Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

sonate

Een gedicht van E.Laurillard 1830-1908

SONATE IN WOORDEN

Vader! zo gaaft Gij
'k Dank er U voor,
Aan mijne bede
Heerlijk gehoor.
Wat hij toen uitte,
't Klonk mij zo zoet;
Naklinken blijft het
In mijn gemoed.
Hoe hij bij 't heengaan
Worstelde en streed
En niets kon zeggen,
Wat hij ook deed,
Dan slechts dit ene,
Bevend, maar blij:
'k Min u, mijn engel!
Mint gij ook mij?

Geschreven door Dora om 19:06 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

levensakker

Een gedicht van een voor mij onbekende schrijver naam Kaleigh

leven

Het leven is hard
Het leven doet pijn
Het leven is grauw
En echt niet zo fijn
Je komt en je gaat
Je leeft en gaat dood

Vanuit de hemel kijk je naar laag
Dan denk je
Wat gaat alles toch traag
Een heel gezond kind
Opgevoed en wel
In de put gevonden
Verwaarloosd door een stel

Leuke tijd gehad
En je bent gegaan
Over een paar jaar ben ik bij je
Dan is het ook met mij gedaan.

Geschreven door Dora om 21:13 Reageer op dit bericht

dichterliefde

Een gedicht van Albrecht Rodenbach 1856-1880

UIT DE DICHTERLIEFDE

Een knecht bemint een meiske,
't bemint ene andere knecht,
die andere bemint nog ene andere
en stort zich met haar in de echt.

Uit wanhoop neemt het meiske,
goed kome het uit, een vent,
de eerste de gereedste;
de knecht, hij, is miscontent:

Dat is een oude historie,
maar ze is nog altijd nieuw,
en wie zij voorvalt gaat het
alsof men hem 't hert doorhiew.


October 1879.

Geschreven door Dora om 10:21 Reageer op dit bericht

appelboom

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

De appelboom

Na warme dagen volgen koude nachten.
Als lakens ligt de dauw op bleek en haag
Versteven naar wat zonneschijn te wachten
En slaat in wolken op en regent traag.

De struiken tinkelen met haarfijn ijzel.
En in de hof, de dragende appelaar
Komt uit de damp reusachtig te verrijzen,
Met ronde konen en veel grijzend haar.

O eedle boom, die, boven alle bomen
Een ogenlust, vanouds de mens verleidt.
Wie, als een vlinder op uw geur gekomen,
Wenst niet een weinig van uw zaligheid!

Men plukt, en gretig slaan de grage tanden
Zich in uw blanke sappig knappend vlees.
Zó overvalt ons onverhoeds de schande,
Als wij genieten wat Gods wet verwees.

Niet gij, maar ons geweten schuldbeladen
Hangt als een boom van kwade vruchten zwaar.
Gij zijt een beeld der hemelse genade,
Die alle mensen weldoet, appelaar.

Uw helder bloeien was ons duistrende ogen
Zo schoon, dat wij gekweld door hoop en vrees,
Ons daaglijks om uw rozenhoed bewogen,
En treurden als uw sneeuw ten gronde rees.

Uw dracht begon, reeds negen uwe toppen.
Wij zagen toe met stijgend ongeduld.
De droge tongen in uw sap te soppen
Was ons begeren, en gij hebt 't vervuld.

't Is plukkenstijd; reeds met de tenen manden
Komt men gezeuld, met ladder en met sloof.
En wij? wij voelen zoekend Vaders handen
De vrucht betasten in ons trillend loof.

De stille tuin (1933)

 

Geschreven door Dora om 11:00 Reageer op dit bericht

levensavond

Een gedicht van W.L. Penning 1841-1924

LEVENSAVOND

Mijn oogstlied klonk -
Mijn avond zonk - -
En schuw, langs lege akker,
Riep nog een enk'le moede toon
Gedachten aan genoten schoon
En blijde arbeid wakker.

Nu wordt het kil
En eenzaam-stil,
In donker blijf ik dromen;
Ik tast naar handen die me ontgaan...
Ik roep de stille zielen aan -
Die nooit meer herwaarts komen...

En keer 'k mij af
Van dood en graf,
Dan droom ik droever dingen;
Een spooksel werd het leven mij,
De ontblaarde tuin een woestenij,
Een kreet van pijn mijn zingen.

Doch eer 'k Uw leed
Voor 't mijn' vergeet,
Vergeet ik ons verleden;
Ons heeft de volle Dag bekoord,
Ons-saam ontving het stralend oord
Van schoonheid en van vrede!

Geen glinster nu
Verwerft gij u,
Of 'k deel in uw behagen;
En 'k gis uw raad bij 's levens last:
- Wij moeten de' ongewenste gast
Verdringen of verdragen!

 

Geschreven door Dora om 13:22 Reageer op dit bericht

de bruid

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

 

De bruid

Ik dacht dat ik geboren was voor verdriet --

en nu ben ik opeens een lied
aan 't worden, fluisterend door het ijle morgenriet
nu smelt ik weg, en voel mij openstromen
naar alle verten van de horizon,
en ik weet niet meer
waar mijn loop begon.

de schaduwen van blinkend witte wolken
bespelen mij en overzeilen mij;
en scholen zilvren vissen bevolken
mijne diepte en bliksemend voel ik ze mij
doorschieten en mijne wateren alom doorkruisen
en in mijn lissen vluchten

zij zijn mijn kinderen en mijn liefste dromen .. .

ik ben nu volgegoten met geluk.
de tranen die ik schreide en de zuchten
zie ik vervluchtigen tot regenbogen
die van mijn ogen springen naar de zon.

waar zijn de bergen van de horizon?

ik zie ze niet...

 

Geschreven door Dora om 11:53 Reageer op dit bericht

migraine

Een hartenkreet van Bas Scheffer

Migraine

Geen wolk aan de hemel
Kijk de bladeren glinsteren
De vogels fluiten vrolijk
De auto´s weerkaatsen
Het stoplicht op rood
Heerlijk op het gemak
Niets moet, alles mag
Zo zie ik het graag
Als ieder mens natuurlijk
Wij zien graag
Wij observeren graag
Grappig hoe het lopen kan
Dat nou net ik niet zien kan
Nu het landschap sprankelt
De meervoudige zon straalt
en ik niet terugstralen zal
Nu ik de ogen dichtknijp
en hunker naar de nacht
Waarin ik rust zal vinden
gedag zeg tegen alles
wat mijn zicht verstoort
De verzengende luchten
De elektrische storingen
De knipperende motieven
De flitsende computerfouten
Mijn gelaat kleurt groen
Mijn hoofd is bonkende
in een wereld van complete
chaos en surrealisme
Houdt het nooit op
en zal ik altijd leven moeten
in de rust van de nacht?

Geschreven door Dora om 10:58 Reageer op dit bericht

verloren

Een gedicht van W.L. Penning 1840-1922

VERLOREN GAAN

Zo lang we ons zelf niet overleefden in de dood
Van 's levens goed,
Vereerde ik weelde in arbeid, daaglijks brood,
En 't onbezwaard gemoed.

Ons daaglijks voedsel is sinds lang het brood der smart;
Mijn werk verging
Tot dor gepeins; en van de vrede in 't hart
Vergaat de erinnering.

Geschreven door Dora om 11:29 Reageer op dit bericht

bedelaar

Een gedicht van Hieronymus van Alphen 1746-1803

De bedelaar

Die afgeleefde man, die bijkans nakend zit,
En trillend van de kou, mij om een duitje bidt,
Is even goed als ik. Gods wijsheid gaf alleen
Mij wat meer geld dan hem. Ben ik dan beter?... Neen.
Een vroom en eerlijk mens draagt dikwijls slechte kleren,
Ik wil dan ook de deugd in arme mensen eren.
Die met verachting op hem ziet,
Doet naar ‘t bevel van Jesus niet.

Uit de bundel: Kleine gedigten voor kinderen (1778)

Geschreven door Dora om 10:35 Reageer op dit bericht

mensen

Een hartenkreet George Knottnerus...het is kort maar krachtig! Schrijven is op zich prachtig...

Mensen schrijven

Mensen schrijven
Liever
Dan dat ze lezen

Geschreven door Dora om 10:46 Reageer op dit bericht

weg

Een gedicht van Helene Swarth 1859-1941

De weg in 't woud

Indien gij weet wat leven is en lijden,
en welk een zee van weedom in een traan ligt,
laat mij die holle weg in ’t woud vermijden,
verg niet, dat ik mijn schreden naar die laan richt!

Daar sluipen schimmen rond van vroeger tijden,
een geestenheir, doodsbleek in ’t zilvren maanlicht.
O laat geen lach die stille plek ontwijden,
geen ruwe spot, waarvoor de zoete waan zwicht.

Zacht zingt de wind een lied van eeuwig scheiden
en, voor mijn voeten, dwarrelt van de takken
-een gouden regen-geel en rossig lover.

Vrij moge ’t bos een nieuwe lente beiden!
De bladren, die in ’t slijk der wegen zakken,
zijn dood, voor eeuwig. Dan, wie treurt daarover?

Uit de bundel: Blauwe bloemen (1884)

 

Geschreven door Dora om 10:48 Reageer op dit bericht

tijd

Een kort gedicht van Jacob Israël de Haan 1881-1924

Tijd en eeuwigheid

De Tijd kan de Eeuwigheid niet overwinnen.
Maar kan de Eeuwigheid één Ogenblik overslaan?
Laat dan gerust uw Ziel en uwe Zinnen
Op de stroom van de Vreugde vergaan.

Uit de bundel: Kwatrijnen (1924)

Geschreven door Dora om 14:39 Reageer op dit bericht

herfst

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

Herfstbladen op en af

De vensters langs en straf
over de ruit; gekneusd, gedeukt,
geplet, geplakt, gekreukt
en vaal en grauw van kleur,
een eenzang en een zeur.
O het omslachtig wezen
deze sleur,
mijn ziel verzinkt in ongenezen
verveling
En dan in eens staat overeind
de koestering, de vreugde:
blij, treurig, om het even,
dat ik dit mag beleven,
dat ik dit rijk gebeur
bespeur,
dat deze ogen
zo in de verte zien mogen,
gezonken ik
dit ogenblik
weer in zweven
opgeheven,
als dit blad, dit verbleekte
en natgeweekte.

Uit de bundel: Nagelaten verzen

Geschreven door Dora om 10:26 Reageer op dit bericht

levensakker

Een gedicht van W.L. Penning 1840-1922

OP DE LEVENSAKKER

Wij zaaiden wat wij vinden,
En eenmaal zien wij bloei;
Maar die de schoof laat binden,
Gaf 't zaad en gaf 't zijn groei,-
En schiep, eer zon of regen
De kiem nog had gekust,
Als dubb'le wet van zegen
De arbeid en zijn lust.

Uit de bundel: Levensavond, gedichten.

Geschreven door Dora om 12:56 Reageer op dit bericht

beker

Een gedicht van Willem Bilderdijk 1756-1831

's Levens Beker

Laat smaragden en saffieren
's Levens brozen beker sieren;
Laat robijn en diamant
Schittren om zijn gouden rand;
Laat hem roos en anemonen
Met het geurigst kransje kronen;
Laat de tintelende wijn
Gloeien door zijn kristallijn;
Laat hij tot de boord geschonken,
Vrolijk schuimen, dartel vonken,
En verlokken oog en hart;
Laat hij met zijne eerste teugen
't Onbedreven hart verheugen;
Ach, wat geeft hij toch dan smart!

Duizend die hem vrolijk grijpen,
Maar met harde vingers nijpen,
Breekt en barst hij in de hand;
Dan beklagen zich de droeven,
Dat zij 't vocht nog nauwlijks proeven
Of de zoetheid ligt in 't zand.

Andren netten pas de lippen,
Of zij laten hem ontglippen,
En zij doen dezelfde klacht.
Andren, die er groots mee pralen
Laten 't nat er in verschalen,
En verliezen geur en kracht.

Andren zwelgen! Maar met horten,
En zij plengen, druipen, storten,
En verkwisten 't kostbre vocht,
O, hoe zeldzaam, die terdege
's Levens volle beker legen,
Die hem wel genieten mocht!

Doch men grijp hem wel en handig.
Hou hem vast, en drink hem leeg,
Ernstig, matig, en verstandig!
Ach, wat is het, dat men kreeg?
De eerste mondvol mag dan smaken,
En de dorst ons gaande maken
Door een soort van prikklend zoet;
't Week verhemelt' zachtjes strelen;
Lieflijk door de gorgel spelen;
En doen maag en hersens goed.
Maar hoe zoet het eerst moog schijnen,
Al die wellust gaat verdwijnen;
Al wat smaakte gaat er af;
Ieder teug valt immer banger;
En de nasmaak wordt steeds wranger;
Ja, het laatst is enkel draf.

Neen, men moog om krans of bloemen
Of om uiterlijke praal
Mij die schone beker roemen ;
Ik, ik dronk hem, die pokaal!
Ik, ik weet, wat wrede zorgen
In die wellust zijn verborgen
Die zijn eerste teug ons geeft!
'k Heb in maag en ingewanden
't Zuur vol scherpte voelen branden,
Hetgeen zijn zoetheid in zich heeft!
'k Ken de naweên van die teugen,
Die een ogenblik verheugen;
'k Heb hun nasmaak in de mond:
En mocht me iemand, in dit lijden,
Van de laatste drop bevrijden,
O, dat waar een blijde stond!

 

Geschreven door Dora om 09:23 Reageer op dit bericht

weekend

Een hartenkreet van Karin Poot! Met het lezen dacht ik wat een leed! Ik voel wat het moet zijn, elke keer dat vreselijk refrein. Een refrein van een mislukt huwelijksleven. Hiervan wordt een mens nimmermeer ontheven. Want altijd zullen de kinderen een vader en moeder willen aankleven. Daarom is het een gegeven dat men als ouder in moeilijke situaties meer om de kinderen moeten geven dan om zichzelf. Water bij de wijn en het gezin draait op den duur weer fijn. Verliefheid gaat over...maar liefde duurt een heel leven en daarin zit een zegen...voor ieders wegen!

Weekend

Daar ben je weer
Je komt de kinderen halen
De spanning snijdend
Je blik als ijs
Pijn in mijn buik, stekend hart
En haar zie ik in de auto, sms’end balen

Mompelende verplichtingen
Bijzonderheden, niets oké en dag
Mijn keel zit dicht
Mijn ogen ontwijken
En de kinderen, die lopen naar de auto
Zwaaien en een lach

Dan de stilte..
Even zitten op de bank
Altijd die terugblik
Het bekende gevoel, de angst
Daar zijn de tranen, zoals verwacht
Ik sta op en doe de was

Daar ben je weer
Je komt de kinderen brengen
Rug recht, sterke blik
Ging het goed, oké en dag
En de kinderen, ik sluit ze in mijn armen
Met een treurige lach…..

Geschreven door Dora om 10:21 1 reactie Reageer op dit bericht

gestorven

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

Gestorven

Eerste wake.

Laat mij alleen,
Verstoor de stilte niet;
Ik kan uw woorden,
Kan uw troost niet horen!
Als holle klanken kloppen zij me in de oren;
Als klanken tergend luid. - 'k Wil met mijn groot verdriet.
Dat niemand kan verstaan als ik, alleen zijn... 'k Heb
Zó veel verloren!

Niemand die weet
Wat zij mij is geweest.
Midden in smarten,
In haar nacht van pijnen,
In doodnachture liet zij voor mij schijnen
Haar liefde en haar berusting, wat mij 't meest
Kon steunen als zij ging - waar ik niet gaan mocht! - meest
Lichtend nàschijnen.

'k Wil enkel haar!
Gun mij toch deze stond
Van gans alleen zijn,
Gans met hàar te zamen!
Harddruisend gaat het leven langs mijn ramen;
Hier is de lucht van haar, van woorden uit haar mond,
Van zonnelichtjes uit haar ogen vol.... Ik wil
Ze alle verzâmen!

Uit de bundel: De Gids, jaargang 1893

Geschreven door Dora om 09:48 Reageer op dit bericht

Diewertje

Een gedicht van Gerbrand Bredero 1585-1618

VAN DIEUWERTJES VRIJER

Dieuwer is verliefd (bij get)
Op zulk een reine vrijer:
Maar ze heeft er niet eens op gelet,
Hoe krom dat hij zijn benen zet,
Gelijk een kreup’le snijer.

Want als ze naar z’n aanzicht ziet,
Zij kan d'r niet uitkomen;
Zij weet dan van zichzelve niet.
Zij staat, wanneer haar dat geschiedt,
Al waar zij opgenomen.

Maar, Dieuwertje, je hebt jouw reden,
Die jou daartoe aandrijven,
Je kijkt naar zijn volmaakte leden,
Die ik van boven tot beneden
Naar ’t leven zal beschrijven.

Z’n haar dat is als zilver grijs,
Z’n aanzicht daar beneven
Dat is zo rond (wind-honds gewijs):
Is ‘t dat ik ‘t niet genoeg aanprijs,
Dat moet je mij vergeven.

Z’n voorhoofd is gebult zeer hoog,
Geen schilder zou ’t zo maken!
Daarbij heeft hij een linkeroog,
Dat is heel leep en zelden droog,
Omboord met rood scharlaken.

Daartoe heeft hij een grote neus
Vol paarlen en robijnen,
Op de manier van Heintje Peus.
Van kleur is die heel glorieus,
Meest in 't karmozijne.

Z’n kneveltjes staan hem zo schots,
Steil boven z’n prop’re mondje,
Die hij eerst stijfde met wat snots;
Nou kijkt hij door de haartjes, trots,
Net als een IJslands hondje.

Z’n lippen zijn vooral niet zwak
En zijn trompetterswangen,
Die staan zo stijf, zo straf, zo strak,
Men zou met zo een bullebak
Wel jonge duivels vangen.

Z’n kinnetje is zo welgedaan,
En was het niet vol puisten,
Men zou er kootjes van afslaan.
Maar is er iemand mee begaan,
Die sla ze plat met vuisten.

Het onze Dieuwer dan geen recht,
Dat zij legt al haar zinnen
Op deze prachtig mooie knecht?
Ik bid je (vrienden), dat je ‘t zegt,
Wie zou hem niet beminnen?

Want (zie) hij heeft maar één gebrek
Aan al z’n lijf en leden;
Wat meer is, ’t is een hoddebek,
Een lompe loer, een grote gek,
Van boven tot beneden.

Maar Dieuwer die is wijs en vroed,
Niet vleselijk of beestig,
Zij lieft z’n vlees niet of z’n bloed,
Maar z’is genegen tot z’n goed,
Bemint ze ’m dan niet geestig?

-------------------------------
bij get - volkse vloek
opgenomen - in extase
Heintje Puis - de duivel
karmozijne - karmijnrode
kootjes afslaan - kinderspel
recht hebben - gelijk hebben
hoddebek - blaaskaak
vroed - verstandig
goed - goederen, bezit

Geschreven door Dora om 11:30 Reageer op dit bericht

pessimist

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903 en al zijn ze oud ze doen het nog goed, steeds!

Aan een pessimist

Als `t regent, daar de zon bij schijnt,
Ziet gij alleen de regen ;
Ik vestig op de zon mijn oog
En op die lieve regenboog,
En lach hem hoopvol tegen.

-Goed ! Maar intussen wordt gij nat.

O ja, dat was te duchten,
Zo ik mijn regenscherm niet had,
Dat 'k altijd meeneem op mijn pad,
Bij 't zien van donkre luchten.

-Maar als uw regenboog verdwijnt,
De regen door blijft stromen;
Als giet- op gietbui nederstort,
Uw scherm ten laatste nutloos wordt...

'k Zoek dan een onderkomen.

Ik schuil, maar pruil niet, beste vrind !
En mijd de lui die pruilen.
De felste bui houdt eenmaal op ;
Maar van de regen in de drop
Kwam, die bij U kwam schuilen.

Geschreven door Dora om 10:42 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten