Naar de inhoud

Altijd in beweging met van alles en nog wat...

seniorennet.beseniorennet.be

gebed

Een gedicht van Willem de Merode 1887-1939

Gebed

O Heer, hoe vreeslijk zijn de dagen,
Nu heel de wereld schreeuwt van nood,
Naar uwen hemel waaien vlagen
Kreten om bloed, klachten om brood.

Gij geeft, en men verdelgt uw spijze,
Verwekt kunstmatig hongersnood,
En stilt op uitgezochte wijze
Wanhopigen met lust en dood.

De vlakten liggen braak en bloedig,
't Zaad en de zaaier sloeg terneér.
Boven de hitte van dit woedig
Geweld troont Gij in stilte, Heer.

Aan uwen voetschabel vergalmen
't Lawaai der stad, de eenzame kreet
Van hen, die met hun hulproep talmen,
Tot hen de dood opschreeuwen deed.

Slechts dit wekt uw genegen oren,
(Woordloos of stil, 't is eenerlei,)
't Uit ootmoed moeielijk geboren
Gebed : o Heer, gedenk aan mij!

Gij zult aan al uw volk gedenken,
Want één is wat uw Naam erkent.
O Wereldheer ! wie zal ons krenken
Als Gij de dood ten dode zendt?

Gij laat aards heerlijkheid tot scherven
Door aards opstandelingen slaan,
En moeten wij ook met hen sterven,
Wij zullen niet met hen vergaan.

Heer, hoor ! sta op ! en kom ter neder !
En uit 't verstuivend wereldpuin
Vorm ons als nieuwe mensen weder,
En laat ons leven in uw tuin.


-----------------------------
voetschabel: voetbankje

De stille tuin (1933)

schrijver


Geschreven door Dora om 14:14 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

gelatenheid

Een gedicht van Johannes Immerzeel 1776-1841

Gelatenheid

Gelatenheid in 't lot
Toont eerbied voor een God,
Die alles, wat Hij geeft,
Zo wijs berekend heeft.

Ziet zich de onnoozle mens
Gedwarsboomd in zijn wens,
Zijn wrevel stort zich luid
In zucht en weeklacht uit.

Grimt hem de rampspoed aan,
Hij krimpt reeds vóór het slaan,
En kermt zelfs de echo moe
Bij d' eerste slag der roe,
Alsof hem 't lot te wreed,
Te ondraaglijk lijden deed.

Slaat hem het ongeluk
De stugge nek in 't juk,
Zijn knieën knakken neer;
Geen adem rest hem meer.
Gesmaald door maag* en vrind,
Schreit hij zich de ogen blind,
En bidt het dove graf
Een haastige uitkomst af.

Kortzichtig schepsel! zwijg,
En voer geen dwaze krijg*
Met de onnaspeurbre Macht,
Die kruis bedeelt naar kracht,
Die kommer en ellend'
Uit hoge ontferming zendt,
Opdat de kroes der smart
Tot loutring strekk' van 't hart.

De straal vervaar' u niet,
Die de onweerswolk ontschiet;
En beef niet voor 't gerucht,
Dat klatert door de lucht;
Maar zie, hoe 't hemelnat
Weer bloesem, kelk en blad
Verfrist, verkwikt en drenkt,
En kracht en leven schenkt.
Zie, hoe de lucht reeds dunt,
En weer de doortocht gunt
Aan 't licht, dat goudstof strooit
En om de wolkrand plooit,
En, na de donder zwijgt,
Opnieuw ten wagen stijgt.

Houd tegen alle leed
Het hart ten kamp gereed!
Al, wat ooit de aarde gaf,
Verslenste en viel weer af.
De bloem, die 't meest verrukt,
Wordt dikwijls 't eerst geplukt;
De plant, die 't weligst groeit,
Is meest het eerst verbloeid;
De boom, die 't vruchtbaarst tiert,
Wordt door het ongediert'
De vruchten 't eerst ontroofd,
Die 't bloesemblad belooft.

Ook zo is 't met uw lot,
Ook zo met elk genot,
Dat ge u geschonken ziet:
Gij smaakt het, en het vliedt:
Gij zijt geen dag, geen uur
Gewaarborgd voor zijn duur;
Daar meest het eerst verdwijnt,
Wat u 't bekoorlijkst schijnt.

Houd tegen alle leed
Dan 't hart ten kamp gereed!
En treft u 't ongeval,
Sta als de steenrots pal,
Die tot in 't hart der aard'
Met d' ijzren wortel vaart,
En 't hoofd biedt aan d' orkaan,
Hoe fors zijn vlerk moog slaan.

Beur ongeschokt het oog
Vanuit de ramp omhoog,
En verg in 't smartlijk lot
Nooit rekenschap van God.
Let minder op 't gemis,
Dan 't geen u over is.
Wees dankbaar! want hoe veel
Blijft nog op aarde uw deel!
Hoe veel voor u ten baat,
Dat anderen ontstaat!
Hoe veel nog lacht u aan,
Voor andren lang vergaan!

En is uw droef gekwel
Niet vatbaar voor herstel?
Almachtig is de hand,
Die 't wentlend lot omspant,
En zoet en zuur bedeelt,
En, wat zij wondt, weer heelt!

Vertwijfel in 't verdriet,
Kortzichtig schepsel, niet!
Gelatenheid in 't lot
Toont eerbied voor een God,
Die alles, wat Hij geeft,
Zo wijs berekend heeft.

Rotterdam, mei 1819.

----------------------
maag - familie
krijg - oorlog, strijd

schrijver

Geschreven door Dora om 11:33 Reageer op dit bericht

aarde

Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

Aarde is zo schoon

Aarde is zo schoon.
Eeuwige frisheid waait uit gras en dauw en lover.
Elke vogel slaat een eigen toon
door 't zwellend ruim.
De leeuwerik spant de kroon.

Aarde is zo schoon, zo schoon.
De hemel ziet haar aan
en buigt met wolken er over.
Van vreugde alle harten slaan
een juichgeluid.
De dichter spant de kroon.

Aarde is zo schoon, zo schoon, zo schoon!

Nagelaten gedichten (1937)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:31 1 reactie Reageer op dit bericht

dorpskerkje

Een gedicht van Salomon Bonn 1881-1930

DORPSKERKJE

Het kerkje is zo oud, zo oud
de zwarte dennen ruisen zacht,
de blanke gouden hagenvacht
murmelt stil en vertrouwd,
naar 't wit-verweerde slanke schip.

En hoog, oud en geslagen, zeer,
buigt het vermolmde hoofde neer
de toren, berstend rib en rib.

De zonne guldt de gulden haan
en 't al met groen en grauw bestoven
verbogen transen hoog naar boven
en 't deurtje aan de benen aan.

Het oude kerkje staat zo stil,
zo stil in 't gouden zonnelicht,
een man met wee-doorkerfd gezicht
die ach zo gaarne, sterven wil.

Een bonte vlucht (1911)

schrijver

Geschreven door Dora om 19:31 Reageer op dit bericht

zon

Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

O als de zon schijnt

O als de zon schijnt
en de aard wegkwijnt
in die luister
weg in 't duister,
en maar scheem'rend het hoofd
opheft in schaduw omloofd -
treedt nader, treedt nader
blankvoeten te gader
te gader de voeten, de handen -
de lachtande
de blauwoge
de blondhoge
de zilverwoorden wenende,
het lijnig hoofd lenende
achterover omhoog in de lucht -
zoet, zoet, langzaam vlucht
door het zonnedagen
in de hoge hagen
zon - zoet zoet langzaam vlucht,
ga niet te gauw voorbij, voorbij, voorbij, de lucht
blijft hangende bevende achter u -
verlangende eeuwig naar u
eeuwig, eeuwig - vlucht niet te vlug -
achter uw rug
rek ik de armen
van verlangen, van verlangen
rek ik de armen,
vlucht niet te vlug.
O hoe blank zijt ge van rug,
zongebrand, uitgeglansd vlees -
waar het tot schouder oprees,
waar de lichte haren
in trillende snaren
in de zonnescharen
hangen saam in de lucht,
in de lucht in de lucht
terwijl ge vlucht.


O als de zon schijnt
en de aard wegkwijnt
wèg in het duister -
en dan wèg de luister,
uwe luister,
alle luister.

Verzen

schrijver

Geschreven door Dora om 10:41 Reageer op dit bericht

het lijden

Een gedicht van Rhijnvis Feith 1753-1824

HET LIJDEN

0, zwarte, lange en droeve jammernacht!
Die, bij gesteen en eindeloze klacht,
De morgen wenst, en sidderend verwacht,
Gij zijt mij heilig!

Waar ik mijn oog, vermoeid van traan op traan,
Bij 't flauwe licht der doodse lamp moog' slaan,
Ik zie Gods zegel op des lijders voorhoofd staan
Zijn lot is veilig!

Een wrede slang knaagt aan het menslijk hart,
Zij tiert bij vreugd, maar kwijnt en sterft bij smart.
Daar werd het leed, dat hier wel weerstand tart,
Maar steeds haar griefde.

Dan zinkt het weg bij 't stoflijk overschot,
En stoorloos heil bekroont het menslijk lot.
Juich, droeven! juich! waar lijden is, is God,
De hoogste Liefde!

0, moeder, die bij uw gefolterd wicht
Zo hooploos waakt, zo angstig 't wiegkleed ligt,
Maar telkens meer op 't ingegroefd gezicht
De dood ziet zweven!

Wat scheurt u 't hart? God staat aan uwe zij,
Hij mint uw kind veel tederder dan gij,
En plant de roos uit 's werelds woestenij
In Edens dreven.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:34 Reageer op dit bericht

zwart

Ik las een gedichtje over de zwarte zaterdag van Marcel Harmsen 
Het gedicht spreekt voor zichzelf
Maar het meest leuke vond ik het ondertsaande...het vooruitzicht van een hurktoilet! Wat een luxe zeg!
Ja, zo zoekt de mens nu zijn of haar vakantiepret!
De ruzies en de ergernissen zijn niet van de lucht
Maar elk jaar opnieuw beginnen we weer aan een nieuwe vakantieklucht!
Zucht.............wat heeft het gebracht?
Zoals in het gedicht beschreven...en dat betekent uiteindelijk niets!


Grijze zwarte zaterdag

Natuurlijk is zo'n dag voor wie vertrekt
geen pretje, want de zaterdag heet zwart
De sfeer bekoelt, de woorden worden hard
De kinderen zijn moe, de airco lekt

Toch valt dit alles in het niet bij het
vooruitzicht van het Franse hurktoilet


... Het is vandaag weer zwarte zaterdag. Gelukkig is mijn vakantie al voorbij. ...

schrijver

Geschreven door Dora om 11:53 Reageer op dit bericht

regen

Een gedicht van Jacobus van Looy 1855-1930

Zacht valt de regen

Zacht valt de regen uit een hemel zonder pracht...
Die zich stil heeft betrokken met 'n water-zware vracht
Bij het komen van de nacht .
Geen ziet hoe het daalt uit dat duistre wolk-gespan,
Als de tranen stil geschreid van een hoge sterke man,
Die men voelen wel maar zien niet kan.

Langzaam zakt de stad in het duistren van de nacht.
Langzaam valt de regen uit de duistre hemel, zacht
Als een woordenloze klacht.


1889

Gedichten (1932)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:35 Reageer op dit bericht

blijvend

Een gedicht over herinnering

Blijvend

 

Een mens is niet blijvend

De herinnering is goed of slecht

Toch vergaan ook de herinneringen

Men spreekt nog enige tijd

Over iemand die overlijd

Daarna is het weet je nog toen

En is de ander dan ook niet meer

Dan daalt de herinnering in de aarde neer

We zijn er voor een ogenblik

Wij allen moeten afscheid nemen

En daarna is het aan velen niet gegeven

Dat iedereen ze nog in hun herinnering zal beleven

De nabestaande denken het langst aan een persoon

Maar ook daarna gaat leven gewoon

Gewoon door tot die ander er ook niet meer is

Ja, zo gaat het met een menselijk gemis

Niemand op aarde wordt echt gemist

We namen een plaats in groot of klein

Maar na ons zullen er weer geslachten zijn!


bloesem_groot.gif
Geschreven door Dora om 10:50 Reageer op dit bericht

gedichten

Een gedicht uit mijn gedachtenwereld

Gedichten...

Je leest gedichten
Je denkt voor welke zal ik zwichten
Soms spreekt er geen één je aan
Soms kun je ineens de woorden verstaan
Dan vind je dit aangenaam
Ja, woorden maken woorden
De woorden die je hart raken
Want toen en nu
Daar is niet zoveel verschil in
Want elk menselijk gewin
Begint bij het allereerste begin
Het begin van Adam en Eva
Elk mens moet vernachten
En moet wachten
Totdat de Verlosser komt verlossen
Ja, veel mensen moeten zwaar torsen
Om zichzelf door het leven te trekken
Omdat het leven zit met vlekken
Of het in ene grote moddervlek
Of je bezwijkt bijna onder je eigen drek
Ja, dan blaast de ondeugd in je nek
Want een mens moet vrij kunnen zijn
Van al die ellendige zondepijn
Ja, wanneer zal dit er voor mij zijn?
Leefde je openlijk van schijn
Dan zit daar het venijn
En ga je verder met vrome schijn!




animaatjes-bloemen-87713.gif
Geschreven door Dora om 13:46 Reageer op dit bericht

herdenking

Een gedicht van Johan Danser 1893-1920

WEELDES HERDENKING

Ter stad gekeerd herdenk ik blij de weelden
Der donkre heide, breed en eindeloos,
Van 't hoge bos waar reeds de blaren geelden
En van de dreven die mijn dolen koos.

Iedere dag, of zon en geur mij streelden
Of dat de regen viel, stil-troosteloos,
Was vol van vrede en dromen die me omspeelden
Als vlinders soms een teer-ontbloeide roos.

En in de nacht, wanneer het vreemde duister
Mij met zijn broze sluiers had omhangen,
Onvatbaar-vaag en fijn als ijle dauw,

Dan was mijn ziel vervuld met zoet gefluister
Van liefde en teerheid en een zacht verlangen
Ontbrandde in mij naar 't lichaam ener vrouw.

schrijver

Geschreven door Dora om 11:06 Reageer op dit bericht

bang

Een gedicht van Frans de Cort 1834-1878

Ware ik niet zo bang

Ware ik niet zo bang, schoon liefke,
Zeggen zou ik, ten begin,
Dat ik u bemin;
Dat mijn hart voor u zal blaken,
Blaken heel mijn leven lang -
En nog honderd andre zaken...
Ware ik niet zo bang!

Ware ik niet zo bang, schoon liefke,
Vragen zou ik of ook gij
Iets gevoelt voor mij;
Of ge mij gelukkig maken,
Geven wilt wat ik verlang -
En nog honderd andre zaken...
Ware ik niet zo bang!

Ware ik niet zo bang, schoon liefke,
Stellig zou ik met fatsoen
U genoegen doen;
Alle vreugden u doen smaken,
Kussen u op mond en wang -
En nog honderd andre zaken...
Ware ik niet zo bang!

Liederen (1868)

schrijver

Geschreven door Dora om 11:16 Reageer op dit bericht

waterwegen

Een gedicht van Edwin van Rossen voor mij een onbekende maar het
gedicht sprak me aan...

Waterwegen

Aan de muur
hangt een waterval van indrukken.

De zon schijnt er dwars doorheen.

Een grote berg
van vertrouwen
kijkt uit over kleurige gezichten.

Afscheid speelt niet met herinneringen,
zij tellen de zegeningen
van een leven vol avontuur.

De muur is wit,
daarachter grenst een wereld van gevoel.

Geschreven door Dora om 20:00 Reageer op dit bericht

vlerken

Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

Vlerken

Nachtelik vliegen vogels van
de wilde wingerd weg

Schrikbeladen klapperen vlerken
dof

in deemstering

Knakgeluid van takken veelvuldig kort
ontsluieren vlerken

éen ogenblik
niet-herkenbare ruimten

de ruimte is van knakkende
vlerken
vol

Plotseling zijn vogels
schrikgeschud

ons
tot-dingen-gestolde Angst

schrijver

Geschreven door Dora om 16:57 Reageer op dit bericht

schoolbank

Een gedicht van Koos Speenhoff 1869-1945

De lege schoolbank

Voor de vakantie was begonnen,
Was heel de klas al tevree.
De jongens schreven op de leien,
Ik ga met Pa in auto mee;
Ik krijg 'n hond of 'n konijntje;
Ik ga logeren in het Gooi
En allen hadden ze wat anders
En alles was maar even mooi.

De kleine Jan had honderd plannen
Wat of hij al die tijd zou doen,
Hij zou zijn zusje fluiten leren
Of touwtje springen voor een zoen,
Hij zou gaan tekenen en knippen,
Soldaatje spelen met zijn vlag,
In 't bad zijn scheepje laten varen,
En alles doen wat of maar mag.

Toen de vakantie was verstreken
Zat heel de klas weer bij elkaar
Met bruine, vrolijke gezichten,
En al het huiswerk netjes klaar.
Ze hadden allemaal verhalen,
Ze raadden wie 't meeste kreeg,
Konijnen, spoortjes, scheepjes, boeken,
De bank van kleine Jan was leeg.

Z'n leitje en z'n sponzendoosje
Die stonden op z'n plaatsje klaar,
Z'n potlood en z'n schone schriften
Die lagen in z'n lessenaar.
De jongens keken naar z'n bankje,
Toen werd het stiller in de klas.
De juffrouw zei dat kleine Jantje
Voor altijd met vakantie was.

schrijver

Geschreven door Dora om 13:58 Reageer op dit bericht

anders

Een gedicht van Wilhelm G. Focquenbroch

Anders

Ik ben de plaats die 't rif van Mr. Fok begrijp,
Die in de rook zijn leven zag verzwinden:
Wat meent gij lezer, dat gij in dat graf zult vinden?
Niet als wat as van een schoon uitgeblazen pijp.

schrijver

Geschreven door Dora om 21:46 Reageer op dit bericht

zomer

Een gedicht van Hein Boeken 1861-1933

Tot de gesluierde zomer

Wat wilt ge, o Zomer, 't aanzicht niet ontbloten,
Maar schuilt en houdt de sluier voor die ogen,
Die ons te aanschouwen nimmer nog verdroten,
Hoe vaak ook hun beloften ons bedrogen.

En schoon ook soms die plooien het gedogen
Dat onze blikken langs uw leden schoten,
Wat troostten ze ogen, die niet drinken mogen
Stromen, die u uit de open ogen vloten?

Vertoon u Zomer, laat de macht'ge plooien
Der slui'ren, die voor 't geestesoog verdonkren
Der godheid beeld u niet tot voorbeeld strekken.

Onthoud ons de gena niet van uw trekken
Zo niet bij dag, bij nacht uw ogen flonkeren
Grauw zijn de schoonheên, die uw leden tooien.


juli 1907

Proza en Poëzie (1936)

schrijver

Geschreven door Dora om 16:20 Reageer op dit bericht

loutering

Een gedicht van Eduard Brom 1862-1935

Loutering 1.

1.

Nu sta ik op de reuze-hoge top
Van verre Loutringsberg, fier en alléén...
In bangn, bloedge lijdenstocht steeg 'k òp,
Door rotsgegrim en duistre wouden heen!

Hier troont de vrijheid, die mijn harte-klop
Juichend versnellen doet... hier heerst slechts Eén,
Hij, de Eénge en Ene, die mijn harte-knop
Doet springend bloeie' in geurwolk van gebeên!

Hier lacht de klare, goddelijke Rust,
Limpide als 't hemelwelf, onmeetlijk wijd,
Groot-eenzame eindloosheid van goudblank licht!...

Gods eigen ruste heerlijk-koelend streelt
Mij 't brandend voorhoofd... God, Die ik belijd,
Staar 'k recht en fier in 't Heilig Aangezicht!

schrijver

Geschreven door Dora om 16:10 Reageer op dit bericht

riet

Een gedicht van een onbekende schrijver...Martin Valk
Maar een natuurgedicht is iets waar ik voor zwicht!

Riet, kabbelend water.
Wanneer je aan de waterkant zit
Is dat het eerste wat je ziet.

Dan later een fuut die plotseling vedwijnt.
En even later ergens anders weer verschijnt.

Een kikker, hij klautert zojuist op de kant.
Hij is nu liever even op het land.
Er heerst een zekere vrede en rust.
Daar word je jezelf wel van bewust.    

         
Geschreven door Dora om 13:35 Reageer op dit bericht

regen

Een gedicht van Salomon Bonn 1881-1930

REGEN

De regen viel met gootjes
het koren wier zo nat,
de velden en de slootjes
verdronken, en het pad.

De boeren op hun klompen
bleven maar zachtkens gaan,
Alleen hun petjes krompen
tegen hun koppen aan.

De peerden glanzig druipend
en maan en steert verward,
zeulden haar pas, als kruipend,
alleen ze dampten hard.

De lekker groene blaaien
die stoeiden met elkaar,
joegen te spel e-waaien
en klik-kiek! zoenden maar.

Melker, melkster, getweeën
die schuilden in het groen ... .
en wat ze verder deeën ? ... .
.... wat jongelieden.... doen ...

Een arme spreeuw was rouwig
die zat alleen en koud
bij zandkuil, en keek grauwig
naar 't paar in 't groene hout.

hoe regen viel met gootjes
hoe de lucht op 't koren zat,
hoe de velden en de slootjes
verdronken, en het pad.

schrijver

Geschreven door Dora om 12:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Altijd in beweging met van alles en nog wat...

↑ Terug naar de berichten