Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

dood

Een hartenkreet van Hans Kilian, toen ik het las vond ik het een mooie gedachte. De mens schuift de dood eigenlijk liever aan de kant maar na de dood wordt er wat van gemaakt. Er werd een bijzonder graf gemaakt. En er staat ook wel eens hij leefde om te werken!

Mooi dood

Soms kom je
op een kerkhof
langs een prachtgraf,
waarbij je denkt,
zo, hier hebben ze
hun hele leven
naartoe gewerkt.

Geschreven door Dora om 17:44 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

eenzame

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

De eenzame

En elke dag opnieuw, bij het ontwaken,
Keert hij zich droevig in zijn bedde om,
Terwijl zijn handen, in nerveus gefrom,
Spelen over ’t weggewoelde linnen laken.

Hij fronselt tegen ’t licht dat door de blinden,
Ten kier gelaten, bleek zijn bed beschijnt,
Zijn tengere gestalte teer omlijnt,
En zoekt zijn mond ten koele kus te vinden.

Hij voelt zich moede in zijn lege leven,
Dat hij alleen en lijdelijk doorleeft
In treurenis, dewijl hij niemand heeft
Die meer dan fraaie frasen hem wil geven.

Hij ziet zichzelve weer de dag beginnen:
Zijn kamer wacht hem met een stuurs onthaal
Van stilte en het overdekte maal,
Dat wordt genoten zonder maag of vrinden;

Zijn moeizaam werken in bestofte boeken;
En even ligt een lach op zijn gezicht
Bij ’t lezen van een gracelijk gedicht,
Gevonden na langdurig duurzaam zoeken.

Hij ziet zich wandlen langs de lange wegen
Ver door de verre velden naar de zee.
En overal neemt hij zijn lijden mee,
En niemand komt met troostend woord hem tegen.

En d’avond, als alom de lampen lichten,
Brengt aan zijn eenzaamheid het zwaarste leed,
Omdat hij nu in andre huizen weet
Een kring van vrolijk stralende gezichten. –

En bitter bergt hij in beschreide handen
De droefheid van zijn angstig aangezicht. –
En door de luiken lacht het morgenlicht
En schetst zijn schaduw op de witte wanden.

--------------------------------------------
maag - bloedverwant
gracelijk - bevallig, gracieus

Uit de bundel: Nalezing I (1907-1915)

Geschreven door Dora om 17:02 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Een hartenkreet van een zekere Laura een mens die Hem nodig heeft! Hoewel Hij alleen alles op Zijn tijd en wijze geeft!

Lijdensstrijd

God, waarom is er zoveel lijden?
Waarom is er zo’n verdriet?
U kunt het toch bestrijden?
Waarom doet U het dan niet?

Ik heb al zoveel gedragen,
al zoveel pijn geïncasseerd.
Had ik het dan alle dagen
telkens weer verkeerd?

Open toch in mijn hart de deuren
om Uw Naam te willen loven
en niet langer meer te treuren.

O God, laat mij toch geloven
dat wat mij ook kan gebeuren:
U ziet op mij van boven.

Geschreven door Dora om 16:34 Reageer op dit bericht

mist

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948 toepasselijk voor zo'n dag als gisteren!

De Mist

De mist, onzeker,
dan grauw, dan bleker
hangt om ons heen.
De schim van stranden,
van lage landen,
verzonk, verdween.

Wij turen, turen
door eenzame uren
en dan, een wijl, -
als vanuit dromen
tot ons gekomen, -
verschijnt een zeil.

Wij zien, - een rimpel
in 't licht, - de wimpel
hoog in de mist
voorbij ons drijven:
daaronder blijven
als weggewist

de vage lijnen,
die weer verdwijnen.
Een horen klinkt,
en van een schinkel
rukt het gerinkel.
En dan verzinkt

alles in 't wijde
vaal uitgespreide
voor ons gezicht.
De mist, al-nauwer,
dan bleek, dan grauwer
klemt om ons dicht.

Uit de bundel: Verschijningen

Geschreven door Dora om 17:00 Reageer op dit bericht

uil

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort 1886-1942

Gij uil, gij vogel vol geheimen

Gij uil, gij vogel vol geheimen
Die in de nacht uw nest verlaat
Ge zwerft, totdat de sterren zwijmen,
Ge zijt door velen diep gehaat.

Ge rooft de mussen en de muizen,
Nestelt in klooster en kasteel,
Ge schuwt de straten en de huizen,
Eenzaam te zijn is ook uw deel.

Gij, sombere wachter van de nacht,
Ge zijt de dienaar der godin,
Naar wie de wijze dichter smacht,
Die hem onthult des levens zin.

Nu vliegt gij door het avondland,
Waar allerwegen heerst de nood,
O aarde, bedreigd door wereldbrand,
Beschimmeld is uw oude kloot.

Uit de bundel: Najaarsvruchten (1936)

Geschreven door Dora om 18:56 Reageer op dit bericht

nobel

Een hartenkreet van bamps roger dominiqeu voor mij geheel onbekend maar wel een grote waarheid! Veel mensen die hebben dit nog niet geleerd!

NOBEL...

Weg slikken
wat dikwijls op
de punt
van onze tong ligt
is nobel
toegeven,
te leren zwijgen
als een ander
begint te spreken.

Geschreven door Dora om 20:52 Reageer op dit bericht

foto

Een hartenkreet van Marcel Maas. Hier hoef ik niets aan toe te voegen!

Een mooie foto

Een mooie foto is als een gedicht,
maar dan geschreven in schaduw en licht.


Geschreven door Dora om 17:11 Reageer op dit bericht

kinderogen

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Kinderogen

Lente-ogen, waar 't lentzonnetje in gaat schijnen,
Zodra de wimpervenstertjes ontsluiten;
Spiegeltjes klaar die geen menswereld buiten,
Maar 't eigen lentezieltje doen weerschijnen,

Zo rustig rein dat ze in hun kristallijnen
Glanstoverkring al 't duistre buitensluiten;
Boodschappertjes van heil die zachtkens stuiten
Verbitterd woord van wie in treurnis kwijnen;

Wijsgeertjes onbewust, die in één enkle
Opslag zo helder leren wat het leven
Zou zijn als lust en ijdelheid niet waren;

Sproke-ogen, die nog 't aangezicht der englen
Aanschouwen en tegenlachen, en ons even
De macht van 't Reine en Lieflijke openbaren!


Geschreven door Dora om 17:21 Reageer op dit bericht

Sum 2

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938 gewenst is dit goed en aandachtig te lezen...

Homo Sum II

Ik ben de Dúivel-god dier grúwbre oorkónde,
't Vervlóekte Boék van laffe deémoed, klein,
Die loert, die loert, koud-donker, donker-rein,
Of Hij die ménsjes niet verdérven kónde.

Ook Hij droeg fier, op 't lijf vol eeuw'ge pijn,
Eén matelóze, toégeschroeide wonde,
Dat alles had zó anders kunnen zijn. -
Zijn Zijn.... Mysterie, maar zijn Schijn.... Dood-zonde.

Want ook Ik viel, uit een licht Rijk van 't Goede
In dit groot Duister, dat nu Mijn Licht zij,
En waar Ik eeuwig als Verdoemde in brand.

Maar, in de pracht van mijne staat'ge woede,
Voel Ik mij groot en heerlijk, dat Ik vrij
Haten en kwaad-doen mag, met sterke hand.

Geschreven door Dora om 19:16 Reageer op dit bericht

winterslaap

Een hartenkreet van Jan J. Krediet mooi beschreven jaargetijden en hoewel er toch nog veel mensen verkeerd mee omgaan. Van alle jaargetijden moet men genieten. Was het maar lente of was het maar zomer enz. En een winterslaap moet men natuurlijk niet in het geestelijke leven doen...wie de schoen past, die trekt hem aan. Elke dag een stapje vooruit gaan dat is een mensen bestaan!

WINTERSLAAP

Als je hele leven kraakt
een halve dood je raakt
voel je dan gerust alleen
met d'winter om je heen
denk maar niet aan d'lente
doorgaans kort van lengte
denk maar niet aan d'zomer
die maar niet wil komen
denk maar niet aan d'herfst
die 't beetje zomer bederft
denk maar niet aan denken
laat slaap uitkomst schenken
beleef je eigen winterslaap
die voorbij seizoenen gaat!


Geschreven door Dora om 14:36 Reageer op dit bericht

Sum 1

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

Homo Sum I

Ik was de gróte Minnaar zonder ruste,
Die ging hoog-heerlijk in triomf door 't Leven,
Jeugdig omklemmend in een stórm van beven
Al zielen, gróte en kleine, naar het lustte

Dit Hoog Hart, dat toch nóoit zijn droefheid suste,
Droefheid om Liéfde's wil, die géén kon geven:
Nu weêr om Zélf's wil, wijl ik zelf moest sneven,
Dán wijl ik nédersloeg, wie 'k éven kuste.

Ik brak de harten op mijn tocht, zo glorie-vol -.
't Mijn brak mee, maar, nóg schoner dan te voren,
Greep het naar nieuwe, blonde of donkre, lokken;

Liefde vliedt héen thans, maar in haar historie-rol
Sta ik geboekt als het Hart Uitverkoren,
't Hárt dat geen Hárt vond en stierf zonder mókken.

Geschreven door Dora om 15:43 Reageer op dit bericht

begrafenis

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Dorpsbegrafenis

Ter kerke, omdreund van doodsklokgalmen,
Rijst voor het heimvol hoogaltaar,
Waar wierook walmt en psalmen klinken,
Een zwartbefloerste dodenbaar.

Droef knielend om het lijk huns makkers,
Die 't werken staakte, vóór de tijd,
Herdromen de ingetogen boeren
Zijn rusteloze levensstrijd.

Zijn kindren, tot ter dood bevangen,
Ineengezonken van de smart,
Valt ieder vers der rouwgezangen
Gelijk een hamerslag op 't hart.

Wijl 't dies irae de bazuinklank
Der ijzingvolle tonen plangt,
Die merg en beenderen doorsiddert
En d'adem uit de boezem prangt.

Doch 't snerpend treurgezang vermildert
En spreekt, aan 't smeltend kinderhart,
Van balsem voor de diepste wonden,
Van hemeltroost in de aardse smart;

En uit die zee van angst en lijden,
Wanhopig golvend af en aan,
Is hartversterkend, zielverheffend,
Een jubelzangtoon opgegaan:

"In Paradisum...", 't Hart verheldert,
Een weiflend licht schijnt neergedaald.
De kindren voelen 't, dat hun vader
De paradijszon tegenstraalt.

*

Men draagt de dode buiten 't kerkje
De donkre grafkuil gaapt hem aan,
En de aarde breidt hare armen open
Voor hem, eens uit de aarde ontstaan.

Wie kende ooit hopelozer stonde?
Daar ligt de waarheid, naar en bloot.
Geen schijn bedriegt, geen droom begoochelt;
't Zegt alles duidlijk: "dood is dood!"

De moed zinkt weg; de knieën knikken
En de ogen breken op de stond
Waar, van de draagbaar afgeschoven,
De doodkist neerdaalt in de grond.

O 't dof gebons der vallende aarde,
Weerschokkend in het broos gemoed!...
O 't hooploos huilen van de kleinen,
Dat aller tranen vloeien doet!...

De laatste bede wordt gesproken,
Een kruis op de effen terp gedrukt,
De moedloos neergezonken kindren
Van vaders grafsteê weggerukt.

En, op het treurig veld der doden,
Waar meenge rouw ging overheen,
Blijft, thans verlaten, straks vergeten,
De moede werker nu alleen.

*

En zie, 't is lente! - Nevens 't kerkhof
Ligt de akker glanzend in 't verschiet,
Waar 't door zijn hand gezaaide koren
Reeds welig door de kleien schiet.

Daar was het eng toneel zijns levens.
Daar heeft zijn zweet, als uit de lucht
De dauw des hemels, mild gedroppeld,
De erfelijke grond bevrucht.

Bij morgenrood en avondschemer
Is daar, al zwoegend, immeraan
De akker liefderijk omvangend,
Zijn lange schaduw rondgegaan.

En 't koren dat hij zelf er zaaide,
Een andre zal het rijpen zien;
Een andre zal de sikkel zwaaien
Op 't maatgezang der arbeidsliên.

Toch zal hij sluimren zacht en dromen,
Bij 't wiegend reuzlen van het graan.
Zijn geest nog zal het werk bestieren,
Zijn adem over d'akker gaan;

En dubbel zalig zal hij wezen
Zo de aarde, met zijn zweet gedrenkt,
Zijn kindren lief haar wondre schatten
Met moederlijke mildheid schenkt.


Geschreven door Dora om 19:52 Reageer op dit bericht

liefde

Een gedicht van Fedde Nicolai het gedicht komt uit het hart liefde is elke dag weer een mooie start...

Waar liefde woont......

Waar liefde woont, zal vrede overwinnen
Geen haat en nijd zal er dan meer zijn
Daarom: Heb lief en doe elkaar geen pijn
En laten we dan maar bij onszelf beginnen.

Waar liefde woont, daar komt Jezus binnen
Hij wil bij ons zijn in vreugde en verdriet
Wees daardoor getroost en wanhoop niet
God wil ons met Zijn grote liefde omringen.

Waar liefde woont, geeft God Zijn zegen
Dan zijn wij verzekerd van Zijn goedheid
Van nu af aan, elke dag, tot in eeuwigheid
Hij zal ons geleiden op al onze wegen.

Waar liefde woont, daar is het leven goed
Geen mens kan zonder echte liefde leven
Laten we elkaar, als het kan liefde geven
Dan geeft God ons Zijn liefde in overvloed.

Geschreven door Dora om 17:22 1 reactie Reageer op dit bericht

gij

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Gij, die ik zoet te slapen leide

Gij, die ik zoet te slapen leide,
uw adem zoelend aan mijn mond,
- Kind van mijn liefde en van mijn lijden, -
en die 'k, toen 'k plots ontwaakte, wijde
met wakend oog me aanstaren vond:

'k en zal aan u geen sussen wagen,
die schielijk dûs de slaap ontwijkt;
de nacht wordt rijker dan de dagen,
want reeds klaart vreugde na de vragen
in 't oog, dat in mijn oge kijkt.

Want waarom slapen, waar de wake
meer heerlijks dan de droom belooft?...
- Kind van mijn vreeze en van mijn haken:
leg zoet uw kake aan mijne kake,
leg 't hoofdje naast mijn kommer-hoofd...

Geschreven door Dora om 17:17 Reageer op dit bericht

mode

Een gedicht van Albert Verwey 1856-1936 zo'n gedicht is altijd actueel!

Veel namen

Alle nieuwerwetse namen
Van genieën, nieuwe en oude,
Kwamen in die schedel samen.
Iedre grote geest vertrouwde
- Schijnt het - hem zijn diepste gronden
En hij ijlt die te verkonden
Met een mond als duizend monden.
Hoe hij heet? Ik zeg u node
Hoe hij heet. Zijn naam is Mode.

Uit de bundel: Het eigen rijk (1912)

Geschreven door Dora om 19:24 Reageer op dit bericht

taal

Een gedicht van Charivarius 1870-1946

De taal der talen

Het meervoud van slot is sloten
Maar toch is het meervoud van pot, geen poten
Evenzo zegt men; een vat twee vaten
Maar zal men niet zeggen: een kat twee katen

Wie gisteren ging vliegen, zegt heden ik vloog.
Dus zeggen ze misschien ook van wiegen ik woog.
Neen mis! want ik woog is afkomstig van wegen.
Maar is nu ik "voog", een vervoeging van vegen.

En van het woord zoeken vervoegt men ik zocht
En dus hoort bij vloeken, misschien wel ik vlocht
Alweer mis! want dit is afkomstig van vlechten
Maar ik hocht is geen juiste vervoeging van hechten

Bij roepen hoort riep, bij snoepen geen sniep
Bij lopen hoort liep, maar bij slopen geen sliep
Want dit is afkomstig van het schone woord slapen
Maar zeg nu weer niet, ik riep bij het woord rapen.

Want dat komt van roepen, en u ziet terstond
Zo draaien wij vrolijk in een kringetje rond
Van raden komt ried, maar van baden geen bied
Dat komt van bieden, (ik hoop dat u 't ziet)
Ook komt hiervan bood, maar van wieden geen wood.

U ziet de verwarring is akelig groot
Nog talloos veel voorbeelden kan ik u geven
Want gaf hoort bij geven, maar laf niet bij leven
Men spreekt van wij drinken, wij hebben gedronken
Maar niet van wij hinken, wij hebben gehonken

Het volgende geval,dat is bijna te bont
Bij slaan hoort, ik sloeg, niet ik sling of ik slond
Bij staan niet ik stong ik sting maar ik stond
Bij gaan hoort ik ging, en niet ik goeg of ik gond

Een mannetjeskat, noemt men meestal een kater
Hoe noemt men een mannetjesrat, soms een rater
zo heeft het NEDERLANDS verschillende kwalen
Nietemin is en blijft het, DE TAAL DER TALEN.

 

Geschreven door Dora om 17:15 Reageer op dit bericht

vliegtuig

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940 dat was in de tijd dat de eerste vliegtuigen er kwamen...wat heeft het gebracht? Alweer een vlietuig neergestort alle mensen voor zover de berichten waar zijn, zijn deze omgekomen!

De vliegmachine

De aarde spant zich om hem uit te stoten,
de roekeloze, die haar greep ontsprong
en zich naar hare rondste toppen wrong,
waar 't wonder hem der luchten wordt ontsloten –

Want vorsing loert in zijn gedoken sprong
en heersen ligt in zijne wil besloten;
hij proeft de kansen om zich af te stoten
aan harde lucht, waardoor zijn schroefslag zong.

Reeds houden vleugels voeling met de trans
en, ongeschonden heerser in de ruimte
drijft hij, een glimlach van onkwetsbaarheid –

Bewegend evenwicht in eindeloosheid,
metalen rustkern in gespleten ruimte,
gebeiteld mensmerk aan gespannen trans!

Geschreven door Dora om 14:11 Reageer op dit bericht

Kind

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Gelukkig Kind

Gelukkig kind,
dat ligt en laat geworden
al 't geen de mens
zo driftiglijk beroert!

Gelukkig kind,
dat niet en peist op morgen,
dat alles mint,
en nijdig niets beloert!

Gelukkig kind,
dat elke stap in 't leven
een stap vernaarst
aan 't heilig kinderland!

Gelukkig kind,
'k zou alles alles geven
voor uw geluk, mijn kind, dat ligt en roert in 't zand!

Geschreven door Dora om 17:22 Reageer op dit bericht

scherven

Een hartenkreet geschreven door Joke Bot het is kort maar krachtig soms is dat machtig...

 

scherven

ouder worden
houvast aan scherven
groeien en rijpen
inzicht verwerven

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 18:18 Reageer op dit bericht

wonderlijk

Een gedicht van Jacobus van Looy  1855-1930

Wonderlijk

Wonderlijk is ‘t in ‘t holle van de nacht,
Plotsling te denken aan zoveel beminden;
Als in de duistre wereld van de winden,
‘t Zwalpe element ligt met gebonden kracht.
Dan komt zich al wat ver is weer laten vinden:
De handen, de gelaten der beminden,
Als in een gloed van lage kaarsen, zacht.
Smartlijke vreugd te sturen naar die schijnen.
De lippen, en die ogen te zien deinen-
Groot is de nacht en het getij vaak boze-
O eeuwigheid, waar mijn gezichten leven;
Als achter schuim een beeld stijgt voor een steven,
Als in een nis schimt ‘n mater dolorose

Geschreven door Dora om 13:44 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten