Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

Nederland

O, dierbaar plekje grond, ontwoekerd aan de baren!
O land van mijn geboorte en teed're kinderjaren!
Waar ik mijn eerste kinderspelletjes gespeeld,
Mijn eerste kunsteloze zangen heb gekweeld-

Wat heeft mijn hart geklopt bij 't horen van uw helden,
Die, door Gods hulp gesterkt, de vijand nedervelden,
Van Neerlands Vorstenstoet en Staten-Generaal
Zo rijk in lauweren en vroomheid allemaal.

O Neêrland! u wijd ik mijn zang, mijn lied, mijn leven,
Mijn wens is slechts, voor u op 't bed van eer te sneven,
Bescherm, o Neerlands God! ons land en vorstenhuis
En sla des vijands heer met sterke hand tot gruis.

Uit de bundel: Grassprietjes (Cornelis Paradijs)

Geschreven door Dora om 14:12 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

gedichtenheffer

Een hartenkreet van Dick Panman die kan er wat van...

Gedichtheffer

Wie zich in gespierde taal
steevast aan het woord vertilt
maakt zich ongewenst verbaal
en lijkt aangeschoten wild

wil mij tot de macht verheffen
dat ik woorden wegen kan
want diep dichterlijk beseffen
doet lichtgewichten in de ban.

Geschreven door Dora om 14:37 Reageer op dit bericht

dan

Een hartenkreet de schrijver is onbekend het geschrevene is een emotie

dan

is er geen eind
als het denken verdwijnt
als geen beeld verschijnt
als niets is wat het leek
er is geen eind
als mijn licht niet meer schijnt
boven de oever van de beek
waarin ik werkelijk keek
en mezelf zag
hoe ik daar lag
wazig en vertekend
duizelig en onwetend
nee, niet dan
er is pas een eind
als het dromen verdwijnt
als ik dat niet meer kan
ja dan….

 

Geschreven door Dora om 12:17 Reageer op dit bericht

broodje

De schrijver van dit liedje is Dop Bles het stond bij de categorie eenzaamheid

Ik ging eens om een broodje

Ik ging eens om een broodje,
De bakker was niet thuis,
en toen de bakker niet thuis was,
ging ik weer naar huis.

Ik ging eens naar de mensen
en sprak ze allen aan,
al ken ik vele talen,
geen mens heeft mij verstaan.

Ik ging naar alle deuren,
waar ’t venster was verlicht,
zo hard kon ik niet kloppen,
of elke deur bleef dicht.

Ik ging eens naar een kamer,
waar ik me welkom wist,
de deur bleef afgesloten,
ik had me dus vergist.

Ik ging naar alle boeken
en vroeg ze alle raad,
maar geen dat mij kon zeggen,
wat niet geschreven staat.

Ik ben toch eens geboren
en ga dus ook eens dood,
zolang ik nog moet leven,
ga ik maar steeds om brood.

Is de poort open?

Uit de bundel: Kinderliedjes (1923)

Geschreven door Dora om 16:43 Reageer op dit bericht

weedom

Een gedicht van Cornelis Honigh 1846-1896

 

O Gij, in weedom neergebogen

o Gij, in weedom neergebogen,
Weerhoud geen tranen in hun loop:
Zij drenken 't bloemetje der Hoop,
En moest hun bron bij u verdrogen,
Bid God, dat Hij uw leven sloop'.

Het water, in 't metaal bevroren,
Splijt wel het zwaarst kanon vaneen,
Waar 't vloeien kon, is niets geleên:
Zo breekt hem, die zijn leed wou smoren,
Het hart door opgekropt geween.

Geschreven door Dora om 17:49 1 reactie Reageer op dit bericht

de scheper

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

DE SCHEPER

Een zee van golvend purper, in verbazen
En ademloos verstijfd (als waar zij dood)
Bij 't zien van 't eindloos vlammend avondrood...
Zo schijnt de heide; waar, wie honig lazen

Met de avondlast langs bloem en purper razen
Om niet te keren vóor de nacht ontvlood.
En scheidend houdt de delling in haar schoot
De blanke heerde van wie ruisend grazen.

De waakse wolf, die zich geen wolf betoont,
Lekt speels de staf en handen van den herder,
Die twintig kudden eenzaam heeft gehoed.

En met een blik, waarin de liefde woont,
Drijft hij de witgewolde wolkjes verder...
En ziet naar hen, de heide en de' avondgloed.-

Geschreven door Dora om 17:04 Reageer op dit bericht

geluk

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Geluk, zo zedig en zo zeker

Geluk, zo zedig en zo zeker,
als water dat in glazen beker
zijn zuivere genuchte vat:
ik heb uw goede dronk genoten,
en 't heeft door mijne leên gevloten,
als van wie nooit gedronken had.

Mijn ogen wijd, mijn lippen open,
zijt ge in mijn aadren stil gedropen
tot de' allerlaatste', en béste drop...
Was ik de dorst'ge der woestijnen?
Want zag mijn angst uw peerlen schijnen,
't verblijde hunkren slurpte ze op.

- Thans, moe van lusteloos genieten,
laat ik uw vliede' onachtzaam vlieten
en wíl niet meer gelukkig zijn.
Ik voel u naarstig in mij branden,
maar gij wordt koorts in mijne handen,
en uw genuchten worden pijn.

Ik moet naar andre lustigheden:
de kalme lichten van mijn heden
vermoeiden mijn verijlde blik.
De kier van blijdre smart gaat open:
o man, zat aan geluk gezopen,
gezel van roder vreugden: ík!

Uit de bundel: De boom-gaard der vogelen en der vruchten (1905)

Geschreven door Dora om 12:19 Reageer op dit bericht

hof

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

Liefdes Hof

Wie liefdes hof betreedt,
de wonder- wonderschone,
wie om daarin te wonen
het verdere vergeet,
wie 't ogenblik bemint
en aanziet hoe, bescheiden
in ons gewekt, bij tijden
opnieuw geluk begint,
wie onbaatzuchtig leeft,
zijn aard zich overgeeft,
wie list en opzet haat
vindt hier zijn toeverlaat:
hoe zich de paden winden,
hij wordt het nimmer moe
zich nieuw verschiet te vinden,
tot aan de einder toe.

Nu zich dit paradijs
mij eenmaal heeft ontsloten,
nu ik zijn diep genoten
verborgenheid doorreis,
nu ik er talm en dwaal
en telkens opgetogen
mijne onverzadigde ogen
op zijn wijd licht onthaal,
beleef ik onbevreesd
en zorgenloos het feest,
waaraan zich elke dag
mijn hart verheugen mag.
Alleen dat luid verlangen
om u probeer ik wel
in redes rust te vangen, -
maar 't ontloopt mij te snel.

Want gij alleen stoffeert
die hof naar mijn behagen.
Met duisternis geslagen
ligt al wat u ontbeert.
Uw rankheid gaat mij voor,
de schemerige lanen,
de koele schaduwbanen,
de ganse stilte door.
Om die gedaante kwijnt
het zonlicht, en omlijnt
uw nauw bewust gebaar,
dat mij geleidt tot waar
geen twijfelen, geen vrezen
of geen miskenning is:
tot liefdes onvolprezen
onthuld geheimenis.

Zo lokt gij, dag aan dag,
mij dieper in dit leven,
de wouden door en dreven,
waarin ik dolen mag.
Tot in de verte een schijn
te zien is door de bomen
en we aan den rand gekomen
van 't ondoorgronde zijn.
Beweging noch geluid
breekt hier de omtrek uit.
Onder de hemel, strak
en effen, ligt het vlak
van 't water, waar de stammen
voor altijd staan in 't rond
tegen de heuvelkammen
geworteld in de grond.

Dan, in die spiegel, zal
ik eenmaal nog ervaren,
wat in bewogen jaren
mij werd beschoren: al
de vreugde ons toebedeeld,
de smart door ons gedragen,
en - weldaad mijner dagen -
uw lief, uw teder beeld.
Dan overheerst de rust,
verzinken leed en lust
verstillen angst en pijn.
Dan zal er vrede zijn
en zal ik weten mogen,
mij als een morgenlicht
over mijn brekende ogen,
uw diep ontroerd gezicht.

Uit de bundel: Verschijningen III. Liefdes Hof

 

Geschreven door Dora om 17:14 Reageer op dit bericht

elk

Een gedicht van Virginie Loveling 1836-1923

Elk volgens zijn natuur

De zwaluw was weergekomen,
En zat met de mus op de goot,
Zij spraken vertrouwelijk te samen,
Verhaalden hun kommer en nood.

De zwaluw vertelde wat angsten
Zij al had uitgestaan,
Wanneer zij, van de andre gescheiden,
Alleen over zee moest gaan.

En hoe zij steeds hoopte en verlangde,
In gene wilde natuur,
Om weer te mogen komen
Naar nestje in de schuur.

De mus sprak van vorst en van ijzel,
En sneeuw zo schriklijk hoog,
Dat zelfs de schuwe merel
Aan ’t keukenvenster vloog.

En hoe zij soms van koude
Gemeend te sterven had,
En eenmaal, gepraamd door de honger,
Bijna in een vogelhuis zat!…

Zij huiverden bij het aanhoren
Van die wederzijdse nood,
En zaten een ogenblik zwijgend,
En peinzend op de goot.

‘O, beter nog te vluchten,’
Zei de zwaluw, ’naar verre strand!’
- ‘Ach, liever nog te lijden,’
sprak de mus, ’in ’t vaderland!’

Uit de bundel: Gedichten (1870)

Geschreven door Dora om 13:23 Reageer op dit bericht

de aarde

Een hartenkreet van An Terlouw

De aarde

Telkens weer, komt het terug
telkens weer, langzaam of vlug
de wereld draait door ondanks pijn en verdriet
stoppen bij leed, dat doet de globe niet
maar in je hart, alsook in je ziel
is ’t soms net, alsof er een stukje afviel
van die mooie planeet
die gewoon ‘aarde’ heet

Telkens weer, komt het terug
is het niet langzaam dan gaat het wel vlug
of er een schip zinkt, een bomaanslag geschiedt
de aarde, stopt met draaien niet
of drama’s gebeuren, en andere narigheid
de globe raakt zijn snelheid waarlijk niet kwijt.
van die mooie planeet, die
gewoon aarde heet.

Geschreven door Dora om 14:04 Reageer op dit bericht

zomer

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Een hartenkreet van Maria Voerman

Zomer op komst

Donk're wolken drijven over.
Laag en langzaam langs de lucht.
Want ze zijn, ik weet het zeker,
voor de zomer op de vlucht!

Laat de zomer nu maar komen.
Maandenlang er op gewacht...
En de regen mag wel stromen,
maar dan alleen maar in de nacht!

Geschreven door Dora om 19:12 Reageer op dit bericht

hartenkreet

Een hartenkreet van Peter van der Ven

Op de adem vam leven

Soms komt
tevredenheid in stilte
in me op en verdwijnt
zoals een zomerbriesje
verdwijnt nadat het
mijn gezicht
heeft gestreeld.

Maar soms
als ik stil zit
neemt tevredenheid
me lange tijd mee
alsof ik op
een rivier zachtjes
word meegenomen
op de adem van leven
met een glimlach
in mijn vredige hart.

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 11:35 Reageer op dit bericht

lente

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Lente

Almoeder der verlangens, 'k hoor u klagen
En smachtend roepen in verlatenheid,
Uw stem weerklinkt in 't blaten van de geit,
Die rukt aan 't koord in de ijlschauw van de hagen.

Uw stem weerklinkt in 't zwaar geloei, bij vlagen
Gestoten uit het stierlijf, in 't gekrijt
Van al wat zoekend naar bevreed'ging schreit
In 's nieuwe levens helderlichtig dagen.

Gij zelf ligt uitgestrekt in 't koelgroen mos,
Uw blanke lichaam warmend in de zon,
Wier luwe hitte breekt door 't karig bos.

Dan heft ge u op, en aan de vijverzoom,
Bij 't lustig-jong gebabbel van een bron,
Legt ge u weer neder tot vernieuwd gedroom.

Uit de bundel: Groepen en contouren

Geschreven door Dora om 19:21 Reageer op dit bericht

Goede vrijdag 2010

                                         Andrea Mantegna: "Kruisiging" (Detail)

 

 

 

 

Zonsverduistering

Een zwarte vlam zal 't klare licht bederven,
Een matte schemer gaat de lucht besmeuren,
De kwijnend zieke zon verbleekt van kleuren, -
Dood hangt de lucht in bange doode verven;

De menschen meenen, dat hun God gaat sterven,
Reeds komt de donkre satan 't doodshemd sleuren:
Wat gaat hun bevend bonzend hart gebeuren,
Als zij hun God en licht - en leven derven!

Menschen op áárde viert uw God zijn feest,
Die nog uw slechte ziel en blikken kluistert,
Dien gij nog mint, en haat - en immer vreest:

Een bleek brok geld heeft ziel voor ziel verduisterd
En spreidt zijn gier'ge grijns om ieders geest,
Dat elk slechts 't eigen kloppend hart beluistert.

C.S. Adama van Scheltema (1877-1924)
uit: Eerste oogst (1912)

Geschreven door Dora om 16:20 Reageer op dit bericht

zachte dagen

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Zachte dagen

O, nu de dagen weer zo licht zijn en zo zoel,
Zo zonnezoel, zo zonnelicht, zo rijk
Aan vreugd in welig bosgroen; nu de vliet
Bezaaid is met het gulle sprankelgoud;
Nu schaduwlanen koel
In kalme schemer mijmervol
Zich allerwegen oop'nen; nu het riet
In fluisterbeving zoetlijk neigt,
De vijver waai'rend met zijn schucht're koelt',
De vijver zelf in roerloosheid gestrekt
Zijn lange waat'ren rekt,
Gesust door stille zomerzoelt';
Nu 't donk'rend luchtblauw in de avond prijkt
Met milde sterrentooi,
En 't slepend gaan des nachts zijn ruim verrijkt
Met maneglans zo innig-mooi;
Nu 't zeevlak geplaveid ligt als een straat
Van glinst'rend asfalt, —
Vlucht'ge blinking gaat
Er strijk'lings over; oov'ral waar zij valt
Schept zij een welbehagen —
O, in deez' schemernachten, lichte dagen,
Is 't leven me op de schone wereld lief;
Vergetend in de zon mijn ongerief,
Zal 'k niet versagen.

Uit de bundel: Tonen en Tinten

Geschreven door Dora om 16:28 Reageer op dit bericht

Maart

Een gedicht van J.J.L. ten Kate 1819-1889

Maart

Maart, Maart,
Roer vrij je staart:
Nog maar een poos kan je ons kwellen en plagen;
Dra zijn je vlagen
Weg met het vuur, dat je houdt aan de haard,
Lastige Maart!

Maart, Maart,
Roer vrij je staart:
'k Zie reeds April, die je volgt in je stappen,
En komt verklappen,
Dat men u moe wordt in velden en gaard,
Lelijke Maart!

Maart, Maart,
Roer vrij je staart:
Meimaand wordt slechts door je spoken te zoeter,
En ze vergoedt er
Wat je ons onthoudt en terughoudt in de aard,
Gierige Maart!

Maart, Maart,
Toch ben je ons waard:
Omdat je zwijgend een wenk in het leven
Aan ons wilt geven,
Wenk, die het kinderhart dankbaar bewaart,
Buiïge Maart!

Maart, Maart,
Roer vrij je staart:
Want je leert ons: na het kwaad komt het goede;
't Zeegnen nooit moede,
Schept God de vreugd uit het lijden der aard,
Leerzame Maart!

Uit de bundel: Het nachtegaaltje (1851)

 

Geschreven door Dora om 12:17 Reageer op dit bericht

arbeid

Een hartenkreet van a.v.eesteren

Arbeid Adelt

Arbeid adelt
Werd mij vroeger verteld
Maar de adel arbeidt niet
Zij hebben het oude geld

Blauw bloed
Stroomt door de aderen
Zij hebben het goed
Dankzij hun voorvaderen

Ik ben niet rancuneus
Jaloers ben in ook niet,
Heus!
Het is hoe men het ziet

Ik wou er alleen maar even
De aandacht op richten
Want over de adel zijn
Niet zoveel gedichten!

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 15:04 Reageer op dit bericht

grafbloemen

Een gedicht van Helene Swarht 1859-1941

Grafbloemen

Maagdepalm en rozemarijn
Tooien het graf van een maagdelijn.

Maar uit het graf van een bloeiende vrouw,
Rijzen drie rozen in bloedige rouw,

Rijzen drie rozen als bloed zo rood:
Twee uit haar boezem en éen uit haar schoot.

't Graf van een moeder, op stengelen slank,
Wiegelt drie leeljen als engelen blank,

Wiegelt drie leeljen als bloemen van melk;
Vlindertjes drinken uit elleke kelk.

Maar uit de stille gewijde grond
Waar een dichter zijn laatste wijkplaats vond,
Rijzen de bloemen zo menigerlei
Dat geen mij nog alle haar namen zei.

Uit zijn ogen het blauw van vergeet-mij-niet,
Dat in hemele-heimwee ten hemel ziet;
Uit zijn lippen een meidoorn in rozepracht,
Waar een nachtegaal jubelt zijn dromenklacht,
Uit zijn boezem een reuzige zonnebloem,
Goud van zijn lied en blond van zijn roem,
Uit zijn armen lianen omhelzend teêr,
Uit de wel van zijn tranen een helder meer,
Waar sneeuwige duiven uit drinken stil.

Dàt is 't graf waar ik 't liefst in verzinken wil.


1896

Geschreven door Dora om 16:54 Reageer op dit bericht

de zee

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

 

De zee, één water van vrijheid

De zee, één water van vrijheid,
Dansend oneindig licht,
De lucht, één ruimte van vrijheid
Zonder gewicht
Zij spelen de een met de âar,
Vrijhede‘ ontmoetend elkaar.

Geschreven door Dora om 17:29 Reageer op dit bericht

engel

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort

AAN MIJN ENGEL

O huis, dat ik ten leste heb gevonden,
Dat ik zo lange jaren heb gezocht,
Dat gij met liefde hebt gewrocht
En waar ik ben genezen van mijn wonden.

Met welk een smaak hebt gij dit al vermocht?
Gij hebt de schoonheid met het nut verbonden,
Het leed, dat ons van jaar tot jaar bezocht,
Is thans in deze rust geheel verzwonden.

Het huis is hoog gelegen in de Veluwe,
Wanneer zie ik uw bossen, heide, landen,
Zoals ik vroeger zag daarginds de Betuwe?

Nu hebt gij wat gij van mij hebt gevraagd
En kus ik steeds vol dank de kleine handen,
Waarmede gij mij zó lang hebt geschraagd.

Uit de bundel: Rijmproeven (1937)

Geschreven door Dora om 19:30 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten