Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

Een gedicht van Prosper van Langendonck 1862-1920

Wrangheid

Ik heb weer, tuk op de oude mijmeringen,
't bevallig kronkelende dal doorlopen,
waar eens mijn kinderlijke stappen gingen
in dartle levenslust en dwepend hopen;

bij d'ommezwaai der heimelijke paden,
weer eensklaps de onverwachte vergezichten
zien scheemren, die in blauwe dampen baden,
en eens, zó lokkend, voor mijn treden zwichtten.

Het goud des avonds vloeide van de delling,
waarboven 't geel azuur des hemels trilde;
geen droom meer, die me, stijgend langs de helling,
in rusteloze gang naar hoger tilde!

'k Ontwaarde, van de rug der heuvelketen,
weer 't oude kalm gehucht, welks lage daken
zo vreedzaam hurkten, grillig rondgesmeten,
en rood en ros van 't schuine zomerblaken.

Nog kon mijn blik langs wond're lijnen zweven...
Geen bloem van liefde is in mijn borst ontsproten.
Geen traan van weemoed deed mijn wimpers beven:
mijn ijskil harte en heeft niet meegenoten.

'k Zag, onverschillig, veld en bomen glijden:
geen frisheid! ook geen lust tot verder streven.
O wrangheid! half maar voelen, half maar lijden,
verdorde schakel van 't oneindig leven!


1892

Geschreven door Dora om 14:17 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

groenteman

Een hartenkreet van J. Quekel

Groenteman

Jan Boeren verkoopt spruitjes
Het liefst aan vegetarische luitjes.
Helaas heeft Jan
Geen marketingplan,
Hij doet het op zijn janboerenfluitjes.

Geschreven door Dora om 16:41 Reageer op dit bericht

droom

Een gedicht Giza Ritschl 1869-1942

Ik ontwaakte uit een droom

Ik ontwaakte uit een droom,
Nu zing ik mijn liedeke weer.
Het klinkt zacht en schoon,
Het klinkt lief en teer,
Mijn lied dat ik nu zing.
Voor U mijn lief, mijn lieveling
Mijn droom, mijn lied, en gij!
Gij zijt mijn licht, mijn leven.
Toe, hoor alleen naar mij!
En laat ik U mijn liefde geven,
Neem wat ik U bied!
Toe neem maak mij blij,
Neem mijn droom, neem mijn lied,
Neem, neem alles van mij!

Geschreven door Dora om 10:01 Reageer op dit bericht

twijfel

Een gedicht van Iris Roorda voor mij een onbekende maar het gedicht
sprak me aan...er zijn er zo velen die zo in het leven staan!

Twijfel

Kan het nog steeds niet achter me laten.
Ik word er elke keer aan herinnerd.
Twijfel. Wie kan ik vertrouwen?

Het gevoel dat ik er niet bij hoor.
Altijd apart zit, en niet mee doe.
Twijfel. Is er iets mis met mij?

Soms doen ze aardig.
Maar is dat geen schijn?
Twijfel. Is het wel echt?

Ik weet het niet.

Geschreven door Dora om 10:48 Reageer op dit bericht

liedje

Een gedicht van Salomon Bonn 1881-1930

Liedje

Ik hoor een stap daarbuiten
daar in de avondwind,

moet ik mijn deur ontsluiten
ben jij het, lief, mijn kind?

Ik hoor een stapje ritsen
en langs de blaren gaan

en puin en kiezel gritsen,
kom jij,mijn liefste, aan?

Ik hoor de deuren rillen
en kirren in het slot.

Zou jij naar binnen willen
en houdt het slot zich slot?

Ik hoor een stemme spreken
en lispend mij omdansen ...

----------------------------------

De lamp en 't kokend water
in schoorsteen wat wind, —

is wat met spotgeschater
mijn speurendst zinnen vindt.

Wat zang en melody (1910)

Geschreven door Dora om 11:01 Reageer op dit bericht

zeilen

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

De Zeilen

Ver over de zonnige heide
stond tot den golvende rand,
die 't lichte van 't donkere scheidde,
de dag, - stond de morgen in brand,
en dralend en drijvend tegen
het blauw, met elkander mee,
zag men zich de wolken bewegen,
als zeilen over de zee.

Wij lagen onder de hemel,
onder de machtige dom
van wisseling en gewemel,
van peilloze stilte rondom.
Wij lagen er, en wij zagen
naar einders heimlijke ree
het langzaam gaan onzer dagen, -
als zeilen over de zee.

Maar in uw liefde geborgen,
was ik als een weerloos kind
in de ontzaglijke morgen
van licht en van ruimte en van wind, -
en voor mij uit, - in de zachte,
in den onvatbare vree
van ons geluk, - mijn gedachten,
als zeilen over de zee.

Verschijningen III Liefdes Hof

Geschreven door Dora om 11:01 Reageer op dit bericht

avond

Een gedicht van Jan Jacob Slauerhoff 1898-1936

Avond

Het huis sliep achter zijn gesloten blinden,
Wij zaten samen op de kille bank,
De dag was als haar oude vader krank,
De blaren fluisterden met moede winden.

Moe van de geuren die zij moeten dragen
Van graven oud en rozen uitgebloeid,
Weemoedig vlagend door verwarde hagen
En 't armlijk loof dat om de zerken groeit.

Je hebt weinig gedacht en veel gezwegen
En stil de handen om mijn hoofd gelegd,
Zo zeggend: ‘Ook de grootste liefde kan niet tegen
De dood die niets ontziet en alles slecht.’

Verzamelde gedichten (1947)

Geschreven door Dora om 15:54 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Jan Prins 1876-1948

HET GEURIGE VELD

Amangkoe Rat heeft meer dan dertig jaren
in 't oude rijk Mataram geregeerd,
en meer dan onder Soeltan Agent waren
in list en lust zijn Machtigen volleerd.

Meer nog dan in zijn vaders wrede tijden
lag zwart gebrek in 't leeggeroofde veld.
Dood en verwoesting, vuur en zwaard verspreidden
zijn trotse naam in daden van geweld.

Totdat hij zat van zinnen, in het slijten
van ledige uren zijn voldoening vond:
Amangkoe Rat, de Keizer, dreef zijn geiten
over de pleinen van de Kraton rond.

Toen, in zijn ouderdom, kwamen de dagen
van tegenspoed, de dagen van gevaar:
zijn Huis verdeeld, zijn oversten verslagen,
van angst en afschuw zijn gedachten zwaar.

't Verraad sloop rond. De Madoerese benden
drongen tot in zijn open hofstad door.
Amangkoe Rat, de Keizer der Ellende,
Werd als het wild, de jagers op zijn spoor.

Hij vluchtte, maar 't vermoeide leven kwijnde
in 't lijf, waarvoor hij zwervend toevlucht zocht.
Toen vroeg de vorst alleen, dat na zijn einde
een geurig veld zijn lijk ontvangen mocht.

Hij stierf en door zijn enkele getrouwen
werd aan de uitgesproken wens voldaan.
Nu brengen op zijn graf bedroefde vrouwen
haar wierook en haar wilde bloemen aan.

Kinderen spelen er, bejaarde wijzen
zoeken de boom, die van de heuvel helt
en schaduw schenkt, en vrome pelgrims reizen
eerbiedig naar het zoet geurende veld.

-------------------------------------------------------
Amangkoe: Javaanse titel van de sultans van Djokjakarta.

Tochten (L.J. C. Boucher, Den Haag.)

Geschreven door Dora om 16:56 Reageer op dit bericht

Moederdag

Een gedicht over Moederdag

Moederdag

 

Moederdag is een ingestelde dag

Toch is het een speciale dag

Je moeder is de vrouw waardoor

je het levenslicht zag

Zij keek met liefde naar je pasgeboren gezicht

Tegenwoordig wordt het gezicht al van tevoren belicht

Door een echo kun je je ongeboren kind aanschouwen

Ja, misschien heb ik wel weer wat te mauwen

Aan de ene kant is het bijzonder

Als je het ziet dat kleine wonder

Daar in de moederschoot

Maar anderzijds er blijft niets meer verborgen

Totdat het kind is geboren

Je weet inmiddels wat het wordt

Je kunt het ook zo laten

Maar vaak wint de nieuwsgierigheid

het van in de te wachten tijd

Maar dan eindelijk wordt de moeder verblijdt

En zij kijkt met tederheid

Naar haar boreling

Een moeder heeft ten aanzien van haar

kinderen een teder gevoelen

De meeste moeders weten wat ik hiermee kan bedoelen

Ze moeten niet aan je kroost komen

Want dan zal een moeder altijd voor ze opkomen

Hoewel er zijn ook gevallen

Die net buiten de pul vallen

Dat zijn dan zo uitzonderingen

Maar hoe zit het nu met de kinderen

Die vinden het zo gewoon dat de moeder

haar kinderen verzorgde en heeft opgevoed

Dat het ze soms weinig doet

Het is de gewoonste zaak van de wereld

Maar als je naar de uitzonderingen kijkt

Dan is het toch geweldig als je een moeder hebt

Die er niet alleen was voor toen

Maar ook nu en verder voor altijd

Misschien krijgen sommigen kinderen wel spijt

Dat ze hun moeder tekort hebben gedaan

Dan begin je bij deze Moederdag weer van vooraf aan

Het is nooit te laat om het weer goed te maken

Behalve als zij in het leven al hebben moeten afhaken

Zodat zij neergedaald zijn in het graf

Dan kun je er niets meer aan doen

Dan blijft het zoals toen

Toen de verhoudingen slecht waren

Kwaad zijn is menselijk

Maar kwaad blijven is duivels

Een vader en moeder moet men eren

Ook al kun je er niet mee door één deur

En was er misschien wel veel gezeur

Beter een keer laag afgedaald

Dan later te worden achterhaald

Door die vreselijke gedachten

Dat men het had goed moeten maken

Terwijl ze nog in leven waren

Ja, want eens zijn ze er niet meer

En dat gaat door keer op keer

Cadeautjes zijn overbodig

Maar de juiste relatie die is nodig

Die geeft vreugde in het leven

Want het leven is maar even!

En als dat met liefde is verweven

Dan kan een mens er elke dag weer tegen

Tegen alle omstandigheden van het leven!

Niet is mooier dan een ouder waar je op terug kan vallen!

Ook al zijn ze wel eens tegengevallen

En zo vieren we nu Moederdag tweeduizend elf

Ik had even praats maar niet voor elf!

 

 

 

 

Geschreven door Dora om 14:41 Reageer op dit bericht

klank

Een gedicht van Henriëtte Roland Holst-van der Schalk 1869-1952

De klank van mijn oude vleugel

De klank van mijn oude vleugel
wordt zwak en schril:
er is iets versleten
in hem, diep van binnen.
Er valt niets te herstellen,
er valt niets te beginnen:
tegen een doodlijk euvel
kan men niets beginnen.

De arme zwakke klanken
zullen ijler stijgen,
(waar bleef de sterke, volle
klank van hun jeugd?)
tot ten leste komt
het verlossende zwijgen,
voor het kreunen der smart en
de jubel der vreugd.

Tussen tijd en eeuwigheid (1934)

Geschreven door Dora om 17:30 1 reactie Reageer op dit bericht

blauw

Een gedicht van Frederik Hemkes 1854-1887

BLAUW

Als 't zonnetje speelt door het knoppende hout,
Het koeltje zo zacht langs de wetering strijkt,
De merel haar nest in de meidoren bouwt,
En de aard wel een bruidskleed van bloemen gelijkt,
Begeven zich trouwe gelieven naar 't bos
En zoeken er maartse viooltjes in 't mos.
Wie het aanschouw'
Wete, dat blauw
Altoos in Holland de kleur was van trouw!

Dan schikt hij de bloemjes met zorg bij elkaar
En vlecht ze te zaâm tot een geurigen krans;
Die windt hij zijn liefste om het golvende haar,
Als tooi voor de avond bij spel en bij dans.
Wat kleurt bij het blond die violenkrans goed!
Zij hecht hem een tuiltje van blauw aan de hoed.
Wie het aanschouw'
Wete, dat blauw
Altoos in Holland de kleur was van trouw!

En neemt bij de linde het dansen een eind,
Dan schikt hij de krans van violen terecht
In 't maanlicht, dat zacht op de bloemekens schijnt,
En kust er zijn liefste, die fluisterend zegt:
"Mijn beste, bedenk toch, dat moeder mij wacht;
Een laatste goênachtkus, voor 't laatst nu goênacht!"
Wie het aanschouw'
Wete, dat blauw
Altoos in Holland de kleur was van trouw!

De Banier(1870)

Geschreven door Dora om 10:47 1 reactie Reageer op dit bericht

vrouw

Een gedicht van Hendrik Marsman 1889-1940

Slapende vrouw

De onrust en de lichtbewogen
ontvanklijkheid van hare trekken
zijn weggewist en overtogen
door maanlicht, dat in zachte plekken

gestort ligt over kruin en peluw —
en dekens die haar slaap bedekken
welven het maanlicht tot een landschap,
een keten die zijn tere bekkens

van zilverglans doet overstromen —
hoe lieflijk droomt het hoofd daarboven:
de mond, die vlinders niet zou wekken
is vaag geopend en de ogen

die overdag het leven vingen
liggen behoedzaam nu geloken
tussen de ijle zwarte veren
van wimpers en van wenkbrauwbogen.

Porta Nigra (1934)

Geschreven door Dora om 13:21 Reageer op dit bericht

sonnet

Een gedicht van Reinier van Genderen Stort 1886-1942

Sonnet

En Mozes heeft de top des bergs betreden,
Hij ziet nu liggen het Beloofde Land
Met al zijn akkers, weiden, gaarden, steden,
Waarheen hem voerde 's Heeren milde hand.

De Leider denkt terug aan het verleden,
De veertig jaren, noden allerhand,
Door heel het volk van Israël geleden,
In een te fel gebied van zon en zand.

Doch Mozes sterft, het hoogste was bereikt,
Aldus zal het geschieden met ons allen,
Als over ons de dood zijn schaduw strijkt.

Want hier staan wij slechts op om weer te vallen,
Zijn pas gelukkig als het leven wijkt
En vinden elders hoger welgevallen.

Geschreven door Dora om 10:17 Reageer op dit bericht

Een gedicht van Felix Timmermans 1886-1947

Kuddenwacht

In de lommerte der bomen,
uitgestrekt in 't hoge gras,
lag een herder bij zijn kudde
schapen, die aan 't grazen was.

D'hete zonne, die heur stralen
deur de dichte takken stak,
blekte grilge gouden rondkens
op zijn oud soldatenfrak.

Nevens hem zwaar asemhijgend
zat zijn zwerte schepershond,
met de oren recht omhoog en
neerstig kijkend om en rond.

De oude herder sloot zijn ogen,
sliep en snorkte lijk een paard
en het zweet in vette lekken
viel in d'haren van zijn baard.

Aan zijn kop van onder de aarde
kroop de snuit uit van een mol,
en de hond die 't merkte sprong er
op met een verwoed gegrol.

In zijn witte tanden hield hij
't beestje, schudde 't ovrentweer,
en langs 't glanzend pelske drupte
't bloed in dunne streepkens neer.


Lier 1906

-------------------------------------------
lommerte: schaduw
blekte, blekken: blinken, duidelijk zichtbaar zijn
neerstig: naarstig
ovrentweer: heen en weer




Geschreven door Dora om 17:16 Reageer op dit bericht

liebknecht

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

KARL LIEBKNECHT

Karl, Uwe trotse, machtige gestalte
Vervult Europa met een stralend licht.
Gij staat boven de massa, als boven 't dicht
Weefsel der zee een zuil, de Noors-basalten.

Gij hebt het rode vaandel opgericht,
Toen het, een vod, lag op de vuile vaalte,
Wapperend stralende voor elk gezicht, -
Gij, Man van edel en zuiver gehalte.

Gij stierf. Waardoor Vermoord door 't kapitaal, Maar ook door de arbeiders die u verlieten.
Maar ook door de arbeiders die u verlieten.
Die u alleen met uw vijanden lieten,
En niet luisterden naar uw hoge taal.
Uw liefde stierf, omdat zij werd verlaten
Door de Duitse arbeiders, die Uw liefde haatten.

Liedjes

Geschreven door Dora om 11:10 Reageer op dit bericht

wandeling

Een gedicht van Abraham van Collem 1858-1933

WANDELING

Een fijne geur ontstijgt de verse gronden;
De luchten worden willig voor geluid;
Er breken kleine blauwe kreetjes uit,
Geritsel als uit duizenderlei monden.

Een malse vleug van lente wordt gezonden;
Zijn adem is bewaaierd van het kruid
Dat uit de omgeworpen voren spruit,
Onmetelijk, en dampend in de ronde.

In eenzaamheid langs hakkelige paden
Die lopen waar de kleine heesters staan,
Als kinderen die de verrassing wachten,

Peinzende stille werker is gegaan
En hoort het kiemen der gestorte zaden...
En in zijn hart het zingen der gedachten.

Uit liederen van huisvlijt

Geschreven door Dora om 21:20 Reageer op dit bericht

laken

Een gedicht van Aart van der Leeuw 1876-1931

Onder 't helder koele laken

Onder 't helder koele laken,
Waar ik op de sluimer wacht,
Lig ik tussen droom en waken
Voor de drempel van de nacht,

Turend, hoe de beide schalen
Van het duister en het licht
Beurtlings rijzen en weer dalen
In een aarzlend evenwicht.

Als een lelie op het water
Heeft mijn ziel zich uitgespreid
Tot een nú-zijn zonder later,
Bij het stilstaan van de tijd.

Onder 't helder koele laken,
Waar ik op de sluimer wacht,
Lig ik tussen droom en waken
Voor de drempel van de nacht.

Opvluchten (1922)

Geschreven door Dora om 20:51 Reageer op dit bericht

er ruist...

Een gedicht van Edward Koster 1861-1937

Er ruist een zachte...

Er ruist een zachte roffel door de blaad'ren
Der populieren aan de zoom der weide;
Zij tromm'len aan hun ranke takken blijde
De zomer te gemoet, die stil komt naad'ren.

In de elzebosjes aan de kant der sloten,
Doorgeurd van honingklavers en kamillen,
Hoor ik de lentewind zijn liedje trillen
Met lang-gerekte, zangerige noten.

Op halmen wieg'len statig korenaren
Hoog boven paarsig-blauwe korenbloemen;
De koekoek zit zijn eigen naam te roemen,
Zich diep verschuilend in de dichte blaáren.

Gedichten (1888)

Illustratie: De koekoek zit zijn eigen naam te roemen...

 

Geschreven door Dora om 12:04 Reageer op dit bericht

verlangen

Het leven van elke dag...wel een geluk dat men het levenslicht nog ziet...maar toch is er vaak een groot ongezien verdriet...en dat is het verlangen...

Verlangen

 

Ik heb een verlangen!

Zo leeft de mens

Elke dag een nieuwe wens

Maar de dagen gaan voort

Zonder dat iemand van die wens hoort

Een wens verborgen in het hart

Geeft de eenzaamheid smart

Men verlangt naar het verlangen

Want de eenzaamheid maakt bange

 

Maar hoe vul je de eenzaamheid?

Om eens goed in jezelf te kijken in de tijd

Die steeds zachtjes elke dag voorbij glijdt

Men leeft in een cirkel elke dag

Morgen, avond en nacht

En dan is het weer dag

Maar er wordt geen wens vervuld

Wel worden de dagen van de leegte gevuld

Met wensen en verlangens

 

En niets geeft de vrucht

Er wordt alleen maar diep gezucht

Alles moet door een mens zelf worden opgelost

Een ander komt het niet voor je doen

Dat is het bij vele mensen

Die willen dat de wensen

Door anderen worden vervuld

Daar zit een grote berg van schuld!

Een schuld die niet omkeerbaar is

 

Die moet men zelf dragen

En zo vergaat het nu al de dagen

De dagen dat men zoekt naar zichzelf

En de weg niet kan vinden

Het doolhof blijft zoals het was

Ook al ga je netjes in de dagelijkse pas

En dan denkt men weer opnieuw

Dat deze dag ook maar voorbij was!

Zo blijft dan steeds de wens van verlangen

 

 

Geschreven door Dora om 11:03 Reageer op dit bericht

nachtschone

Een gedicht van Jan van Nijlen 1884-1965

De Nachtschone

De hele wereld heb ik afgereisd
In droom. Wat is mij van die reis gebleven?
Niet veel meer dan 't verlangen om nog even
In een verlaten tuin, waar de avond grijst,
Te zien hoe de nachtschone in het lichtblauwe
Licht even bloeit en dadelijk verkleurt,
Aleer de dood mij nijdig toe zal snauwen:
‘Ga nu maar de ijskast in, het is je beurt.’

 

Geschreven door Dora om 10:46 Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten