Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

schemer

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Schemerliedje

In de schemering
Is er een fluisteren:
Lieveling, lieveling!

De hemelen duisteren,
Maar klaar glanst hopen en herinnering:
Lieveling, lieveling !

Kom in de schemering.
Handen zullen teer strelen,
En aan uw oor de hele
Hele stille fluistering:
Lieveling, lieveling!

En aan mijn wang uw hoofd gevleid.
Om mij de warme zaligheid
Uws adems ; en een tinteling
Licht in uw ogen.
Lieveling !

In de schemering,
Als alle dingen duisteren,
Heerst -dit lichte fluisteren:
Lieveling, lieveling!

De overgave (1919)

Geschreven door Dora om 16:18 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

muziek

Een gedicht van Jacques Perk 1859-1881

MUZIEK

De klanken, die u van de vingers vloten,
Als droppen rozengeur....

Geschreven door Dora om 10:42 Reageer op dit bericht

herfstregen

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema

Herfstregen

De regen kust mijn vensters weer,
De donkre winden sollen
Het droeve liedje van weleer
Langs alle huizebollen;

Een dorre tak gaat heen en weer,
En van zijn blâren rollen
De natte tranen telkens neer -
Altijd weer volgezwollen.

0: met de zon om 't hoofd gewonden,
Met geld en goed en zoet-gezind -
Wie heeft de Mei geen vreugd gezonden?

Maar in de Herfst, bij regenwind -
Zeg: heeft er één de moed gevonden - -
Ach! 'k weet - ik ben een heel laf kind!

Eerste oogst (1912)

Geschreven door Dora om 10:56 Reageer op dit bericht

liefde

Een hartenkreet van Hans Uding

EEN LIEFDE WAARD

Met stralen warmte geven
in bundels helder zijn
schijnen volop duurzaam
voor een gegeven leven

je bent niet alleen
begin nu met licht te geven
verrijk je met het schijnen
al is het maar met kaarslicht
probeer de zon te evenaren

terugblik van een mens
een liefde waard

Geschreven door Dora om 11:45 Reageer op dit bericht

huizeke

Een gedicht van Victor A. dela Montagne 1854-1915

Het huizeke

Ik weet er op een Hollands plein
een aardig huiske klein en rein,
van rode tichelsteentjes gebouwd
en vast wel een paar eeuwen oud.

Puntgeveltje, met trapkens vier, vijf, zes,
met houten luifel en hoog bordes,
half verscholen in loverpracht,
spiegelt het zich in de stille gracht ;

en als er een zonnestraal over zinkt,
al wat er aan is schittert en blinkt
de ruitjes in de vensterboog
en 't gouden weerhaantje heel omhoog .

Wat heeft er dat huizeke klein en rein
al niet beleefd op het eenzaam plein ?
Wat zag het, sinds het daar heeft gestaan,
geslachten komen, geslachten gaan . . !

Wat zag het wissling van wel en wee
van nood en welvaart, krijg en vree !
Wat borg het al niet in zijn schoot,
ontwakend leven, nakende dood . . .

Toch, gingen jaren en jaren voorbij
het bleef gespaard, een uit de rij,
het bleef gespaard en staat nog recht,
't voorname geveltje, sterk en hecht.

't Lijkt wel,zó oud, toch zo keurig en net,
een besje met helderwitte cornet,
wanneer haar rimplig verslenst gezicht
een frisse, jeugdige lach verlicht .

Gedichten (1882)

Geschreven door Dora om 11:58 Reageer op dit bericht

pesten

Een hartenkreet van Ton Rijkers het is een beschreven levende werkelijkheid

Gebed

Pesten tot ‘t uiterst is bereikt
tot weer mijn tranen stromen
En naarmate de dag verstrijkt
gaan die enkel sneller komen

Schelden, dat doen ze steeds
Dat doet geen pijn, zeggen zij
Doch almaar begint het reeds
als ik nog vroeg in bed schrei

Snikken voor het spiegelglas
als ik mij de lange haren kam
Strakjes zit ik weer in de klas
dan is 't hek weer van de dam

Pesten tot ik ’t maar opgeef
continu en ook elke dag weer
Eindloos tot ik niet meer leef
neem mij nu maar tot U heer

Geschreven door Dora om 11:18 Reageer op dit bericht

ziel

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Zijn ziel en adem was doorgeurd van wijn

Zijn ziel en adem was doorgeurd van wijn.
Hij leunde in zijn verscheurde kaftan tegen
De deur der kroeg en stamelde verwegen
Van God en wereld en zijn eigen pijn.

'Gunt Gij de mens alleen rampzalig zijn?
Waarom wordt 't leven ongevraagd verkregen?
Maak ons als 't stof waaraan wij zijn ontstegen!
Wees ééns barmhartig en beveel: verdwijn!'

Hemels onwrikbaarheid en menslijk dwalen
Hoonde hij en prees 't dronken ademhalen
Tussen 'nog niet' en 'niet meer' 't hoogst genot.

Maar in de roes en enkle stille dromen
Werd al zijn wrevel van hem weggenomen
En schreeuwde hij beschaamd als kind om God!

Omar Khayyam (1931)

Geschreven door Dora om 12:59 Reageer op dit bericht

herfstwind

Een gedicht van Jan-Jacob Slauerhoff 1898-1936

Herfstwind

Herfstwind verdrijft de witte wolken,
Ganzen trekken langs het lege zwerk,
Nog geuren chrysanten en bloeien orchideeën,
Kon ik mijn vroeger lief nu vergeten,
Bijna was ik gelukkig,
Met mijn bloemenboot op de Fen-rivier,
Wit schuimt de stroom langs de boeg,
Fluit en trom houden maat met de riemslag,
Onder 't rumoer broeden sombre gedachten,
Jeugd jaagt voorbij, dood staat onwrikbaar.

Yoeng Poe Tsjoeng (1930)

Geschreven door Dora om 11:12 Reageer op dit bericht

hart

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Mijn hart klopt hoorbaar...

Mijn hart klopt hoorbaar in de zwarte toren,
boven de straten en haar dof gerucht,
en 't hijgt in zwenkende en geknotte vlucht
en klaagt in klamme duisternis verloren...

Mijn harte weeklaagt in de zwarte toren,
al zijne smarten in de jammerlucht
uitwenend in een lange stervenszucht,
en weer tot nieuwe jammerklacht herboren.

Hoor! 't is mijn hart, dat ze te morzel trekken,
dat, afgebeuld van 't pijnlijk vezelrekken,
in d'eeuwge nood der aarde om deernis schreit,

en boven hen, die 't martlen, hoog verheven,
hoog boven mensenlust en vreugdeleven,
zijn zware rouwmoed langs de steden spreidt.

1893

Geschreven door Dora om 11:22 Reageer op dit bericht

mijmeringen

Een gedicht van Emile Verhaeren 1855-1916

Ieder uur van mijmering

Ieder uur van mijmering over je goedheid,
Zo vanzelfsprekend grondeloos,
Smelt ik weg in gebeden naar jou.

Zo laat ben ik gekomen
Naar de tederheid van je blik,
En van zo ver naar je uitgestrekte handen,
Stilletjes, doorheen ruimte en tijd.

Ik had in mij zoveel weerbarstig roest
Dat uit mij wegvrat, met gulzige tanden,
Het vertrouwen.

Ik was zo loom, ik was zo moe,
Ik was van wantrouwen zo oud,
Ik was zo loom, ik was zo moe
Van het dwaalspoor van al mijn passen.

Zo weinig verdiende ik de wondere vreugde
Van je voeten die mijn weg verlichten,
Dat ik er nog van sidder, in tranen haast,
En voortaan nederig blijf, nabij zoveel geluk.

Les Heures Claires (1896)

Geschreven door Dora om 10:33 Reageer op dit bericht

herfst

Een herfstgedichtje van schrijfster Helma

Het lijkt wel of ze hangen te vergaderen

        ritselend: “wat is tegenwoordig de norm”

       wiegelend, zwaaiend, gekleurde herfstbladeren

       vallen we nu... of later, in een novemberstorm.

Geschreven door Dora om 13:31 Reageer op dit bericht

avond

Een gedicht van Marie Boddaert 1844-1914

 

Avond

Boven mij is de lucht
als een lief gelaat,
waarover zachtkens
een glimlach gaat

En binnen in mij
wordt het al nu zo stil,
of mijn hele hart
naar de hemel wil .

Serena (1898)

Geschreven door Dora om 11:52 Reageer op dit bericht

stemmen

Een gedicht van Jan Veth 1864-1925

IK HOORDE STEMMEN

Ik hoorde stemmen van een vreemd bestaan,
Rondom in duizend geheimzinnigheden,
Géniën voelde ik zoetjes tot mij treden
En schuw op donzen voetjes henengaan...

Ik weet niet - zeiden zij wat zal vergaan?
Spélden zij wat daar kome na dit heden?
Brachten zij tonen uit een vér verleden?
Ik weet niet - of was alles droom of waan?

't Kan zó niet zijn! - Eér heeft de stilte een taal
Dan aller zomervooglen lied in 't woud
Dat onverstaanbaar van de takken glijdt -

O, ik geloof óns wordt in eenzaamheid
Somwijlen een mysterie toevertrouwd...
Dat wij vergeten moeten - telkenmaal.

Geschreven door Dora om 15:50 Reageer op dit bericht

oneigene

Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

Oneigene

Hetgeen ik niet uitgeve en
hebbe ik niet in,
wie zal mij dat wijten tot schande ?
Mijn herte en mijn tale, mijn
rede en mijn zin,
't is al zo van buiten, 't is
al zo van bin'
't ligt alles daar bloot op mijn handen !

Dan, weg met de oneigene
tale en de schijn
van elders geborgde gepeizen;
mijn zijt gij niet, uw, dat en
wille ik niet zijn ;
dat in mij en aan mij is,
dàt hete ik mijn
oneigene, ik late u, . . . . gaat reizen !

Vlaamse Dichtoefeningen (1858)

Geschreven door Dora om 10:04 Reageer op dit bericht

elementen

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

DE ELEMENTEN

Machtig voorspellende
Ons vergezellende
Oer-oude goden,
Al het vergankelijke
Weet ik ’t afhankelijke
Van Uw geboden.

Zomer en zonneschijn
Gloed van de jonge wijn
Windvlaag door ’t koren,
Bron die de rots ontspringt,
Wordt niet wat in hen dringt
Uit U geboren?

Zal aan ons geestlijk licht
Als in een schoon gedicht,
Liefde zich huwen,
Komt door ’t oproerig bloed
Hartstocht die zingen doet,
Alles is ’t Uwe.

Aarde en onblusbaar vuur,
Adem van ’t puur azuur,
Reinigend water,
Eeuwig verenigt Gij,
Wevend aan ’t wereldtij,
Vroeger met later.

Geschreven door Dora om 10:42 Reageer op dit bericht

lippen

Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

Nog op mijn lippen...

Nog op mijn lippen gloeit,
door al mijn aadren schroeit
de kus, van uw lippen ontvangen...
Van zwoele moeheid hijgen nog
mijn longen, en reeds blaak ik toch
van nieuw en aldoor-nieuw verlangen.

Uw ogen zien mij aan...,
mijn ogen zien u aan...,
uw handen zoeken naar mijn handen...
Weer vlijt uw blonde hoofd zo teer
zich op mijn borst, en weer, wéér, wéér
mijn lippen op uw lippen branden.

Kan men dan dronken zijn
van zoenen als van wijn,
van zoenen, rood als rode bessen ?
0 wonneroes, zo godlik zoet !
0 vlammen in 't verjongde bloed !
0 dorst, die 'k, nooit gelest, wil lessen !

Zomervlammen (1922)

Geschreven door Dora om 10:53 Reageer op dit bericht

herfst

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

HERFST I.

I.

Grauw is de dag, en grauw is mijn gemoed;
De wind hangt machtloos in gebruinde twijgen,
En langzaam komen blaad'ren nederzijgen,
Die blijven rusten aan der bomen voet.

Geen zomerheerlijkheid, geen zomergloed,
Maar grijze lucht; de naakte takken neigen
Zich droevig aardwaarts; stom, vol somber dreigen
Staat ver der donk're dennen staat'ge stoet.

Een rauwe kreet snerpt gillend door de luchten;
En ijlings schiet een vogel mij voorbij,
Wegwiekend naar de duist're bomenrij.

Waarom moet ik uw schrille angstroep duchten;
O vogel, slaakt gij de' angstkreet mijner ziel,
Die me op deez' dubbel droeve dag ontviel?

Natuurindrukken en -stemmingen

Geschreven door Dora om 09:22 Reageer op dit bericht

rusten

Een gedicht van Johannes Reddingius 1873-1944

Te rusten lig ik stil

Te rusten lig ik stil en hoor
het klokke-tikken
het meet de nacht, aldoor, aldoor,
met ogenblikken.

Mijn schone droomgedachte faalt
door 't tikke-takken,
de slinger steigert op en daalt,
gaat rijzen, zakken.

Dat klokgetik in stille nacht
doet ijzen, ijzen -
want slaaploos door gedachten-jacht
volg ik die wijze.

Johanneskind (1907)

Geschreven door Dora om 10:40 Reageer op dit bericht

sonate

Een gedicht van E.Laurillard 1830-1908

SONATE IN WOORDEN

Vader! zo gaaft Gij
'k Dank er U voor,
Aan mijne bede
Heerlijk gehoor.
Wat hij toen uitte,
't Klonk mij zo zoet;
Naklinken blijft het
In mijn gemoed.
Hoe hij bij 't heengaan
Worstelde en streed
En niets kon zeggen,
Wat hij ook deed,
Dan slechts dit ene,
Bevend, maar blij:
'k Min u, mijn engel!
Mint gij ook mij?

Geschreven door Dora om 19:06 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten