Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

alles

Een hartenkreet van An Terlouw

Ging alles maar:

Ging alles maar vanzelfsprekend
Ging alles maar normaal
Ging alles maar volgens het boekje
Ging alles maar, zoals het gaan moet.

Maar, het gaat nooit vanzelf
Het gaat nooit normaal
Al helemaal niet vanzelfsprekend
En zeker niet volgens het boekje:

Want wat zou dat saai worden.
Met een normale vanzelfsprekendheid
volgens het boekje moeten gaan, jeetje
Dat zou ons pas duur komen te staan!

Geschreven door Dora om 17:24 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

wolken

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

ACHTER DE WOLKEN

't Is of de schucht're maan zich wil omgeven
Met breder floers van zwaarder wolkgordijnen,
Nu ik het laatste schijnsel zie verkwijnen
Van 't zwanendonzen licht, dat was gebleven.

Maar zie, daar laat Seléne de ogen even
Weer weiden langs de wolkenlijnen,
Doch om weer even haastig te verdwijnen :
Zij mijdt de blik van wie op aarde leven:

Zó, schuw voor 't schijnsel van uw eigen glans,
Omhult ook gij u met een nevelkrans,
Wanneer ik even in uw oog mocht staren...

Ach, of dat wolkenweefsel op wou klaren,
En wilde uw beelt'nis aan een held're trans
Zich aan mijn beidende ogen openbaren!

Geschreven door Dora om 19:05 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Edwar Koster 1861-1937

Aan een mug als postillon d'amour.

Vlieg voort, o mug, mijn snelle bode en fluister
Aan de oren van Zenophila héél zacht:
'Gíj slaapt, vergetend lief, híj waakt en wacht.'
Vlieg voort, vlieg voort, mijn zangster zoet, maar luister:

Spreek zacht en wil haar slaapgenoot niet wekken,
Dat gij niet wekt míjn ijverzucht'ge trots.
Als gij haar hier brengt, mug, geef 'k u een knots,
En 'k zal u met een leeuwenhuid bedekken.

Uit de bundel: Grieksche minneliedjes

Geschreven door Dora om 12:03 1 reactie Reageer op dit bericht

boomgaard

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Lente boomgaard

Hier is jonge aarde één wijde bloesemhalle.
Bomen en boompjes, zover de ogen reiken,
Doen takske aan takske in gulle blankheid prijken
Van bloesemsneeuw, sneeuwigste sneeuw van alle.

Is 't niet of uit zonhemel neer kwam strijken
Een vlucht van vlindertjes, zó neergevallen
In dromerig verpozen? Duizendtallen
Van vlerkjes fijn, die vleugelbloempjes blijken.

Al mondjes 't leven drinkend in de lucht,
Gretig, intens; en 't goudlicht neergezegen
Liefkoost en koestert ze. - Ritsling van vlucht

Van klemen vogel even.... Dan bewegen
Noch ritslen meer.... Ál stilte, àl teerheid: zacht
Om ons van 't leven mysterieuze macht.

Geschreven door Dora om 11:45 Reageer op dit bericht

poëzie

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Franciscus

Franciscus heeft, om U te ontmoeten,
Alles wat schittert afgedaan
Aan hals en hand, voorhoofd en voeten;
Want schamel wilde hij tot U gaan.

Maar niemand hebt Gij zó ontvangen,
O liefde, en als de dag begon,
Waart gij het, die zijn zuivre zangen
Deed jubelen van zuster zon.

En moet ik óok zo tot U komen,
Afleggend waar mijn ziel mee speelt:
De rijke schat der schone dromen,
Het fonklend woord, het sierlijk beeld?

En moet ik langs de grauwe wegen,
In grove pij en ongeschoeid
Het geeslen voelen van de regen,
En hoe het eenzaam-zijn vermoeit,

Eer ik mij bij U neer mag leggen,
Gelijk een zwerver bij een bron,
En aan uw borst mijn zang mag zeggen
Voor broeder wind en zuster zon?

Uit de bundel: Opvluchten

 

Geschreven door Dora om 14:31 Reageer op dit bericht

lieflijkheid

Een kort gedicht van Albert Verwey 1856-1936

Vrouwen

De lieflijkheid van vrouwen houdt verbonden
Wat mannendrift of mannenwijsheid scheidt.
Zij voelen achter gronden diepre gronden
En achter 't Recht het ongesproken Pleit.

Uit de bundel: Het Zichtbaar geheim (1915)

 

Oude tijd een goede tijd de meeste mannen zijn tegenwoordig de weg kwijt!

Niet alles was toen beter maar het respect was beter als de dag van vandaag!

 

 

 

Geschreven door Dora om 14:25 Reageer op dit bericht

IJsland

Een hartenkreet geschreven door Herman Grouwels

IJsland onder vuur

Het luchtverkeer zit danig in de knoop.
Passagiers zijn her en der gestrand.
Een donk’re aswolk drijft naar ’t vasteland.
’t Mag nu wel stoppen, naar ik hoop

Het eiland heeft iets schimmig, lijkt een spook
Gaat soms in IJsland alles op in rook?

Een aswolk afkomstig van de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull drijft naar het Europese vasteland. Het vliegverkeer in Europa ligt stil. Vele passagiers zitten vast op de luchthavens. Men vraagt zich af wanneer de situatie zich zal normaliseren…

Geschreven door Dora om 11:26 Reageer op dit bericht

jonge lente

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1926

Jonge Lente

In de jonge Lente,-
Ach, hoe dwaas,
‘k Ben mezelf niet meer baas,-
In de jonge Lente
Hebben twee jodinnetjes,
Twee trouwe vriendinnetjes,
M’n hart verleid
En tot ’n kort geluk geleid.

Nu dwaal ik zonder senten,-
We zijn ook in de jonge Lente!-
Alleen langsheen de grote straten,
M’n portemonnaie is gans verlaten,
Gelijk de schatkist van de edele staten
Op verkiezingsplakkaten.

Terwijl ik zo langs de straten dwaal,
Heb ik m’n heel kapitaal,-
Ach, welk een pret,-
In de hemelse dauw gezet
En hoop dat hij, in de jonge Lente,
Me bezorgen mag talrijke renten,
Zwaar door de grote persenten.

Uit de bundel: Diverse Verzen

Geschreven door Dora om 14:42 Reageer op dit bericht

nieuw amsterdam

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

NIEUW AMSTERDAM

In jonge wijk van de oude stad gekomen
Waar eind'loos straat aan nieuwe straat zich reit,
En langs de banen steenloos geplaveid,
De nieuwe wagens zonder paarden stromen,

Gevalt mij vaak een vreemde droom te dromen
Door een verwisseling van tijd en tijd,
Dat zij, die 'k ging door 't lange leven kwijt,
Mij konden hier, weer levend, tegen komen.

Ja, als ik zie in Babyloonse maten,
De mensen-nestjes staap'len zich tot straten
Naar de eeuw'ge drang van liefde en leed gebood,

Is 't mij als deelde ik in der toekomst groeien,
Als kon ik nog in de oude liefde bloeien
Met wie vóór mij naar 't scheem'rig rijk ontvlood.

Geschreven door Dora om 10:49 Reageer op dit bericht

poëzie

Een gedicht van Alice Nahon 1896-1933

POËZIE

Poëzie,
tenger en sterk mirakel,
dat zich voltrekt boven een trosselke woorden,
boven een enkele zin,
boven een luttel woord;
ach trosselken,
ach woordenrei,
ach woord weiger van waarde,
wie heeft uw geest gewekt
en over wrokkige aarde
doen heilichten
- Gods blik die gloort -?

Dat is de tere, koninklijke kracht
uit eenzaamheid geboren
- eeuwigheidsnood -
aandachtige engelen in de nacht te zien
gracielijk schrijden over de logge dood.

Zie hoe die woordgestalte rijst
achter der engelen voet,
hoe zij ze beuren op hun vleugelenstoet
tot zij, in 't licht getild,
de schone steun verlaat
en in gestuite vaart
op hemelbogen staat.

Mystieke luister maakt haar lijf subtiel
zodat ze tijd en vormen overwint
en vloeiend van gebaar
en vol beweeg als wind
in smalle spanne diepe tochten doet,
miraculeuze reizen
naar de abiemen van 't gemoed.

Maar is zij deze ijlte doorgestraald,
voert zij geen zielen mede blijde en lichter,
dan knielt aan de overzij
beschaamd vóór hare voet
Gods droeve tovenaar
de dichter.

Uit de bundel: Schaduw

Geschreven door Dora om 18:31 Reageer op dit bericht

liefde

Geschreven door Julius Dreyfsandt

Liefde

een mens zoekt
zijn eigen lijden

van nature
als het ware

immers

hoe anders kan hij
zijn zucht naar
liefde verklaren

                                                                                               Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 17:15 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

Nederland

O, dierbaar plekje grond, ontwoekerd aan de baren!
O land van mijn geboorte en teed're kinderjaren!
Waar ik mijn eerste kinderspelletjes gespeeld,
Mijn eerste kunsteloze zangen heb gekweeld-

Wat heeft mijn hart geklopt bij 't horen van uw helden,
Die, door Gods hulp gesterkt, de vijand nedervelden,
Van Neerlands Vorstenstoet en Staten-Generaal
Zo rijk in lauweren en vroomheid allemaal.

O Neêrland! u wijd ik mijn zang, mijn lied, mijn leven,
Mijn wens is slechts, voor u op 't bed van eer te sneven,
Bescherm, o Neerlands God! ons land en vorstenhuis
En sla des vijands heer met sterke hand tot gruis.

Uit de bundel: Grassprietjes (Cornelis Paradijs)

Geschreven door Dora om 14:12 Reageer op dit bericht

gedichtenheffer

Een hartenkreet van Dick Panman die kan er wat van...

Gedichtheffer

Wie zich in gespierde taal
steevast aan het woord vertilt
maakt zich ongewenst verbaal
en lijkt aangeschoten wild

wil mij tot de macht verheffen
dat ik woorden wegen kan
want diep dichterlijk beseffen
doet lichtgewichten in de ban.

Geschreven door Dora om 14:37 Reageer op dit bericht

dan

Een hartenkreet de schrijver is onbekend het geschrevene is een emotie

dan

is er geen eind
als het denken verdwijnt
als geen beeld verschijnt
als niets is wat het leek
er is geen eind
als mijn licht niet meer schijnt
boven de oever van de beek
waarin ik werkelijk keek
en mezelf zag
hoe ik daar lag
wazig en vertekend
duizelig en onwetend
nee, niet dan
er is pas een eind
als het dromen verdwijnt
als ik dat niet meer kan
ja dan….

 

Geschreven door Dora om 12:17 Reageer op dit bericht

broodje

De schrijver van dit liedje is Dop Bles het stond bij de categorie eenzaamheid

Ik ging eens om een broodje

Ik ging eens om een broodje,
De bakker was niet thuis,
en toen de bakker niet thuis was,
ging ik weer naar huis.

Ik ging eens naar de mensen
en sprak ze allen aan,
al ken ik vele talen,
geen mens heeft mij verstaan.

Ik ging naar alle deuren,
waar ’t venster was verlicht,
zo hard kon ik niet kloppen,
of elke deur bleef dicht.

Ik ging eens naar een kamer,
waar ik me welkom wist,
de deur bleef afgesloten,
ik had me dus vergist.

Ik ging naar alle boeken
en vroeg ze alle raad,
maar geen dat mij kon zeggen,
wat niet geschreven staat.

Ik ben toch eens geboren
en ga dus ook eens dood,
zolang ik nog moet leven,
ga ik maar steeds om brood.

Is de poort open?

Uit de bundel: Kinderliedjes (1923)

Geschreven door Dora om 16:43 Reageer op dit bericht

weedom

Een gedicht van Cornelis Honigh 1846-1896

 

O Gij, in weedom neergebogen

o Gij, in weedom neergebogen,
Weerhoud geen tranen in hun loop:
Zij drenken 't bloemetje der Hoop,
En moest hun bron bij u verdrogen,
Bid God, dat Hij uw leven sloop'.

Het water, in 't metaal bevroren,
Splijt wel het zwaarst kanon vaneen,
Waar 't vloeien kon, is niets geleên:
Zo breekt hem, die zijn leed wou smoren,
Het hart door opgekropt geween.

Geschreven door Dora om 17:49 1 reactie Reageer op dit bericht

de scheper

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

DE SCHEPER

Een zee van golvend purper, in verbazen
En ademloos verstijfd (als waar zij dood)
Bij 't zien van 't eindloos vlammend avondrood...
Zo schijnt de heide; waar, wie honig lazen

Met de avondlast langs bloem en purper razen
Om niet te keren vóor de nacht ontvlood.
En scheidend houdt de delling in haar schoot
De blanke heerde van wie ruisend grazen.

De waakse wolf, die zich geen wolf betoont,
Lekt speels de staf en handen van den herder,
Die twintig kudden eenzaam heeft gehoed.

En met een blik, waarin de liefde woont,
Drijft hij de witgewolde wolkjes verder...
En ziet naar hen, de heide en de' avondgloed.-

Geschreven door Dora om 17:04 Reageer op dit bericht

geluk

Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

Geluk, zo zedig en zo zeker

Geluk, zo zedig en zo zeker,
als water dat in glazen beker
zijn zuivere genuchte vat:
ik heb uw goede dronk genoten,
en 't heeft door mijne leên gevloten,
als van wie nooit gedronken had.

Mijn ogen wijd, mijn lippen open,
zijt ge in mijn aadren stil gedropen
tot de' allerlaatste', en béste drop...
Was ik de dorst'ge der woestijnen?
Want zag mijn angst uw peerlen schijnen,
't verblijde hunkren slurpte ze op.

- Thans, moe van lusteloos genieten,
laat ik uw vliede' onachtzaam vlieten
en wíl niet meer gelukkig zijn.
Ik voel u naarstig in mij branden,
maar gij wordt koorts in mijne handen,
en uw genuchten worden pijn.

Ik moet naar andre lustigheden:
de kalme lichten van mijn heden
vermoeiden mijn verijlde blik.
De kier van blijdre smart gaat open:
o man, zat aan geluk gezopen,
gezel van roder vreugden: ík!

Uit de bundel: De boom-gaard der vogelen en der vruchten (1905)

Geschreven door Dora om 12:19 Reageer op dit bericht

hof

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

Liefdes Hof

Wie liefdes hof betreedt,
de wonder- wonderschone,
wie om daarin te wonen
het verdere vergeet,
wie 't ogenblik bemint
en aanziet hoe, bescheiden
in ons gewekt, bij tijden
opnieuw geluk begint,
wie onbaatzuchtig leeft,
zijn aard zich overgeeft,
wie list en opzet haat
vindt hier zijn toeverlaat:
hoe zich de paden winden,
hij wordt het nimmer moe
zich nieuw verschiet te vinden,
tot aan de einder toe.

Nu zich dit paradijs
mij eenmaal heeft ontsloten,
nu ik zijn diep genoten
verborgenheid doorreis,
nu ik er talm en dwaal
en telkens opgetogen
mijne onverzadigde ogen
op zijn wijd licht onthaal,
beleef ik onbevreesd
en zorgenloos het feest,
waaraan zich elke dag
mijn hart verheugen mag.
Alleen dat luid verlangen
om u probeer ik wel
in redes rust te vangen, -
maar 't ontloopt mij te snel.

Want gij alleen stoffeert
die hof naar mijn behagen.
Met duisternis geslagen
ligt al wat u ontbeert.
Uw rankheid gaat mij voor,
de schemerige lanen,
de koele schaduwbanen,
de ganse stilte door.
Om die gedaante kwijnt
het zonlicht, en omlijnt
uw nauw bewust gebaar,
dat mij geleidt tot waar
geen twijfelen, geen vrezen
of geen miskenning is:
tot liefdes onvolprezen
onthuld geheimenis.

Zo lokt gij, dag aan dag,
mij dieper in dit leven,
de wouden door en dreven,
waarin ik dolen mag.
Tot in de verte een schijn
te zien is door de bomen
en we aan den rand gekomen
van 't ondoorgronde zijn.
Beweging noch geluid
breekt hier de omtrek uit.
Onder de hemel, strak
en effen, ligt het vlak
van 't water, waar de stammen
voor altijd staan in 't rond
tegen de heuvelkammen
geworteld in de grond.

Dan, in die spiegel, zal
ik eenmaal nog ervaren,
wat in bewogen jaren
mij werd beschoren: al
de vreugde ons toebedeeld,
de smart door ons gedragen,
en - weldaad mijner dagen -
uw lief, uw teder beeld.
Dan overheerst de rust,
verzinken leed en lust
verstillen angst en pijn.
Dan zal er vrede zijn
en zal ik weten mogen,
mij als een morgenlicht
over mijn brekende ogen,
uw diep ontroerd gezicht.

Uit de bundel: Verschijningen III. Liefdes Hof

 

Geschreven door Dora om 17:14 Reageer op dit bericht

elk

Een gedicht van Virginie Loveling 1836-1923

Elk volgens zijn natuur

De zwaluw was weergekomen,
En zat met de mus op de goot,
Zij spraken vertrouwelijk te samen,
Verhaalden hun kommer en nood.

De zwaluw vertelde wat angsten
Zij al had uitgestaan,
Wanneer zij, van de andre gescheiden,
Alleen over zee moest gaan.

En hoe zij steeds hoopte en verlangde,
In gene wilde natuur,
Om weer te mogen komen
Naar nestje in de schuur.

De mus sprak van vorst en van ijzel,
En sneeuw zo schriklijk hoog,
Dat zelfs de schuwe merel
Aan ’t keukenvenster vloog.

En hoe zij soms van koude
Gemeend te sterven had,
En eenmaal, gepraamd door de honger,
Bijna in een vogelhuis zat!…

Zij huiverden bij het aanhoren
Van die wederzijdse nood,
En zaten een ogenblik zwijgend,
En peinzend op de goot.

‘O, beter nog te vluchten,’
Zei de zwaluw, ’naar verre strand!’
- ‘Ach, liever nog te lijden,’
sprak de mus, ’in ’t vaderland!’

Uit de bundel: Gedichten (1870)

Geschreven door Dora om 13:23 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten