Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

roosje

Een gedicht van Hendrik Tollens 1780-1856

Het roosje.

Een jonge tuinman kweekte teder
Een roosje, dat zijn bloembed droeg;
Behoedde 't wel voor buiig weder,
En gaf het warmte en vocht genoeg.

't Was eindlijk zeldzaam schoon ontloken,
En menig had en kocht het graag:
‘Het is voorlang mij reeds besproken’
Was elk bescheid op elke vraag.

Nu plukt hij 't zorglijk van de stengel,
En laat er mee naar 't landhuis gaan,
En de eedle vrouw, een jeugdige engel,
Nam zelf het bloempje lachende aan.

‘Hoe laat hij,’ sprak zij, ‘hoe zich noemen,
Die mij dat kostbaar roosje zendt?’ -
‘Hij is een vriend van schone bloemen:
Meer’, sprak de knaap, ‘is me onbekend.’

En toen zij rondreed in haar wagen,
De boezem met de bloem getooid,
Toen zag de tuinman 't uit de hagen,
En blijder sloeg hem 't harte nooit.

 

Geschreven door Dora om 11:27 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

punten

 Punten

 

Ze hebben allemaal hun punten

Maar zijn het ook mijn standpunten?

De ene man gaat hiermee stunten

De andere met wat anders

En zo zag ik er vier op een rij

Maar toch werd ik niet blij

Want het is niet één bij

En je kunt niet op vier verschillende stemmen

Dus trok ik aan mijn remmen

En heb het niet verder gadegeslagen

Ja, het is weer wat die verkiezingsdagen

Dat zijn om de vier jaar altijd voor iedereen plagen

Veel mensen vullen zo nu hun dagen

Om naar een volk dat op hen stemt te jagen

Nou, laat ze maar gaan

Als je maar weet waar je met je eigen standpunt kunt staan

Dan ga je toch niet ver bij jezelf vandaan

Zo zie je alles beetje bij beetje vergaan

Niemand heeft het door maar het gaat om die ene Naam!

Een naam die alle eer van een goed politiekbedrijf zou ontvangen!

Dan komt er schot in ’s mensen belangen!

 

 

 

 

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 13:13 Reageer op dit bericht

stil dorp

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Stil dorp

De molen heft zijn armen stil
In de blauwe zonnige najaarslucht
En laat ze vallen met een zucht,
Als een moe man, tegen zijn wil.

De huizen slapen, het gordijn
Is neergelaten voor elk raam
Alleen met den blinkende koopren naam
Speelt op de deuren de zonneschijn.

Het dorp is nooit zó stil geweest.
En nergens zweeft een zweem van gerucht:
Een lege zaal waar 't geruis is gevlucht
Met het sterven van 't roezelig feest.

Geen mens durft gaan langs 't zandig pad,
Wijl 't rustend dorp dan wakker schrikt,
En verwijtend de wandelaar tegenblikt
Die treedt op takken en krakend blad.

Ik kom niet vóór de avond thuis,
Dat elk geluid als een dreigend woord
Niet roept hoe ik de stilte vermoord.
Vóór 't donker is kom ik niet thuis'.

Uit de bundel: Gestalten en stemmingen

 

Geschreven door Dora om 11:29 Reageer op dit bericht

'k Wou

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Laatst toegevoegde poezie (nr. 2959):

'k Wou laten...

'k Wou laten wat me aan leven rest uitvloeien
in melodie zo teer als 't zacht geklater
der spelensmoede bron, in 't grote water,
na schuimend stortgedruis of kronklend stoeien,

haar laatste leven lozend... Want wat baat er
mijn harte nog, nu al zijn edel gloeien
on niet is en géén hoop het meer kan boeien
dan zoete dood wat vroeger of wat later?

Ik heb zoveel bemind met grote hartstocht;
mijn ziel, die 't hoogste in vreugde en 't hoogste in smart zocht,
zinkt machtloos tot op de onderlaag van 't leven,

en vraagt nog enkel, na dat rustloos wanken,
zij die zich in haar volheid zocht te geven,
wat rust, en sympathie, en zoete klanken.

Uit de bundel: De eerste verzenbundel

Geschreven door Dora om 11:23 Reageer op dit bericht

lentepracht

Een hartenkreet schrijver Marijke

lentepracht

Met haar geurende
bloemenkaars
oogt de sering
als was
in vurig paars
Fluitekruid
en paardebloem
verheffen zich als
sterren in het gras
De bomen bekleed met
alle tinten groen
waar alles met elkaar
verweven is
in dit prachtige seizoen



Geschreven door Dora om 11:47 Reageer op dit bericht

schemer

Een gedicht van Johannes Reddingius 1873-1944

SCHEMERLIEDJE

Schemerliedje, tintel-fijn,
buiten zilvert maneschijn,
buiten staan de bomen
te dromen.

Sterren beven in ’t fluweel,
ijl-hoog suist muziekgespeel,
‘k sta te zien en luister
in ’t duister.

Schemerliedje, tintel-fijn,
mocht ik met uw wijsje klein,
geven stil verblijden
wie lijden.

Uit de bundel: Johannneskind (1907)

Illustratie: het gerestaureerde graf van Reddingius in Bennekom.

 



Geschreven door Dora om 12:24 Reageer op dit bericht

sterfling

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1938

De sterfling zoekt

De sterfling zoekt—in 't eenzaam-zoekend zwerven
Naar 't licht, dat hel uit min'lijke ogen schiet,
De zilv'ren toon, die van twee lippen vliet,—
Een schijn der eeuwige schoonheid te verwerven.

Wee, wie die snel-gewiekte schaduw derven,
Geen menslijk woord, dat troost in 't hart hun giet,
Heil wie haar wint, die wenen langer niet,
Maar wensen één genade en dan te sterven.

O, Vrouwe, ik wiegel stil op 't klare stromen
Der diepe ziel, die uit uw ogen smacht,
De speelziek-schalkse, dan weer peinzens-lome.

En 't is mij of na lange lijdens-nacht
De zoete schim, Madonna mijner dromen,
Haar zonnig hoofd tot aan mijn boezem bracht.

Uit de bundel: Verzen (1894)

Geschreven door Dora om 12:30 Reageer op dit bericht

oude

 

 

 

 

 

 Oude

 

Oude schrijvers

Uit andere tijden

Kende op dezelfde wijze het lijden

Ieder had een andere weg in het lijden

Maar door Gods gunst

Konden ze zich daaruit bevrijden

God ondersteunde in zwaar lijden

Maar veel mensen hebben daar geen boodschap meer aan

Daarom moeten zij ongetroost door het leven gaan!

 

 

Geschreven door Dora om 12:24 Reageer op dit bericht

zee

Een gedicht van Frederik van Eeden 1860-1932

Het zee-geruis

Het zee-geruis zal ik nog dan gedenken
als diep in zand, mijn hoorloos oor vergaat,
als lichten mild mijn ogen niet meer drenken,
als zonder woon mijn ijle wezen staat.

Naar 't zee-geruis zal ik nog dan verlangen
als naar het liefst wat mij de wereld dee.
Zij zingt de kroonzang aller wereld-zangen,
de op zandig veld neerdonderende zee.

Verheugt u toch, gij die dit rijmke lezen
en nog in gloed der zonne wandlen meugt
de stranden langs, wen mijn verstorven wezen
reeds lang ontbeert wat 't zozeer heeft verheugd.

Zegent dan uwe zinne' en uwen dag !
Ik die dit schreef, ging met een hart vol wonden,
handen vol euvel, oren vol geklag,
en heb het leven toch zo schoon gevonden.

Uit de bundel: Van de passielooze lelie (1901)

Geschreven door Dora om 11:00 Reageer op dit bericht

ogen

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

Donkere Ogen.

Een albumblad.

Ogen, in wier diepte helle nacht
Droomt en lokt, als er de rust uit lacht -
Grondelozen, gij, die smeekt en smacht,
Al wie oogt naar u, droomt met u mede...
Voor uw toverende wonder-macht
Wordt de ziel van mannen zonder kracht,
En wiens kracht ùw kracht ten onder bracht,
Diens gehele ziel wordt éne bede.

Aan het vreedzaam hart rooft gij de vrede,
Maar gij schenkt hem weder, onverwacht -
En wie gij de weelde toe-bedacht,
Van uw blikken, zoo fluweelig-zacht,
Die omspannen zij van lieverlede,
En hij slaakt een lang-gezuchte klacht,
Doch een vreugde-rijke juich-kreet mede.

U te zien, is schoonheid zelve ontwaren,
En, waar zij op donzige englen-schacht
Nederstrijkt, om zeegnend rond te waren,
Daar versterft de haat, en geurt de zomer-pracht
Der liefde.... Donker oog, blijf dikwijls op mij staren!

Geschreven door Dora om 12:13 Reageer op dit bericht

druilerig

Een hartenkreet...ik denk recht uit het hartelijke gevoel van liefde ...

druilerige dag

De maand : mei, maar koud en kil, ach
Ik behoud mijn gouden glimlach.

Dit tengere dingetje beleefde pijnlijke zaken
Mijn hart voelt zalig warm aan, die regen kan me niet droevig maken!

Een kluis of dikke bankrekening, bezit ik niet.
De Liefde voor de medemens primeert, niets doet dit teniet!

Schrijver: christine wauters 

Klik hier voor meer gratis plaatjes

Geschreven door Dora om 11:47 Reageer op dit bericht

geslacht

Een gedicht van Gerrit van de Linde 1808-1858

Voor- en nageslacht

Voorgeslacht:

Ruige borst en brede schouders,
Leeuwenhart en adlaars oog:
Rijzig kroost van reuzenouders
Vorstlijk zaad, in adel hoog:
Onvergeetbaar voorgeslacht.

Nageslacht:

Bleke kindren, kranke moeders,
Neven met een breukband aan,
Schele zusters, bochelbroeders,
Vaders, die uit kuchen gaan,
Ramlend vee, met kwik bevracht,
Machtloos, mislijk nageslacht.

Uit de bundel: Mengelpoëzy

Geschreven door Dora om 11:31 Reageer op dit bericht

hemelvaartsdag

OUDE LIEDEREN DIE ALTIJD NIEUW BLIJVEN

Hemelvaart

In smeeken en in bidden
laat ons eendrachtig zijn,
tot eind'lijk in ons midden,
het teeken Gods verschijn!
De Heer is heengetogen,
ten hemel ingegaan:
Wij staren naar den hoogen,
waar Hij is voorgegaan.

Wel voer Hij van ons henen
naar 't stralend ver verschiet;
maar wie, verweesd, hier weenen,
verlaat de Heiland niet.
De Trooster zal ons heelen
in lijden en in strijd,
en een maal ons doen deelen
in ‘s Vaders heerlijkheid.

 

CHRISTOPH BLUMHARDT

Uit: "Bode des Heils in Christus", jaargang 81 (1938

Geschreven door Dora om 10:48 Reageer op dit bericht

tuin

Een gedicht van G.W. Lovendaal 1847-1939

In de tuin

Daar hing aan twee takjes,
Heel teer en heel zwakjes,
Een nestje van hooi en van hei;
Bij 't nestje daar zaten
Twee vinken te praten
Van eitjes, die 't wijfeke lei
In de Mei.


Daar gaapten twee bekjes
En gilden als gekjes
Van honger met gulzig geschrei;
En vader en moeder
Die haalden al voeder
En hadden een drukke karwei
Heel de Mei.


Daar klauterde een klantje
Omhoog op het randje
En 't ander deed even als hij;
Op eenmaal daar sprongen
Het nest uit de jongen,
En uit was mijn pret en voorbij
Was de Mei.

Uit de bundel: Kindergedichten (1914)

Geschreven door Dora om 10:47 Reageer op dit bericht

"ik"

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

Ik ben de perken langs gegaan

"Ik ben de perken langs gegaan,
de bocht der zonnige terrassen,
de flauw bewogen siergewassen,
de koele stammen van de laan

en heb de loten en de twijgen,
de weke stengelen geplukt
en wat mijn handen konden krijgen
mij toegehaald en aangedrukt.

En in mijn armen liggen schoven
van alle rijkdom, die ik brak,
een schat mijn eigen wens te boven
en wie ik liefheb, krijgt een tak.

-----

-----

En in mijn armen liggen schoven
van alle rijkdom, die ik brak,
een schat mijn eigen wens te boven
en wie ik liefheb, krijgt een tak."


(eerste en laatste regels van het vele
honderden regels tellende 'Albumblad')

Uit de bundel: Albumblad (1922)

Geschreven door Dora om 11:23 Reageer op dit bericht

ode

Een hartenkreet van Maria Voerman

Ode aan een kastanjeboom.

Kastanjeboom!
Boom onder de bomen.
In volle bloei met
oneindig veel gekleurde kaarsen
Je bent het waard
aan jou een gedicht
op te dragen.
Jij spant met je kruin de kroon!

Geschreven door Dora om 14:29 Reageer op dit bericht

sancta maria

Een gedicht van Jan Veth

SANCTE MARIA TER SNEEUW

't Veld was, na stille nacht, met wit belegen,
Wonderbaar vredig wit, wijd uitgespreid,
Gelijk een vlekkloos hermelijn tapijt
Zich over de aarde breidend, allerwegen.

Een zachte vacht van stille heimlijkheid,
Geruisloos van de hemel neergezegen...
Teedre formatie van een donzen regen,
Liggend in 't lichtend kleed van heiligheid.

En vromen vonde' in verse sneeuw geschreven
Een reuzig kruis, de top naar 't Oosten richtend...
Spraken dan zacht van dit geheimenis,-

En zij verstonden 't hemels teken, stichtend
Een heerlijk huis, tot ere der verheven
Vrouwe Maria, die Gods Moeder is.

Geschreven door Dora om 10:59 Reageer op dit bericht

toen

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

Toen gij zijt heengegaan

Toen Gij zijt heengegaan die nacht,
- o, 'k weet het nog als was 't van gister nauw, -
lag over huis en straat de sneeuwen vacht,
de wind blies rauw, heel fel en rauw.

Geen woord, dat U weerhouden had
wellicht, heb ik gezegd; - 'k heb niets gedaan,
dat U deed keren; stom en stijf, met glad
gezicht zag ik tot U en - liet U gaan!

Doch, toen de straatdeur achter U
in 't slot gevallen was met dof gerucht,
toen ben ik opgeschrokken, angstig, schuw,
en als een dwaas U nagevlucht.

En 'k heb uw stap aanhoord, heel lang
wegdomlend in de sneeuw, die 't al bedekte,
en plotsling nesten tranen mij de wang,
terwijl ik de armen naar U strekte.

Uit de bundel: Claribella (1893 )

Geschreven door Dora om 17:47 Reageer op dit bericht

ode

Een gedicht van Koos Speenhoff 1869-1945

Ode aan de blauwe zee

Blauwe zee van ver gekomen
Golven die zo lome dromen
Dromen van een eeuwig leven
Dromen van een eeuwig zijn
Zacht zingt de zee
Zangen van weemoed
Zacht zingt de zee
Zangen van wee
Zingt de haring mee
De haring is een vis
Die zo verfrissend is
Als men katterig is...

Geschreven door Dora om 18:55 Reageer op dit bericht

zonder

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

ZONDER TITEL

ik hoorde stemmen van een vreemd bestaan,
Rondom in duizend geheimzinnigheden,
Géniën voelde ik zoetjes tot mij treden
En schuw op donzen voetjes henengaan...

Ik weet niet - zeiden zij wat zal vergaan?
Spélden zij wat daar kome na dit heden?
Brachten zij tonen uit een vér verleden?
Ik weet niet - of was alles droom of waan?

't Kan zó niet zijn! - Eér heeft de stilte een taal
Dan aller zomervooglen lied in 't woud
Dat onverstaanbaar van de takken glijdt -

O, ik geloof óns wordt in eenzaamheid
Somwijlen een mysterie toevertrouwd...
Dat wij vergeten moeten - telkenmaal.

Geschreven door Dora om 16:25 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten