Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

waan

Een gedicht van Henriëtte Roland Holst-van derSchalk  1869-1952

En zo het dan een waan is

I

En zo het dan een waan is te geloven
Dat liefde ons eens allen verlossen zal
En haar zegen oneindig gaat te boven
De krachten van verderf in het heelal; -

Te geloven, dat de duistere demonen
Die huizen in het menselijk gemoed
En alles wat ademt, en leeft, bewonen,
Haar, overmand zullen valle' eerst te voet, -

Zo wil ik liever leven in die waan
Waar zoveel dappre daden aan ontsprongen,
Die heeft zoveel verslaagnen opgericht,
Wiens lof zoveel bezielde dichters zongen,
Dan eenzaam, verbeten en verbitterd staan
In wreder waarheid onbarmhartig licht.

II

Maar 't is niet waan en dat weten wij allen
Voor wie genade op hun levenspad
Het milde licht ener waarheid deed vallen
Waarvan hun hart nimmer de glans vergat; -
Die nooit haar warmte in hun hart ontbeerden
Voor wie iedere beet die hun mond at,
In zoete kracht en zaligheid verkeerde
Omdat de liefde haar gezegend had.

Al is de mens van nu nog zo verdorven
Van verbeelding, zo verhard van gemoed,
Ook voor hem is Christus aan 't kruis gestorven,
Zijn ziel ontsprong aan Gods eeuwige klaarheid.
Daarom kunnen wij roemen in de waarheid:
De waarheid is niet beter; zij is zoet.

 

Geschreven door Dora om 19:45 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

uren

Een gedicht van Helene Swarth 1879-1943

Uren

Als blonde kindren hupplen de Seconden
De poort des Morgens uit, vol lichtgeluk.
Als kreunende ouden, steunende op hun kruk,
Strompelen traag de zware Middagstonden.

Hoofdschuddend, zuchtend, droef-eentonig druk,
Tonen zij bloot de nooitgenezen wonden,
Tekenen rood op schouderen geschonden
Door 't eens zo trots getorste levensjuk.

Dan komen vroom, in slepende gewaden,
De zingende Avonduren zilverblank,
Wandelend zacht langs bruine schaduwpaden.

Maar hoe zal ik, van middagklachten krank,
Beängst en moe van dromen als van daden,
Weer vrede vinden in hún stemmenklank?

Geschreven door Dora om 22:40 Reageer op dit bericht

sneeuw

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939 een mooi geschreven gedicht. Sneeuw heeft met God te maken en God heeft met sneeuw te maken! Jesaja 1:18

SNEEUWDAG

Is dit Gods nieuw wereld? Pijnend licht
Liggen de velden voor mijn zwak gezicht.
Mijn hoofd is duizel-ijl, zo kort genezen
Van aardes zware druk, doods kille vrezen.
En overal is horeloos bewegen.
Gestalten waden stil de blankheid tegen
Der vijvers, in hun kristallen vreê,
Als Gods doorluchte helle hemelzee.
En al de bomen staan getooid gebogen;
Zo dekken zich Gods englen voor zijn ogen
Onder der vleuglen blank bedonsde huiven:
Een vlekkeloze vlucht gedoken duiven.
Is dit Gods dag? Hoe kunnen mijne blikken
Zijn witte glorie dragen zonder schrikken?
Hoe kan ik, aards en ziek en arm en donker,
Mij wagen tot zijn licht en rijk geflonker?
‘k Sta aan de grens van zijn verheerlijkt heden,
Maar wie durft ongeroepen verder treden

Geschreven door Dora om 19:33 Reageer op dit bericht

levensfilosofie

Een gedicht van P.A. de Genestet

 

't Buitenleven - lanterfanten!

 IJdelheid - uw stadsgerucht!
 
'k Geef om mensch, noch boom, noch lucht:
 
Ik leef bij mijn folianten:
 
Dat zijn vríenden waar en wijs;
 
In mijn cel is 't Paradijs!’
 
 
 
‘“Paai! die Mädchen! boomen, menschen,
 
Boeken? - och, een aardig kind
 
Is mij boek en bloem en vrind,
 
Summum van mijn aardsche wenschen!
 
Waar het oog der liefde straalt
 
Is mijn Hemel neêrgedaald!”’
 
 
 
Boomenkweekers, wereldlingen,
 
Celbewoners, jongeliên,
 
In uw plaats, zou mij het spleen
 
Uit mijn jeugdig vel doen springen!
 
Toch roem elk zijn keuze vrij
 
Als de slimste; maar voor mij,
 
 
 
Om door 't leven heen te komen,
 
Wijsheid zoekend, met een lach,
 
Heb ik noodig dag aan dag,
 
Menschen, meisjes, boeken, boomen,
 
Vreugden, smarten, dwaasheên, droomen,
 
Zielestrijd en luit-akkoord,
[p. 97]
 
Vriend en vijand, en zoo voort,
 
Met nog twintig kleinigheden
 
Om mij telkens te vertreden.
Geschreven door Dora om 14:25 Reageer op dit bericht

volmaakt

Een gedicht van Ida Gerhardt

HET VOLMAAKTE

Ik gaf mijn kind een zilveren bal.
Het werd zijn één, het werd zijn al;
en hij die steeds met ieder deelt,
hij schreit als iemand er mee speelt.

Ik sprak tot hem met zacht vermaan;
hij zag mij lang verwonderd aan
en liet toen stil zijn tranen gaan.

Ik gaf mijn kind een zilveren bal:
bracht ik zijn onschuld nu ten val?
Of ben ik blind? – Het goddelijk kind
hield in zijn handjes het heelal.


(uit 'De zomen van het licht' 1983)

twee opmerkingen:
1. zilveren bal = verzilverde luchtballon, veel groter dan gewone, zeer populair in de jaren ’20 (nu weer terug in allerlei vormen en bonte kleuren)
2. In de schilder- en beeldhouwkunst wordt het kindeke Jezus wel afgebeeld op de schoot van zijn moeder met de wereldbol in zijn handen. Primitief noemen wij dat vaak, maar dat is het natuurlijk niet. Het is enkel hoogst symbolisch. Het zegt duidelijk dat daar niet zomaar het zoveelste kindje geboren is, maar dat het lot van de wereld zal blijken met het leven van dit kind verbonden te zijn.

 

 

Geschreven door Dora om 19:28 1 reactie Reageer op dit bericht

zang

Een gedicht van Rhijnvis Feith 1753-1824 uit vervlogen tijden, mat het graf bestaat nog steeds

Het graf

Vierde zang

Ja, stille Graven! ja, gij blijft mij wijsheid leren.
Hier kan ik 't best met God en met mijzelf verkeren,
Hier, waar de vrede woont, de zorg het hart niet knaagt,
De beek welluidend ruist, de tortel troostrijk klaagt,
De zoô *, die de armoe dekt, en 't marmren ereteken,
De duurzaamheid en prijs van aardse grootheid preken.

't Gewormte kent geen schoon, geen glans, geen majesteit;
Het aast op vorst en slaaf met de eigen gretigheid;
't Verteert gevoelloos, stil, met de eigen scherpe tanden,
De zachte maagdenborst en 't hart van dwingelanden.
De Dood verzorgt zijn dis en zamelt prooi in 't graf.
De rauwe moederkreet dwingt hem geen Zuigling af;
Hij scheurt de Jongling van het gillend maagdenharte,
Bespot de vriendschap, en beschimpt de huwlijkssmarte.
Zijn adem blaast - rang, macht, goud, titel, aanzien, zwicht;
De mens wordt wat hij was bij 't eerste levenslicht.
Zijn adem blaast opnieuw - de schoonheid is verdwenen,
Een nare afschuuwlijkheid zweeft om de schoonsten henen.

Begin van de ‘Vierde Zang’

----------------------------------------------------------
zoô - zode, aarde

Geschreven door Dora om 17:00 Reageer op dit bericht

Wie

Een mooi gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

WIE IS ALS GOD!

'Wie is als God!' zo wierd het woord,
in lang verleden tijden,
omtrent de troon van God, gehoord,
als Michaël ging strijden.
'Wie is als God!' Hij won de slag
en satans volk vernederd lag.

De vane omhoge! en immer voort,
die weerbaar is, gestreden!
'Wie is als God!' weergalme ‘t woord
des zegepraals, nog heden!

De vijand wierd verwonnen, maar
zijn hoogmoed niet gebroken;
met lichaamsrampe en zielgevaar
blijft satan ons bestoken;
doch, stuive en storme ‘t nog zo fel,
'Wie is als God!' roept Michaël.

De vane omhoge! en immer voort,
die weerbaar is, gestreden!
'Wie is als God!' weergalme ‘t woord
des zegepraals, nog heden!

De wereld is een worstelperk,
vol vijandschap en veten;
geen winnen, of een wapenwerk
van dapperen mag ‘t heten:
die weerbaar is de vrede haalt,
- 'Wie is als God!' - en zegepraalt!

De vane omhoge! en immer voort,
die weerbaar is, gestreden!
'Wie is als God!' weergalme ‘t woord
des zegepraals, nog heden!

Bewaar ons, in de wijg, en doet
ons allen, die u eren,
tot tenden uit, met kloeke moed
de slagen slaan des Heren;
bevrijd ons van der kwade dood,
o Michaël, Gods engel groot!

De vane omhoge! en immer voort,
die weerbaar is, gestreden!
'Wie is als God!' weergalme ‘t woord
des zegepraals, nog heden!

'Wie is als God!' zij ons geschreeuw,
zo ‘t uwe was, voor deze;
verwinnaar zal de Vlaamse leeuw,
door Michaël, nog wezen;
sta, engel Gods, zo bidden wij,
ons, lijdend, zwijgend, stervend, bij!

De vane omhoge! en immer voort,
die weerbaar is, gestreden!
'Wie is als God!' weergalme ‘t woord
des zegepraals, nog heden!

 

Geschreven door Dora om 17:20 Reageer op dit bericht

kaars

Een gedicht gericht op de levenskaars, heeft de kaars gebrand of ben ik voor die tijd al gestrand...in de ouderdom is er nog maar een klein stukje over en dan is de kaars bijna op!

Eng

 

Soms is het eng

Dan hoor je, je eigen stem

Er is geen uitzicht meer

De jaren zijn voorbij gegaan

Ik heb al zoveel gedaan

En straks zal de dood voor mijn deur staan

Ik heb geleefd

Het heeft engte gegeven

Er was wel van alles te beleven

Maar het leven nam zoveel weg

Ik was alleen op mijn levensweg

De mensen komen en gaan

Je moet zelfstandig in het leven kunnen staan

Want niemand is met je begaan

Je moet doorgaan

In de levenstrijd

Het geeft maar een bepaalde tijd

En dan is de tijd gekomen

Dat je afscheid gaat nemen

Het duurt soms nog even

Maar één keer is er een einde aan dit leven

Zijn de jaren dan van engte voorbij

Nee, want ik kijk de dood in de ogen

En mijn tijden die hebben er niet om gelogen

De ouderdom doet of deed zijn intrede

Het gaat niet meer zoals in het verleden

Het verleden waar alles kleurig was

En als ik ziek was, was er de dokter die mij genas

Maar van ouderdom kun je niet meer worden genezen

De jaren zijn voorbij en het leven is gelezen

Misschien heb ik nu nog maar even!

En geeft het uitzicht in de advent

Nu het gezicht waar ik zo naar heb verlangd?

Of was het alleen meer wat gezelligheid voor de tijd!

Straks is het een keer eeuwigheid!

Uren dagen maanden, jaren

Ze vliegen als een schaduw heen

Niets bestendigs is hier beneen!

 

Dit gedicht is geschreven met een blik naar het mensdom

door Dora

 

 

 

Geschreven door Dora om 11:30 Reageer op dit bericht

winterspook

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899 Zou het nog gaan dagen in het oosten?

 

HET WINTERSPOOK

De deuren van de Oosten gaan,
nog nauwlijks, even open
en toe, gelijk, de laatste keer,
des vege wimpers doen,
die henengaat in ‘t eeuwige. Ach,
‘t is avond nog eer ‘t noen
kan worden! Is geen dageraad,
geen dag ons meer te hopen?

Gij ook, voor eeuwig, gaat gij, oog
des Hemels, nu verdwijnen?
Gaat ‘t duister worden, altijd voort,
en donker, overal?
Gaan sterrenlicht en manelicht,
in ‘t levenloze dal,
daar ‘t koud en altijd winter is,
allene nu nog schijnen?

Een graf nu, och, een wintergraf
is alles weer bedegen*;
gedolven in dat graf is mij
de jonkheid en de jeugd:
wie redt er, ach, wie helpt er, uit
de nood ons? Hoe de vreugd
van vroeger, die begraven ligt,
het graf weer uitgekregen?

‘k En zie bijna geen wegen meer:
de koude voert mij henen,
de velden uit, de steê weer in;
nog donkerder is ‘t daar:
de zware dompen varen mij,
als of het water waar',
dat duisternisse en vuilnis voert,
onhoorbaar vóór de schenen.

Ze ontsteken licht. Een damp, alom,
die, stinkende, onder de aarde
geboren is, nu dansen gaat,
en spotten met de zon,
die ‘s Winters onmeedogendheid
niet langer baas en kon
en henenging; die, krachteloos,
voor goed misschien, ontaardde!

Afgrijslijkheid? Het winterspook
zit overal te wachten:
‘k gevoel ‘t, alwaar ik henenwille,
of zoeke zijn gegaap
te ontsnappen; ‘t komt mij tegen, tot
in huis, en, daar ik slaap,
daar steelt het mij de ruste van
mijn slapeloze nachten!

Dat ‘t Joel* weerom, dat ‘t Kerstdag zij,
dat ‘t ophoude, al dat zinken,
dat sterven, dat verloren gaan
des levens! - Herders, gaat
en peilt de diepe Oosten: ziet
gij dag noch dageraad,...
nog ‘t nieuw geboren Zonnelicht,
te Bethlehem, niet blinken?

Geschreven door Dora om 11:57 Reageer op dit bericht

ziel

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899 elk mens heeft een ziel en wat doet of deed deze er mee! Dit is goed vertolkt in het onderstaande gedicht

ALS DE ZIELE LUISTERT

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blâren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heilige voet,
talen ende vertolken
't diep gedoken Woord zo zoet...
als de ziele luistert!

----------------------
lijzig - zacht
kouten - praten
klappen - praten
wee - wei
wegel - weg
talen - spreken

 

 

Geschreven door Dora om 14:14 Reageer op dit bericht

aanroep

Een gedicht van Joannes Reddingius 1873-1944, een ware pelgrim Hoe zwaar en moeilijk het ook was, hij heeft de reis begrepen! Toen was alles niet beter, maar er was geloof en de oren waren niet doof!

Aanroep

Was al mijn voelen en mijn leed van jaren
geen pelgrimstocht naar u, die ‘k diep belijd,
tot wie ‘k zacht zing, o wees gebenedijd,
wier zuiver beeld ik biddend mag ontwaren.

Ik ben een man, die sterk werd in de strijd,
die strijdend zong en zocht opnieuw gevaren,
wetend, diep-in, dat ééns de dag zal klaren,
als vogelstemklank door de luchten glijdt.

Vaak was het nacht. In gans verduisterd woud
droomde ik van sterren… en een maanlicht pad,
naar lichte verten voerend, zag ik mijn geest.

Heb ik niet altijd op uw komst vertrouwd?
Mijn hart kent u, gij kent mijns harten schat,
en samen gaan wij verder, onbevreesd.

Uit de bundel: Licht

 

 

Geschreven door Dora om 19:17 Reageer op dit bericht

het licht

Een gedicht van Herman Gorter 1864-1924 mooi geschreven en doordacht of diep beleefd!

Het licht is nog niet geworden

Het licht is nog niet geworden,
de hemel is bleek en vroeg,
de maan en sterren verdorden,
er is nog geen zon genoeg.

Maar van af de wolken gaat
een warmte, en doet blozen
van uit het hart, wie eenzaam staat
en voelt, zoals de roze,

dat ook voor hem dit schijnsel schijnt –
en de morgenzinnen
zweren: zolang ’t leven schijnt,
’t hoogste te beginnen.

Geschreven door Dora om 20:49 1 reactie Reageer op dit bericht

ondoorgrondelijk

Een gedicht van Daniel Jongtijs 1600-1654

Ondoorgrondelijke gronden

Ondoorgrondelijke gronden!
'k Ga niet veilig, zonder nood;
'k Ben niet vrolijk, zonder wonden;
'k Kan niet leven, zonder dood.

't Zijn twee ogen die mij geven
Dood en dodelijke wond:
En dat doden doet mij leven;
En dat wonden maakt gezond.

Hierom, opdat ik zou mogen
Hoeden mij voor doods gevaar,
Zoek ik stadig naar deze ogen,
Om gewond te zijn van haar.

Zoete wonden, zonder sterven!
Lieflijk sterven, zonder dood!
Aardig stelen, zonder derven!
Wonder derven, zonder nood!!

Geschreven door Dora om 19:08 Reageer op dit bericht

onmacht

Een gedicht van August Vermeylen 1872-1945 stil wandelend aan de zee voerden de gedachte van de dichter poëtisch mee...

Dagen van onmacht V

Als een zang die langzaam en machtig wiegt,
Uit de verte aansuist en dan weer vervliegt,
En op nieuwe wind
Me nauwer omwindt,
Hoor 'k steeds het geruis van de zee.

Waar ik ben.... ik wandel langs zonnestranden,
Alleen met het ruisen der baren die branden,
Zachte branding die schuimt
Naar de guurklare ruimt',
Witte ontrolling van lucht en zee.

En de golven stijgen in zingende reien
Naar de grote lichtdag waar spelemeien
De duizend gezwinde en
Witvleuglige winden
Langs gouden wegen over de zee.

Ik ga door de dagen, maar overal
Is haar ruimte en vreemd ruisende golvenval,
Zij roept me als gebod
Van mijn eigen lot
Uit de stemmen der liefde, de zee.

Zij wenkt me uit de blikken die liefde ontsloot,
De blikken van vreugde en lachende dood...
Een doodzang zoo fris
Als een kinderstem is
Zingt de bron van al leven, de zee.

Haar aanwezigheid houdt mijn ziele omvangen,
Mijn ziele zo ziek van ruimte en verlangen
Naar de onoverwinbare,
De onbezinbare,
De nooit-verandrende zee.

Wieglied, doodlied, machtig en stil,
Wieg mijne ziel die vertrouwen wil,
En vol duizeligheên
Nu staat zo alleen
Voor u die van allen zijt, zee.


Geschreven door Dora om 22:40 Reageer op dit bericht

haast

Een gedicht van iemand die haast had de naam van de schrijver Channah. Haastig spoed, zelden goed! Het geeft een erg zwaar beladen gemoed. Dan kan het lijken of het leven er niet meer toe doet. Want dit wordt vreselijk zweten in een geweten!

De dag dat alles anders was

De dag dat alles anders was
was een geen dag als alle andere.
Mijn auto, ja die reed te hard,
die maakte het de dag,
die alles liet veranderen.
Er kwam een grafsteen
met jouw naam.
En het maakte het de dag,
dat ik me schaam.
Iedereen heeft wel eens haast
Maar mijn haast die was niet gewoon.
Mijn haast is een moordenaar
en kostte het leven
van één persoon.

 

Geschreven door Dora om 15:24 1 reactie Reageer op dit bericht

graven

Een gedicht geschreven door mijzelf de leeftijd is niet belangrijk, het gaat om de nieuwe naam

Graven

 

Als de graven zullen opengaan!

Dan klinkt voor niet ieder een nieuwe naam

De nieuwe naam die wordt gegeven

Aan mensen die anders wilde leven

Aan mensen die aan de dood wilde ontkomen

Dat waren mensen met eeuwige dromen

Eens zal de dag komen

Dat de graven opengaan

En allen in en buiten het graf voor Hem zullen staan

En dan vraagt Hij, wat heeft u voor mij gedaan?

En moet men het antwoord schuldig blijven

Dan zal men innerlijk verstijven

Ja, dit is een afgrijzen

Omdat men lichtvaardig met dit alles om is gegaan

Want na dit leven is er nog een bestaan

Dat is altijd met Hem gaan

En een ieder laten verstaan

Dat ze op verkeerde wegen gaan!

Hij gaf Zijn leven maar niet zomaar

Er hing een dure prijskaart aan

Daarom is het zo nauw om Hem in het

hier en nu te kunnen verstaan!

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 17:32 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Victor a. Dela Montagne 1854-1915

'k Heb zoete liefde verdreven

‘k Heb zoete liefde verdreven
uit het ontloverd nest;
en als een slot omgeven
mijn hart met wal en vest.

De burchtpoort is gesloten,
de hangbrug is gelicht;
‘t geheel is overgoten
met mystisch treurig licht.

Of in de voegen schijnen
te bloeien bloemetjes blauw,
zij zullen, zij moeten verkwijnen:
zij derven zonglans en dauw.

Nog zingt in dorrende twijgen
een eenzame nachtegaal,
Dra zal, - daar de echo's zwijgen -
verstommen zijn weemoedstaal.

Wel is het stil daar binnen
maar ‘t is er rustig en goed;
en nimmermeer blaast op de tinnen
de wachter, met dartele zinnen,
een reiziger de welkomstgroet.

Geschreven door Dora om 19:53 Reageer op dit bericht

jachthoorn

Een gedicht geschreven door Prosper van Langendonck 1862-1920 een voor mij onbekende oude dichter maar het gedicht sprak mij aan en laat het hier voor u staan...een hoorn doet denken aan iets wat lang is...misschien klinkt het nog lang na!

De jachthoorn

Hoort gij de jagershoren,
die galm op weergalm helmen doet,
door kalme avond boren
in ver en langgerekt getoet?
Wat kan de ziel bekoren
als 't lied, zo treurig en zó zoet,
dat uit die jagershoren
daar toet in 't langgerekt getoet?

O vlakke Demerboorden,
o weide, in warmen doom verbreid,
waar al mijn dromen gloorden
van liefde en levenszaligheid!
'k Zie gans die jeugd herboren,
met d'onvoldane dromenstoet,
wanneer de jagershoren
daar toet in 't langgerekt getoet.

Nu speelt de jagershoren
het stille en innig minnelied;
nog enkle tonen smoren
in diepgedragen zielsverdriet.
Welle eens, in volle vrede,
en trille in 't snarenrijk gemoed,
als zangerige avondbede
dat eindloos goed en zoet getoet.

Geschreven door Dora om 19:10 Reageer op dit bericht

bloem

Wezen

 

Het vergankelijke wezen

We hebben het weer kunnen lezen

Een muziektalent is heen gegaan

Veel opgetreden en geroemd

Maar toch ten dode gedoemd

Vorige week een pianiste

Het was altijd een natuurtalent

Ze had zich er aan gewend

Om in haar eigen stijl te blijven

Ook zij kon niet op de aardbodem blijven

Zo zien we dat al onze verblijven op de aarde

Helaas zijn van tijdelijke waarde

Je talenten gebruiken in de muziek

Is op zich een mooi gebeuren

Maar wat jammer dat de geestelijke talenten niet zijn benut

Had dat andere dan allemaal wel nut?

Misschien hadden ze daar wel niet hoog in gescoord

Dat zou op zich geen ramp zijn geweest

Dan hadden ze toch eens een geestelijk feest

Maar nu zijn ze beiden niet meer

En wat doet het voor trouwe vrienden zeer

Dat je dan ineens een maatje moet verliezen

Dan zit het verdriet achter je kiezen

Ja, een mens moet toch steeds in z’n leven afscheid nemen

En dat valt altijd niet mee het gaat vaak gepaard met wenen

En zo vergaat het ieder mens wel of niet met talenten

Het leven is maar tijdelijk

En roem is weinig of niets

Want je kunt het gebruiken

Om in je levensonderhoud te voorzien

Maar daarna kun je het niet meer zien

De weg is afgesneden

Na je dood is alles verleden

Het leven gaat weer verder

En als je ouder wordt

Dan ben je met je laatste stukje bezig

Was al het nodige aanwezig?

Want in het laatste uur is Hij dan ook afwezig!

En anders gaat het vergankelijke mogelijk door tot onvergankelijk

Was de tijd de juiste denktijd

Dan is er een gelukkige eeuwigheid!

 

 

Geschreven door Dora om 19:48 Reageer op dit bericht

kleine

Een gedicht van J.W.Lovendaal 1847-1939 er is nog steeds niets nieuws wat het wekken betreft...toen en nu het gaat immer door! Steeds is er weer een nieuw kinderkoor.

De kleine porder

Wie roept daar voor Moe's kamertje:
Doe open, doe open?
Wie klopt daar met zijn hamertje:
Doe open nu de deur?
Ik weet het al! ...
Wie is het dan? ...
Dat's onze kleine Janneman
Die niet meer slapen kan,
Die met zijn dikke vuistjes tromt
En om een morgenzoentje komt.

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten