Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

fluitspel

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

FLUITSPEL

Toen heb ik uit holle rieten,
Speelman, die ten dans komt noden,
Troostend melodie doen vlieten,
Want ik weet de gang der goden;

Hoe zij eerst de onbewuste,
Sluimerend als gesloten kelken,
In de kuise boezem rusten,
Dan ontluiken en verwelken;

Wee, dat tranen wekt en zuchten,
Wie toch kan het heil begrijpen,
Dat beloofd wordt door het rijpen,
En vervulling vindt in vruchten.

Doch mijn lippen, die zich spoedden
Op en neer de reeks der klanken,
Deden bloesemend een vermoeden
Rond de dorre takken ranken.

En de knaap sprak: 'liefste, luister
Wat ligt in dit lied verborgen,
Los zich windend uit het duister?'
'Morgen', zong mijn fluitspel, 'morgen'.

Uit de bundel: Opvluchten (1922)

Geschreven door Dora om 17:16 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

nachtegalen

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

Nachtegalen

Ik leef in nacht, maar mane-schijn is buiten,
Die leeft in twinkelende vogelen-slag,
Ik zie hem schijnen door de onzichtbre ruiten,
Ik wacht, maar ik verlang niet naar de dag

Ondergedompeld wezend ganslijk, ach!
In dit zwart meer, o liefelijk geluid en
Wat uit zwart donkere spiegel òp komt fluiten,
Licht-lieve volk in wat àl duister zag,

Gij komt òp-duikend in lucht legerscharen,
Licht-glans-gewapend in dees donkre wereld,

O lieve, o onverwachte, o lichte paren,
U stortend willend golfje in zee bepareld.

Het donker blijft en blijft, mij wèl welkomme,
Zwart donkre flonker-grot is om me en om me.

Ede, 14 Mei 1894

Geschreven door Dora om 16:07 Reageer op dit bericht

gedachten

Een gedicht van Betje Wolff-Bekker 1738-1804

Gedachten

Bij het lijk van de Eerwaarde, Geleerde Here, Adriaan Wolff
Predikant in de Beemster

Is dit mijn waarde Wolff, zo minzaam in zijn spreken!
Zo keurig in zijn smaak! zo goed – zo groot van ziel!
Zo wakker op zijn post, zo treffend in zijn preken!
Die nooit, uit vrome drift, in lage straattaal viel,
Noch ’t heilig bedenhuis ontheiligde door twisten;
Die, op ’t meest nodige, het meest heeft stilgestaan:
Is dit die grote man? die ongeveinsde Christen?
Neen, ’t is zijn lichaam slechts; hijzelf is heengegaan,
Ter plaats daar zwakke deugd, in Gods getrouwe vrinden,
Haar vrijspraak uit genade, en loon bij God zal vinden.

Geschreven door Dora om 16:20 Reageer op dit bericht

ik wou

Een hartenkreet van Marijke Barlage voor mij een volslagen onbekend mens maar het is een pracht van een wens

Ik wou een wereld

Ik wou een wereld
Waar niks meer kapot ging, geen
Mens, geen dier, geen ding

Geschreven door Dora om 19:30 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Constantijn Huygens 1596-1687

AAN DE SNEEUW

Droog water, koele wol, wit roet, gehakte veren,
Wees welkom boven op mijn beste hoed en kleren,
Ik zie niet hoe men u met reden haten zou,
Die ons van boven brengt de Warmte met de kou.

Geschreven door Dora om 17:01 Reageer op dit bericht

maart

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

Maartlucht

Maartlucht, die er tegelijk
zo scherp als glas
en zo ontvoerend zijn kan.

O, de bezieling, zijnde in de bezwaren
anders nooit betrokken streken
en schuilgelegen uitzicht

te brengen vondsten fonkelend en schaars:
de moeilijkheden zijn de kans der kunstenaars.

 

 

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 16:49 Reageer op dit bericht

boeket

Een hartenkreet de schrijver is Marion niet zo zeer bekend het is een lange kreet

Een gemengd boeket

Een bloem, uit een gemengd boeket
fris van kleur en heerlijk van geur
zo sta jij overdag tussen de mensen
de ene keer ben je ernstig, dan met pret
bij jou kom je nooit voor een gesloten deur
al ken je niet altijd jouw eigen grenzen!

Een bloem, net als jij ook bescheiden
sta je zo vast besloten in jouw eigen stee
om een ander ermee te kunnen verrassen
niemand hoeft bij jou dan te lijden
ook al valt het dan niet altijd even mee
om een bloem te vinden die bij je kan passen!

Geschreven door Dora om 16:02 Reageer op dit bericht

bedelaarster

Een gedicht van Hendrik Tollens 1780-1856

De kleine bedelaarster

Ik kom uit mijn dorpje: ik kom om wat brood;
Ik dool door het slijk en de slibber der straten;
Mijn kleed is gescheurd en mijn voeten zijn bloot;
Mijn moeder is krank en mijn vader is dood:
Wij schreiden zo luid, maar het mocht ons niet baten.

Heb meêlij, heb deernis, mijnheer en mevrouw!
Och, sluit niet uw oren zo koel voor mijn klagen:
De nacht is nabij, en ik bibber van kou;
Mijn moeder is krank van gebrek en van rouw:
Och, geef mij wat brood: ik zal nooit u weer vragen.

Neen, noem mij niet lui, niet vrijpostig en stout;
Ik zou wel zo graag leren breien en spinnen!
Reeds sprokklen mijn broertjes ons vlijtig wat hout;
En, zijn ze eens - als ik nu - groot en zo oud,
Dan zullen zij werken, en eerlijk wat winnen.

Och, moest gij eens, rijken, zo keurig gekleed,
Zo kostbaar gevoed! onze ellende ervaren;
Des winters zo naakt en des zomers bezweet,
Gaan bedelen langs straat om een dronk en een beet!..
Och, moog er u God toch altoos voor bewaren!

Uit de bundel: Gezamelijke Dichtwerken (1856)

Illustratie: " De kleine bedelaarster" door Adolf-William Bouguereau (1825-1905) Frankrijk

Geschreven door Dora om 16:59 Reageer op dit bericht

sonnet

Een gedicht van Frans Bastiaanse 1868-1947

Sonnet

De wereld is dezelfde; overal
De blauwe hemel en de grauwe steden,
Drijvende wolken en, daar vér beneden
De velden en de mensen; morgen zal
Deze aarde mij niet anders zijn dan heden
En dan zij gisteren was; en zonder tal,
Trekken bij zonneschijn, bij regenval
De dagen verder, als zij altijd deden.
Alleen, lief, waar wij vluchtige uren leven
Te zaam in immer wisselende vreugd
En zo grondloos verzonken in elkanders
Geluk, of de uren eeuwig bij ons bleven
Met prille glans van nooit vergane jeugd,
Is álles eender en is álles anders.

Geschreven door Dora om 16:48 Reageer op dit bericht

hovaardij

Een gedicht van Hermanus Asschenberg(h) 1726-1792

 

HOVAARDIJ *

Wie zich hovaardig op zijn schat toont, wordt belacht;
Wie ’t op geleerdheid doet, verdient ons mededogen;
Wie op zijn rag of staat zich trots toont, wordt veracht;
Wie ’t op zijn kunst doet, is bespottelijk in elks ogen;
Maar, geestelijke hovaardij
Is de onverdraaglijkste en streeft alle waan voorbij.

--------------------------------------------------------
Hovaardij - arrogantie

Geschreven door Dora om 15:32 Reageer op dit bericht

wenen

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Gij weent

I.
Gij weent - o God! wat doet u wenen? spreek?
Van waar die tranen op die lieve wangen, bleek
Als marmer en van doodskou overtogen?
Vrouw! waarom vloeit uit die zo minlijke oogen,
Die bittre, droeve tranenvloed?
Wat droefheid heerst op uw gemoed,
En rooft uw ziel haar kalm genoegen? -
O Gij, die beter waardig zijt,
Wat smart doet u de boezem zwoegen,
Wat doet u wenen? - God! - gij lijdt.

II.
Neen; - die als gij is moest niet lijden; - 't breekt het hart,
Het wreed gezicht van zo veel smart,
Waar zo veel deugd en zo veel schoonheid zich verenen;
Neen; - die als gij is moest niet wenen!
Daar zijn er moglijk, die dit uitstaan; wier gevoel
Gehard is tegen zo veel droevigs; die 't vermogen,
U aan te zien en kalm te blijven, - zo niet koel, -
Maar ik ben weker; - 'k heb mijn moeders borst gezogen,
En somtijds stijgt haar zwakheid mij naar de ogen; -
En thans, daar 'k u ten prooi aan zo veel leed
Moet zien, en zo veel tranen vloeien
Van één, die 'k zo onschuldig weet,
Nu voel ik 't brandend vocht ook in mijn ogen gloeien, O! sla niet weer dat wenend oog op mij,
Wend af dat droef gelaat, of 'k worde een vrouw als gij! -

III.
Maar ween gij voort; want tranen zijn voor vrouwen
Een toevlucht en een balsem in hun smart, -
Een zoete zalving voor een wreed gefolterd hart,
Zij vloeien zacht en onweerhouën;
Slechts de eerste kost iets; maar waar die vergoten werd,
Daar volgen de andren licht, gemaklijk en verkwikkelijk, -
U zijn zij zalig, - ons verschrikkelijk! -
Zij zijn de man een foltring; want geheel
Zijn wezen komt in opstand tegen tranen,
En al zijn kracht verzet zich, - (ligt te veel!)
Waar zij zich doortocht willen banen,
In 't oog, dat haar niet gaarn wil tonen; - daar
Moet veel bestreden, - veel verwonnen zijn in 't harte,
Voor zij de wederstand doen zwichten, die ze tartte. -
Verrijzen zij, 't is niet tot heling; maar
Onwillig komen zij en traag voor brein en ogen;
Wreed - pijnlijk - met een barning als van vuur.


Dit alles voelt gij niet: - uw schreien
Is onbedwongen - 't is het middel der natuur
Tot sussing van uw smarte; - tranen leien
Die af; - o! mochten zij 't geheel! mocht voor uw leed
Heur milde stroom een Lethé wezen,
Wiens vocht uw hartewond genezen
Niet slechts, - maar ook vergeten deed.

1834.

Geschreven door Dora om 16:46 Reageer op dit bericht

jeugd

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941 Onderaan het gedicht een dichterlijke visie van mijzelf

Boek van jeugd

Ik zocht alom, ik zocht en kón niet vinden
Mijn Boek van Jeugd, verloren en versmeten.
't Was al zó oud: 'k had d'inhoud half vergeten,
Zo liefdezoel als heimweegeur van linden.

Maar gele bladen uit dat boek gereten,
Gedragen op erinnrings sidderwinden,
Wezen waar 't lag, omrankt van blanke winden,
Of me uit elk blad een bloem wou welkom heten.

In dof verleden-stofgoud knielde ik neder
En al de kelken uit dat boek ontsproten,
Streelde ik, in weemoed eerbiedvol en teder.

Maar 'k brak geen rank die 't Jeugdboek hield, omsloten.
Jonkheid is wreed, Erinnering nog wreder.
'k Bewaar het Boek omkelkt van lenteloten.


1898

Herinnering

 

De herinnering van de jeugd

Het is bepaald niet altijd een vreugd

De omstandigheden van het leven

Kan het een slechte of een goede herinnering geven

Het ligt er maar aan hoe sta je als kind en tiener in het leven!

Toen en wat later

In het leven is er altijd wel een kater

 

 

 

Geschreven door Dora om 13:53 Reageer op dit bericht

gezondheid

Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

De gezondheid

Gezondheid is een grote schat
Om vergenoegd te leven.
Ofschoon ik grote rijkdom had,
Wat voordeel zou het geven,
Zo ik, doorknaagd van angst en pijn,
Mij zelve tot een last moest zijn.

Maar zou ik dan mijn Vaders raad
Niet ijverig betrachten?
En gulzigheid en overdaad
Niet mijden en verachten?
Die nooit genoeg heeft voor zijn mond,
Leeft zelden vrolijk en gezond.

Uit de bundel: Kleine gedigten voor kinderen (1778-1782)

Geschreven door Dora om 15:14 Reageer op dit bericht

uitzichtpunt

Een hartenkreet van Joke Bot. Het is wel een realistische gedachte! Het werd gerangschikt onder humor

uitzichtpunt

aan één stuk door
schijnt onze zon

een grijze dag
daarna de nacht
ik wou dat ik
het geloven kon

de aarde draait
de zon dus niet

opkomen en
ondergaan
is wat de mens
slechts ziet

Geschreven door Dora om 17:30 Reageer op dit bericht

stijgend

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Stijgend langsheen Sint-Goedelekerk

O zwart gevaarte boven 't hoofd
zwaar hangend in de donkre lucht,
wat heb ik in uw diepten al
gesmacht, gebeden en verzucht!

O levend stenen wezen! Hier,
door angst gejaagd, door hoop gestaald,
ben ik naar 's harten wondergang,
wild ópgedraafd of kalm gedaald.

Geen enkle boezemtrilling, die -
- géén wentling mijner ziele, die
niet weerluidde in uw torenklank,
vol zoete of sombre poëzie.

En van mijn eerste grote smart
tot aan mijn laatste zielsgeween,
't is alles in uw bouw vergroeid
en 't spreekt mij toe uit elke steen.

Krank is nu 't lichaam, krank het hart,
dat in onpeilbre smart verviel,
maar, worstlend tegen God en lot,
jaagt stormend óp de ontembre ziel.


Brussel, 23 November 1897.


----------------------------------------------------------------
In 1047 liet hertog Lambert II een kerk bouwen ter ere van Sint-Michiel, aartsengel en patroonheilige van Brussel. Op de dag dat de romaanse kerk ingewijd werd, liet de hertog echter ook de relikwieën van Sint-Goedele overbrengen. De officiële naam van de kerk is Sint-Michielskathedraal, maar in de volksmond staat ze nog steeds bekend als Sint-Goedelekerk.

Geschreven door Dora om 14:01 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Een hartenkreet van An Terlouw. Ze schreef het tijdens de kou en je ziet dat de meeste mensen sneeuw hebben wou! Je leest ook het gezeur van de mensen die in mineur de winter hebben doorgebracht...Het is uiteindelijk altijd wat!

De eindeloze sneeuw

Nu verzucht ’t hele land
kap nou toch eens met die sneeuw
we zijn het zat het wordt teveel
stop nu maar eens onderhand
jaren riepen diezelfde mensen
een witte Kerst is lang gelee
die zou er moeten komen
en iedereen riep driftig mee.

Dan komt er een mooie witte
niet alleen Kerst, welnee, veel meer
uren dagen weken maanden
zitten we er nu dan toch al mee
het is te lang het is teveel
het is te intens het is te vaak
maar toch vorig jaar opperde iedereen
zonder uitzondering maar raak:

Een witte kerst, zou prachtig zijn,
dat is al zolang gelee
en nu, na al die maanden sneeuw,
geen kans op stop zitten we er mooi mee
want het zout is helemaal op
en strooien, kan bijna niet meer
dus glibberen en glijden we alle kanten op
en doe je al je botten zeer.

Want de wereld is weer wit,
het sneeuwt weer volop als een lieve lust
en menigeen kijkend naar buiten zucht:
wanneer houdt het eens op?


Geschreven door Dora om 16:33 Reageer op dit bericht

vandaag

Vandaag

Vandaag hebben we pret

De dooi heeft ingezet

Dit is de stap die naar de lente wordt gezet

Ja lente, de meeste mensen kijken er naar uit

Je kon het vandaag een beetje waarnemen

Dat de winter bijna is verdwenen

 

 

Geschreven door Dora om 17:30 Reageer op dit bericht

lente?

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937. Hoe een mens naar de lente kan verlangen met blozende wangen door de eenzaamheid en kou! Dit is er altijd al geweest in het menselijk bestaan. De jaargetijden doen ons voortgaan!

Ik smacht naar de lente

Ik smacht naar de lente en haar goud,
Naar de jonge, de licht-tere kleuren,
Ik smacht naar het groenende hout,
Naar de zoetige Meidorengeuren.

Hoe heerlijk te liggen in 't mos,
Te staren in 't blauw van de hemel,
Te volgen de blaadjes die los
Zich wieg'len in takkengewemel!

Hoe welven zich bogen van glans
Om mij heen bij der lente verschijnen,
Hoe hupp'len in weke kadans
Mijn gedachten langs zacht-ronde lijnen!

Mijn hart roept de lente zo luid,
En klopt ongeduldig haar tegen...
Hoor! was dat geen merelgefluit?
Wat klonk daar langs de eenzame wegen?

Geschreven door Dora om 14:48 Reageer op dit bericht

schemeravond

Een gedicht van Cornelis Honingh 1846-1896. Als moeder schreit dan begrijpt een kind daar niet veel van. Soms kunnen ze wel de gemoedstoestand aanvoelen.

Schemeravond

"Twee kindertjes bij elkaar,
Een zusje en een broertje;
Ik wou, dat ik er meer van had,
Al van dat lieve goedje."

Zo zongen beide in 't schemeruurtje
Als Moeder 't olijk, vrolijk paar
Weer bij zich op de schoot ging beuren
En zij daar speelden met elkaar.

Nu zit ze alleen met ons klein-zusje,
Zingt, maar met tranen in haar stem.
Geeft haar ook 't kleintje kus op kusje,
Te meer nog denkt zij steeds aan hem.

Klein-zusje vindt het nu niet prettig:
Eén moest er zijn op elke knie.
Ze haalt haar pop: ‘Ma, dat is broer nu,
Weer zijn we met ons beiden, zie!’

"Twee kindertjes bij elkaar,
Een zusje en een broertje;
Ik wou, dat ik er meer van had,
Al van dat lieve goedje."

Zo zingt klein-zusje en is weer blijde,
Heeft schik, dat zij 't zo goed bedacht.
Verbaasd kijkt ze, als zij zich voelt kussen
En Moeder schreit in plaats van lacht.

Geschreven door Dora om 16:06 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten