeken,
Ik heb geen moed en geen plezier;
Het is of gij uit alle hoeken,
Mij toebromt, o pedante boeken:
‘Gij zijt geen boek, wat doet gij hier?’

Hoor! De oude grenen kasten kraken,
De meester komt…het vunze stof
Dampt naar de zoldering duf en dof!
Ik mag mij uit de voeten maken,
Ik voel een bitse schouderklop,
Ik zie twee opgesperde kaken…
De boekeneter eet mij op!

Geschreven door Dora om 19:37 Reageer op dit bericht

kijken

Kijken

 

Je kijkt

Je loopt

Je groet

Je doet

Wat doe je?

Geen tijd verknoeien!

Soms even ontspannen

Maar dan zijn er al weer nieuwe plannen

Een mens is altijd in beweging

Die mens heeft maar één ding

En dat is alles uit de tijd halen die je krijgt

Soms is het wel dat je een beetje hijgt

Want dan is er iets wat in je lichaam stijgt

Dat kan de bloeddruk zijn

En dat komt van hartenpijn

Omdat een hart niet alleen kan zijn

Een waar hart moet kunnen communiceren

Maar dat hebben ze bij het grof vuil willen deponeren

Afhandelen die zaak

En de klappen waren geweldig raak

En wat doe je nu

Je kijkt

Je loopt

Je groet

En je doet wat jezelf wil

Het appeltje is geschild

Bijna geen mens heeft echt gewild

Men denkt zeker dat de liefde drilt

De liefde zoekt altijd de ander

Dat is dan je levenswandel

Maar op laatst is het over met de handel

En is er alleen nog maar de herinnering

Hoewel het niet om jezelf ging

Maar om de liefde van God

Die zou leiden tot

Tot een vreedzame wereld

Maar geen mens heeft er echt behoefte aan

Behalve als men in het nauw komt te staan

Dan vraagt men zich af waarom hebben ze me dit aangedaan

En zo zijn er nu al vele achter me aan gegaan

Want er geschiedt nu veel onrecht

Omdat het recht het niet meer recht zet!

 

 

 

Geschreven door Dora om 19:48 Reageer op dit bericht

hobby

Een gedicht geschreven door een aardige dame haar naam is Janny Schepenaar...zij weet wel waar een dichter zijn inspiratie zoekt voor mij heeft ze met dit gedicht succes geboekt.

Ook een dichter heeft,,,,

Gewapend met zijn pen en blocknote
in zomers shirt en korte broek
loopt hij in de richting van het park
want de inspiratie is ver zoek

Misschien ziet hij in bomen en planten
iets wat zijn schrijversgeest boeit
zodat er willekeurige woorden ontstaan
en tot een pracht gedicht weer bloeit

Of ziet hij op dat bankje misschien
een verliefd paartje samen kussen
ach je weet met hem maar nooit
je krijgt er meestal geen woord meer tussen

Het gaat hem net als elke dichter
doet inspiratie op bij alles wat hij ziet
en wil het soms een dag niet lukken
heel simpel, dan schrijft hij eens een dagje niet.

 

Geschreven door Dora om 19:15 Reageer op dit bericht

vrucht

Een gedicht van W.J. van Zeggelen 1811-1879

Wat verboden vruchten ons kunnen brengen toen en nu er is geen verschil...het gaat allemaal zoals het wil. Je kunt angstig zijn voor de strenge man en zijn eventuele straf...maar het kwaad wordt altijd vanzelf gestraft!  Eén Oog die alles ziet en beter een tijdelijke straf dan de eeuwige straf!

Verboden vrucht

Ik was onlangs bij Evert-oom
En klom er in de kersenboom;
Het was wel tegen ooms verbod;
Maar 'k was op kersen zo verzot,
Dat ik mijn vrees voor straf verwon
En plukte wat ik plukken kon.
Juist kwam de tuinman in de tuin,
Ik klom wat hoger naar de kruin,
En wist van angst niet wat te doen,
'k Verschool mij onder 't dichte groen;
't Was schemeravond; bovendien
Kan de oude Jan niet ver meer zien.
Ik vreesde - had hij mij bespeurd -
Hij had mij naar mijn oom gesleurd,
En 'k weet, waar deze wat verbiedt,
Daar is oom gans zo maklijk niet.
Wis zou de tuin naar alle schijn
Voor lang voor mij gesloten zijn;
En de ergste straf nog zou daarna
Mij zeker wachten bij Papa.
Ik gluurde Jan na waar hij liep,
Tot eindlijk oom, o vreugd! hem riep.
'k Was van mijn stuk af door de schrik,
'k Zakte af, maar op dat ogenblik
Brak juist een tak, 'k viel naar beneên
En och, ik brak mijn linkerbeen.

Vier weken lig ik thans te bed,
Mijn broeders hebben dolveel pret.
Wat ik hun vreugde soms benijd!
Wee mij, 't is juist vakantietijd;
Dat zetten, foei, het deed zo zeer!
Daar lig ik nu in spalken neer!
En eer ik van mijn peluw kom,
Is heel de lieve zomer om.
Ik heb nu tijd om na te gaan
Hoe duur die grap mij kwam te staan,
En 'k denk met menig diepe zucht:
Wat gaf mij die verboden vrucht?
Ach, was het proeven suikerzoet,
De nasmaak is als gal en roet.

 

Geschreven door Dora om 21:21 Reageer op dit bericht

goudkoorts

Een realistisch gedicht geschreven door Gerhard Burgers en voor u gelezen en hier geplaatst...

medicijnman

storm vergruist zinnen
tot flarden in de mist
fatsoen verdween hier
normen zijn vergaan

de top is rot en de boom
die aarde heet, huilt vandaag
bliksems schudden zij
uit over het volk

de top is rot, de kruin
die mooi had moeten wuiven
boog slechts voor hen
met het goud in de ogen

Geschreven door Dora om 16:54 Reageer op dit bericht

Een gedicht voor u gelezen het is uit een hart geschreven door Hans Cieremans

 

Ondoorgrondelijke wegen,
die wij mensen moeten gaan.
Soms kan ik er niet meer tegen,
twijfel ik aan Gods bestaan.
Ziektes, oorlogen en rampen
of ondragelijk verlies,
waar niet tegen valt te kampen.
Zaken waar ik niet voor kies.

Ondoorgrondelijke wegen,
die wij mensen moeten gaan,
zijn vaak mooi, een ware zegen,
het bewijs van Gods bestaan.
'k Zie de schoonheid ons omringen,
'k voel de liefde elke dag
Al die vreugdevolle dingen,
waar ik van genieten mag.

Ondoorgrondelijke wegen
zijn altijd en overal.
Maar de route die we kregen
brengt ons samen in een stal.
Deze weg doet mensen binden.
't Is een keus die weg te gaan,
waar slechts liefde is te vinden
en geen twijfel kan bestaan.

 

 

Geschreven door Dora om 21:50 Reageer op dit bericht

recent

Een recent gedicht gelezen voor u, de schrijver heet trawant

 

Knip

Wat heerlijk, de recessie is voorbij
Veel eerder dan ik ooit had durven hopen
Weer afgeladen door de koopgoot lopen
U bent toch zeker ook van de partij ?

Of zit u nog gevangen in een dip
Met beide handen muurvast op de knip.

Mijn antwoord op het gedicht

 

 

Voorbij?

 

Recessie voorbij

En de mens is ineens weer blij

Moeten we weer het koopgenot gevoel krijgen

En daarna weer de endjes proberen aan elkaar te rijgen

Laat de recessie dan ietwat voorbij zijn

Maar de gevolgen zullen langer bestaan

Je begint na een dieptepunt weer van vooraf aan

Of geloven we daar niet in!

Heeft de mens het alleen met alles te kunnen kopen naar de zin!

We moeten wel met z’n allen de economie draaiende houden

Maar ik denk dat vele mensen ziek zijn en verkouden

Van al de hebzucht en koopgedrag

Hiermee boezemen we toch geen ontzag

Het lijkt wel of dat alles kan en mag

Maar de mens moet leren rentmeester te zijn

Dan pas is er een refrein

Waar de mens blij mee kan zijn

Dan kunnen overheden betere bijstand verlenen

Voor mensen die door onverkwikkelijke zaken per ongeluk wenen

Hoewel de mens ook moet leren geduldig te zijn

In tegenspoed valt veel te leren

Terwijl in voorspoed er niet veel valt af te leren

Men heeft alsmaar meer rechten

En dat moet op een gegeven moment iedereen beslechten!

 

 


Geschreven door Dora om 18:55 Reageer op dit bericht

ernst

Een kort gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903 

ERNST

De toon van echte ernst is waardig, kalm en zacht;
Niet hartontzettend zwaar, noch pijnlijk scherp in de oren.
Een middentoon, welluidend uitgebracht;
Men kan er ’t hart, waaruit hij komt, in horen.
Dat is zijn schoonheid en zijn kracht.

 

 

Geschreven door Dora om 19:09 Reageer op dit bericht

thuisreis

Een gedicht van P.C. Boutens 1870-1943

 

                                                         Op de thuisreis

In het stergedoofde Zuiden,
In het vroeg ondiepe licht
Bleekt een grote wassen maan,
Als een droom niet meer te duiden,
Een verduisterd zielsgezicht
Door de dagen met ons gaan.

Naar het Oosten reikt mijn reizen,
Waar de diepe horizon
Achter donkre heuvlen brandt:
Van hun toppen zie ik rijzen
Straks de stille gouden zon
Over 't onbegrensde land.

Weinig lange weken straalden
Zon en maan voor oog en voet
Vreemde paden schoon en licht -
Nimmer week wat rees of daalde,
Aan de kimmen van 't gemoed
Weerglans van uw aangezicht.

Eer een tweede zon zal stijgen,
Nacht de komst der maan vermoedt,
De eerste ster door 't donker bloedt,
Zien mijn ogen weer ziels eigen
Vaste zon, uw oog doorgloed
Van het licht dat ebt noch vloedt!

Uit de bundel: Vergeten liedjes

Geschreven door Dora om 22:07 Reageer op dit bericht

maanlicht

Een gedicht van Marie Bodaert 1844-1914

 

Maanlicht

Geklommen was de maan naar boven,
Had wolken stil uiteengeschoven,
sneeuwengrot leek zij te turen,
En zilversneeuw in ‘t rond te sturen.

‘t Was of de warme zomeraarde
Het koelend zilver gretig gaarde:
Al meer en meer had ze opgevangen
Tot al van zilver was omvangen.

Een koel, blank kleed dat verre strekte
En velden wijd en weien dekte;
Blanktrossige bomen daar geheven
Leken in zilvermeer te leven.

Zilver was ‘t al. De duinen lagen,
Als reuzen door de slaap verslagen
In glimmend pantser breed ter neder
Een zeemeeuw sloeg de zilverveder.

Dreef door het zilver van de heemlen,
en bleekte weg in ‘t zilverscheemlen
Boven de zee van licht doorglommen,
Waar kleine slaaprige golfjes zwommen.

 

 

Geschreven door Dora om 21:15 Reageer op dit bericht

Een schrijven van Willem Bilderdijk 1756-1831

Wijn

Eerst een luchthart maakt de wijn,
dan een ekster, dan een zwijn;
maar verheert hij eens ’t gemoed,
ieder drup kost mensenbloed.
Weg die beker! Weg van mij!
Liever dood dan razernij.

1827

--------------------------------
luchthart - onverschillig iemand
ekster : dief
zwijn : wellusteling
verheert - overwint

 

Geschreven door Dora om 17:14 Reageer op dit bericht

de pottenbakker

Een gedicht van Aart de Leeuw 1876-1931 

De pottenbakker

De meester zegt: "Geef aan de schaal
De bocht van 't brood; waartoe een fraai bokaal,
Als toch de drinknap in haar holle hand
Lessing genoeg voor elke dorst omspant?

Vergun tot enig sieraad uwe kruik
De gulle welving van een gladde buik.
Zwaar is het leven, ernstig; bloed en zweet
Proeft ge aan haar gaven als ge drinkt en eet;

Zorgt gij dat, in een soobre vorm geprangd,
Het simpelst vat die bittre vrucht ontvangt."
Maar, zo ik voor mijn venster zit en werk,
En, in de lijst van 't raam mij veld en zwerk

Verrukken door hun machtig schilderij, -
De madelieven flikkren in de wei,
Zwaluwen slieren arabesken snel
Van wolk naar wolk, uiteen vouwt de kapel

't Mystiek wonder van zijn tekenschrift,
Met diamant, op saffier gegrift, -
Dan beeft mijn vinger, wijl de draaischijf snort,
Het blinkend nat over de leemklomp stort,

En onbewust druk ik de weke klei
Tot kelken, lijk de bloemen in de wei,
En rank en pooprend zwelt omhoog de tuit,
Of daar een vogel opwaarts wiekt en fluit;

In 't zwierig lijnspel dat ik mijmrend trek
Fladdren de vlinders met hun stom gesprek,
Terwijl ik eindlijk op mijn fijn penceel
De blauwe schemer van de hemel steel;

En eerst als gaaf het kunstwerk voor mij staat,
Ach, denk ik aan de meester en zijn raad.

Uit de bundel: Herscheppingen

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 19:02 Reageer op dit bericht

weekend

Op het plaatje staat een groot weekend...ze bedoelen dan zeker een heel fijn of gezellig weekend....in ieder geval moetje het toch zelf doen of maken...Dan doen we dat zover het in ons vermogen ligt...

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 19:17 1 reactie Reageer op dit bericht

Golgotha

 

 

Een gedicht van Theo Thijssen 1879-1943

De Man der Smarte
Hangt aan het hout,
Geschuwd door allen
En uitgejouwd.

De middagzonne
Straalt brandend heet
Zij schroeit de Heiland:
Hem schut geen kleed.

Het volk verguist Hem,
Bespot Hem luid:
‘Gij, valse Godsman,
Uw spel is uit!’

Hij hoort zijn stemme
Zo vlijmend koud:
‘Kom nu, Verlosser,
Kom af van ’t hout!’

De overpriestren
Aanschouwen 't blij:
De Waarheid zieltoogt,
Zij zijn nu vrij!

Daar hangt Hij bloedend
Aan 't merk der schand;
Hij, d'eeuwge Koning
Van 't Godlijk Land.

Zijn wonden schrijnen
En 't drupplend bloed
Vergaart zich samen
Aan 's kruises voet.

Maar 't Hart des Heilands
Het bloedt nog meer,
Zijn ziele buigt zich
Bedroefd terneer.

Maar van Zijn lippen
Ruist 't warm gebed:
‘Vergeef 't hun, Vader!
O! Red hun! Red!...'

De Man der Smarte
Hangt aan het kruis;
Zijn ziele smacht naar
Het Vaderhuis.

Voor het brekend oge
Wordt 't donkre nacht.
Zijn lippen staamlen:
‘Het is volbracht!’.

Het hoofd nu buigend,
Geeft Hij de geest,
De grote Christus!...
Hij is geweest!...

Maar Englenreien
Verkonden ’t lied:
‘De eeuw’ge Christus,
Hij sterreft niet!

Zij Geest blijft leven,
Trotseert de dood,
Na zwarte nacht groet
Hij ’t morgenrood!

Zijn Geest van Liefde
Wordt niet geblust;
In Zijn naam vindt eerst
De Sterv’ling rust!’

En Englenkoren,
Zij heffen aan:
‘Wat eeuwig goed is
KAN niet vergaan!’

Geschreven door Dora om 21:43 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten