Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

ogen

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

Donkere Ogen.

Een albumblad.

Ogen, in wier diepte helle nacht
Droomt en lokt, als er de rust uit lacht -
Grondelozen, gij, die smeekt en smacht,
Al wie oogt naar u, droomt met u mede...
Voor uw toverende wonder-macht
Wordt de ziel van mannen zonder kracht,
En wiens kracht ùw kracht ten onder bracht,
Diens gehele ziel wordt éne bede.

Aan het vreedzaam hart rooft gij de vrede,
Maar gij schenkt hem weder, onverwacht -
En wie gij de weelde toe-bedacht,
Van uw blikken, zoo fluweelig-zacht,
Die omspannen zij van lieverlede,
En hij slaakt een lang-gezuchte klacht,
Doch een vreugde-rijke juich-kreet mede.

U te zien, is schoonheid zelve ontwaren,
En, waar zij op donzige englen-schacht
Nederstrijkt, om zeegnend rond te waren,
Daar versterft de haat, en geurt de zomer-pracht
Der liefde.... Donker oog, blijf dikwijls op mij staren!

Geschreven door Dora om 12:13 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

druilerig

Een hartenkreet...ik denk recht uit het hartelijke gevoel van liefde ...

druilerige dag

De maand : mei, maar koud en kil, ach
Ik behoud mijn gouden glimlach.

Dit tengere dingetje beleefde pijnlijke zaken
Mijn hart voelt zalig warm aan, die regen kan me niet droevig maken!

Een kluis of dikke bankrekening, bezit ik niet.
De Liefde voor de medemens primeert, niets doet dit teniet!

Schrijver: christine wauters 

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 11:47 Reageer op dit bericht

geslacht

Een gedicht van Gerrit van de Linde 1808-1858

Voor- en nageslacht

Voorgeslacht:

Ruige borst en brede schouders,
Leeuwenhart en adlaars oog:
Rijzig kroost van reuzenouders
Vorstlijk zaad, in adel hoog:
Onvergeetbaar voorgeslacht.

Nageslacht:

Bleke kindren, kranke moeders,
Neven met een breukband aan,
Schele zusters, bochelbroeders,
Vaders, die uit kuchen gaan,
Ramlend vee, met kwik bevracht,
Machtloos, mislijk nageslacht.

Uit de bundel: Mengelpoëzy

Geschreven door Dora om 11:31 Reageer op dit bericht

hemelvaartsdag

OUDE LIEDEREN DIE ALTIJD NIEUW BLIJVEN

Hemelvaart

In smeeken en in bidden
laat ons eendrachtig zijn,
tot eind'lijk in ons midden,
het teeken Gods verschijn!
De Heer is heengetogen,
ten hemel ingegaan:
Wij staren naar den hoogen,
waar Hij is voorgegaan.

Wel voer Hij van ons henen
naar 't stralend ver verschiet;
maar wie, verweesd, hier weenen,
verlaat de Heiland niet.
De Trooster zal ons heelen
in lijden en in strijd,
en een maal ons doen deelen
in ‘s Vaders heerlijkheid.

 

CHRISTOPH BLUMHARDT

Uit: "Bode des Heils in Christus", jaargang 81 (1938

Geschreven door Dora om 10:48 Reageer op dit bericht

tuin

Een gedicht van G.W. Lovendaal 1847-1939

In de tuin

Daar hing aan twee takjes,
Heel teer en heel zwakjes,
Een nestje van hooi en van hei;
Bij 't nestje daar zaten
Twee vinken te praten
Van eitjes, die 't wijfeke lei
In de Mei.


Daar gaapten twee bekjes
En gilden als gekjes
Van honger met gulzig geschrei;
En vader en moeder
Die haalden al voeder
En hadden een drukke karwei
Heel de Mei.


Daar klauterde een klantje
Omhoog op het randje
En 't ander deed even als hij;
Op eenmaal daar sprongen
Het nest uit de jongen,
En uit was mijn pret en voorbij
Was de Mei.

Uit de bundel: Kindergedichten (1914)

Geschreven door Dora om 10:47 Reageer op dit bericht

"ik"

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

Ik ben de perken langs gegaan

"Ik ben de perken langs gegaan,
de bocht der zonnige terrassen,
de flauw bewogen siergewassen,
de koele stammen van de laan

en heb de loten en de twijgen,
de weke stengelen geplukt
en wat mijn handen konden krijgen
mij toegehaald en aangedrukt.

En in mijn armen liggen schoven
van alle rijkdom, die ik brak,
een schat mijn eigen wens te boven
en wie ik liefheb, krijgt een tak.

-----

-----

En in mijn armen liggen schoven
van alle rijkdom, die ik brak,
een schat mijn eigen wens te boven
en wie ik liefheb, krijgt een tak."


(eerste en laatste regels van het vele
honderden regels tellende 'Albumblad')

Uit de bundel: Albumblad (1922)

Geschreven door Dora om 11:23 Reageer op dit bericht

ode

Een hartenkreet van Maria Voerman

Ode aan een kastanjeboom.

Kastanjeboom!
Boom onder de bomen.
In volle bloei met
oneindig veel gekleurde kaarsen
Je bent het waard
aan jou een gedicht
op te dragen.
Jij spant met je kruin de kroon!

Geschreven door Dora om 14:29 Reageer op dit bericht

sancta maria

Een gedicht van Jan Veth

SANCTE MARIA TER SNEEUW

't Veld was, na stille nacht, met wit belegen,
Wonderbaar vredig wit, wijd uitgespreid,
Gelijk een vlekkloos hermelijn tapijt
Zich over de aarde breidend, allerwegen.

Een zachte vacht van stille heimlijkheid,
Geruisloos van de hemel neergezegen...
Teedre formatie van een donzen regen,
Liggend in 't lichtend kleed van heiligheid.

En vromen vonde' in verse sneeuw geschreven
Een reuzig kruis, de top naar 't Oosten richtend...
Spraken dan zacht van dit geheimenis,-

En zij verstonden 't hemels teken, stichtend
Een heerlijk huis, tot ere der verheven
Vrouwe Maria, die Gods Moeder is.

Geschreven door Dora om 10:59 Reageer op dit bericht

toen

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

Toen gij zijt heengegaan

Toen Gij zijt heengegaan die nacht,
- o, 'k weet het nog als was 't van gister nauw, -
lag over huis en straat de sneeuwen vacht,
de wind blies rauw, heel fel en rauw.

Geen woord, dat U weerhouden had
wellicht, heb ik gezegd; - 'k heb niets gedaan,
dat U deed keren; stom en stijf, met glad
gezicht zag ik tot U en - liet U gaan!

Doch, toen de straatdeur achter U
in 't slot gevallen was met dof gerucht,
toen ben ik opgeschrokken, angstig, schuw,
en als een dwaas U nagevlucht.

En 'k heb uw stap aanhoord, heel lang
wegdomlend in de sneeuw, die 't al bedekte,
en plotsling nesten tranen mij de wang,
terwijl ik de armen naar U strekte.

Uit de bundel: Claribella (1893 )

Geschreven door Dora om 17:47 Reageer op dit bericht

ode

Een gedicht van Koos Speenhoff 1869-1945

Ode aan de blauwe zee

Blauwe zee van ver gekomen
Golven die zo lome dromen
Dromen van een eeuwig leven
Dromen van een eeuwig zijn
Zacht zingt de zee
Zangen van weemoed
Zacht zingt de zee
Zangen van wee
Zingt de haring mee
De haring is een vis
Die zo verfrissend is
Als men katterig is...

Geschreven door Dora om 18:55 Reageer op dit bericht

zonder

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

ZONDER TITEL

ik hoorde stemmen van een vreemd bestaan,
Rondom in duizend geheimzinnigheden,
Géniën voelde ik zoetjes tot mij treden
En schuw op donzen voetjes henengaan...

Ik weet niet - zeiden zij wat zal vergaan?
Spélden zij wat daar kome na dit heden?
Brachten zij tonen uit een vér verleden?
Ik weet niet - of was alles droom of waan?

't Kan zó niet zijn! - Eér heeft de stilte een taal
Dan aller zomervooglen lied in 't woud
Dat onverstaanbaar van de takken glijdt -

O, ik geloof óns wordt in eenzaamheid
Somwijlen een mysterie toevertrouwd...
Dat wij vergeten moeten - telkenmaal.

Geschreven door Dora om 16:25 Reageer op dit bericht

vastomlijnd

Een hartenkreet van Henk Hoek, hiermee kan een mens het eens of oneens zijn...maar om dit te lezen vond ik fijn!

Vastomlijnd

Er is geen toeval in dit leven
Het is doelbewust en vastomlijnd
Alles staat beschreven
Niets wordt ondermijnd
Het is geen plotsklaps gaan en komen
Of uit het niets ontsprongen
Alles is reeds vastgelegd
Geen woord wordt onbewust gezegd
Geen blad waait doelloos uit de bomen
De zon komt op en daalt weer neer
Getijden blijven gaan en komen
En ik verslaap me 1000 keer
Er is geen toeval in dit leven
Alles kent zijn weg
En mocht je hiervan balen
Dan heb je helaas pech

                                                                                             Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 10:56 Reageer op dit bericht

dag

Een hartenkreet van iemand

dag

vleugels bewegen
verloren in het groen
verdronken in de regen
nog steeds
om te doen
alsof het nog kan
vleugels verloren
gevonden
drogen in de zon
lonken naar de horizon
nog steeds
bewegen ze
verbonden
aan elkaar
toe, vlieg
en zweef maar...

weg

Geschreven door Dora om 19:37 Reageer op dit bericht

ballade

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

Ballade

Alleen ben ik en zoek alleen te wezen,
Alleen ben ik en van mijn lief verlaten,
Alleen ben ik; wie die mijn heer mag wezen?
Alleen ben ik, dan bitter, dan gelaten,
Alleen ben ik en schuw mijn kwijnend leven,
Alleen ben ik, verdoolde uitermaten,
Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

Alleen ben ik ter venstere, ter deure,
Alleen ben ik, in eenen hoek gedoken,
Alleen ben ik, om op te gaan in treuren,
Alleen ben ik, stil weg of uitgebroken,
Alleen ben ik, het is mij wèl gegeven,
Alleen ben ik in mijn vertrek beloken,
Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

Alleen ben ik, waar of ik ook mag wezen,
Alleen ben ik in alles en altoos,
Alleen ben ik meer dan een ander wezen,
Alleen ben ik, verdrukt meedogenloos,
Alleen ben ik en van een elk begeven,
Alleen ben ik en soms gans troosteloos,
Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.

Prins, nu is wel mijn droefheid aangeheven,
Alleen ben ik, met elke rouw te duchten,
Alleen ben ik, zwarter dan moerbeivruchten,
Alleen ben ik en zonder vriend gebleven.


Geschreven door Dora om 13:43 Reageer op dit bericht

zelfgevoel

Nog een gedicht van Jan Veth

ZELFGEVOEL

Ik vier alleen mijn ziele-sabbathsrust,
Kalm in mijn kamer binnen blinde muren,
In 't gemelijk genot van ledige uren,
Waarin mijn wrevel langzaam wordt gesust.

Zo zit 'k eerst lijdzaam en maar vaag bewust
een ganse middag voor mij uit te turen,
En proef mijn luiheid, dat zij lang moog duren,
Bij korte teugen met verfijnde lust.

Maar als een trots man onder dwaze mensen,
Zo ben ik dan in 't eind met mijn gedachten,
Ik zie hen aan met koele, hoge blik.

En rondom daag ik mijn verdoolde wensen
Voor mijn gezicht, waar zij het vonnis wachten
Van mijn omhooggestreden, richtend Ik.

Geschreven door Dora om 15:32 Reageer op dit bericht

landschap

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

LANDSCHAP

Hoe kwijnt in 't ronde 't vogelengerucht,
Nu de avond komt op vleuglen luw en loom -
Daar zinkt de zon in de vergulde zoom
Van 't verre ruim der ongerepte lucht.

Breed vloeit, - zoals dit leven in een droom, -
Het klare beeld van 't vredige gehucht,
In de' effen spiegel van de stille stroom,
Waarop geen enkel vluchtig golfje vlucht...

Zó valt ál wat daar sluimert, ver in 't rond,
Gelijk een droombeeld in mijn kalm gemoed,
En schijnt dit leven mij een droom te zijn,

Zó klaar, dat, mijmrend, ik in deze stond
Een wondre fluistering wel geloven moet,
Die dromen leven noemt en 't leven schijn. -

Geschreven door Dora om 16:39 Reageer op dit bericht

oud

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Oud hart, dat niet bemind en heeft

Oud hart, dat niet bemind en heeft
dan als een bedelaar, die géeft
om eigen armoê te vergeten;
hoe hebt gij, strammer te elke dag,
maar vromer aan uw glimme-lach,
uw trage levens-straat gesleten!

Elke ure, meerdre deuren toe,
elke' avond pijnelijker moe,
en elke nacht wat langre wake;
wat ijlren honger in uw borst
bij iedre morge', en voor uw dorst
het zout der tranen langs uw kake...

Maar elke vogel at uw brood
die, kloeg geen enkele u zijn nood,
't genoot tot op de laatste korste;
en gij, die geen beloning zocht,
wist dat gij niet begeren mocht
de min die klopt in mensen-borsten,

oud hart, dat niet bemind en heeft
dan als een bedelaar, die geeft
om eigen armoe te vergeten;
en voelt, ter laatste rust gestrekt,
waar geene liefde-zorge u dekt,
vergeefs uw levens-straat gesleten.

Uit de bundel: Lyrische Poëzie I (1948)

Geschreven door Dora om 13:26 Reageer op dit bericht

adoratie

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

ADORATIE

Ik heb een tempel in mijn hart gewijd
Voor uwe liefde, en eenzame uren lang,
In vroom vereren en devote drang,
Ben ik daar bij u, wen gij verre zijt.

En als ik biddend daar mijn leed belijd,
Leeft heel mijn ziele in u, en meen'ge zang
Ruist door de hooggewelfde zuilengang,
In 't statig huis van stille heiligheid.

En 't was me somtijds of van 't licht altaar,
Een Engel rees met troostend handgebaar,
Die mijn bedroefde klachten had beluisterd,

En tot u ging, en u heeft ingefluisterd
In zangen, wat ik voor uw outer bad,
Maar wat ik, arme, slechts gestameld had.

Geschreven door Dora om 15:55 Reageer op dit bericht

heimwee

Een gedicht van Isaac da Costa 1798-1860

HEIMWEE

Kennst du das Land?

Kent gij het land, waar hoog de ceder wies?
een adem Gods door ’t moerbeiboomdal blies?
van ’t eêlste bloed de bruine druifrots zwol?
de olijftak glom, van malse koornen vol?
Kent gij dat land? daarheen, daarheen,
o leidsman mijner vaadren! voer mijn schreên!

Kent gij de stad? Haar hoog en heerlijk huis
maalde, eeuwen door, bij palm- en lofgeruis,
met offerbloed, in ’t heiligdom gebracht,
de Redder af, door eigen volk geslacht.
Verstrooide schaar, daarheen, daarheen!
de Rijkstad ligt niet voor altoos vertreên.

Kent gij het volk? Zijn doden leven weer,
Zijn stammen gaan weer opwaart, God ter eer.
Zijn oog aanschouwt wiens hart zijn misdrijf brak.
Vergeving stroomt uit d’ ader, die ’t doorstak.
Daarheen, o aard, de blik! daarheen
Uw heil vangt aan bij ’t einde zijner weên!

Geschreven door Dora om 10:24 Reageer op dit bericht

kwatrijnen

Een gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

Kwatrijnen

Vraag van mijn lied geen wijsheid en geen grootheid.
Dit zijn vier regels en meer heb ik niet.
Maar tot de wanhoop van mijn wrede doodstrijd,
Laat mij het lied, het lyrisch lied.

Uit de bundel: Kwatrijnen (1924)

Geschreven door Dora om 18:36 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten