Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

lindeboom

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

DE LINDEBOOM

Er stond bij gindse molen
Een linde, zwaar en groot,
Die vaak bij 't ommedolen
Mij dak en schaduw bood.

Veel heb ik in haar lommer
Gezongen en gedicht,
En drukte me elders kommer,
Dáár scheen mij 't leven licht.

'k Ben laatst, toen zorgen kwamen,
Naar de oude plek gesneld;
Maar ach, mijn hart kromp samen:
De linde was geveld.

'Men heeft u omgehouwen,
Mijn trouwe lindeboom!
Wie zal ik nu vertrouwen,
Waar ik al peins en droom?'

Ik wilde een takje breken
Van 't stervend lindehout,
Een woord tot afscheid spreken;
Daar rilde ik bang en koud.

De linde hoorde ik klagen
In felle stervenspijn:
'Ik zal na luttel dagen
Uw laatste woning zijn.'

Veertig gedichten.(1882)

Geschreven door Dora om 16:15 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

sterfbed

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Sterfbed

Ik zie de zon nog in het venster staan
maar reeds vervaagt de schemering de uren.
ik weet dat het niet lang meer duren kan,
totdat ik met de dood alleen zal zijn.
gij hebt mij lief; ik heb vergeefs getracht
u zo volledig lief te hebben als gij mij;
vergeef het mij: ik heb het slecht gedaan,
en bid voor mij en ga dan van mij heen;
hoe teer en machtig het ook is geweest
het heeft voor mij nu alles afgedaan.
schrei niet, ik zal u nazien totdat gij
de deur volkomen achter u zult hebben afgesloten
en mij alleen gelaten met de dood;
ik heb een leven lang in lafheden verdaan, en groot
zal het ook in het eind niet zijn,
maar ik wil in het enige gevecht
dat er op aan komt, trachten geen knecht te zijn.
kom, ga nu heen, slechts dan heb ik de kracht
dit laatste te doorstaan zoals gijzelf
dit laatste tussen u en mij doorstaat:
zonder veel tranen,
woordenloos en recht.

Verzamelde gedichten (1941)

 

Geschreven door Dora om 11:53 Reageer op dit bericht

verloren

Een hartenkreet van Elsa voor mij een onbekende maar wel iemand met gevoel

Een verloren wereld

Een wereld vol oorlog en haat,
Weten we nog wel waar het om gaat?
Oorlogen om geloof, macht en geld,
Om nog maar te zwijgen van al het zinloos geweld.
Waar is de tolerantie en de verdraagzaamheid,
Vanwaar al deze agressie en boosheid?
Kindsoldaten, moord en doodslag zijn heel gewoon,
Wanneer staan verdraagzaamheid en vrede weer eens centraal?

Geschreven door Dora om 13:14 Reageer op dit bericht

ochtendzon

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

De ochtendzon

De flamboyants ontluiken groen en rood;
Onder hun lommer zal de markt beginnen.
Wijdbeens gaand, balanceren negerinnen
De vruchten op haar hoofd en van haar schoot.

In het goedkoop hotel van Boabdil
Blijven de blinden dicht, de gangen stil;
Alleen een boy gluurt door de gescheurde deuren,
Maar ziet - het is te vroeg - nog niets gebeuren.

Eindlijk, aan 't hoogste raam rekt zich, nog loom en
Voor veertien jaar en een creoolse, groot,
Dolores, in 't halfdonker, schouderbloot,
En doet haar haren in de ochtend stromen.

Serenade (1923)

Illustratie: De flamboyants ontluiken groen en rood

Geschreven door Dora om 12:37 Reageer op dit bericht

interwieuw

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

INTERVIEW

Een interview? Waartoe? 'k Beeld nu al jaren,
— En 't laatst wel 't meest en nooit zo ongestoord -
In rijm, onrijm, met 't uitgezochtste woord
De stemmingen, die door mij henen varen;

En al de beelden grijp ik bij de haren,
Die 'k kan verpraaien van mijn kapersboord,
En ook begint — onlangs heb ik 't gehoord —
Mijn duistre Stijl, goddank! wat op te klaren.

Nu wilt gij van mij horen. 'Die of die,
Mijn meester is 't'. ''k Heb alles uit mij zelven'.
Of. 'Dichters moeten leren mythlogie,
Historie, Grieks'. Of: 'Laten zij maar delven
in 't eigen hart'. Neen, vriend, ik zie u garen
Eens bij geval, 't examen wil mij sparen.

Verzen (1920)

Geschreven door Dora om 13:42 Reageer op dit bericht

poëzie

Een gedicht van Alica Nahon 1896-1933

M'N POEZIE

O! Snaren van m'n jonge ziel
Ik voel uw trillen zacht,...
Wijl 't woordje op u nederviel,
Dat door m'n tranen lacht

O! Zacht en zangerige woord
Waarin ik peerlen vind,
Hebt ge m'n vreugde niet gehoord
Toen 'k worden mocht uw kind ?

O Gij, die m'n gedachtjes kust
En wiegt m'n droefenis
't Is of m'n innerlijke rust
Door u beveiligd is.

O lieflijkheid! o zanggetril!
Verwarm het harte mijn
Dat arm... verlaten hart, en wil
M'n eeuw'ge rijkdom zijn.

Vondelingskens

Geschreven door Dora om 19:30 Reageer op dit bericht

gekrenkt

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

De gekrenkte jongen

Meen niet, dat hij te schreien stond,
Toen hem het giftige antwoord stak.
Hij voelde, dat iets in hem brak,
Maar hield de glimlach om zijn mond.

Even vertroebelde zijn oog,
Maar daadlijk keek hij strak en koel.
En sterk hield hij het lauw gevoel
Ten onder, dat zijn hart bewoog.

Hij zal de eerste stap niet doen.
Zijn fierheid, ten begeerde zoen,
Weigert het goede woord te spreken,
Al zou zijn hunkrend hart ook breken.

Maar toen hij zich vol stugheid wendde,
Snikte hij zacht van ellende.

Geschreven door Dora om 11:05 Reageer op dit bericht

zwane

Een gedicht van Albrecht Rodenbach 1856-1880

DE ZWANE

Des hemels spiegel, mild en fris,
de lucht in 't ronde lavend,
daar ligt de vijver maagdelik schoon
in stille zomeravond.

En kalm in hare avondlust,
bij 't zoet gesching der mane,
ligt langzaam drijvend op het meer
de dromerige zwane.

De dichterlike vogel mint
het maagdelike water,
en baadt wellustig, spiegelt, drinkt,
aanhoort het lief geklater.

En onbewust bemint hem 't meer
en streelt zijn blanke veder,
en klatert zacht en spiegelt hem
zo teer zijn beeldnis weder.

Doch weiger en bescheiden in
bewondering verslonden,
nooit heeft des vogels reine min
die maagdelikheid geschonden.

--------------------------------
weiger - omzichtig

Geschreven door Dora om 13:17 Reageer op dit bericht

klein

Een gedicht van René de Clercg 1877-1932

Klein moederke

Moeder zit te driegen
Aan een mantelzoom.
Zusje moet nu wiegen:
Zoeteke, slaap en droom.
Broederke, broederke mijn,
Laat mij uw moederke zijn.

Dekken zal u zusje,
Ligt ge blootgewoeld;
Kussen met een kusje
Dat ge bijna niet voelt.
Broederke, broederke mijn,
Laat mij uw moederke zijn!

Moet ge mee naar schole,
Dwars door weer en wind,
Kom dan stil gescholen
Onder die mantel, kind.
Broederke, broederke mijn,
Laat mij uw moederke zijn.


-----------------------------------
driegen: naaien

Liedren voor 't volk (1903)

Geschreven door Dora om 10:55 Reageer op dit bericht

moedertaal

Een gedicht van Frans de Cort 1834-1878

Mijne moedertaal

Mijne moedertaal, mijne moedertaal,
Wie of haar ook kleinere,
Min ik als mijn vaderland,
Sta ik voor met hand en tand!
O mijn Neerlands, ja mijn Neerlands,
Dat houd ik steeds in ere!

Mijne moedertaal, mijne moedertaal,
Wat andre komt daarnevens!
Zwaardgekletter, klokkenklank,
Snarenspel en minnezang,
O mijn Neerlands, ja mijn Neerlands,
Dat alles zijt gij tevens!

Mijne moedertaal is de schoonste taal,
En zou ze 't ook niet wezen,
Haar verkiezen zou ik nog,
Want zij is de mijne toch!
O mijn Neerlands, ja mijn Neerlands,
Wees eeuwig mij geprezen!

 

Geschreven door Dora om 17:19 Reageer op dit bericht

gemijmer

Een gedicht van E.J. Potgieter 1808-1875

GEMIJMER

Schoon de dag nog marre
Schittert door 't azuur
Vast der avondstarre
Rozenkwistend vuur:

Hoe zij liefdes wassen,
In 't ontwaakt gemoed,
Ons door haar verrassen
Laai aanschouwen doet!

Treffend toch gelijken,
Zusterlijk, ze elkaar
In 't wedijv'rend prijken
Met een glans zo klaar:

Dat tot zegepralen
Beider gloor volstond,
't Minnen noch het stralen
Ergens weerstand vond!-

Blinkende avondsterre!
Die het beukenwoud
Ginds de kruin van verre
Tooit met vloeiend goud;

Ziet gij uit den hogen,
Van 't balkon, uw vaart
Door de helderste ogen
Peinzende aangestaard?

Blijft ge dus die boeien
Dat, in de eenzaamheid,
Tranen haar ontvloeien
Nooit zo zoet geschreid?

Laat het lieflijkst wezen
Uit zijn mijmerij
U de klachte lezen:
Vreemd is ruste mij?

Siersel onzer transen,
Starre van het west!
Op wier vochte glansen
Nimmer blik zich vest,

Of der grijsheid harte
Voelt, ondanks 't gemis,
Lafenis van smarte
Door zijn heugenis;

Of aan hoger weelde
Dan in wulps genot
Ooit de zinnen streelde
Voert de jonkheid bot;

Tuig het, gij, die luister
't Spieg'lend meervlak schenkt,
Dat ze in 't schemerduister
Mijner stil gedenkt! -

Ster, zo dier der minne!
Strek haar mij ten tolk,
Vóór uw held're tinne
Prooi wordt van die wolk;

Eer zij zich verbrede
Langs uw aangezicht...
Ach! daar zijt ge alrede
Huiverziek gezwicht!

Om die brede zomen
Heeft de tint'ling uit:
Heel de rei van dromen
Ziet haar vlucht gestuit;

Droef de wieken strijkend
Schoon zo blij ze rees,-
Worst'lend maar bezwijkend,
Heerst voor hope vrees!

Poëzy 1827-1874. Tweede deel. Haarlem, 1890

 

Geschreven door Dora om 14:37 Reageer op dit bericht

zonnetje

Een gedicht van Frederik Hemkes 18554-1887

Aprilzonnetje

Een zonnetje in de lentetijd
heeft menig tere bloem misleid ;
het weet zo zoet te vleien
en wil het knopje vrijen.
Voorzichtig, argloos bloempje in 't gras !
Dat valse zonnetje is er pas,
of 't wijkt voor strenge koude, en ras
is 't knopje prijs gegeven
en boet zijn jonge leven,
kwijnt langzaam weg en mijmert stil
„'k Vertrouwde op 't zonnetje in April!"

Een zonnetje in de lentetijd
heeft menig tere maagd misleid ;
het weet zo zoet te vleien
en wil het knopje vrijen.
Voorzichtig, argloos maagdelijn !
Dat valse zonnetje is maar schijn ;
het kan en mag niet duurzaam zijn ;
straks vindt ge u zelf bedrogen
die zonneschijn is logen!
Dan kwijnt ge weg en mijmert stil
„'k Vertrouwde op 't zonnetje in April!"

Gedichten (1892)

Geschreven door Dora om 11:51 Reageer op dit bericht

kermisviering

Een gedicht van W.J. van Zeggelen 1811-1879

Kermisviering

Woelige dagen!
't Huis overhoop,
Kindren van school af;
Speelgoed te koop;
Nichtjes tot gasten,
Money op zak;
Alle dag Zondag;
IJs en gebak;
't Kladboek in 't honderd,
Eens maar in 't jaar!
Drukte in de lommerd,
Handen in 't haar;
Vlooien en beren,
Bom-bam-muziek!
Lammen en blinden,
Duitser en Griek;
Paardrijderskunsten,
Olie en smeer;
't Woord van de zotten:
Dát zie je meer.
Wafelfriezinnen,
O, wat een jok!
Laat in de veren,
Ná loopt de klok;
Magen van streek af,
Harten nog meer;
Vrijers en vrijsters;
Zelden mooi weer;
Besjes van 't spinwiel,
Wevers van 't touw;
Ra, ra, wat is zij:
Meid of mevrouw?
Kantjes en kleedjes,
Kleur en vernis;
Loven en bieden --
Geld bij de vis;
Foezelberoerten;
Vauxhall en bal:
Jongens met zwermen --
Weet ik het al!
Pronkzucht en vitlust,
Meer dan wel past;
Schuld bij de bakker,
't Weekloon verbrast;
En wat verboden
Verder geschiedt,
'k Wil het niet zeggen,
'k Weet het ook niet.
Dof staan de blikken,
't Leven verstomt,
Weg gaan de kramen -
Wee wat nog komt!

 

Geschreven door Dora om 11:16 Reageer op dit bericht

dakloos

Een hartenkreet van Ton Rijkers

DAKLOOS

De nacht is stil, de nacht is pikzwart
geen ster, die nu aan de hemel prijkt
De diepe stilte, volkomen zonder hart
die thans bijna mijn innerlijk bereikt

De nacht is stil, de nacht is ijskoud
een huivering schiet ijlings over mij
Het koude koud maakt mij benauwd
als ik mij in ‘t iel portiekje neervlij

De nacht is stil, de nacht is zo ledig
onder donkere wolken uit het grauw
Het is doodstil, nochtans niet vredig
’t lijkt op mij, van binnen vol rouw

De nacht is stil, de nacht is te zwart
uit het oosten nadert al de dageraad
Door het straatleven vreselijk gehard
kijk ik wel..wat mij te wachten staat

De nacht is stil, de nacht is van mij
doch is een oneindige nacht van lood
Met nauwelijks iets over mijn lazerij
vries ik vannacht wellicht..wel dood

Geschreven door Dora om 11:48 Reageer op dit bericht

schoonste

Een gedicht van E.J. Potgieter 1808-1875

DE SCHOONSTE TAAL

Wat kwelt men dart'le knapen,
Voor liefde en lust geschapen,
Met Grieks en met Latijn,-
Of dwingt hen 't hoofd te breken
Om ook de taal te spreken
Van Seine en Theems en Rijn?
De lieflijkste aller talen,
Waarbij gene oude halen,
Die 't van de nieuw're wint,
En meesters eist noch tolken,
Is één bij alle volken:-
Verstaat gij haar, schoon kind?

Haar kent de negerinne
Die 't voorwerp harer minne
In schâuw der banans kust;-
Haar kent de blonde schone
Wanneer der bruide krone
Op hare lokken rust;
Haar woudnymf en najade;
Die, waar zij jage of bade,
Haar schoonheid ziet bespied;
Zij huldigen 't vermogen
Der taal van 's minnaars ogen,-
Ach! waarom doet gij 't niet?

Wie duizend schonen tartte,
Verliest bij u zijn harte,
Gij geeft hem de eerste les,
Gij schenkt der wijsheid zinnen
En doet de strengste minnen,
Aanvallige godes!
Maar koel gelijk Diane,
Gaat gij alleen uw bane
En spot met hunne pijn!
Doch ook haar hart hart sloeg teder;
Zij daalde op Latmos neder,-
Laat mij uw herder zijn!

De zijden wimpers dekken
Wie mij tot sterren strekken,
Een blosje verft uw koon...
Schroomt gij de taal te spreken,
Blijft 't antwoord mij ontbreken
In blikken, zacht en schoon;
In 't rozerood der wangen
Mag ik het blijk ontvangen
Dat mij uw hart verstond;-
Wat oog en lippen zwegen,
Het heil, door mij verkregen,
Heeft mij uw blos verkond.

Verspreide en nagelaten poëzy 1828-1874. Eerste deel. Haarlem, 1896

Geschreven door Dora om 11:16 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Edgar du Perron 1899-1940

Bijwijze van haat

Dit is de bank, hier komen de oude mensen,
deez' dag is schoon, ook voor 't verkalkt gebeent.
Hier gaan wij zitten, dromerig vereend,
en hun oud hart zal doodlik ons verwensen.

Hun oude hart, dat nimmer wou verflensen:
't kent haat en liefde en bloedt nog en dat meent
te kloppen voor elkaar tot het versteent!
Laat hen doorstromplen, pruttelen en drenzen.

Daar zijn ze: in 't groen een harmonie van grijzen,
gekromd maar dichtgearmd, als in een polonaise.
Let op het wrokkend oog van de oude baviaan!

En de oude kip, zie 't trillen van haar veren!
Zie het verslagen leger moeizaam retireren ..
De wrede jeugd zal de oude min verslaan.

Parlando (1930)

Geschreven door Dora om 15:24 Reageer op dit bericht

cactus

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De cactus

Kaal staat hij voor de blankheid der gordijnen,
verschrompeld in wat kiezel en wat zand
en mist zijn ziel: het alverschroeiend schijnen
der eeuwge zomers van zijn vaderland.

Maar aan het einde van zijn lijdzaam dulden,
spruit op een lichte morgen, als een vlam
van 't heet verlangen dat hem gans vervulde,
een bloem van heimwee uit zijn dorre stam.

Hij bloeit; en in die onverwachte droom
laat hij een stond zijn heimlijk wezen blinken
in 't graf van broze bloembad en aroom,

zoals de dichter die, na harde strijd,
zijn innigst voelen in een lied doet klinken
en weerkeert tot zijn oude eenzelvigheid.

Geschreven door Dora om 13:17 Reageer op dit bericht

ver licht

Een gedicht van Marcus Neuborg

ver licht

verborgen licht in het middelpunt verscholen
vlam gevat kaarsvet druipt dansend vanuit
een eenzame nis diep in de muur
houvast lief vergezicht ieder uur

verlaten ligt de straat in tranen
nacht huilt
inscripties in houten tafel
labyrint beschermt ons raadsel

laarzen vies in dit atelier
niet voor maar na het gevecht
touche

woord voor woord verslonden
goden en zonden gezonken opnieuw geboren
gif laat ons blozen
geen brieven geen rozen

Geschreven door Dora om 13:15 Reageer op dit bericht

verzen

Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

Drie verzen voor een dode III

Soms, dwalend over heuvels, hoor ik uwe stem. —
meestal op stille ongerepte plekken
waar de natuur nog iets gevangen houdt
van haar voormenselijke zuiverheid.
soms aan een water, soms ook in het woud.
maar op de rotsen met de zachte wieren
die onweerstaanbaar aan uw haar doen denken
vrees ik u telkenmaal te gaan herkennen
in de gedaante van een vluchtend hert.

maar waartoe kwelt gij mij? gij weet
dat ik nog niet tot sterven ben bereid;
ik kan geen afstand doen, noch van mijzelve
noch van mijn wrevel en opstandigheid.

misschien ben ik verdoemd; wanneer reeds nu de dood
mij plotseling in de rug zou overvallen
dan zou ik, stervend met de honderdtallen,
neerstorten in de Poelen, heet en rood.

en daar, juist daar — een prooi der helse koren —
vervolgt mij nog het hemelse verwijt van uwe stem
een lieflijk lied, verschriklijk om te horen
o, klinkende bazuin van 't nieuw Jeruzalem.

Porta Nigra (1934)

Geschreven door Dora om 16:00 Reageer op dit bericht

bekentenis

Een gedicht van Frederik van Eden 1860-1932

Bekentenis

O, ja! ik voel 't, wanneer ik, na de eten
Met schrijfpapier en pen,
Voor mijn bureau zo rustig ben gezeten,
Dat ik een d i c h t e r ben!

Dan voel 'k een dichtgloed in mijn aad'ren klimmen,
Die mij tot zingen noopt,
En haastig dan, eer 't vonkje zou verglimmen,
Mijn pen in de inkt gedoopt!

Wat vreugd! dat juist de Heer m i j heeft verkoren,
Gestempeld tot genie,
Zodat i k in 't publiek zijn lof laat horen,
In vrome poëzie.

------------------------------------------
Cornelis Paradijs - Grassprietjes (1885)

Geschreven door Dora om 19:24 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten