Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Bijwijze van haat

Dit is de bank, hier komen de oude mensen,
deez' dag is schoon, ook voor 't verkalkt gebeent.
Hier gaan wij zitten, dromerig vereend,
en hun oud hart zal doodlik ons verwensen.

Hun oude hart, dat nimmer wou verflensen:
't kent haat en liefde en bloedt nog en dat meent
te kloppen voor elkaar tot het versteent!
Laat hen doorstromplen, pruttelen en drenzen.

Daar zijn ze: in 't groen een harmonie van grijzen,
gekromd maar dichtgearmd, als in een polonaise.
Let op het wrokkend oog van de oude baviaan!

En de oude kip, zie 't trillen van haar veren!
Zie het verslagen leger moeizaam retireren ..
De wrede jeugd zal de oude min verslaan.

Parlando (1930)

Geschreven door Dora om 15:24 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

cactus

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De cactus

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwge zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichte morgen, als een vlam
van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.

Hij bloeit; en in die onverwachte droom
laat hij een stond zijn heimlijk wezen blinken
in 't graf van broze bloembad en aroom,

zoals de dichter die, na harde strijd,
zijn innigst voelen in een lied doet klinken
en weerkeert tot zijn oude eenzelvigheid.

Geschreven door Dora om 13:17 Reageer op dit bericht

ver licht

Een gedicht van Marcus Neuborg

ver licht

verborgen licht in het middelpunt verscholen
vlam gevat kaarsvet druipt dansend vanuit
een eenzame nis diep in de muur
houvast lief vergezicht ieder uur

verlaten ligt de straat in tranen
nacht huilt
inscripties in houten tafel
labyrint beschermt ons raadsel

laarzen vies in dit atelier
niet voor maar na het gevecht
touche

woord voor woord verslonden
goden en zonden gezonken opnieuw geboren
gif laat ons blozen
geen brieven geen rozen

Geschreven door Dora om 13:15 Reageer op dit bericht

verzen

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Drie verzen voor een dode III

Soms, dwalend over heuvels, hoor ik uwe stem. —
meestal op stille ongerepte plekken
waar de natuur nog iets gevangen houdt
van haar voormenselijke zuiverheid.
soms aan een water, soms ook in het woud.
maar op de rotsen met de zachte wieren
die onweerstaanbaar aan uw haar doen denken
vrees ik u telkenmaal te gaan herkennen
in de gedaante van een vluchtend hert.

maar waartoe kwelt gij mij? gij weet
dat ik nog niet tot sterven ben bereid;
ik kan geen afstand doen, noch van mijzelve
noch van mijn wrevel en opstandigheid.

misschien ben ik verdoemd; wanneer reeds nu de dood
mij plotseling in de rug zou overvallen
dan zou ik, stervend met de honderdtallen,
neerstorten in de Poelen, heet en rood.

en daar, juist daar — een prooi der helse koren —
vervolgt mij nog het hemelse verwijt van uwe stem
een lieflijk lied, verschriklijk om te horen
o, klinkende bazuin van 't nieuw Jeruzalem.

Porta Nigra (1934)

Geschreven door Dora om 16:00 Reageer op dit bericht

bekentenis

Een gedicht van Frederik van Eden 1860-1932

Bekentenis

O, ja! ik voel 't, wanneer ik, na de eten
Met schrijfpapier en pen,
Voor mijn bureau zo rustig ben gezeten,
Dat ik een d i c h t e r ben!

Dan voel 'k een dichtgloed in mijn aad'ren klimmen,
Die mij tot zingen noopt,
En haastig dan, eer 't vonkje zou verglimmen,
Mijn pen in de inkt gedoopt!

Wat vreugd! dat juist de Heer m i j heeft verkoren,
Gestempeld tot genie,
Zodat i k in 't publiek zijn lof laat horen,
In vrome poëzie.

------------------------------------------
Cornelis Paradijs - Grassprietjes (1885)

Geschreven door Dora om 19:24 Reageer op dit bericht

gedenken

Een gedicht van Henriëtte Roland Holst-van der Schaik

Gedenk mij

Gedenk mij in uw gebeden!
Gebeden hebben kracht:
Zij komen als stralen gegleden
door onze nacht.

Gebeden zijn gedachten
Gedrenkt met innigheid
Gevormd in zuivere zachte
Ootmoedigheid.

Hun mild-bewogen vrede
Geneest de eenzame pijn,-
Gedenk mij in uw gebeden,
opdat ik geheeld moge zijn.

Geschreven door Dora om 10:00 Reageer op dit bericht

wind

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Terwijl de wind scheen en de bij bromde

Terwijl de wind scheen en de bij bromde,
'n stil ogenblik van geluk gevonden.
Daarna ging de lucht open en ik zag
duidlijk de bomen staan tot in den dag
in hun doorblankte grootheid vaag en ruig,
en 't heerlijk land der wolken vaag en stug
bedreven door grauw' and're, de zon scheen
en sloeg zich over in onmeetlijkheên.
Hoe doodgerust voelden mijn oren toen,
ik ging en had met alles niets van doen.

Verzen (1903)

Geschreven door Dora om 16:32 Reageer op dit bericht

sterven

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Stervend meisje

Kind van wonden,
Dat een stonde
Als een bleke sterre beeft,
Voor wier luister
’s Werelds duister
Geene nacht meer olie heeft;

Kind van vrezen,
Teder wezen,
Kind van louter liefde leed,
Wier geflonker
Uit de donker
In dit droeve dagen gleed;

Kind van zorgen
Met de morgen
Van uw leven leven moe,
Gaan uw ogen
Als de hoge
Bleekgeworden sterren toe

Stilte en strijd

Geschreven door Dora om 11:14 Reageer op dit bericht

oud

Een gedicht van Jacobus van Looy 18550-1930

Mijn alleroudst verhaal heb ik verzwegen

Gebeurd verhaal, verhaal van jaren hèr,
Wat zuster deed met mij? Hoe ik als kind,
Jongste van arm gezin, soms, vader blind
Geleidde door het stadje, her en dèr.

Hoe 'k op zijn schouders zat dan, hoog en vèr
Uitkeek, voor hem; voor gracht en stoep gezwind
Waarschuwen moest; en hoe zich vasthield 't kind
Lach-vrezende uit zijn oogjes als gestèr.

Oude geschied'nis door een brief aan 't gloren...
O leven waar niet veel raakt in te lore...
Herdenken wij de sprook van vader, zoon:

Zie me dat kind eens aan, zijn wonder-loon...
Dat zitten op de schouders van een blinde,
De lange weg door nacht en zon en winden.

Geschreven door Dora om 17:48 Reageer op dit bericht

nieuw

Een gedicht van P.C. Hooft 1581-1647

AAN EEN NIEUWGEBOREN JONGEN

O jongen, verse vrucht, die uit het slaaprig leven,
In moeders schoot geleefd, door sporen van de tijd,
Die niet in stilte laat, tot ouders vreugde zijt
In der zinnen gewoel en 't wakend licht gedreven,

Nu heeft u de geboort aan 't Luk overgegeven
Dat school van wissel houdt; de droevige verblijdt,
De blijde droevig maakt; verheft, en nedersmijt;
En tussen hoop en vrees, doet alle zielen zweven.

Op onversufte moed de zegerijke God
Geef u te schutten af de pijlen, waar het Lot
In zijn verbolgenheid u mede zal beschieten;

Ook hare gaven, als 't u mildelijk bedenkt
En rijkdom, wellust, eer, uit volle vaten schenkt,
Met dankbare genoegt' voorzichtig te genieten.

-------------------------------------------------------
In dit sonnet uit 1620 begroet Hooft de geboorte
van een zoon van een vriendin Ida Qekels.

Geschreven door Dora om 18:56 Reageer op dit bericht

vreemd

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Vreemd

Vreemd, dat boom en tak zo stil staan
In het gouden licht vandaag,
Dat de bladertjes zo stil gaan,
't Een na 't ander, naar omlaag.
Dat het zonlicht zo voorzichtig
Door de ijlheid straalt van 't lof,
En het groene blad doorzichtig
En veel edeler maakt van stof,

Dat het windje in de twijgen
Zo behoedzaam gaat te werk
En aleen wat blaadjes zijgen
Doet op 't pad en 't bloemenperk,

Zonder 't wazig diep te raken
Waar de groene schemer blauwt,
Of de goudglans schuw te maken
In het ijlbebladerd hout,

Of te roeren aan de vijver,
Waar zeer statiglijk en traag
Twee voorname zwanen drijven
Met hun spiegelbeeld omlaag,

En wat late najaarsrozen,
Als bewasemend amethyst,
Al de weemoed van hun broze
Schoonheid heffen in de mist.

Laatste verzen (1923)

Geschreven door Dora om 19:48 Reageer op dit bericht

memoriam

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort 1886-1942

In memoriam patris

O vader, die ik nimmer heb gekend,
Die in de schoot verzonken zijt der aarde,
Voordat ik werd geboren, toen de lent’
Wederom ontbloeide in Hollands weide en gaarde.

De zorgen, die mijn moeder sindsdien gaarde,
Zij raakte daar wel nimmer aan gewend,
Terwijl voorts ik haar leed en kommer baarde,
Hetgeen ik pas veel later heb erkend.

Zal ik u eenmaal beiden wedervinden,
Waar ook mijn ziel de vrijheid zal verwerven
En waar geen lichaam haar meer kan bederven?

Daarginder worden ziende alle blinden,
Daarom zal het wellicht hier niet geschieden
En dorst ik vaak naar hemelse gebieden.

Rijmproeven (1937)

Geschreven door Dora om 19:21 Reageer op dit bericht

kou

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

In winteravondkou

In winteravondkou, in het groot open
van het blauwvloeiende belopen
roestrandig staal,
spichtig, onzichtig nu de nieuwe maan
als een fijn edel veertje, als een losse haal
en dun getogen.


Rondom vochtig staan
de zwarte sparren, lorken gril verwezen,
verzameld onderhout, somber en nors,
maar onder de donkerte der schors
is helder al het jonge sap gerezen.


Onder de nevels in de vert'
het bronzen roepen van een hert.

 

Geschreven door Dora om 18:29 Reageer op dit bericht

nacht

Een gedicht van Eduard Brom 1862-1935

In zulk een nacht...

In zulk een nacht, - als waarvan Shakespeare zong
In 't toovrig beurtgezang 'in such a night',
Van 't stralende Venetiaanse spel, -
In zulk een nacht, waarvan dàt lied nòg klinkt,
Is àl de schoonheid van de klare dag,
Verinnigd en vertederd en de droom,
En àl de klaarheid van de schone nacht,
Tezaamgevloeid tot die betovering
Die is Venetië's ziel en innigst leven:
De wonder-tedere melancholie
Die aantrekt, aantrekt en niet los meer laat
En, waar zij smarten gaat, weer stil verijlt,
Uitvloeiende tot dromen van verlangen...
In zulk een nacht...

Geschreven door Dora om 18:31 Reageer op dit bericht

vriend

Een gedicht van Nicolaas Beets 1814-1903

Aan een vriend

o, Vraag mij niet, vraag mij nooit naar mijn smart!
Kondt gij mijn leed en mijn jammer waarderen?
'k Zou slechts de maat van uw droefheid vermeeren;
Gij hebt genoeg voor een menselijk hart.

Wat mij de wang reeds zo ras heeft verbleekt,
Wat mij de kruin reeds zo vroeg deed vergrijzen,
Zou, zo gij 't wist, u te duidelijk bewijzen,
Dat zich het noodlot meedogenloos wreekt.

Lang waart gij reeds uit uw dromen ontwaakt,
Toen mij der jonkheid begooch'ling nog streelde,
Nog bood de jeugd mij de beker der weelde,
Toen gij reeds de Alsem der smart had gesmaakt.

Vaak waart ge reeds van de doornen gewond,
Toen 'k nog de rozen slechts kende van het leven;
Lang had de lach reeds uw lippen begeven,
Voor nog één zucht ze verjoeg van mijn mond.

Toen kwam het leed, waar gij vruchtloos naar vraagt;
Gij zijt niet rijker aan heil dan te voren,
Maar zo geducht is het wee mij beschoren,
Dat ik benijd, die ik eerst heb beklaagd.

O vraag mij niet, vraag mij nooit naar mijn smart,
Kondt gij mijn leed en mijn jammer waarderen,
't Zou slechts de maat van uw droefheid vermeeren,
Gij hebt genoeg voor een menselijk hart.


1834.

Geschreven door Dora om 11:18 Reageer op dit bericht

lijsterbessen

Een gedicht van Rutger Kopland

Lijsterbessen

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.

Uit: Geluk is gevaarlijk.
Een keuze uit de gedichten 1999-2005
Rainbow Essentials, 4e vermeederde druk, april 2005.

Geschreven door Dora om 13:50 Reageer op dit bericht

wezen

Een gedicht van Willem Kloos 1859-1939

Ik weet heel goed, dat ge, in 't diepst van uw wezen

Ik weet heel goed, dat ge, in 't diepst van uw wezen,
Mij met een koele vergetelheid haat,
En dat, wat ik zing, als gij 't leest, u gaat
Als een sombre windvlaag voorbij, gerezen

Uit verre streken, waar zeer lang voor dezen
Gij mooglijk getoefd hebt, maar waar nu staat
Geen enkle gedachte uwer ziel meer, kwaad
Dat nog dat Verleên een Toekomst wou wezen...

Maar toch wil ik zingen, opdat uw oor
In streling gewiegd op weeldrige tonen
Iets waarlijk-waarachtigs op de aarde hoor'!

Want 'k zweer, dat 'k waar ben, als geen die hier wonen,
Opdat wat gij hoort, in mijn Lied, van 't Schone
Op uw verdre tocht door 't Leven u schoor'!

-------------------------
uit: Verzen II (1902)

Geschreven door Dora om 14:01 Reageer op dit bericht

geloof

Een gedicht van Jam van Nijlen 1884-1965

Geloof

Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde
Voor mij, die nooit één waarheid heb ondekt,
Ik zal van U niet scheiden als deze aarde
Mijn pover lichaam dekt.

Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren
Wat eens de liefde zalig heeft bevrucht,
En waar er twee elkander toebehoren
Is zelfs de dood geen vlucht.

Gedichten

Geschreven door Dora om 11:46 1 reactie Reageer op dit bericht

menselijk

Een gedicht van P.A. de Génestet 1829-1861

MENSELIJK

Helaas; de zwakke mens in dit weemoedig leven,
Hij heeft een weinig vreugd zo noodig voor zijn hart:
Wij hijgen ras naar ’t eind van dorre lijdensdreven,
En spoedig al te lang valt ons de nacht der smart.

Ook, Heer, wij trachten wel te bidden dat Uw wille
Geschiede! – doch vergeef onze arme kindertaal,
’t Bedroefde hart, bij ’t vroom gebed, vraagt nochtans stille:
Mijn God, geef mij een bloem en zend me een zonnestraal!


1860

Laatste der eerste

Geschreven door Dora om 19:24 Reageer op dit bericht

drie

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Drie verzen voor een dode II

Een middag blind van zon. bloemen en dieren
rekken en wentlen zich in het verblindend licht.
over de heuvelen aan d'einder der rivieren
koepelt en straalt een blinkend vergezicht.

maar hier, achter een koel en lieflijk glinstrend water,
waaraan het middaglicht een groene schaduw gaf
liggen de doden zij aan zij in de geschroeide aarde:
een dezer steenen dekt uw jonge graf.

misschien — denk ik — misschien zullen wij later
als engelen met heerlijkheid bekleed
te samen klinken, in hetzelfde water
twee golven klinkend tot in eeuwigheid.

wij zullen vredig dwalen door de bloemen
ontdaan van hartstocht en van schuld bevrijd
in argeloosheid en een niet te noemen
zwevende, zwevende gelukzaligheid ...

maar waartoe vóór mijn dood dit heil te roemen?
ik ben een prooi der wisselvalligheid:
soms zoek ik vrede, soms is het zwartst verdoemen
mij liever dan uw blanke zaligheid. —

zo nu. — waarom verrijst gij niet? ik kan
bij zulk een zon de dood niet lang gedenken;
sta op; opdat ik u een heerlijkheid kan schenken
heller en lieflijker dan uw onsterflijkheid!

Porta Nigra (1934)

 

Geschreven door Dora om 10:35 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten