Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

moedertaal

Een gedicht van Frans de Cort 1834-1878

Mijne moedertaal

Mijne moedertaal, mijne moedertaal,
Wie of haar ook kleinere,
Min ik als mijn vaderland,
Sta ik voor met hand en tand!
O mijn Neerlands, ja mijn Neerlands,
Dat houd ik steeds in ere!

Mijne moedertaal, mijne moedertaal,
Wat andre komt daarnevens!
Zwaardgekletter, klokkenklank,
Snarenspel en minnezang,
O mijn Neerlands, ja mijn Neerlands,
Dat alles zijt gij tevens!

Mijne moedertaal is de schoonste taal,
En zou ze 't ook niet wezen,
Haar verkiezen zou ik nog,
Want zij is de mijne toch!
O mijn Neerlands, ja mijn Neerlands,
Wees eeuwig mij geprezen!

 

Geschreven door Dora om 17:19 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

gemijmer

Een gedicht van E.J. Potgieter 1808-1875

GEMIJMER

Schoon de dag nog marre
Schittert door 't azuur
Vast der avondstarre
Rozenkwistend vuur:

Hoe zij liefdes wassen,
In 't ontwaakt gemoed,
Ons door haar verrassen
Laai aanschouwen doet!

Treffend toch gelijken,
Zusterlijk, ze elkaar
In 't wedijv'rend prijken
Met een glans zo klaar:

Dat tot zegepralen
Beider gloor volstond,
't Minnen noch het stralen
Ergens weerstand vond!-

Blinkende avondsterre!
Die het beukenwoud
Ginds de kruin van verre
Tooit met vloeiend goud;

Ziet gij uit den hogen,
Van 't balkon, uw vaart
Door de helderste ogen
Peinzende aangestaard?

Blijft ge dus die boeien
Dat, in de eenzaamheid,
Tranen haar ontvloeien
Nooit zo zoet geschreid?

Laat het lieflijkst wezen
Uit zijn mijmerij
U de klachte lezen:
Vreemd is ruste mij?

Siersel onzer transen,
Starre van het west!
Op wier vochte glansen
Nimmer blik zich vest,

Of der grijsheid harte
Voelt, ondanks 't gemis,
Lafenis van smarte
Door zijn heugenis;

Of aan hoger weelde
Dan in wulps genot
Ooit de zinnen streelde
Voert de jonkheid bot;

Tuig het, gij, die luister
't Spieg'lend meervlak schenkt,
Dat ze in 't schemerduister
Mijner stil gedenkt! -

Ster, zo dier der minne!
Strek haar mij ten tolk,
Vóór uw held're tinne
Prooi wordt van die wolk;

Eer zij zich verbrede
Langs uw aangezicht...
Ach! daar zijt ge alrede
Huiverziek gezwicht!

Om die brede zomen
Heeft de tint'ling uit:
Heel de rei van dromen
Ziet haar vlucht gestuit;

Droef de wieken strijkend
Schoon zo blij ze rees,-
Worst'lend maar bezwijkend,
Heerst voor hope vrees!

Poëzy 1827-1874. Tweede deel. Haarlem, 1890

 

Geschreven door Dora om 14:37 Reageer op dit bericht

zonnetje

Een gedicht van Frederik Hemkes 18554-1887

Aprilzonnetje

Een zonnetje in de lentetijd
heeft menig tere bloem misleid ;
het weet zo zoet te vleien
en wil het knopje vrijen.
Voorzichtig, argloos bloempje in 't gras !
Dat valse zonnetje is er pas,
of 't wijkt voor strenge koude, en ras
is 't knopje prijs gegeven
en boet zijn jonge leven,
kwijnt langzaam weg en mijmert stil
„'k Vertrouwde op 't zonnetje in April!"

Een zonnetje in de lentetijd
heeft menig tere maagd misleid ;
het weet zo zoet te vleien
en wil het knopje vrijen.
Voorzichtig, argloos maagdelijn !
Dat valse zonnetje is maar schijn ;
het kan en mag niet duurzaam zijn ;
straks vindt ge u zelf bedrogen
die zonneschijn is logen!
Dan kwijnt ge weg en mijmert stil
„'k Vertrouwde op 't zonnetje in April!"

Gedichten (1892)

Geschreven door Dora om 11:51 Reageer op dit bericht

kermisviering

Een gedicht van W.J. van Zeggelen 1811-1879

Kermisviering

Woelige dagen!
't Huis overhoop,
Kindren van school af;
Speelgoed te koop;
Nichtjes tot gasten,
Money op zak;
Alle dag Zondag;
IJs en gebak;
't Kladboek in 't honderd,
Eens maar in 't jaar!
Drukte in de lommerd,
Handen in 't haar;
Vlooien en beren,
Bom-bam-muziek!
Lammen en blinden,
Duitser en Griek;
Paardrijderskunsten,
Olie en smeer;
't Woord van de zotten:
Dát zie je meer.
Wafelfriezinnen,
O, wat een jok!
Laat in de veren,
Ná loopt de klok;
Magen van streek af,
Harten nog meer;
Vrijers en vrijsters;
Zelden mooi weer;
Besjes van 't spinwiel,
Wevers van 't touw;
Ra, ra, wat is zij:
Meid of mevrouw?
Kantjes en kleedjes,
Kleur en vernis;
Loven en bieden --
Geld bij de vis;
Foezelberoerten;
Vauxhall en bal:
Jongens met zwermen --
Weet ik het al!
Pronkzucht en vitlust,
Meer dan wel past;
Schuld bij de bakker,
't Weekloon verbrast;
En wat verboden
Verder geschiedt,
'k Wil het niet zeggen,
'k Weet het ook niet.
Dof staan de blikken,
't Leven verstomt,
Weg gaan de kramen -
Wee wat nog komt!

 

Geschreven door Dora om 11:16 Reageer op dit bericht

dakloos

Een hartenkreet van Ton Rijkers

DAKLOOS

De nacht is stil, de nacht is pikzwart
geen ster, die nu aan de hemel prijkt
De diepe stilte, volkomen zonder hart
die thans bijna mijn innerlijk bereikt

De nacht is stil, de nacht is ijskoud
een huivering schiet ijlings over mij
Het koude koud maakt mij benauwd
als ik mij in ‘t iel portiekje neervlij

De nacht is stil, de nacht is zo ledig
onder donkere wolken uit het grauw
Het is doodstil, nochtans niet vredig
’t lijkt op mij, van binnen vol rouw

De nacht is stil, de nacht is te zwart
uit het oosten nadert al de dageraad
Door het straatleven vreselijk gehard
kijk ik wel..wat mij te wachten staat

De nacht is stil, de nacht is van mij
doch is een oneindige nacht van lood
Met nauwelijks iets over mijn lazerij
vries ik vannacht wellicht..wel dood

Geschreven door Dora om 11:48 Reageer op dit bericht

schoonste

Een gedicht van E.J. Potgieter 1808-1875

DE SCHOONSTE TAAL

Wat kwelt men dart'le knapen,
Voor liefde en lust geschapen,
Met Grieks en met Latijn,-
Of dwingt hen 't hoofd te breken
Om ook de taal te spreken
Van Seine en Theems en Rijn?
De lieflijkste aller talen,
Waarbij gene oude halen,
Die 't van de nieuw're wint,
En meesters eist noch tolken,
Is één bij alle volken:-
Verstaat gij haar, schoon kind?

Haar kent de negerinne
Die 't voorwerp harer minne
In schâuw der banans kust;-
Haar kent de blonde schone
Wanneer der bruide krone
Op hare lokken rust;
Haar woudnymf en najade;
Die, waar zij jage of bade,
Haar schoonheid ziet bespied;
Zij huldigen 't vermogen
Der taal van 's minnaars ogen,-
Ach! waarom doet gij 't niet?

Wie duizend schonen tartte,
Verliest bij u zijn harte,
Gij geeft hem de eerste les,
Gij schenkt der wijsheid zinnen
En doet de strengste minnen,
Aanvallige godes!
Maar koel gelijk Diane,
Gaat gij alleen uw bane
En spot met hunne pijn!
Doch ook haar hart hart sloeg teder;
Zij daalde op Latmos neder,-
Laat mij uw herder zijn!

De zijden wimpers dekken
Wie mij tot sterren strekken,
Een blosje verft uw koon...
Schroomt gij de taal te spreken,
Blijft 't antwoord mij ontbreken
In blikken, zacht en schoon;
In 't rozerood der wangen
Mag ik het blijk ontvangen
Dat mij uw hart verstond;-
Wat oog en lippen zwegen,
Het heil, door mij verkregen,
Heeft mij uw blos verkond.

Verspreide en nagelaten poëzy 1828-1874. Eerste deel. Haarlem, 1896

Geschreven door Dora om 11:16 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Bijwijze van haat

Dit is de bank, hier komen de oude mensen,
deez' dag is schoon, ook voor 't verkalkt gebeent.
Hier gaan wij zitten, dromerig vereend,
en hun oud hart zal doodlik ons verwensen.

Hun oude hart, dat nimmer wou verflensen:
't kent haat en liefde en bloedt nog en dat meent
te kloppen voor elkaar tot het versteent!
Laat hen doorstromplen, pruttelen en drenzen.

Daar zijn ze: in 't groen een harmonie van grijzen,
gekromd maar dichtgearmd, als in een polonaise.
Let op het wrokkend oog van de oude baviaan!

En de oude kip, zie 't trillen van haar veren!
Zie het verslagen leger moeizaam retireren ..
De wrede jeugd zal de oude min verslaan.

Parlando (1930)

Geschreven door Dora om 15:24 Reageer op dit bericht

cactus

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De cactus

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwge zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichte morgen, als een vlam
van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.

Hij bloeit; en in die onverwachte droom
laat hij een stond zijn heimlijk wezen blinken
in 't graf van broze bloembad en aroom,

zoals de dichter die, na harde strijd,
zijn innigst voelen in een lied doet klinken
en weerkeert tot zijn oude eenzelvigheid.

Geschreven door Dora om 13:17 Reageer op dit bericht

ver licht

Een gedicht van Marcus Neuborg

ver licht

verborgen licht in het middelpunt verscholen
vlam gevat kaarsvet druipt dansend vanuit
een eenzame nis diep in de muur
houvast lief vergezicht ieder uur

verlaten ligt de straat in tranen
nacht huilt
inscripties in houten tafel
labyrint beschermt ons raadsel

laarzen vies in dit atelier
niet voor maar na het gevecht
touche

woord voor woord verslonden
goden en zonden gezonken opnieuw geboren
gif laat ons blozen
geen brieven geen rozen

Geschreven door Dora om 13:15 Reageer op dit bericht

verzen

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Drie verzen voor een dode III

Soms, dwalend over heuvels, hoor ik uwe stem. —
meestal op stille ongerepte plekken
waar de natuur nog iets gevangen houdt
van haar voormenselijke zuiverheid.
soms aan een water, soms ook in het woud.
maar op de rotsen met de zachte wieren
die onweerstaanbaar aan uw haar doen denken
vrees ik u telkenmaal te gaan herkennen
in de gedaante van een vluchtend hert.

maar waartoe kwelt gij mij? gij weet
dat ik nog niet tot sterven ben bereid;
ik kan geen afstand doen, noch van mijzelve
noch van mijn wrevel en opstandigheid.

misschien ben ik verdoemd; wanneer reeds nu de dood
mij plotseling in de rug zou overvallen
dan zou ik, stervend met de honderdtallen,
neerstorten in de Poelen, heet en rood.

en daar, juist daar — een prooi der helse koren —
vervolgt mij nog het hemelse verwijt van uwe stem
een lieflijk lied, verschriklijk om te horen
o, klinkende bazuin van 't nieuw Jeruzalem.

Porta Nigra (1934)

Geschreven door Dora om 16:00 Reageer op dit bericht

bekentenis

Een gedicht van Frederik van Eden 1860-1932

Bekentenis

O, ja! ik voel 't, wanneer ik, na de eten
Met schrijfpapier en pen,
Voor mijn bureau zo rustig ben gezeten,
Dat ik een d i c h t e r ben!

Dan voel 'k een dichtgloed in mijn aad'ren klimmen,
Die mij tot zingen noopt,
En haastig dan, eer 't vonkje zou verglimmen,
Mijn pen in de inkt gedoopt!

Wat vreugd! dat juist de Heer m i j heeft verkoren,
Gestempeld tot genie,
Zodat i k in 't publiek zijn lof laat horen,
In vrome poëzie.

------------------------------------------
Cornelis Paradijs - Grassprietjes (1885)

Geschreven door Dora om 19:24 Reageer op dit bericht

gedenken

Een gedicht van Henriëtte Roland Holst-van der Schaik

Gedenk mij

Gedenk mij in uw gebeden!
Gebeden hebben kracht:
Zij komen als stralen gegleden
door onze nacht.

Gebeden zijn gedachten
Gedrenkt met innigheid
Gevormd in zuivere zachte
Ootmoedigheid.

Hun mild-bewogen vrede
Geneest de eenzame pijn,-
Gedenk mij in uw gebeden,
opdat ik geheeld moge zijn.

Geschreven door Dora om 10:00 Reageer op dit bericht

wind

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

Terwijl de wind scheen en de bij bromde

Terwijl de wind scheen en de bij bromde,
'n stil ogenblik van geluk gevonden.
Daarna ging de lucht open en ik zag
duidlijk de bomen staan tot in den dag
in hun doorblankte grootheid vaag en ruig,
en 't heerlijk land der wolken vaag en stug
bedreven door grauw' and're, de zon scheen
en sloeg zich over in onmeetlijkheên.
Hoe doodgerust voelden mijn oren toen,
ik ging en had met alles niets van doen.

Verzen (1903)

Geschreven door Dora om 16:32 Reageer op dit bericht

sterven

Een gedicht van C.S. Adama van Scheltema 1877-1924

Stervend meisje

Kind van wonden,
Dat een stonde
Als een bleke sterre beeft,
Voor wier luister
’s Werelds duister
Geene nacht meer olie heeft;

Kind van vrezen,
Teder wezen,
Kind van louter liefde leed,
Wier geflonker
Uit de donker
In dit droeve dagen gleed;

Kind van zorgen
Met de morgen
Van uw leven leven moe,
Gaan uw ogen
Als de hoge
Bleekgeworden sterren toe

Stilte en strijd

Geschreven door Dora om 11:14 Reageer op dit bericht

oud

Een gedicht van Jacobus van Looy 18550-1930

Mijn alleroudst verhaal heb ik verzwegen

Gebeurd verhaal, verhaal van jaren hèr,
Wat zuster deed met mij? Hoe ik als kind,
Jongste van arm gezin, soms, vader blind
Geleidde door het stadje, her en dèr.

Hoe 'k op zijn schouders zat dan, hoog en vèr
Uitkeek, voor hem; voor gracht en stoep gezwind
Waarschuwen moest; en hoe zich vasthield 't kind
Lach-vrezende uit zijn oogjes als gestèr.

Oude geschied'nis door een brief aan 't gloren...
O leven waar niet veel raakt in te lore...
Herdenken wij de sprook van vader, zoon:

Zie me dat kind eens aan, zijn wonder-loon...
Dat zitten op de schouders van een blinde,
De lange weg door nacht en zon en winden.

Geschreven door Dora om 17:48 Reageer op dit bericht

nieuw

Een gedicht van P.C. Hooft 1581-1647

AAN EEN NIEUWGEBOREN JONGEN

O jongen, verse vrucht, die uit het slaaprig leven,
In moeders schoot geleefd, door sporen van de tijd,
Die niet in stilte laat, tot ouders vreugde zijt
In der zinnen gewoel en 't wakend licht gedreven,

Nu heeft u de geboort aan 't Luk overgegeven
Dat school van wissel houdt; de droevige verblijdt,
De blijde droevig maakt; verheft, en nedersmijt;
En tussen hoop en vrees, doet alle zielen zweven.

Op onversufte moed de zegerijke God
Geef u te schutten af de pijlen, waar het Lot
In zijn verbolgenheid u mede zal beschieten;

Ook hare gaven, als 't u mildelijk bedenkt
En rijkdom, wellust, eer, uit volle vaten schenkt,
Met dankbare genoegt' voorzichtig te genieten.

-------------------------------------------------------
In dit sonnet uit 1620 begroet Hooft de geboorte
van een zoon van een vriendin Ida Qekels.

Geschreven door Dora om 18:56 Reageer op dit bericht

vreemd

Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

Vreemd

Vreemd, dat boom en tak zo stil staan
In het gouden licht vandaag,
Dat de bladertjes zo stil gaan,
't Een na 't ander, naar omlaag.
Dat het zonlicht zo voorzichtig
Door de ijlheid straalt van 't lof,
En het groene blad doorzichtig
En veel edeler maakt van stof,

Dat het windje in de twijgen
Zo behoedzaam gaat te werk
En aleen wat blaadjes zijgen
Doet op 't pad en 't bloemenperk,

Zonder 't wazig diep te raken
Waar de groene schemer blauwt,
Of de goudglans schuw te maken
In het ijlbebladerd hout,

Of te roeren aan de vijver,
Waar zeer statiglijk en traag
Twee voorname zwanen drijven
Met hun spiegelbeeld omlaag,

En wat late najaarsrozen,
Als bewasemend amethyst,
Al de weemoed van hun broze
Schoonheid heffen in de mist.

Laatste verzen (1923)

Geschreven door Dora om 19:48 Reageer op dit bericht

memoriam

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort 1886-1942

In memoriam patris

O vader, die ik nimmer heb gekend,
Die in de schoot verzonken zijt der aarde,
Voordat ik werd geboren, toen de lent’
Wederom ontbloeide in Hollands weide en gaarde.

De zorgen, die mijn moeder sindsdien gaarde,
Zij raakte daar wel nimmer aan gewend,
Terwijl voorts ik haar leed en kommer baarde,
Hetgeen ik pas veel later heb erkend.

Zal ik u eenmaal beiden wedervinden,
Waar ook mijn ziel de vrijheid zal verwerven
En waar geen lichaam haar meer kan bederven?

Daarginder worden ziende alle blinden,
Daarom zal het wellicht hier niet geschieden
En dorst ik vaak naar hemelse gebieden.

Rijmproeven (1937)

Geschreven door Dora om 19:21 Reageer op dit bericht

kou

Een gedicht van J.H. Leopold 1865-1925

In winteravondkou

In winteravondkou, in het groot open
van het blauwvloeiende belopen
roestrandig staal,
spichtig, onzichtig nu de nieuwe maan
als een fijn edel veertje, als een losse haal
en dun getogen.


Rondom vochtig staan
de zwarte sparren, lorken gril verwezen,
verzameld onderhout, somber en nors,
maar onder de donkerte der schors
is helder al het jonge sap gerezen.


Onder de nevels in de vert'
het bronzen roepen van een hert.

 

Geschreven door Dora om 18:29 Reageer op dit bericht

nacht

Een gedicht van Eduard Brom 1862-1935

In zulk een nacht...

In zulk een nacht, - als waarvan Shakespeare zong
In 't toovrig beurtgezang 'in such a night',
Van 't stralende Venetiaanse spel, -
In zulk een nacht, waarvan dàt lied nòg klinkt,
Is àl de schoonheid van de klare dag,
Verinnigd en vertederd en de droom,
En àl de klaarheid van de schone nacht,
Tezaamgevloeid tot die betovering
Die is Venetië's ziel en innigst leven:
De wonder-tedere melancholie
Die aantrekt, aantrekt en niet los meer laat
En, waar zij smarten gaat, weer stil verijlt,
Uitvloeiende tot dromen van verlangen...
In zulk een nacht...

Geschreven door Dora om 18:31 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten