Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

kaars

Een gedicht gericht op de levenskaars, heeft de kaars gebrand of ben ik voor die tijd al gestrand...in de ouderdom is er nog maar een klein stukje over en dan is de kaars bijna op!

Eng

 

Soms is het eng

Dan hoor je, je eigen stem

Er is geen uitzicht meer

De jaren zijn voorbij gegaan

Ik heb al zoveel gedaan

En straks zal de dood voor mijn deur staan

Ik heb geleefd

Het heeft engte gegeven

Er was wel van alles te beleven

Maar het leven nam zoveel weg

Ik was alleen op mijn levensweg

De mensen komen en gaan

Je moet zelfstandig in het leven kunnen staan

Want niemand is met je begaan

Je moet doorgaan

In de levenstrijd

Het geeft maar een bepaalde tijd

En dan is de tijd gekomen

Dat je afscheid gaat nemen

Het duurt soms nog even

Maar één keer is er een einde aan dit leven

Zijn de jaren dan van engte voorbij

Nee, want ik kijk de dood in de ogen

En mijn tijden die hebben er niet om gelogen

De ouderdom doet of deed zijn intrede

Het gaat niet meer zoals in het verleden

Het verleden waar alles kleurig was

En als ik ziek was, was er de dokter die mij genas

Maar van ouderdom kun je niet meer worden genezen

De jaren zijn voorbij en het leven is gelezen

Misschien heb ik nu nog maar even!

En geeft het uitzicht in de advent

Nu het gezicht waar ik zo naar heb verlangd?

Of was het alleen meer wat gezelligheid voor de tijd!

Straks is het een keer eeuwigheid!

Uren dagen maanden, jaren

Ze vliegen als een schaduw heen

Niets bestendigs is hier beneen!

 

Dit gedicht is geschreven met een blik naar het mensdom

door Dora

 

 

 

Geschreven door Dora om 11:30 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

winterspook

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899 Zou het nog gaan dagen in het oosten?

 

HET WINTERSPOOK

De deuren van de Oosten gaan,
nog nauwlijks, even open
en toe, gelijk, de laatste keer,
des vege wimpers doen,
die henengaat in ‘t eeuwige. Ach,
‘t is avond nog eer ‘t noen
kan worden! Is geen dageraad,
geen dag ons meer te hopen?

Gij ook, voor eeuwig, gaat gij, oog
des Hemels, nu verdwijnen?
Gaat ‘t duister worden, altijd voort,
en donker, overal?
Gaan sterrenlicht en manelicht,
in ‘t levenloze dal,
daar ‘t koud en altijd winter is,
allene nu nog schijnen?

Een graf nu, och, een wintergraf
is alles weer bedegen*;
gedolven in dat graf is mij
de jonkheid en de jeugd:
wie redt er, ach, wie helpt er, uit
de nood ons? Hoe de vreugd
van vroeger, die begraven ligt,
het graf weer uitgekregen?

‘k En zie bijna geen wegen meer:
de koude voert mij henen,
de velden uit, de steê weer in;
nog donkerder is ‘t daar:
de zware dompen varen mij,
als of het water waar',
dat duisternisse en vuilnis voert,
onhoorbaar vóór de schenen.

Ze ontsteken licht. Een damp, alom,
die, stinkende, onder de aarde
geboren is, nu dansen gaat,
en spotten met de zon,
die ‘s Winters onmeedogendheid
niet langer baas en kon
en henenging; die, krachteloos,
voor goed misschien, ontaardde!

Afgrijslijkheid? Het winterspook
zit overal te wachten:
‘k gevoel ‘t, alwaar ik henenwille,
of zoeke zijn gegaap
te ontsnappen; ‘t komt mij tegen, tot
in huis, en, daar ik slaap,
daar steelt het mij de ruste van
mijn slapeloze nachten!

Dat ‘t Joel* weerom, dat ‘t Kerstdag zij,
dat ‘t ophoude, al dat zinken,
dat sterven, dat verloren gaan
des levens! - Herders, gaat
en peilt de diepe Oosten: ziet
gij dag noch dageraad,...
nog ‘t nieuw geboren Zonnelicht,
te Bethlehem, niet blinken?

Geschreven door Dora om 11:57 Reageer op dit bericht

ziel

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899 elk mens heeft een ziel en wat doet of deed deze er mee! Dit is goed vertolkt in het onderstaande gedicht

ALS DE ZIELE LUISTERT

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blâren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heilige voet,
talen ende vertolken
't diep gedoken Woord zo zoet...
als de ziele luistert!

----------------------
lijzig - zacht
kouten - praten
klappen - praten
wee - wei
wegel - weg
talen - spreken

 

 

Geschreven door Dora om 14:14 Reageer op dit bericht

aanroep

Een gedicht van Joannes Reddingius 1873-1944, een ware pelgrim Hoe zwaar en moeilijk het ook was, hij heeft de reis begrepen! Toen was alles niet beter, maar er was geloof en de oren waren niet doof!

Aanroep

Was al mijn voelen en mijn leed van jaren
geen pelgrimstocht naar u, die ‘k diep belijd,
tot wie ‘k zacht zing, o wees gebenedijd,
wier zuiver beeld ik biddend mag ontwaren.

Ik ben een man, die sterk werd in de strijd,
die strijdend zong en zocht opnieuw gevaren,
wetend, diep-in, dat ééns de dag zal klaren,
als vogelstemklank door de luchten glijdt.

Vaak was het nacht. In gans verduisterd woud
droomde ik van sterren… en een maanlicht pad,
naar lichte verten voerend, zag ik mijn geest.

Heb ik niet altijd op uw komst vertrouwd?
Mijn hart kent u, gij kent mijns harten schat,
en samen gaan wij verder, onbevreesd.

Uit de bundel: Licht

 

 

Geschreven door Dora om 19:17 Reageer op dit bericht

het licht

Een gedicht van Herman Gorter 1864-1924 mooi geschreven en doordacht of diep beleefd!

Het licht is nog niet geworden

Het licht is nog niet geworden,
de hemel is bleek en vroeg,
de maan en sterren verdorden,
er is nog geen zon genoeg.

Maar van af de wolken gaat
een warmte, en doet blozen
van uit het hart, wie eenzaam staat
en voelt, zoals de roze,

dat ook voor hem dit schijnsel schijnt –
en de morgenzinnen
zweren: zolang ’t leven schijnt,
’t hoogste te beginnen.

Geschreven door Dora om 20:49 1 reactie Reageer op dit bericht

ondoorgrondelijk

Een gedicht van Daniel Jongtijs 1600-1654

Ondoorgrondelijke gronden

Ondoorgrondelijke gronden!
'k Ga niet veilig, zonder nood;
'k Ben niet vrolijk, zonder wonden;
'k Kan niet leven, zonder dood.

't Zijn twee ogen die mij geven
Dood en dodelijke wond:
En dat doden doet mij leven;
En dat wonden maakt gezond.

Hierom, opdat ik zou mogen
Hoeden mij voor doods gevaar,
Zoek ik stadig naar deze ogen,
Om gewond te zijn van haar.

Zoete wonden, zonder sterven!
Lieflijk sterven, zonder dood!
Aardig stelen, zonder derven!
Wonder derven, zonder nood!!

Geschreven door Dora om 19:08 Reageer op dit bericht

onmacht

Een gedicht van August Vermeylen 1872-1945 stil wandelend aan de zee voerden de gedachte van de dichter poëtisch mee...

Dagen van onmacht V

Als een zang die langzaam en machtig wiegt,
Uit de verte aansuist en dan weer vervliegt,
En op nieuwe wind
Me nauwer omwindt,
Hoor 'k steeds het geruis van de zee.

Waar ik ben.... ik wandel langs zonnestranden,
Alleen met het ruisen der baren die branden,
Zachte branding die schuimt
Naar de guurklare ruimt',
Witte ontrolling van lucht en zee.

En de golven stijgen in zingende reien
Naar de grote lichtdag waar spelemeien
De duizend gezwinde en
Witvleuglige winden
Langs gouden wegen over de zee.

Ik ga door de dagen, maar overal
Is haar ruimte en vreemd ruisende golvenval,
Zij roept me als gebod
Van mijn eigen lot
Uit de stemmen der liefde, de zee.

Zij wenkt me uit de blikken die liefde ontsloot,
De blikken van vreugde en lachende dood...
Een doodzang zoo fris
Als een kinderstem is
Zingt de bron van al leven, de zee.

Haar aanwezigheid houdt mijn ziele omvangen,
Mijn ziele zo ziek van ruimte en verlangen
Naar de onoverwinbare,
De onbezinbare,
De nooit-verandrende zee.

Wieglied, doodlied, machtig en stil,
Wieg mijne ziel die vertrouwen wil,
En vol duizeligheên
Nu staat zo alleen
Voor u die van allen zijt, zee.


Geschreven door Dora om 22:40 Reageer op dit bericht

haast

Een gedicht van iemand die haast had de naam van de schrijver Channah. Haastig spoed, zelden goed! Het geeft een erg zwaar beladen gemoed. Dan kan het lijken of het leven er niet meer toe doet. Want dit wordt vreselijk zweten in een geweten!

De dag dat alles anders was

De dag dat alles anders was
was een geen dag als alle andere.
Mijn auto, ja die reed te hard,
die maakte het de dag,
die alles liet veranderen.
Er kwam een grafsteen
met jouw naam.
En het maakte het de dag,
dat ik me schaam.
Iedereen heeft wel eens haast
Maar mijn haast die was niet gewoon.
Mijn haast is een moordenaar
en kostte het leven
van één persoon.

 

Geschreven door Dora om 15:24 1 reactie Reageer op dit bericht

graven

Een gedicht geschreven door mijzelf de leeftijd is niet belangrijk, het gaat om de nieuwe naam

Graven

 

Als de graven zullen opengaan!

Dan klinkt voor niet ieder een nieuwe naam

De nieuwe naam die wordt gegeven

Aan mensen die anders wilde leven

Aan mensen die aan de dood wilde ontkomen

Dat waren mensen met eeuwige dromen

Eens zal de dag komen

Dat de graven opengaan

En allen in en buiten het graf voor Hem zullen staan

En dan vraagt Hij, wat heeft u voor mij gedaan?

En moet men het antwoord schuldig blijven

Dan zal men innerlijk verstijven

Ja, dit is een afgrijzen

Omdat men lichtvaardig met dit alles om is gegaan

Want na dit leven is er nog een bestaan

Dat is altijd met Hem gaan

En een ieder laten verstaan

Dat ze op verkeerde wegen gaan!

Hij gaf Zijn leven maar niet zomaar

Er hing een dure prijskaart aan

Daarom is het zo nauw om Hem in het

hier en nu te kunnen verstaan!

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 17:32 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Victor a. Dela Montagne 1854-1915

'k Heb zoete liefde verdreven

‘k Heb zoete liefde verdreven
uit het ontloverd nest;
en als een slot omgeven
mijn hart met wal en vest.

De burchtpoort is gesloten,
de hangbrug is gelicht;
‘t geheel is overgoten
met mystisch treurig licht.

Of in de voegen schijnen
te bloeien bloemetjes blauw,
zij zullen, zij moeten verkwijnen:
zij derven zonglans en dauw.

Nog zingt in dorrende twijgen
een eenzame nachtegaal,
Dra zal, - daar de echo's zwijgen -
verstommen zijn weemoedstaal.

Wel is het stil daar binnen
maar ‘t is er rustig en goed;
en nimmermeer blaast op de tinnen
de wachter, met dartele zinnen,
een reiziger de welkomstgroet.

Geschreven door Dora om 19:53 Reageer op dit bericht

jachthoorn

Een gedicht geschreven door Prosper van Langendonck 1862-1920 een voor mij onbekende oude dichter maar het gedicht sprak mij aan en laat het hier voor u staan...een hoorn doet denken aan iets wat lang is...misschien klinkt het nog lang na!

De jachthoorn

Hoort gij de jagershoren,
die galm op weergalm helmen doet,
door kalme avond boren
in ver en langgerekt getoet?
Wat kan de ziel bekoren
als 't lied, zo treurig en zó zoet,
dat uit die jagershoren
daar toet in 't langgerekt getoet?

O vlakke Demerboorden,
o weide, in warmen doom verbreid,
waar al mijn dromen gloorden
van liefde en levenszaligheid!
'k Zie gans die jeugd herboren,
met d'onvoldane dromenstoet,
wanneer de jagershoren
daar toet in 't langgerekt getoet.

Nu speelt de jagershoren
het stille en innig minnelied;
nog enkle tonen smoren
in diepgedragen zielsverdriet.
Welle eens, in volle vrede,
en trille in 't snarenrijk gemoed,
als zangerige avondbede
dat eindloos goed en zoet getoet.

Geschreven door Dora om 19:10 Reageer op dit bericht

bloem

Wezen

 

Het vergankelijke wezen

We hebben het weer kunnen lezen

Een muziektalent is heen gegaan

Veel opgetreden en geroemd

Maar toch ten dode gedoemd

Vorige week een pianiste

Het was altijd een natuurtalent

Ze had zich er aan gewend

Om in haar eigen stijl te blijven

Ook zij kon niet op de aardbodem blijven

Zo zien we dat al onze verblijven op de aarde

Helaas zijn van tijdelijke waarde

Je talenten gebruiken in de muziek

Is op zich een mooi gebeuren

Maar wat jammer dat de geestelijke talenten niet zijn benut

Had dat andere dan allemaal wel nut?

Misschien hadden ze daar wel niet hoog in gescoord

Dat zou op zich geen ramp zijn geweest

Dan hadden ze toch eens een geestelijk feest

Maar nu zijn ze beiden niet meer

En wat doet het voor trouwe vrienden zeer

Dat je dan ineens een maatje moet verliezen

Dan zit het verdriet achter je kiezen

Ja, een mens moet toch steeds in z’n leven afscheid nemen

En dat valt altijd niet mee het gaat vaak gepaard met wenen

En zo vergaat het ieder mens wel of niet met talenten

Het leven is maar tijdelijk

En roem is weinig of niets

Want je kunt het gebruiken

Om in je levensonderhoud te voorzien

Maar daarna kun je het niet meer zien

De weg is afgesneden

Na je dood is alles verleden

Het leven gaat weer verder

En als je ouder wordt

Dan ben je met je laatste stukje bezig

Was al het nodige aanwezig?

Want in het laatste uur is Hij dan ook afwezig!

En anders gaat het vergankelijke mogelijk door tot onvergankelijk

Was de tijd de juiste denktijd

Dan is er een gelukkige eeuwigheid!

 

 

Geschreven door Dora om 19:48 Reageer op dit bericht

kleine

Een gedicht van J.W.Lovendaal 1847-1939 er is nog steeds niets nieuws wat het wekken betreft...toen en nu het gaat immer door! Steeds is er weer een nieuw kinderkoor.

De kleine porder

Wie roept daar voor Moe's kamertje:
Doe open, doe open?
Wie klopt daar met zijn hamertje:
Doe open nu de deur?
Ik weet het al! ...
Wie is het dan? ...
Dat's onze kleine Janneman
Die niet meer slapen kan,
Die met zijn dikke vuistjes tromt
En om een morgenzoentje komt.

Geschreven door Dora om 21:41 Reageer op dit bericht

romantisch

Een gedicht van een oude dichter Johannes Immerzeel 1776-1841 Toen waren ze wel erg romantisch, deze gezellige romantiek in de winter kom je nooit meer tegen. Heb het voor u gelezen en hier neergezet. Vanwege de dichterspret!

Winterlied van een landjongeling

Hoe sneeuwt, mijn geliefde! de vlokkige wol,
Zo blank als uw boezem, de dalvelden vol!
Het noorden ombuldert ons hutje op 't norst,
En hek en geboomte is met rijp overkorst.

't Is winter! het ijs nam de beek in bezit;
De daken der landlijke stulpen zijn wit,
En grauw en eerwaardig, met zilveren top,
Rijst ginter de staatlijke kerktoren op.

't Is winter, mijn liefje! stook 't kamertje warm;
Zet u bij de kachel, en neem me in uw arm!
Want koost men en strookt men, gelijk in de lent',
Dan tovert de liefde de winter ten end.

En draait gij met vingren, zo zuiver als was,
U zijdenen draden van 't zilveren vlas,
Dan schud ik, al stoeiend, u 't kaf van uw schort;
Dan maak ik door sprookjes de nachten u kort.

't Is winter, mijn liefje! waart gij reeds mijn vrouw!
Of ik u ook kussen en troetelen zou!
'k Nam dan u, mijn tedergeliefde! in de arm,
En lachte om de winter — want liefde maakt warm.

Geschreven door Dora om 21:15 Reageer op dit bericht

jezelf

Jezelf zijn

 

Wees gewoon jezelf

Laat niemand zeggen hoe je moet doen

of hoe je zou moeten zijn

Dat geeft veel frustratie

En ook heel veel pijn

Mensen mogen ieder op zich

Gewoon zichzelf zijn

Ben je voor een dubbeltje geboren

Wil dan geen kwartje zijn

Want dan loop je jezelf achterna met chagrijn!

Kijk maar om je heen

Wie wil nog zichzelf zijn?

 

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 17:18 Reageer op dit bericht

avond

Een gedicht van Betje Wolff-Bekker 1738-1804 het is wat ver terug in de tijd...maar toen was tijd, echt tijd, geen gebrek aan tijd vanwege het rustige leven...Zoiets zou een modern mens eens moeten kunnen beleven...dan zou deze zeggen wat een saai leven...omdat deze vol met onrust zit in z'n leven...leuk om over na te denken...misschien kan het wat hulp schenken in de rusteloze wereld vol van gejaag!

De avond

Weg is de dag! hoe flauw kan men ontdekken
Hetgeen nog straks ons aanblonk in ‘t gezicht:
Hoe zachtjes volgt de scheemring op het licht:
Zo zien we allengs onze ogen ‘t licht onttrekken.

Zie, de avond valt; ‘t gewoel begeeft de straten,
De werkman treedt zijn warme woning in;
Zeer wel tevreên met eerlijk klein gewin,
Tracht hij naar schat, noch hoogverheven staten.

Hij ’s moede en mat; hoe aangenaam is ‘t rusten!
Hij heeft zijn kracht niet voor ‘t gezin gespaard.
Zie hoe hij dut in ‘t hoekje van de haard,
Waar zich vrouw en kinderen verlusten.

De brave vrouw zult gij in haar kamer vinden;
Ze ontkleedt een kind, dat zij in ‘t wiegje leidt,
Terwijl het lacht, en speelt, en streelt, en vleidt;
En zij ‘t vertoont aan hare welbeminden.

Dees Vader zit, nog ouderwets van zeden,
Bij vrouwtje en kind, met een boek in de hand;
Of leest voor haar een maandschrift, of courant,
Terwijl zij breidt, al luistrend naar zijn reden.

Zo wordt veelal de avond toch gesleten,
Tot hij wordt vervangen door de nacht:
Gelukkig hij, die ‘t aller tijd betracht
Hetgeen wordt goedgekeurd van zijn geweten

Geschreven door Dora om 00:00 Reageer op dit bericht

duivenprieel

Een gedicht van Johan Michiel Dautzenberg 1808-1869 Toen werden mensen en dichters niet zo oud als nu, maar ze spraken meer en een betere taal. Al het vermaak van en op deze wereld is niet altijd een verrijking van de geest! 

Het duivenprieel

Gij wilt uit nacht en winter,
Gij wenst een warm tafreel,
Gij kijkt om u heen en vindt er
Een vriendelijk duivenprieel.

Nauw dringt er de zonne binnen,
Zij tovert door ‘t naaste verschiet;
Drie duifjes beginnen daarbinnen
Te zingen een tortellied.

Drie zusters zijn het, dat raad je:
De oudste een ontluikende knop,
Het jongere paar, dat praat je
Nog graag van bikkel en pop.

De oudste trenst, en haar kluwen
Verbreedt zich tot strik en net;
Hoe zou zij blozen en gruwen,
Zo zij zag hoe ik op haar let.

Mijn winter wordt tot zomer.
... Toch sluit ik de ogen dicht!
Want ach, mij grijze dromer
Verblindt zulk hemels gezicht.

 

 

Geschreven door Dora om 19:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Hemelhuis

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932 

Hemelhuis

Door mijn woning
speelt een zonnig licht.
'k Voel me een kleine koning
in mijn grote plicht:
vrouw en kind te schragen
op mijn sterke jeugd;
en ze hoog te dragen
in mijn vreugd!

Daar, op 't schouwke,
prijkt mijn enig kruis.
Wees mijn engel, vrouwke,
wees mijn hemel, huis.
Wees mijn stoutste roemen,
wees mijn zoetste troost,
frisse levensbloemen,
krachtig kroost.

O, mijn kindren!
Graaggebroken brood!
Zou 't geluk vermind'ren
waar de last vergroot?
Zou men armoe lijden
om een mondje meer?
Och, waar mensen strijden,
helpt de Heer!

Geschreven door Dora om 21:02 Reageer op dit bericht

geduld

Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

Hoe in de oude tijd ook de tijd is vergaan met geduld! Hoewel wij in de huidige tijd steeds ongeduldiger worden!  Maar het blijft waar!

Het geduld

Geduld is zulk een schone zaak,
Om in een moeielijke taak
Zijn doelwit uit te voeren;
Dit zag ik laatst in onze kat,
Die uren lang gedoken zat,
Om op een rat te loeren.
Zij ging niet heen voor zij de rat,
Gevangen, in haar klauwen had.

 

Geschreven door Dora om 22:13 Reageer op dit bericht

Een gedicht van P.A. Génestet 1829-1861

In de bibliotheek van een liefhebber

Geleerdheid grijnst van alle kanten
Hier door een stemmig donker heen:
Ach! met de eerwaarde folianten
In perkament, als achtbre tanten,
Ben ik, zo jong, niet graag alleen.

Hu! ijzegrimmige kwatrijnen,
Gij staart mij zo verschriklijk aan,
Als waar’ hij erger dan profaan,
Die aan uw saaie schuifgordijnen
Zijn wufte handschoen durfde slaan.

’t Is boek van onderen tot boven!
Hier groeien boeken uit de grond:
Ai help! ik voel mij zo bestoven,
Als rolden al die filosofen
Gelijk uit hun papieren mond!

Hij, die dees achtbre rijen schikte,
Bouwde eens aan Babels toren mee;
Hier hebt gij de oudheid, stof op snee!
En – hoe ik van die titlen schrikte –
Verwarring is hier ’t groot idee.

Ik zou vergeefs mijn vrienden zoeken,
Ik heb geen moed en geen plezier;
Het is of gij uit alle hoeken,
Mij toebromt, o pedante boeken:
‘Gij zijt geen boek, wat doet gij hier?’

Hoor! De oude grenen kasten kraken,
De meester komt…het vunze stof
Dampt naar de zoldering duf en dof!
Ik mag mij uit de voeten maken,
Ik voel een bitse schouderklop,
Ik zie twee opgesperde kaken…
De boekeneter eet mij op!

Geschreven door Dora om 19:37 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten